Libellennieuws 03:xx Zondag 10 augustus 2003 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, Net terug van vakantie weet ik even niet welke LN dit is, en naar mijn beste weten is Menno nu op vakantie – vandaar geen nummer. Wel heb ik alweer enige kopij ontvangen, hoewel het goed kan zijn dat deze kopij al in een eerder nummer is verschenen en deze zending dus dubbelop is. Even improviseren dus – ik hoor van jullie wel welk nummer dit had moeten zijn. Voor iedereen die kopij instuurt het verzoek om het stuk zo op te stellen als ware het gericht aan alle lezers. Verder verzoek ik u om zowel de Nederlandse naam als de shortname (bestaand uit de eerste vier letters van de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) van de waargenomen soorten te vermelden. Ook een zo duidelijk mogelijke geografische plaatsaanduiding (bijv. Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) wordt op prijs gesteld. Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als altijd – weer - naar remcohofland_at_hetnet.nl. Hartelijke groeten, Remco Hofland Oegstgeest remcohofland_at_hetnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ OPNIEUW VONDST VAN BANDHEIDELIBEL SYMPPEDE IN OVERIJSSEL Tijdens inventarisatiewerkzaamheden op 22 juli j.l. in Noordoost Overijssel op het retentiegebied Noord- en Zuid-Meene, meende ik in een flits een bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum) boven een bloemrijke berm langs een sloot te zien vliegen. Gezien echter het feit dat de dichtstbij gevestigde populaties van de soort langs de Soestwetering in Zuid-Salland en nabij Dalfsen voorkomen, begon ik toch licht twijfelen of ik het wel goed gezien had. Die twijfel veranderde echter snel in verbazing toen er bij vrijwel iedere stap door de berm bandheidelibellen opvlogen. Na 50 meter van de ruim 500 meter berm waren er 32 dieren geteld. De kans was dus groot dat ook langs de overige sloten bandheidelibellen aanwezig zouden zijn. De volgende dag op 23 juli was ik om 7.00 uur in het gebied aanwezig in de hoop om er uitsluipende exemplaren te zien zouden zijn en er larvenhuidjes konden worden verzameld. Er werd echter die ochtend geen enkel uitsluipend exemplaar meer waargenomen. Wel vond ik twee huidjes, waarvan ik echter niet zeker ben of deze van de bandheidelibel zijn. Deze zijn inmiddels voor determinatie aangeboden bij De Vlinderstichting. Gedurende de rest van de ochtend en een deel van de middag is ruim driekwart van de watergangen in het gebied geïnventariseerd en bleef de teller staan op ruim 221 bandheidelibellen. Tijdens de inventarisatie werd geen enkel vers uitgeslopen exemplaar gezien maar werden wel meerdere copula waargenomen. In ogenschouw genomen dat een klein deel van het gebied niet is geïnventariseerd, mag worden aangenomen dat de populatie heidelibellen in de Noord- en Zuid-Meene zeker 250 tot 300 exemplaren groot is. Naast de bandheidelibel werden meerdere pioniersoorten als tengere grasjuffer (Ischnura pumilio), bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus) en icarusblauwtje (Polyomatus icarus) aangetroffen. Tenslotte nog een korte uiteenzetting van het gebied. Het retentiegebied Noord- en Zuid-Meene is in opdracht van Waterschap Velt en Vecht in juni 2002 gereed gekomen met als doel te dienen als waterberging bij extreem hoge waterstanden van de Overijsselse Vecht. De Noord-Meene bestaat grotendeels uit akkerland en Zuid-Meene uit weidegebied en wordt doorsneden door Rijksweg 34 Zwolle – Emmen. Bij de aanleg is terdege rekening gehouden met natuurvriendelijke aspecten in de vorm van natuurvriendelijk aangelegde sloten met brede, glooiende oevers en min of meer natuurlijke overgangen van stilstaand naar stromend water. De lagere delen van de oevers zijn relatief leemrijk en is de zandkorrelgrootte er zeer divers. Op veel plaatsen is sprake van instroom van ondiepe kwel. Ook is het maaibeleid aangepast aan de eerdergenoemde doelstelling. Dat betekent dat de berm en steile oever langs de weg tot op de waterlijn een zeer gevarieerde vegetatie bezit en het glooiende deel van de oever aan de andere zijde overgaat in ordinair maïsland. De stromende sloten herbergen relatief veel Bermpjes (Nemachilus barbatula), een vissoort die hoge eisen aan de waterkwaliteit stelt. Het waarnemen van deze soort en de wijze van inrichting van het gebied bracht mij in het najaar van 2002 op de gedachte dat, als de bandheidelibel zich ooit in Noordoost Overijssel zou vestigen, het in dit gebied zou zijn. Vlinder- en Libellenwerkgroep Noordoost Overijssel Egbert Pullen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hoi, Op 13 juli ter plaatse van de libellenmonitoringsroute Ingendael had ik een vrouwtje bosbeekjuffer CALO VIRGO langs het bronbeekje Strabeek in hok 184,2-320,1. Mogelijk is dit een zwerver, het is verder alleen de weidebeekjuffer CALO SPLE die je hier ziet (tientallen), hoewel een zeer kleine populatie in de buurt van deze locatie mogelijk. In 2002 had ik ook al eens een vrouwtje gezien langs de Geul in Ingendael. Dit jaar in tegenstelling tot 2002 geen enkele tengere grasjuffer ISCH PUMI of zuidelijke oeverlibel ORTH BRUN, mogelijk omdat de Strabeek grotendeels is dichtgegroeid en de pioniersituatie afwezig is. Wel zat op 13 juli in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 een tengere grasjuffer. Ook zeker de moeite van het vermelden waard is een pas uitgeslopen zwarte heidelibel SYMNP DANA, wellicht vanwege de verzuring van de plassen vindt deze soort hier zijn stek. Het is de eerste keer dat ik deze soort hier zie, had de soort hier niet echt verwacht (Brunsummerheide is toch nog ver weg hiervandaan). Verder hier een aantal zwervende pantserjuffers LEST BARB. Marcel Bonder ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Omstreken Winterswijk: 19 soorten Maandag 14 juli, geen enkel wolkje, helder zicht, zomers warm. Drie ontoegankelijke gebieden in de buurt van Winterswijk bezocht. Eerst een verzoekje: vermeld in je berichtje aan deze lijst als een gebied niet toegankelijk is, dat voorkomt mislukte bezoekjes door anderen. Dan weet je of je speciale dingen moet doen als je ergens toch heen wilt. Probeer ook met die mooie nieuwe inventarisatie-atlas die de meesten wel gehad zullen hebben, de coördinaten met 1 of 2 decimalen te geven. Eerste ontoegankelijk gebied: de oostelijkste steengroeve van de vier groeves bij Winterswijk. We hadden geluk dat er mensen aan het werk waren, die heb ik gevraagd of ik er toch even in mocht.Doel geslaagd: mooie opnames van zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN. Een drie of vier territoriale mannetjes tegelijk, territorium ongeveer tien meter. Geregeld paringen en eileg. Deze groeve kan af en toe met Staatsbosexcursies bezocht worden, na afspraak dus. De groeves die nog in gebruik zijn zijn de eerste zaterdag van de maand te bezoeken. Overige soorten: tengere grasjuffer ISCHPUMI, lantaarntje ISCHELEG, watersnuffel ENALCYAT, zwarte heidelibel SYMPDANA, gewone oeverlibel ORTHCANC, viervlek LIBEQUAD, grote keizerlibel ANAXIMPE en één mannetje vuurlibel CROCERYT. Om Winterswijk heenfietsend kruisten we een paar riviertjes. Dat leverde weidebeekjuffer CALOSPLE en blauwe breedscheenjuffer PLATPENN op. In het Korenburgerveen (niet toegankelijke deel) lukte het niet om late speerwaterjuffers te vinden. Wel zaten er azuurwaterjuffer COENPUEL, watersnuffel ENALCYAT, lantaarntje ISCHELEG, gewone pantserjuffer LESTSPON, koraaljuffer CERITENE, viervlek LIBEQUAD, blauwe glazenmaker AESHCYAN, grote keizerlibel ANAXIMPE, platbuik LIBEDEPR, gewone oeverlibel ORTHCANC, bloedrode heidelibel SYMPSANG, en een lekker late smaragdlibel CORDAENE op (territoriaal mannetje, erg donker, ging vlak voor m'n neus zitten om de tangen te showen). In het Vragenderveen (helemaal niet toegankelijk), het was al wat laat, zat alleen viervlek LIBEQUAD en een nogal late vuurjuffer PYRRNYMP. Daarmee kwam het aantal soorten van de dag op 19, niet onaardig. Verder kan ik mede delen dat mijn rechterbeen dit jaar de consistentie van laag- en hoogveen met elkaar heeft vergeleken. Een paar maanden geleden zakte ik in de Weerribben door de kragge, laars helemaal vol drab enzo. Vandaag wilde ik naast een pad in het Vragenderveen het hoogveen bekijken, ik struikelde over een graspol, stapte op het mospakket maar dat hield mij natuurlijk niet. Weer tachtig centimeter diep. Mijn conclusie is wel: je kunt beter door de kragge zakken. Weia Reinboud ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Vroege glazenmakers AESHISOS in Den Helder In het natuurontwikkelingsgebied Mariendal in Den Helder vond Klaas Kaag op 27 mei acht Vroege glazenmakers AESHISOS bij diverse poelen. Het gebied heeft een beetje laagvenig karakter en ligt achter de duinen. Mariendal krijgt water aangevoerd vanuit de duinen, waardoor er vrijwel altijd een behoorlijk waterniveau is. In de periode 1999 -2001 is het gebied regelmatig de libellenfauna geïnventariseerd. AESHISOS is toen nooit waargenomen. Tijdens mijn korte vakantie in deze regio ben ik een aantal keer ter plekke gaan kijken. Op 6 juli vond ik twee mannetjes AESHISOS die zich territoriaal gedroegen. Geen voortplanting kunnen waarnemen. Enkele dagen later op 9 juli was bij dezelfde poel 1 exemplaar AESHISOS aanwezig. Kennelijk zijn deze zwervers van plan wat langer in het gebied te blijven. In het verleden heb ik AESHISOS een aantal keren in het Zwanenwater waargenomen. Het gaat hier vermoedelijk om kleine populaties. Dit jaar heb ik de soort daar niet gezien, vermoedelijk ook door de droogte. Misschien wordt AESHISOS in de Noordkop een regelmatig waar te nemen soort? René Manger ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Zwervende heidelibellen SYMPFONS in de Grafelijkheidsduinen (Den Helder) Op 10 juli in de Grafelijkheidsduinen bij Den Helder (110-550) op libellenspeurtocht geweest. Het waterniveau van de poelen was een stuk lager dan ik gewend was in de periode 1999-2001. Wat ook opviel was het ontbreken van de Zwervende pantserjuffer LESTBARB. In voornoemde jaren vloog deze soort al in het gebied rond. Verder nog even in het gebied m'n oude route gelopen. Veel meer dan andere jaren trof ik Zwervende heidelibellen SYMPFONS aan. Op 400 meter 10 mannetjes SYMPFONS inplaats van een enkele. De soort zit heel lokaal bij de Harmplas. Dit is een groot duinmeer met kale oevers. In het noorden van het gebied vond ik in het verleden bij één locatie ook meestal SYMPFONS. Dit is eveneens een redelijk grote duinplas. Door de droogte was het waterpeil in de plas enorm gedaald en was voor ongeveer 50% drooggevallen. Er bevonden zich dan ook nauwelijks libellen, ook geen SYMPFONS. LESTSPON en ISCHELEG waren in de Grafelijkheidsduinen overigens als vanouds de dominant aanwezige soorten. René Manger ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Vrijdag 11 juli heb ik samen met Stephen Poley 2 Gevlekte glanslibellen in de Plateaux, NB gezien, waarvan 1 op echt op de grens met België, soms in Nederland, zijn territorium had. Martin Edelman ++++++++ VERZOEK ++++++++ Beste mensen, tijdens het zoeken naar libellen kom ik veel sprinkhanen tegen, die ik ook fotografeer. Ik heb gemerkt dat de determinaties erg lastig zijn, zelfs met behulp van de sprinkhanen/krekelsatlas. Is er een expert, die de foto's eens wil bekijken en op naam brengen, ik kan ze gewoon per mail sturen. Bij voorbaat dank, reacties naar: grekoo_at_tiscali.nl . ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws (LN) wordt gecompileerd in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (NVL) De NVL heeft als doel: het stimuleren van de studie naar en de bescherming van libellen. Vier maal per jaar geeft de NVL een Nieuwsbrief uit. Daarnaast verschijnt er tweemaal per jaar het blad Brachytron met artikelen over ecologie, gedrag en levenswijze van libellen, wetenschappelijke mededelingen en boekbesprekingen. Wilt u lid worden van de NVL? Dat kost slechts € 13,-- per jaar en voor jongeren tot 25 jaar € 7,--. Ieder nieuw lid ontvangt een speciale editie (in kleur) van de Brachytron met daarin artikelen over goede libellengebieden in Nederland. Voor meer info of een folder meel naar nvl_at_vlinderstichting.nl . ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws 03:xx Zondag 10 augustus 2003