Libellennieuws 03:17 Zaterdag 7 juni 2003 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, Veel plezier met de zeventiende libellennieuwsmeel van dit jaar. Voor iedereen met een bijdrage geldt het volgende verzoek: wilt u een zo duidelijk mogelijke geografische plaatsaanduiding (bijv. atlasblok, Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) in uw bijdrage aangeven, dit wordt door veel lezers op prijs gesteld. Nieuwe aanmeldingen voor LN (de verzendlijst overschreed deze week de 300 adressen) alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als altijd naar remcohofland_at_hetnet.nl. Hartelijke groeten, Remco Hofland Oegstgeest remcohofland_at_hetnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hallo, Ik lees dat de andere hemelvaartskampen van de jeugdbonden voor natuurstudie zeer geslaagd waren. Zo ook het Hemelvaartskamp 'Hemka Kotten' in de Achterhoek van de JNM. In het Wooldse Veen: donderdag 29 mei: 1 mannetje hoogveenglanslibel (Somaarct) op de bekende plek van de enige waarneming. Hij vloog bij een hoogveenvegetatie tegen de Duitse grens met lavendelhei, kleine veenbes, ronde zonnedauw en eenarig wollegras. Ook 2 mannetjes hoogveenglanslibel (Somaarct) een paar honderd meter verder bij een ander hoogveen-stukje, met een soortgelijke vegetatie, maar hier ook grote lisdodde en waterdrieblad. Verder nog 2 bonte dikkopjes als leuke waarneming (248,3-436,4). De volgende dagen werd er alleen nog een bont dikkopje (248,5-436,4) door Martha Courbois gevonden. Gelukkig was het zondag 1 juni weer raak. Op de eerste plek werd meteen bij aankomst een mannetje hoogveenglanslibel (Somaarct) gezien en na een tijdje gezocht te hebben bleek er ook een nog vrij jong, maar wel volledig uitgekleurd vrouwtje te zitten in een grove den naast het veentje. Bij het Nonnenven, langs de Borkense Baan: Hier werden geen opvallende waarnemingen gedaan. De plasrombout (Gomppulc) (maximaal 2 mannetjes) (250,1-237,8) was natuurlijk wel erg leuk. Geen speerwaterjuffer (Coenhast), gevlekte witsnuit (Leucpect) o.i.d., wat mogelijk komt doordat één deel van het ven erg moeilijk te bereiken is. Op andere plekken langs de Borkense Baan (250,0-437,9 249,1-439,0 248,3-440,2) en bij de in de buurt gelegen Italiaanse meren (251,1-438,8) werden geen noemenswaardige waarnemingen gedaan. Bij de Slinge: Bij Bekendelle (245,2-440,1 en 245,3-440,2)en Broekmolen (244,5-440,1) een hoop bosbeekjuffers (Calovirg) en weidebeekjuffers (Calosple) op vrijwel alle dagen. Stroomopwaarts, dus voor Bekendelle, nergens bosbeekjuffer (Calovirg), ook nergens beekrombout (Gompvulg). Wel uiteraard weidebeekjuffers (Calosple) zo goed als overal langs de beek (251,7-440,0 250,0-440,6 250,0-440,3 248,9-441,4 247,2-441,5 246,3-441,5). Bij groeve 'Het Steenhuis' (niet de bekende Winterswijkse steengroeve) (244,7-441,7): Alleen vermeldenswaardig: het te verwachten mannetje plasrombout (Gomppulc) op zaterdag 31 mei door Teize van der Burgh. In het Korenburgerveen: subgebied Meddose Veen: Op drie á vier plaatsen werd vrijdag 30 mei speerwaterjuffer (Coenhast) gezien. Langs het ven bij het vlonderpad (242,7-445,2) (10 mn, 2 vr), op twee plekken bij het moeras langs het verlengde van het vlonderpad (242,6-445,4 en 242,4-445,5) (allebei 2 mn) en bij een venig gedeelte dat recent dieper onder water is gezet (242,5-445,6) (waarschijnlijk 5 tandem + 10 mn). Hier zagen Erik van Ommering en Lodewijk van Walraven ook op vrijdag 30 mei een bosbeekjuffer (Calovirg) mannetje en zagen er twee groepjes een glassnijder (Bracprat) mannetje. Daarnaast werd er zaterdag 31 mei door Coen Nengerman en Allart Kooijman een gevlekte witsnuitlibel (Leucpect) mannetje gezien bij het moeras direct na het vlonderpad (242,4-445,5), bij het vlonderpad (242,7-445,2) zagen zij ook weer zo'n 10 mn speerwaterjuffer (Coenhast). Bont dikkopje is in dit subgebied op 2 plaatsen gezien (242,5-445,6 en 242,3-445,6). subgebied Korenburgerveen: Hier is op één bekende plek speerwaterjuffer (Coenhast) gezien (18 tandem, 16 mn) (242,3-445,2). Qua libellen nog vermeldenswaardig: 1 mannetje glassnijder (Bracprat) tegen het Vragenderveen aan (242,1-444,5) en 2 mannetjes bosbeekjuffer (Calovirg) bij een bosslootje langs de spoorbaan door het gebied (242,9-445,0). Daarnaast op één plaats bont dikkopje (242,8-444,5). subgebied Vragenderveen: Op zaterdag 31 mei een mannetje en een vrouwtje hoogveenglanslibel (Somaarct). Dit betekent voor zover ik weet de 4de populatie voor Nederland! Daarnaast vingen we op dezelfde kaart ook het enige (nog niet rode) mannetje venwitsnuitlibel (Leucdubi) van het kamp en een bont dikkopje. Waarschijnlijk zijn de coördinaten van de plek ongeveer 241,6-444,6 maar omdat de 'paden' niet herkenbaar zijn op de kaart is dit niet zeker. Gelukkig is de plek wel makkelijk terug te vinden. Op twee andere plaatsen ook nog bonte dikkopjes (241,3-444,6 en 241,4-444,7). Groeten, Matthijs Courbois N.B. Alle waarnemingen waar geen speciale naam bij wordt genoemd zijn overigens o.a. door mijzelf gedaan. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Veel soorten op de Kampina In het Hemelvaartsweekend bracht ik ook een bezoek aan de Kampina. Op 31 mei zag ik hier welliswaar geen Sierlijke witsnuit, maar wel 24 andere soorten! De volgende stukken van het gebied werden bezocht: de nieuw gegraven poelen in het natuurontwikkelingsgebied Banisveld, Balsvoort en omgeving en het Klokkentorenven. Soortenlijst: Weidebeekkjuffer (CALOSPLE), Gewone pantserjuffer (LESTSPON), Bruine winterjuffer (SYMPFUSC), Speerwaterjuffer (COENHAST), Maanwaterjuffer (COENLUNU), Azuurwaterjuffer (COENPUEL), Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA), Vuurjuffer (PYRRNYMP), Watersnuffel (ENALCYAT), Lantaarntje (ISCHELEG), Tengere grasjuffer (ISCHPUMI), Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), Grote keizerlibel (ANAXIMPE), Glassnijder (BRACPRAT), Plasrombout (GOMPPULC), Beekrombout (GOMPVULG), Smaragdlibel (CORDAENE), Metaalglanslibel (SOMAMETA), Platbuik (LIBEDEPR), Viervlek (LIBEQUAD), Gewone oeverlibel (ORTHCANC), Zwervende heidelibel (SYMPFONS, 6 mannetjes en 1 tandem), Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), Noordse witsnuitlibel (LEUCRUBI) Kan iemand mij vertellen of SYMPFONS al bekend was van de Kampina? De determinatie van de 5 vers uitgeslopen LESTSPON rust op de vorm van de achtelijfsaanhangselen van de mannetjes. Tim Termaat Ps: Overigens kan ik van het Belversven op de Kampina zeggen dat dat ven leuker is dan ik had gedacht. Op 7 mei vond ik hier (naast de gewone vroege vensoorten) Maanwaterjuffer (COENLUNU), Glassnijder (BRACPRAT) en Noordse witsnuiten (LEUCRUBI). Ik zal proberen hier binnenkort nog eens naar witsnuiten te zoeken... ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Een bericht uit de Amsterdamse Waterleidingduinen. Vervolg van het onderzoek in 1 plas op het Eiland van Rolvers (tot 3 juni 2003) : Vuurjuffer (PYRRNYMP) 13 larvehuidjes Glassnijder (BRACPRAT) 86 larvehuidjes Viervlek (LIBEQUAD) 406 larvehuidjes Vroege glazenmaker (AESHISOS) 72 larvehuidjes Grote keizerlibel (ANAXIMPE) 588 larvehuidjes Opmerkingen : - De Grote keizerlibellen hebben gewacht tot het mooi weer werd. Het was 2 weken slecht weer en toen kwam de afgelopen week met sub-tropische temperaturen. Normaliter sluipen ze veel uit vanaf half mei, maar dit jaar was dat pas vanaf 26 mei. Op 31 mei was de grote uitsluipdag met 395 larvehuidjes op 1 dag. - De Vroege glazenmaker heeft nu een uitsluipaantal van 72 stuks op 1 plasje. - De koeien eten helaas graag lisdodde. Th. van Trigt, De Zilk. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Gevlekte witsnuitlibel Leucorrhinia pectoralis in Leiderdorp, ZH Zondag 1 juni 2003 was stralend, een uitgelezen dag om libellen te observeren. Dus naar wat leuke plekken in de buurt van mijn woonplaats Leiden, onder meer naar de Houtkamp in Leiderdorp. Daar is ook een heemtuin waar ik het afgelopen seizoen o.m. een enkele Vuurjuffers Pyrrhosoma nymphula zag, en waar een populatie Vroege glazenmakers Aeshna isoceles en Glassnijders Brachytron pratense zit. Vlak bij deze tuin is een klein open plasje, 20 m in doorsnee, met een aangrenzend met sigaren begroeid stuk. Ook hier Aeshna isoceles, enkele Brachytron (waarschijnlijk uit de heemtuin), enkele Viervlekken Libellula quadrimaculata en ruim 30 exuviae van Grote keizerlibel Anax imperator (waarvan één onderste boven). Er vloog ook iets zwarts, wat ik in eerste instantie niet goed onderscheiden, maar wat later zag ik duidelijk de witte snuit, en een grote citroengele vlek op het abdomen, caudaal van wat rode tekening. Een duidelijk territoriale Gevlekte witsnuitlibel Leucorrhinia pectoralis, die het zo nu en dan aan de stok had met één van de Aeshna's. Het dier ging voortdurend op een pijlkruidblad zitten, ver van de oever verwijderd, en een enkele keer op een van de sigaren aan de rand van het open water. Toen ik later terugkwam zag ik het dier niet meer, waarschijnlijk betreft het een zwerver. De dichtstbijzijnde populatie is denk ik Kortenhoef, waar we een tijd terug met Philip Corbet waren, of heeft de soort zich weer in de Zuid-Hollandse duinplasjes gevestigd? Gert Jan van Pelt ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Vroege Vuurlibel bij Cuijk Op vrijdag 30 mei trof ik bij "de Kleine Vilt", tussen Cuijk en Boxmeer (191,411), een mannetje Vuurlibel (CROCERYT) aan. Een zeer vroege waarneming (volgens de atlas stond het record op 19 juni), maar de oranje vleugelvlekken en het rode gezicht sluiten andere soorten uit. Mogelijk een exemplaar uit warmere oorden die onder invloed van het goede weer naar ons is gekomen? Het individu bezette een territorium en verdedigde dat fel tegen de aanwezige oeverlibellen, viervlekken en een keizerlibel. De Kleine Vilt ligt geheel omzoomd door (broek)bos en riet, behalve aan de kant waar het individu is aangetroffen. Daar bestaat de oever uit een weiland met een rand Liesgras, Gewone waterbies, Geknikte vossestaart en andere 'natte grassen'. Ik meen me te herinneren dat de Vilt maximaal 1 - 1,5m diep is. Rob van de Haterd ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Rivierrombouten GOMPFLAV bij Woudrichem Op 6 juni een poging gedaan rivierombouten (GOMPFLAV) te zien bij Woudrichem (en met succes). Achter camping "de Mosterdpot" aan de Merwede bij Woudrichem tenminste 8 rivierombouten (GOMPFLAV). In Woudrichem nabij het voetveer naar Slot Loevestein weidebeekjuffers (CALOSPLE) en zeer veel blauwe breedscheenjuffers (PLATTPENN). In de Avelingen tussen Gorinchem en Boven-Hardinxveld een goed aantal bruine korenbouten (LIBEFLAV) en vroege glazenmakers (AESHISOS) Groeten, Martijn Hammers en Allart Kooiman m.hammers_at_12move.nl +++++++++++++++++++++++++++++++++ DIVERSE ZWERVENDE HEIDELIBELLEN +++++++++++++++++++++++++++++++++ Waarneming van een populatie Zwervende heidelibel SYMPFONS Op 1-6-2003 heb ik met Harry Linckens een vlinder- en libelleninventarisatie uitgevoerd op de Oelemars bij Losser (267-476). Dit is een grote zandafgraving in aanbouw die gedeeltelijk al natuurlijk is afgewerkt. Bij de inventarisatie viel als eerste libel een vuurrood ex. op. Bij determinatie met de verrekijker bleek de libel een vuurrood achterlichaam te hebben, zwarte poten met een fijne gele streep, rood voorhoofd en blauwe ogen aan de onderzijde. De vleugels hadden een zweem van een gele basisvlek en hadden rode voorrandader(s). De pterostigma waren helder geel met voor en achter een zwarte ader. Via de geraadpleegde libellengids kwamen we uit op Zwervende heidelibel. Bij de inventarisatieronde kwamen we in totaal uit op 8 losse mannetjes met hier en daar territoriaal gedrag, waarbij ze elkaar verjoegen van een boven het water uitstekend takje en een vliegend tandem. De meeste libellen zaten op kaal zand, zonder vegetatie. Het terrein is helaas niet toegankelijk zonder vergunning, maar enkele Zwervende heidelibellen zijn te zien vanuit de vrij toegankelijke vogelobservatiehut de Oelemars langs de Grensweg tussem Losser en Overdinkel. Ben Hulsebos Losser ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Tijdens het libellenmonitoren op 4-6-03 had ik bij een natuurontwikkeling project bij Voorthuizen (gem: Barneveld) 10 zwervendeheidelibellen SYMP FONS. Vorigjaar had ik hier ook zwervende heidelibellen (toen max 6 ex). Het gebied is gelegen op de Amersfoort coördinaten 167 / 467. Het gebied is een grote plas met een omtrek van 300 meter en heeft nog geen oeverbegroeiing. Veel groeten Hans Raaijmakers Raaijmakers157_at_zonnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Op 29 mei (hemelvaartsdag) zagen (en fotografeerden) Robert Ketelaar, Bernard Oosterbaan en Richard Witte twee prachtige exemplaren van de Zwervende heidelibel (SYMPFONS) op de Krieghuusbeltenvijver (217,8-493,3) (gelegen tussen Raalte en Heino). Verder vlogen hier bruine korenbout (LIBEFULV), platbuik (LIBEDEPR), viervlek (LIBEQUAD), gewone oeverlibel (ORTHCANC) (zowel uitsluipend als een eitjes afzettend vrouwtje) vuurjuffer (PYRRNYMF), smaragdlibel (CORDAENE), breedscheenjuffer (PLATPENN), lantaarntje (ISCHELEG) en watersnuffel (ENALCYAT). Daarnaast werden in de naast de plas staande wilgen eisporen van de houtpantserjuffer (LESTVIRI) gevonden. ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Bruine korenbouten LIBEFULV nabij Gorinchem Maanmdag 2 juni even in "de Avelingen" nabij Gorinchem een rondje gelopen om te kijken of de jaarlijks aanwezige bruine korenbouten (LIBEFULV) weer aanwezig waren. Dit was inderdaad het geval, tenminste 3 mannetjes en 5 vrouwtjes bruine korenbout vlogen daar rond. Ook in dit gebied 1 weidebeekjuffer (CALOSPLE)en tientallen grote roodoogjuffers (ERYTNAJA) Martijn Hammers Hardinxveld-Giessendam m.hammers_at_12move.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Tijdens het monitoren van libellen dook er op de laatste rondes op meer plekken Maanwaterjuffers COEN LUNU op. Op een aantal routes was dat een nieuwe soort dit jaar. Ook had ik op eerste ronde in mei veel maanwaterjuffers op Kootwijkerveen te Nieuwmilliggen en op de Gerritsfles te Radio Kootwijk. Veel groeten Hans Raaijmakers Raaijmakers157_at_zonnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Reactie op Kootwijkerveen (LN 03:15) Het is leuk te horen over locaties waar je eerder hebt waargenomen. In het kader van een NJN-inventarisatie heb ik in 1987/1988 het Kootwijkerveen meerdere malen bezocht. Destijds al een mooi gebied. Wat dat betreft mag je jaloers zijn op Hans Raaijmakers dat hij hier mag lopen. Wat ik aan zijn verhaal mis is een ecologische beschrijving. In het NJN-verslag van destijds staan de volgende 15 soorten genoemd: LEST DRYA, LEST SPON, LEST VIRI, ISCH ELEG, PYRR NYMP, ENAL CYAT, COEN LUNU, COEN PUEL, AESH JUNC, LIBE DEPR, LIBE QUAD, SYMP DANA, SYMP SANG, LEUC DUBI, LEUC RUBI. De aantallen van deze soorten zijn geschat volgens een oplopende klassegrootte. Wat me nu aan mijn eigen waarnemingen opvalt is dat ik destijds geen AESH SPEC heb staan, een gevolg van het kwijtraken van het notitieboekje. Vaag staat mij AESH MIXT en AESH CYAN nog bij. Ook SOMA META heb ik niet staan terwijl mij de waarneming van een mooie zomeravond nog wel bijstaat; een exemplaar dat telkens door een wolk van muggen vloog en duidelijk bezig was met fourageren. Opvallende waarnemingen van Hans zijn natuurlijk de beide beekjuffers. Dit zijn zwervers van elders die bovenop het droge deel van de stuwwal niet voorkomen. Overigens heb ik bij de Ruetbron (± 5km verderop) destijds ook zwervende CALO SPLE aangetroffen. Verschil met nu en toen is dat Hans (op de monitoringroute) weinig LEST DRYA telt. Destijds vloog LEST SPON : LEST DRYA in de verhouding ± 3:1. Overigens had ik toen maar weinig LEST VIRI terwijl er tegenwoordig veel meer worden geteld. Dit zou duiden op een verbossing van het veen of het moet zijn dat juist hierlangs de route is gelegd. COEN LUNU heb ik weinig geteld en mogelijk onderschat. Leuke juffertjes die nu worden gevonden zijn CERI TENE, SYMP FUSC en LEST BARB. De eerste vloog destijds wel op de Asselse heide (± 3km verderop) in lage aantallen. De huidige waarnemigen geven aan dat het Kootwijkerveen een leuke ontwikkeling doormaakt. Wat ook opvalt zijn de beide roodoogjuffers. Op de gehele Oost-Veluwe kwam ik ERYT NAJA destijds maar weinig tegen en niet bij het Kootwijkerveen, ERYT VIRI was nog niet aan zijn opmars begonnen. ANAX IMPE was destijds een soort die niet algemeen voorkwam maar toch op de Oost Veluwe bij de leukere watertjes altijd wel met een enkel exemplaar was te vinden. De huidige aantallen langs de monitoringroute geven aan dat de soort met een grote populatie aanwezig is. AESH ISOS is destijds op de gehele Oost Veluwe niet waargenomen. Ook nu moet het een zwerver zijn van elders, waarschijnlijk het IJsseldal. De waarneming van LEUC PECT vind ik interessant. Bij de Ruetbron had ik ooit een LEUC met grote gele vlekken, maar ik heb hem destijds niet uitgebreid kunnen bestuderen en durfde er geen LEUC PECT van te maken. Dat de soort nu toch bij het Kootwijkerveen is waargenomen is leuk, maar met deze lage aantallen zou ik in de omgeving op zoek gaan naar meer. De hoofdpopulatie zou wel eens elders kunnen liggen, bijvoorbeeld de Ruetbron of de Loofles (177.5-463.8), toen ook een erg leuk ven. Overigens heb ik in 2001 toen ik over de Asselse heide tourde een LEUC gezien met blauwe waas over het achterlijf. Aan uitspraken hierover waag ik mij niet. Eind tachtiger jaren vloog LEUC DUBI overal op de Oost Veluwe in hogere aantallen dan LEUC RUBI. Bij 4 van de 24 onderzochte watertjes kwam LEUC RUBI voor en bij 8 van de 24 LEUC DUBI. Alleen bij het Kootwijkerveen vlogen LEUC DUBI : LEUC RUBI in de verhouding ± 4:3 wat mogelijk aangeeft dat LEUC RUBI ook toen al met een opmars bezig was en LEUC DUBI met een neergang. Met vriendelijke groet, Bas van de Wetering Lestesdryas_at_zonnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Aardige waarnemingen uit de noordhollandse PWN-duinen va 3 juni: in het infiltratiegebied zo'n 15 Vroege glazenmakers ( AESHISOS ), en dat is veel voor dit gebied. Verder een man Zwervende heidelibel ( SYMPFONS ) en bij de IJsbaan van Bakkum een late Bruine winterjuffer ( SYMPFUSC ) en een mannetje Gevlekte witsnuitlibel ( LEUCPECT ). Al jaren wordt hier zelden meer dan één mannetje waargenomen. Hier waren ook de eerste Gewone pantserjuffers LESTSPON ) aanwezig en die kunnen verwarrend veel op Houtpantserjuffers lijken! Erg groen en met een nog helemaal lichtgekleurd pterostigma. Groet, Harm Niesen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Waarneming uit Leiden. Vaak vind je libellen als je ernaar op zoek gaat, soms vind je ze op volstrekt onverwachte momenten. Zo kon ik donderdag 29 mei genieten van een prachtige Vroege Glazenmaker AESH ISOS die zich tegoed deed aan van alles en nog wat in het plantsoentje achter mijn huis. Gezien de ligging aan de rand van het centrum van Leiden niet echt een biotoop waar je zoiets zou verwachten. Teus Luijendijk Potgieterlaan 8 H Leiden ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ En de enige waarneming die ik deed deze week waren 3 patrouillerende Vroege glazenmakers AESHISOS en een man Gewone oeverlibel ORTHCANC langs een sloot vlakbij mijn werk, namelijk langs het Erasmuspark in Amsterdam. Remco Hofland ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws 03:17 Zaterdag 7 juni 2003