Libellennieuws 03:16 Zondag 1 juni 2003 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, Ik verzoek eenieder om zowel de Nederlandse naam (bijv. Noordse winterjuffer) als de shortname (SYMPPAED, bestaande uit de eerste vier letters van de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) te vermelden bij iedere soort. Ook wordt een zo duidelijk mogelijke geografische plaatsaanduiding (bijv. atlasblok, Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) door veel lezers op prijs gesteld. Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als altijd naar remcohofland_at_hetnet.nl. Hartelijke groeten, Remco Hofland Oegstgeest remcohofland_at_hetnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Mogelijke Sierlijke witsnuitlibel LEUCCAUD op de Kampina, NB Tijdens Hemelvaart ben ik met de NJN op excursie geweest in de Kampina, bij Oisterwijk. Voor deze excursie had ik mij met name tot doel gesteld mijn verzameling zweefvliegdia's aan te vullen (wat uiteindelijk met soorten als Brachypalpoides lentus, Parhelophilus frutetorum, Temnostoma bombylans en Epistrophe flava ook vrij aardig is gelukt). Ondanks het feit dat mijn aandacht met name uitging naar zweefvliegen werd ik op een bepaald moment afgeleid door een voor mijn gevoel ongewone libel. Normaal gesproken ben ik zeer terughoudend in het naar buiten brengen van onzekere waarnemingen maar aangezien ik de komende tijd niet in de gelegenheid ben om te proberen mijn waarneming zelf te verifiëren (i.v.m. een vakantie in Griekenland) meld ik mijn waarneming deze keer toch maar via de mailinglist in de hoop dat het anderen stimuleert om extra op te letten tijdens bezoeken aan de Kampina of wellicht zelfs een keer gericht te gaan zoeken... Wat wil het geval? Toen onze excursie aan het einde van vrijdagmiddag, 30 mei, nog even zat bij te komen op de zuidwestoever van het Belversven vloog er plotseling een Wisnuitlibel Leucorrhinia voorbij. Ik kon de libel kortstondig schuin van achteren bekijken waarbij het me als eerste opviel dat de (helder)gele vlekken op het achterlijf meer op het basale deel geconcentreerd zaten dan ik gewend ben van Venwitsnuitlibel Leucorrhinia dubia, Noordse witsnuitlibel L. rubicunda en Gevlekte Venwitsnuitlibel L. pectoralis. Qua omvang waren de vlekken ook kleiner dan gebruikelijk is bij pectoralis maar iets groter (of in ieder geval opvallender) dan bij de gemiddelde dubia. Het tweede wat mij opviel was de aanwezigheid van een kleine witte vlek aan het einde van het achterlijf, ter hoogte van en ter omvang van de achterlijfsaanhangselen. De aan- of afwezigheid van insnoeringen in het achterlijf was vanuit mijn perspectief niet zichtbaar. Ik heb geen pterostigma's waargenomen en ook geen al of niet verdonkerde vleugeltoppen. Conclusie? * Het feit dat voor mijn gevoel het geel op S8 ontbrak zou veroorzaakt kunnen worden door een donkerkleuring van het geel zoals bij dubia, rubicunda en pectoralis wel vaker gebeurt. Bij deze soorten is het echter gebruikelijker dat alle vlekken onduidelijk worden of juist met name de basale achterlijfsvlekken. In dit geval waren de vlekken op het basale deel van het achterlijf juist erg duidelijk en ook helder van kleur hetgeen duidt op een nog relatief jong exemplaar (waarbij verdonkering zowieso nauwelijks voorkomt). * De witte vlek aan de achterlijfspunt zou veroorzaakt kunnen zijn door de aanwezigheid van een vuiltje, restanten van een eiafzetting o.i.d. Het wit had echter verdacht veel de vorm en grootte van de achterlijfsaanhangsels. Ervanuitgaande dat S8 inderdaad echt zwart was en dus niet verdonkerd en de achterlijfsaanhangselen echt wit, zonder invloed van vuil, zou het hier moeten gaan om Sierlijke witsnuitlibel L. caudalis of Oostelijke Sierlijke witsnuitlibel L. albifrons. Helaas moet ik bekennen dat ik beide soorten alleen ken van foto's. Ik durf mede om die reden ook niet met zekerheid te zeggen om welke soort het hier ging. Qua algemeen voorkomen was de libel voor mijn gevoel een exacte kopie van het vrouwtje caudalis zoals te zien in de Duitse veldgids van Heiko Bellmann. Gezien de status van deze soort durf ik echter geen garantie te geven op deze determinatie. Ik hoop daarom vooral dat iemand anders de komende tijd een gedetailleerdere waarneming weet te doen die mijn vermoedens bevestigen! grtjs, Tim Faasen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Zwervende heidelibellen SYMPFONS in Overijssel Op 29 mei bezocht ik met Bernard Oosterbaan en Richard Witte een aantal Sallandse libellenplekjes. Op een ongeveer zeven jaar geleden gegraven recreatievijver "Krieghuusbelten" (niet op alle recente stafkaarten afgebeeld, 217.7/493.3), vonden we twee mannetjes van de zwervende heidelibel SYMPFONS. Een dag later, 30 mei, bezocht ik het RAVON-hemelvaartweekend en daar vonden we (Jan-Luc van Eijk, Mark Zekhuis, John Habraken, Wytze Versteeg, Tjeerd duBois en ik) op het Elsenerveen bij de kokmeeuwenkolonie (230.6/476.6) een vrouwtje en iets verderop in hetzelfde kilometerhok bij een klein vennetje met veenpluis nog een mannetje zwervende heidelibel. Het ging bij allevier de exemplaren om volledig uitgekleurde dieren, dus wellicht zwervers die met de distelvlinders uit het zuiden van Europa zijn toegekomen. Het is dus weer opletten voor schaarse zuidelijke soorten! Robert Ketelaar ++++++++++++++++ Zwervende heidelibellen SYMPFONS in Zuid-Holland Op zondag 1 juni hadden Bertus de Lange en Eus van der Burg in het nieuwe natuurgebiedje ‘Lentevreugd’ nabij Wassenaar, ZH, zo’n 20-30 Zwervende heidelibellen SYMPFONS. Pers. med. EvdB, RH ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, Afgelopen weekeinde zijn we als JNM (jeugdbond voor natuur- en milieustudie) op kamp geweest in Zuid Limburg. Naast vogels en vlinders hebben we natuurlijk ook aan libellen gedaan: Donderdag 29 juni Op de St. Pietersberg ongeveer 10 plasrombouten(GOMPPULC), waarvan ook enkele aan de Belgische kant. Vrijdag 30 mei Langs de Gulp ter hoogte van Slenaken 20 a 30 bosbeekjuffers(CALOVIRG) en 1 weidebeekjuffer (CALOSPLE). Zaterdag 31mei -In groeve `t Rooth een mannetje en een eiafzettend vrouwtje zuidelijke oeverlibel (ORTHBRUN) -langs het grindgat van Itteren (de grauwe gorzenplek) 2 mannetjes zwervende heidelibel (SYMPFONS) -Op de Maas, thv Itteren een rombout die heel veel op een rivierrombout (GOMPFLAV) leek, maar door de korte waarnemingsduur net niet zeker. Zondag 1 juni We hadden opvallend gemakkelijk een vergunning gekregen voor de ENCIgroeve van Maastricht: - 2 man en 1 vrouw vuurlibel (CROCERYT) -10 a 20 zwervende heidelibellen (SYMPFONS), op een plasje laag in de groeve. -enkele plasrombouten (GOMPPULC) Verder die dag in het poppelmondedal (oid) op de St Pietersberg een vrouwtje vuurlibel (CROCERYT) en enkele plasrombouten (GOMPPULC). Groeten, namens het hele JNMkamp, Wouter Halfwerk en SanderBot ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Tengere Grasjuffer ISCH PUMI op het Wisselseveen, GLD Tijdens het libellen monitoren op zaterdag 31 mei had ik op het Wisselseveen een Tengere Grasjuffer ISCH PUMI. Het Wisselseveen is een natuurontwikkelingsprojekt van Stichting het Gelderslandschap en ligt in de gemeente Epe. Verder heb ik er jaarlijks een klein aantal Bruinekorenbouten LIBE FULV. Verder heb ik buiten het Wisselseveen om met monitoren tot nu toe minder Noordse witsnuitlibellen LEUC RUBI dan vorig jaar. Maar ik heb wel gemerkt met die warmte dat de een na de andere uitsluipt. Zo had ik ergens veel larvenhuidjes van de Grote keizerlibel ANAX IMPE maar geen enkele Grotekeizerlibel op de monitoringroute. Vanaf maandag gaat de 3e periode voor monitoren beginnen: hopelijk blijft het mooi weer. Veel groeten Hans Raaijmakers Raaijmakers157_at_zonnet,nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Bruine korenbout LIBEFULV bij De Bilt, U Donderdag 29 mei zag ik, voor het eerst weer sinds een jaar of 10, een bruine korenbout LIBEFULV (man) op landgoed Oostbroek bij De Bilt (141.6 - 455.6). Hier o.a. ook jaarlijks glassnijder BRACPRAT. Groet, Bert Geerdes ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellen bij Budel, NB Op zaterdag 31 mei ben ik naar Budel-Dorplein geweest op zoek naar Gevlekte glanslibel (Somat flavo), maar helaas niet gevonden. Twee plaatsen bezocht: de kwelsloot nabij de goederenspoorlijn (coord. 362-168) en de omgeving van het fietspad ten zuiden van het Ringselven. Op de eerste locatie: Vroege glazenmaker (6 exx.Aeshna isos), Smaragdlibel (diverse: Cordu aene), Glasnijder (3 mann. Brach prat), Weidebeekjuffer (Calop splendens; 1 man) en diverse Grote roodoogjuffers (Eryt Najas), Viervlek(Libe quad), Grote Keizerlibel (Anax imper) en Vuurjuffer (Pyrr nymp). Op de tweede locatie slechts kort geweest; Vroege glazenmaker (circa 5 exx.Aeshna isos), diverse Gewone oeverlibellen (Orthetrum Canc) en als veruit de meest verassende; een vroeg mannetje Beekoeverlibel (Orthetrum Coerulescens). In Wasscher en Bos staat als vroegste waarneming: 8 juni. Het exemplaar bevond zich in een diep ingegraven kwelslootje net voorbij de bocht van het fietspad; dichtbij de duiker. In het overige traject van deze zeer 'roestwatersloot' werden geen exemplaren meer aangetroffen. Rob Brinkhof Eindhoven NB Wasscher en Bos (2002, 3e druk vermeldt 24 mei als vroegste datum, RH. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Reacties op LN 0315 > Ook dit zou een forse verbetering van de eerste dag zijn (3 juni). Er zijn wel meer vroege waarnemingen bekend, maar allemaal ongedocumenteerd en daarom beschouwd als verwarring met een jonge gewone pantserjuffer LESTSPON ofzo. Kunnen jullie de waarneming nader documenteren, waarop hebben jullie gelet enzo?? Want dan komt ie in de boeken. Weia Reinboud> Reactie op het bovenstaande... ik vermoed dat er bij sommige van deze vroege waarnemingen verwarring optreedt met de tangpantserjuffer LESTDRYA die op de zijkant van het borststuk meestal ook een kleine uitstulping heeft op de rand van de donkere bovenste helft en de lichte onderste helft. Aangezien jonge exemplaren van deze soort net als de houtpantserjuffer een licht pterostigma hebben kan dit met sommige tabellen tot verwarring leiden (bijv. 1e druk van de ODON). grtjs, Tim Faasen Ecologica, ecologisch advies en -onderzoek tim.faasen_at_ecopartners.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Noordse witsnuitlibel LEUCRUBI bij Kromme Rade, Hilversum, NH Tussen 17 en 18 uur zaterdagavond 31 mei bezochten Theo Admiraal, Cock Reijnders en Remco Hofland het westelijk gedeelte van de Kromme Rade, waarbij de nadruk vooral lag op het afspeuren van de ca 130m-lange krabbescheersloot, ca 1 km ver het gebied in. Behalve de te verwachten soorten, zoals Variabele waterjuffer COENPUEL, Vuurjuffer PYRRNYMP (slechts een man), Glassnijder BRACPRAT (5+), Bruine Korenbout LIBEFULV (slechts een man), Smaragdlibel CORDAENE ca 10, Viervlek LIBEQUAD (slechts een vrouw) en 40-50 Vroege Glazenmakers AESHISOS, werden in de krabbescheersloot ook 2 mannen Gevlekte witsnuitlibel LEUCPECT en een man Noordse witsnuitlibel LEUCRUBI gezien. Deze laatste soort werd door Eus van der Burg hier al eerder waargenomen – dat was echter wel in een jaar waarin de soort als zwerver op meer plaatsen werd aangetroffen. Bertus de Lange had woensdag 28 mei in de krabbescheersloot maar liefst 4 mannen Gevlekte witsnuitlibel. Remco Hofland ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Alles vliegt al? Tijdens een bezoekje aan Limburg op 30 mei werden door Eus van der Burg, Peter de Knijff en Bertus de Lange oa Gevlekte glanslibel SOMAFLAV, 1 Hoogveenglanslibel SOMAARCT, Gewone bronlibel CORDBOLT, Beekoeverlibel ORTHCOER, 2 verse Koraaljuffers CERITENE en ruim 1000 Tengere grasjuffers ISCHPUMI waargenomen. Een uitgebreider verslag volgt wellicht nog. Pers.med. EvdB, RH. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Mogelijk in de eerstvolgende LN volgt een kort verslag van de week die Eus van der Burg doorbracht op Lesbos, Griekenland – speciaal voor libellen, waarvan hij maar liefst 38 soorten vond! ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws 03:16 Zondag 1 juni 2003