Libellennieuws 03:14 Donderdag 22 mei 2003 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, De waarnemingen komen op stoom, dus veel leesplezier ! Voor iedereen het herhaalde verzoek: wilt u zelf een bijdrage leveren, wilt u dan a.u.b. het stuk zo opstellen alsof dit gericht is aan alle lezers. Om iedereen het bericht goed te kunnen laten volgen (en mij tevens het meeste werk te besparen) verzoek ik u tevens om zowel de Nederlandse naam (bijv. Noordse winterjuffer) als de shortname (SYMPPAED, bestaand uit de eerste vier letters van de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) te vermelden. Ook wordt een zo duidelijk mogelijke geografische plaatsaanduiding (bijv. atlasblok, Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) door veel lezers op prijs gesteld. Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als altijd naar remcohofland_at_hetnet.nl. Hartelijke groeten, Remco Hofland Oegstgeest remcohofland_at_hetnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Spectaculaire toename beekrombout (GOMPVULG) langs Overijsselse Vecht in 2003 In en rond het weekend van 10 en 11 mei zijn door Libellenwerkgroep Overijssel de Vecht en de Regge grondig onderzocht op het voorkomen van de beekrombout (GOMPVULG). Vorig jaar werd de beekrombout tijdens een soortgerichte excursie voor het eerst langs de gehele Vecht aangetroffen. Daarvoor was (vanaf 1997) de soort alleen bekend langs de Vecht van de grens met Duitsland tot aan Gramsbergen. Dat is slechts enkele kilometers. De verbeterde waterkwaliteit, de sterk toenemende aantallen weidebeekjuffers (CALOSPLE), breedscheenjuffers (PLATPENN) en de terugkeer van kritische vissoorten waren reden om aan te nemen dat de beekrombout op termijn zou volgen. In 2002 was het dus zover (zie LN 02.15). Langs de Regge werd in 2002 de soort niet aangetroffen, maar toen werd slechts op enkele locaties gericht naar huidjes gezocht. Tijdens de grootscheepse telling van 2003 zijn langs Vecht en Regge ruim 40 locaties bezocht. Per locatie is over een lengte van gemiddeld 50 meter de oever afgezocht op larvenhuidjes of imago’s. Langs de Regge werd de beekrombout (nog) niet gesignaleerd. Deze rivier vertoond nog steeds te grote schommelingen in zuurstofgehalte en de bodem is veel minder zanderig dan die van de Vecht. De aantallen weidebeekjuffers en breedscheenjuffers liggen er ook aanmerkelijk lager. Voor wat betreft de Vecht is er in 2003 een verbluffende toename geconstateerd van zeker 50% t.o.v. de gevonden aantallen in 2002. Dat is goed nieuws. Van de grens tot aan Ommen liggen de aantallen het hoogst (soms wel meer dan 50 exuviae per locatie). Van Ommen tot aan de monding in het Zwarte Water bij Zwolle nemen de aantallen af. Op 30 april werd door Egbert Pullen bij Gramsbergen al een vers vrouwtje aangetroffen en dezelfde waarnemer zag op 7 mei al een eerste copula! Uitsluipende exemplaren werden waargenomen tot 21.00 uur. Over de telling, de aantallen, etc. zal in één van de volgende NVL nieuwsbrieven meer worden gepubliceerd. Medewerkers aan de telling: Nicole Vervoort, Petra Schep, Eveline Broos, Bé van der Wal, Bas Klaver, Victor Mensing, Leo Winter, Egbert Pullen, Peter Los, Vincent Martens en ondergetekende. Evert Ruiter, Libellenwerkgroep Overijssel ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Een bericht uit de Amsterdamse Waterleidingduinen, NH In 2003 doe ik onder andere een voortplantingsonderzoek in 1 plas op het Eiland van Rolvers. Het resultaat tot nu toe ( 19 mei ) is : Vuurjuffer (PYRRNYMP) 13 larvehuidjes Glassnijder (BRACPRAT) 64 larvehuidjes Viervlek (LIBEQUAD) 239 larvehuidjes Vroege glazenmaker (AESHISOS) 22 larvehuidjes De bedoeling is in de loop der jaren inzicht te krijgen in het verloop van de voortplanting op 1 enkele plas. Welke factoren beinvloeden de voortplanting ? Waarom zulke verschillen in aantallen per jaar en per soort ? Kan natuurbeheer een goede invloed hebben op de gang van voortplantingszaken ? Wat valt er per jaar op ? Dit soort zaken komen aan bod en kunnen hopelijk beantwoord worden in de toekomst. In 2003 merk ik de volgende zaken op : 1. de libellen zijn later dan vorig jaar. De vuurjuffer enkele dagen. 2. geen flab in de plassen. In 2002 werden de plassen bedolven onder flab. 3. het kan een goed jaar worden voor de Viervlek. 4. het weer is veel te stormachtig en regenachtig voor het uitsluipen. Th. van Trigt, De Zilk. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellen De Wieden, OV Op vrijdag 16 mei hebben we in De Wieden (Ov.) gezocht naar de Donkere waterjuffer COENARMA. Helaas hebben we deze soort (nog!) niet gevonden. Wel troffen we op twee nieuwe locaties solitaire Noordse winterjuffers SYMPPAED aan. Tot op heden is voortplanting van deze soort echter nog niet vastgesteld in De Wieden maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Verder vlogen er o.a. enkele tientallen Gevlekte witsnuiten LEUCPECT, waaronder enkele tandems, 3 Vroege glazenmakers AESHISOC, 2 Bruine korenbouten LIBEFULV, tientallen Glassnijders BRACPRAT en Smaragdlibellen CORDAENE. Peter de Boer, Tom Jager en Jos Hooijmeijer ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Een dagje Buurserbeek, OV Vrijdag 16 mei 2003 gingen we, Emile Voogel, Miep Voogel en Thijs van Trigt op reis naar Overijssel, want daar op de grens met Gelderland en Duitsland ligt de Buurserbeek. Het was stralend weer en we konden de auto dichtbij parkeren, langs de weg van Haaksbergen naar Buurse. We gingen op zoek naar de Beekrombout (GOMPVULG), die hier zou moeten vliegen. Na ongeveer 50 meter vanaf de brug zagen we er enkele hangen in het gras langs deze mooie beek. De larvehuidjes hingen er vlakbij. De juvenielen begonnen al te vliegen richting het hoger gelegen struweel. In totaal hebben we 20 juvenielen van de Beekrombout (GOMPVULG) gezien en 45 larvehuidjes verzameld. Voorts hebben we de volgende libellensoorten waargenomen : 325 x Weidebeekjuffer (CALOSPLE), 150 x Azuurwaterjuffer (COENPUEL), 2 x Watersnuffel (ENALCYAT), 46 x Vuurjuffer (PYRRNYMP), 1 x Platbuik (LIBEDEPR), 3 x Viervlek (LIBEQUAD) en 3 x Noordse witsnuitlibel (LEUCRUBI). Naast de libellen hebben we ook wat vlinders gezien : 125 x Oranjetip, 14 x Landkaartje, 22 x Citroenvlinder, 4 x Boomblauwtje, 8 x Hooibeestje, 5 x Vuurvlindertje, 2 x Gammavlindertje, 4 x Bont zandoogje. Ook hoorden we de Wielewaal, de Groene specht, de Grote bonte specht en de Tuinfluiter. Thijs van Trigt ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hagmolenbeek, Buurserbeek, Bommelasvennen, Harrevelderschans Zondag 18 mei zijn Marion Geerink en ondergetekende op zoek gegaan naar de beekrombout. Op de weg naar de Buurserbeek zijn we eerst uitgestapt bij de Hagmolenbeek omdat ik daar in 1999 de larve van de plasrombout heb aangetroffen, om precies te zijn uiterst benedenstrooms net voordat de hagmolenbeek het twenthekanaal in stroomt. In de Hagmolenbeek nabij Beckum (coordinaten 246,85/470,05) troffen we de volgende libellen aan: * Weidebeekjuffers (CALOSPLE) mannetjes en vrouwtjes, tientallen. * Lantaarntje (ISCHELEG) 3 mannetjes * Glassnijder (BRACPRAT) twee mannetjes. * Vuurjuffers (PYRRNYMP) mannetjes en vrouwtjes, tevens tandems, tientallen. Tevens zagen we op deze plek landkaartjes (ARASLEVA ) en een citroenvlinder (GONERHAM) vele dansene volwassen haften en schietmotten. Daarna zijn we doorgereden naar de Bommelasvennen. Omdat het meest noordelijke ven (252,30/465,32) in ons meetnet (Waterschap Regge en Dinkel) zit hebben we daar ook even gespeurd naar libellen.De volgende libellen hebben we daar aangetroffen: * Watersnuffel (ENALCYAT) mannetjes, enkele exemplaren. * Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI) mannetjes en vrouwtjes, enkele exemplaren. * Viervlek (LIBEQUAD) vrouwtje, eiafzettend op het water. Verder troffen we nog een groentje (CALLRUBI) aan. Uiteindelijk zijn we bij de Buurserbeek beland. Nabij het natuurgebied Harrevelderschans (249,85/463,18) hebben we de volgende libellen aangetroffen: * Weidebeekjuffers (CALOSPLE), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel exemplaren. * Vuurjuffers (PYRRNYMP), mannetjes en vrouwtjes, tandems, tientallen exemplaren. * Azuurwaterjuffers (COENPUEL), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel exemplaren. * Lantaarntje (ISCHELEG), mannetjes, enkele exemplaren. * Beekrombout (GOMPVULG) net uitgeslopen vrouwtje, tevens vele larvenhuidjes. Daarnaast hebben we ook de volgende vlinders gezien: * Icarusblauwtje ( POLYICAR ) * Bont dikkopje ( CARTPALA ) * Oranjetipje (ANTHCART) * Landkaartjes (ARASLEVA) * Klein geaderd witje (PIERNAPI) In het natuurgebied naast de Buurserbeek (Harrevelderschans) hebben we nog een gevlekte witsnuitlibel (LEUCPECT) gezien. Dit was een vrouwtje. In een naburige sloot zijn we nog op zoek geweest naar de speerwaterjuffer (COENHAST). Deze juffer hebben we helaas niet gevonden aldaar. Wel vlogen er veel vuurjuffers en een smaragdlibel (CORDAENA), waarschijnlijk een mannetje. Eveline Broos ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hoi allemaal, Groote Heide in Heeze, NB Op 16 mei jongstleden zag ik mijn eerste gewone oeverlibellen (ORTHCANC) van dit jaar, op de Groote Heide in Heeze. Verder onder meer ook 7 mannetjes van mijn favouriete Coenagrion: de maanwaterjuffer (COENLUNU), enkele smaragdlibellen (CORDAENE), enkele glassnijders (BRACPRAT) en honderden venwitsnuitlibellen (LEUCDUBI). Al deze libellen trokken overigens ook de aandacht van een paartje hongerige boomvalken! Uit de larvenhuidjes kon ik opmaken dat er ook weer grote keizerlibellen moeten zijn, maar die lieten zich helaas niet zien. In het water verder ook diverse volgroeide larven van de tangpantserjuffer (LESTDRYA), dus die kan ook ieder moment verschijnen. Tijdens een bliksembezoekje aan de bekende speerwaterjufferlocatie in Waalre op 17 mei kon ik mijn eerste speerwaterjuffer (COENHAST) van het jaar vaststellen, een piepjong mannetje bij zijn larvenhuidje. Verder in het water ook 1 larve van deze zeldzame soort tussen de vele larven van de azuurwaterjuffer (COENPUEL) en de vele jonge amerikaanse hondsvisjes... niet zo'n fijn gezelschap dus! grtjs, Tim Faasen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Lesbos, Griekenland en Archeon, Alphen aan den Rijn…… 1) Hoorde van Eus dat hij op Lesbos Gompus Schneideri heeft (terug) gevonden. Lopau maakt melding van slechts 1 onzekere waarneming van schneideri/vulgatissimus. Ik kon vorig jaar geen enkele Gompus vinden ondanks twee weken intensief zoeken (wel 33 andere taxa), maar echt verbazingwekkend is natuurlijk de vondst van Eus niet. Hij kijkt immers 10 maal beter dan wij allen denk ik. 2) Op vrijdag 16 mei j.l., vond ik tijdens een grondige inventarisatie de volgende soorten op het Archeon terrein, te Alphen aan den Rijn. Variabele Waterjuffer COENPULC >1000 exx. Lantaarntje ISCHELEG ca. 600 exx. Grote Roodoogjuffer ERYTNAJA ca. 150 exx. Kleine Roodoogjuffer ERYTVIRI 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar. Watersnuffel ENALLCYAT ca. 25 exx. Vuurjuffer PYRRNYMP 2 mannetjes Glassnijder BRACPRATE 12 exx (4 mannetjes, 8 vrouwtjes) Vroege Glazenmaker AESHISOC 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar. Gewone Oeverlibel ORTHCANC vers uitgeslopen vrouwtje, eerste van dit jaar aldaar. Viervlek LIBELQUAD ca. 25-30 exx, wo 2 prenubila vr.gr. Peter de Knijff ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Grote keizerlibel langs Breskens, Zeeuws-Vlaanderen Vrijdag 16 mei vloog er omstreeks 3 uur een grote keizerlibel (ANAXIMPE) voorbij de (vogel)telpost Breskens in Zeeuws Vlaanderen. Het betrof een vrouwtje, die een rondje om de post vloog en daarna richtin het oosten vloog. In mijn ogen is dit een zeer vroege waarneming, aangezien in de veldgids 31 mei als vroegste datum wordt gegeven. De wind kwam op dat moment uit het zuidoosten en er trokken ook vlinders langs, waaronder veel distelvlinders en een grote zwarte vlinder met een rode baan op de ondervleugel. Ik denk dat de keizerlibel vanuit Frankrijk naar Nederland is gezorven hoewel er niet echt een zuidelijk windstroom was. Misschien dat de keizerlibellen in Frankrijk wat vroege uitsluipen? Weet iemand hier iets van? Wouter Halfwerk NB Bos en Wasscher (2002, 3e druk) noemt 9 mei als vroegste datum, RH. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hoi, Eerste Houtpantserjuffer Afgelopen 13 mei zag ik samen met Matty Berg een Houtpantserjuffer (LESTVIRI) bij de Hortus van de Vrije Universiteit Amsterdam (25-44-35 linksboven). Errug vroeg of zijn er al meer waarnemingen? Groeten, Merijn van Leeuwen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Waarneming uit Meijendel, Wassenaar ZH Tijdens een wandeling in het duingebied van Meijendel op 18 mei trof ik een drietal Glassnijders BRACPRAT aan, een soort die ik eigenlijk alleen kende van de laagveengebieden. De libellen vlogen rond bij een uitkijkduin (vermoedelijke Amersfoortcoordinaten 082.2 460.5). Teus Luijendijk Leiden ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, In het weekeinde van 17/18 mei zijn we een paar dagen in de polder Turfzakken geweest. Dat is een schitterende plas-dras polder midden in de Brabantse Biesboch. We hadden naast glassnijders BRACPRAT en een grote roodoogjuffer ERYTNAJA ook een uitsluipend vrouwtje oeverlibel ORTHCANC. Leek ons wel vroeg. De eerste dit jaar? Groeten, Lenze Hofstee, Gerard Verwoerd, Femkje Sierdsma, Marjolein Drok, Rob Gordijn en Sander Bot ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws 03:14 Donderdag 22 mei 2003