Libellennieuws 03:01
Vrijdag 7 februari 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Noordse winterjuffer (SYMPPAED) in Noord-Holland
Op 24 oktober 2002 vond ik op mijn erf een juffertje dat in het water dreef.
Leek dood, maar dat was schijn. Mee naar binnen genomen om te determineren.
Na enige tijd vloog hij heel rustig in de kamer.Het bleek een noordse
winterjuffer te zijn, een mannetje. Weer buiten gezet.
Atlas: 14.54.24 (Zijdewind, ten zuidoosten van Schagen, NH), dus zeer ver
van huidig bekend verspreidingsgebied.
Hans Pieterse, Zijdewind
Libellennieuws 03:02
Zaterdag 1 maart 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellenvrienden, groot nieuws...
Op vrijdag 28 februari 2003 is in de Driessenpolder (Lendevallei), Wolvega,
Friesland de eerste Noordse winterjuffer van dit jaar gespot door Wytze van
Kammen. Het beest was actief en vloog op de bekende stripjes. Hiermee is het
libellenseizoen 2003 definitief losgebarsten!!!
Fri(e)sse voorjaarsgroet aan allen,
Peter
E.P. de Boer
Fauna i.h.b Entomologie
afdeling Planning & Onderzoek It Fryske Gea
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Eerste Noordse winterjuffers (SYMPPAED) in De Weerribben (NW Overijssel)
Vrijdag 28 februari 2003 togen Karin Uilhoorn, Robert Ketelaar en
ondergetekende naar de Weerribben. In het Woldlakebos werden tussen 13.00 -
14.00 uur 9 noordse winterjuffers (SYMPPAED) gezien. Meteen bij het eerste
bospad was het al raak. De juffers zaten op de paden vlak langs de
zonovergoten bosrand. Bij benadering vlogen ze meteen op en verdwenen in het
bos. Opvallend daarbij was hoe snel ze in het niets leken te verdwijnen.
Tussen het dorre gras en de kale bomen vind je ze niet terug. Een enkeling
vloog hoog (3 à 4 meter) in een berk. Tegen een berkentwijg in de zon valt
zo'n juffer in het geheel niet op. Bij het petgat in de Schut en Grafkampen
(onderzoeksgebied) troffen we er tussen 14.30 - 16.30 uur nog meer. Zeker 12
exemplaren. Ook daar bleken ze veelal op de grond of laag in de bosrand te
zitten. Een enkel ex. werd gezien in het bos of vlak langs de waterkant.
De juffers waren zeer levendig en alert. Zowel in het Woldlakebos als bij
het petgat lag er op veel plaatsen nog ijs! De temperatuur op luwe plaatsen
in de zon was echter al circa 14 à 15 grC.
We zaten zonder jas in de boot terwijl je er een week geleden nog op het ijs
kon lopen.
Als je wilt gaan zoeken: Het Woldlakebos 196/532 is makkelijk per fiets of
auto te bereiken. Langs de zuidkant van het bos loopt de Ir. Luteijnweg.
Vanaf die weg kun je het bos in via een pad langs de woldlakesloot. Zoek
langs de bosranden die pal op de zon liggen.
Evert Ruiter
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Resultaten onderzoek aan Noordse winterjuffer (SYMPPAED). December 2002 -
februari 2003
Na de vondst van 3 overwinterende noordse winterjuffers op 18 nov.2002 (LN
2.46) werd op 6 december 2002 deze plaats weer bezocht.
Het was een zeer koude dag met een schrale oostenwind en temperatuur rond
het vriespunt. Twee van de drie juffers werden terug gevonden. Ze waren
echter moeilijk te vinden omdat ze inmiddels veel lager (10 cm boven de
grond) waren gaan zitten of van plaats waren veranderd. Van zo'n verhuizing
mochten we getuige zijn. De juffer die dat (vanwege het koudere weer??) had
besloten, kroop achterwaarts van de pijpestrootje-halm naar beneden,
vervolgens een stukje over de grond en daarna, dieper in de pol, weer enkele
centimeters naar boven. Alles in very slow motion! Daar zaten we met onze
neus bovenop. De verhuizing duurde al met al wel 30 minuten.
Tijdens de vorstperiode die volgde kon geen bezoekje worden gebracht. Rond
kerst regende het vele dagen aaneen en in januari begon het weer te vriezen
en te sneeuwen. Op 9 januari 2003 werd de locatie (lopend over het ijs) weer
bezocht, maar de pollen waren ingesneeuwd en de juffers waren niet te
vinden. Ook op 31 januari waren de pollen nog steeds met een laagje sneeuw
bedekt en bleken de juffers onvindbaar. Op 21 februari wilden we kooien
plaatsen over de pollen om zodoende de (ontwakende) winterjuffers niet aan
ons te laten ontsnappen. Het ijs bleek echter niet betrouwbaar genoeg.
Vanwege de zonnige weersomstandigheden en een temperatuur van tefgen de 10
grC.werd een bezoek gebracht aan het Woldlakebos, daar werden, ondanks
intensief speurwerk van enkele uren, nog geen winterjuffers gevonden. Ook op
23 februari is daar gezocht. Wederom tevergeefs. Tussen 24 en 28 februari
was het stralend weer, met als gevolg dat er op 28 februari veel
winterjuffers werden gezien. Het is aannemelijk dat ze al wel eerder actief
zijn geworden.
Namens de deelnemers aan het paedisca project,
Evert Ruiter
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:02
Zaterdag 1 maart 2003
Libellennieuws 03:03
Woensdag 12 maart 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:03
Woensdag 12 maart 2003
Libellennieuws 03:04
Donderdag 27 maart 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Eerste (gemelde) Bruine winterjuffer -waarneming van 2003
Eus van der Burg had zaterdag 15 maart 2003 de primeur van de eerste Bruine
winterjuffer SYMPFUSC van dit jaar. Hij vond deze, een vrouwtje, nabij
Koudekerk, Zuid-Holland op dezelfde plaats als waar hij deze soort vorig
jaar voor het eerst aantrof. Waarschijnlijk hetzelfde vrouwtje werd ook
zondag 16 maart 2003 hier aangetroffen. Op andere data werden echter geen
exemplaren gezien.
Eus, pers med. RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Nog geen Vuurjuffers PYRRNYMP
Geinspireerd door de warme dagen van de afgelopen week deed Eus van der Burg
vandaag, 27 maart 2003, een poging om Vuurjuffers te vinden op de bekende
plek langs de Kromme Rade nabij Hilversum in Noord-Holland. Dit bleek
echter, ondanks intensief zoeken, nog niet mogelijk.
Een baltsende Havik, zingende Fitissen en een drietal mannetjes Ringslang
die een fors vrouwtje langdurig belaagden waren de troostprijzen.
Eus, pers. med. RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:04
Donderdag 27 maart 2003
Libellennieuws 03:05
Zondag 30 maart 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Noordse winterjuffer (SYMPPAED) in De Wieden
Op vrijdag 28 maart vonden Jos Hooymeijer, Ronald Messemaker en
ondergetekende 2 noordse winterjuffers (SYMPPAED) in de omgeving van de
Otterskooi (De Wieden). Het is voor het eerst dat deze soort in De Wieden
wordt aangetroffen. De Otterskooi ligt hemelsbreed slechts 4.5 km verwijderd
van het Woldlakebos (ZO deel van De Weerribben), dus het lag in de lijn der
verwachting dat de soort op termijn ook wel in De Wieden zou opduiken.
Intensief speurwerk in de afgelopen jaren leverde tot nu toe nooit iets op.
Ze blijken er dus wel te zitten en geschikt voortplantingsbiotoop is
ruimschoots aanwezig. De verwachtingen zijn hoog gespannen...
Op deze prachtige middag zagen we verder 2 gehakkelde aurelia's, 1
citroenvlinder mann., 3 dagpauwogen, enkele kleine vossen en een klein
koolwitje. Verder al weer heel wat schrijvertjes en schaatsenrijders op het
water, diverse soorten hommels, zweefvliegen en bijen op bloeiende wilg,
kwakende heikikkers en daarbij op veel plaatsen baltsende watersnippen. Om
maar wat te noemen!
Evert Ruiter
Libellennieuws 03:07
Maandag 21 april 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Voortplanting van bruine winterjuffer SYMPFUSC in het Kootwijkerveen
Zondag 13 april waren Jan-Luc van Eyk, Robert Ketelaar en Mark Zekhuis op
het Kootwijkerveen op de Veluwe. We vonden aan de westkant van het veen
ongeveer 8 tandems en 5 losse dieren van de bruine winterjuffer SYMPFUSC.
Langs de noordrand van het gebied nog eens twee tandems en 5 losse dieren.
Voor zover ik weet is dit het grootste aantal bruine winterjuffers dat ooit
op de Veluwe is aangetroffen. Wie weet gaat de Veluwe dus toch Brabant
achterna, want het lijkt erop dat de bruine winterjuffer zich definitief op
de Veluwe heeft gevestigd. Ter plaatse nog geen noordse witsnuiten LEUCRUBI
of vuurjuffers PYRRNYMP.
Robert Ketelaar
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Bruine winterjuffers in Castricum, NH
Het heeft wat moeite gekost, in de duinplasjes van Bergen, Noord-Holland kon
ik ondanks het fraaie weer nog geen libel vinden. Maar op 17 april dan toch
twee territorium-houdende mannetjes bruine winterjuffer ( SYMPFUSC ) op de
onvolprezen ijsbaan van Bakkum, Castricum. Vandaag in Duin en Kruidberg geen
juffertjes maar wel veel vlinders, waaronder een jacobsvlindertje, vijf
mannelijke oranjetippen en een kakelverse kleine parelmoervlinder.
Groet,
Harm Niessen
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De eerste Glassnijders BRACPRAT
Vrijdag 18 april vond eus van der Burg de eerste Glassnijder van dit
voorjaar, en wel een vrouwtje in De Haeck, Nieuwkoop, Zuid-Holland. Deze
werd gevolgd door een mannetje dat zich liet bewonderen in Archeon, Alphen
aan den Rijn, Zuid-Holland, op zondag 20 april.
RH, pers med Eus vd Burg
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De eerste Maanwaterjuffer COENLUNU en Viervlek LIBEQUAD
Maandag 21 april wordt door Eus vd Burg doorgebracht op de Gerritsflesch
nabij Radio Kootwijk, Veluwe, Gelderland. Van Noordse witsnuiten LEUCRUBI
nog geen spoor, maar wel aanwezig zijn een man Maanwaterjuffer COENLUNU,
twee Viervlekken LIBEQUAD en (tot 12 uur) 2 tandems en een man Bruine
Winterjuffer.
RH, pers med Eus vd Burg
PS Vroegste data volgens Wasscher & Bos (2002) zijn 20 april voor
Maanwaterjuffer en 21 april voor Viervlek.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De eerste Vuurjuffers PYRRNYMP
Vuurjuffer in het Utrechtse
Dinsdag 15 april liep ik (voor het eerst dit jaar) mijn vlinderroute
in de Gagelpolder, een laagveengebiedje met moerasheide ten noorden
van de stad Utrecht. Langs een sloot vloog uit de oevervegetatie een
uitgekleurd mannetje vuurjuffer PYRRNYMP op, mijn eerste dit jaar.
Marian Peterse
++++++++++++++++++++++++++++++
In een laagveengebied vlakbij Utrecht zagen we woensdag 16
april onze eerste drie vuurjuffers (PYRRNYMP). Het is een gemiddelde
datum voor dit gebied, waar we al vele jaren komen. Blijkbaar hebben
de overdosis zon en de overdosis kou elkaar in evenwicht gehouden.
Weia Reinboud
++++++++++++++++++++++++++++++
Zuid-Holland...
Ondanks diverse speurtochten van Eus van der Burg was het toch Bertus de
Lange die op woensdag 16 april de eerste twee (gemelde) Zuidhollandse
Vuurjuffers wist te vinden, in De Haeck nabij Nieuwkoop. Eus had er vrijdag
18 april alweer enkele 10-tallen....
RH, pers med Bertus de Lange
++++++++++++++++++++++++++++++
En vuurjuffer in Noord-Holland (nou ja, het Gooi)
Donderdag 17 april zag ik bij een van de vijvers op het landgoed
Boekesteyn ('s-Graveland) een verse vuurjuffer PYRRNYMP op- en
voorbijvliegen. Na wat speuren ontdekte ik zijn/haar larvenhuidje op
een jonge rietstengel. Het bleef bij die ene vuurjuffer (en een
gezellig klupje groene kikkers, plus mijn eerste bont zandoogje).
Tieneke de Groot
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Donderdag 17 april werden er circa 20 Noordse winterjuffers SYMPPAED
aangetroffen in het Kuinderbos, Friesland.
RH, pers med Bertus de Lange
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beste mensen,
In het weekend van 12-13 april was ik met de Herpetologische en
Limnologische Werkgroep (wat zoiets als reptielen, amfibieën en
zoetwaterbeestjes werkgroep
betekent) van de jeugdbonden in Grenspark De Zoom/Kalmthout (provincies
Noord-Brabant en Antwerpen, België).
Hierbij had ik het geluk m'n eerste libellen van het seizoen te zien, nl.
Bruine winterjuffers (SYMPFUSC). Voor zover het kaartje t/m 2000 in de atlas
up-to-date is, lijkt het een forse uitbreiding. De dichtbijzijnde
Nederlandse waarnemingen zijn ten oosten van Tilburg of in de duinen van
Zuid-Hollandse / Zeeuwse eilanden.
Nog even de exacte vindplaatsen:
Kleine meer, Huijbergen 83.4-381.0 ong. 10 mn, 3 tandems (hier ook o.a.
kamsalamander).
Grote meer: 84.5-380.5 ong. 3 exemplaren (hier ook gewoon doorntje).
Poel tussen militair vliegveld en Moerkantse baan: 83.6-385.8, mintens 5
exemplaren.
groeten,
Matthijs Courbois
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Berichtje uit Engeland
Here in Britain we had a very sunny March, which tempted out at least one
exceptionally early Brachytron pratense (Glassnijder), but otherwise the
dragonfly season hasn't really started yet.
Adrian Parr per Macel Wasscher
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:07
Maandag 21 april 2003
Libellennieuws 03:08
Dinsdag 22 april 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Rondje Hatertse en Overasseltse vennen
Op 21 april ondanks de horden dagjesmensen in het vooruiticht toch maar
even de buitenlucht in gegaan. Het bleek een goede keus te zijn, Bij de
Hatertse en overasseltse vennen lieten zich zien: 2 mannetjes Bruine
winterjuffer (SYMPFUSC), meerdere uitgekleurde venwitsnuitlibellen
(LEUCDUBI),
1 vers uitgeslopen mannetje Noordse Witsnuit (LEUCRUBI), tientallen
vuurjuffers
(PYRRNYMP), en honderden vers uitgeslopen, maar ook volledig uitgekleurde
Maanwaterjuffers (COENLUNU). Daarbij nog 1 waarneming van een onbekende
soort,
groot beest en groen, het zou een Glassnijder (BRACPRAT) kunnen zijn
geweest,
maar het biotoop lijkt me niet erg geschikt voor deze soort.
Joost Vogels en Annelies Pustjens
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Eerste maanwaterjuffer COENLUNU in Drenthe
Op 21 april bij het Lunsveen in het Drouwenerveld in Drenthe mijn eerste
libellenwaarnemingen van dit jaar. Een mannetje Noordse witsnuit (LEUCRUBI)
en een vers vrouwtje maanwaterjuffer (COENLUNU). Deze laatste dus op
dezelfde datum als de Gelderse waarneming van Eus van der Burg (Bos&Wasscher
20 april). Gerard Abbingh vond op 18 april bij het vlakbijgelegen
Meindertsveen reeds een LEUCRUBI.
René Manger
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zwervende heidelibel Sympetrum fonscolombii in Leiden
Op maandag 21april 2003 zag ik vanuit een roeibootje op de Rijn in Leiden
(AC 93.3-463.5)
een Sympetrum fonscolombii voorbij vliegen. Het was een geelbruin individu
met grijze
ogen. Voorzover ik kan nagaan is dit veruit de vroegste waarneming tot nu
toe.
(bos & wasscher 2002 -> 13 mei, eis-bestand -> 14 mei)
groeten, Arjan Stroo
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Smaragdlibellen en Variabele waterjuffers bij Kromme Rade
Ook de eerste Smaragdlibellen CORDAENE zijn reeds gesignaleerd: het betreft
hier een aantal kakelverse exemplaren waargenomen aan de Kromme Rade nabij
Hilversum, Noord-Holland, op maandag 21 april. Hier ook al vele Variabele
waterjuffers COENPULC - net als de Viervlek is voor deze soort de uiterste
waarnemingsdatum met een dag vervroegd (Bos & Wasscher 2002). Waarnemer: Eus
van der Burg.
RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Bruine winterjuffers (SYMPFUSC) IJsbaan Castricum
Niet veel maar ze zijn er toch, bruine winterjuffers op de ijsbaan van
Castricum. Op 16 april 5 exx. en 21 april 3 eiafzettende tandems. Verder
speuren naar libellen bij diverse watertjes in het Noord-Hollands
Duinreservaat leverde nog niets op.
Groet,
Arnold Wijker
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:08
Dinsdag 22 april 2003
Libellennieuws 03:09
Donderdag 24 april 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De eerste Platbuik LIBEDEPR, Azuurwaterjuffer COENPUEL en Grote
Roodoogjuffer ERYTNAJA
Op het vers gegraven ven langs het Banisveld, zuidelijke Kampina bij Boxtel,
Brabant vond Eus in de broeiende warmte vandaag bovengenoemde soorten.
Verder veel Vuurjuffers PYRRNYMP, enkele Viervlekken LIBEQUAD en kakelverse
Lantaarntjes ISCHELEG.
Door Bert en Riet van Rijsewijk werd op hetzelfde ven een man Bruine
winterjuffer SYMPFUSC waargenomen vandaag, deze kon Eus niet vinden. Bert en
Riet hadden overigens afgelopen zondag, 20 april, op de Kampina een
Rouwmantel NYMPANTI ! Overigens niet de eerste die gemeld wordt dit
voorjaar.
Ook leuk: Groentjes CALLRUBI, een Gehakkelde Aurelia POLYCALB, veel
Landkaartjes ARASLEVA en Oranjetipjes ANTHCARD.
Bij de Huisvennen op de noordelijke Kampina werden ondanks uitvoerig
speurwerk geen witsnuiten aangetroffen.
Voor alledrie de soorten uit de kop is dit een vervroeging: Bos & Wasscher
(2002) noemt voor Grote Roodoogjuffer als vroegste datum 27 april, voor
Azuurwaterjuffer 26 april en voor Platbuik 28 april.
Waarnemer: Eus van der Burg, pers med RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi,
Ik had op 23 april 16 Bruine winterjuffers (SYMPFUSC), 2 vuurjuffers
(PYRRNYMP) en mijn eerste lantaarntje (ISCHELEG) op de voormalige vuilstort
van Landgraaf in kilometerhok 199-327 in Zuid Limburg.
Marcel Bonder
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beste allemaal,
Mijn broertje, Niels Bot, was afgelopen maandag 21 april op de Strijbeekse
Heide. Hij zag daar 4 viervlekken (LIBEQUAD) en 1 glassnijder (BRACPRAT).
Groeten!
Sander Bot
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:09
Donderdag 24 april 2003
Libellennieuws 03:10
Dinsdag 29 april 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
BEEKROMBOUTEN (GOMPVULG) WEER OP GANG
Op maandag 28/04/03 fietste ik om 18.30 uur nog even langs de Beerze op de
Kampina (148-397). Tien minuten zoektijd leverde 1 vers uitgeslopen
Beekrombout (GOMPVULG) en 13 larvehuidjes van deze soort op. Naar mijn weten
de vroegste Nederlandse waarneming (Bos & Wasscher: 30 april). Hier ook 1
verse vuurjuffer (PYRRNYMP), de rest sliep denk ik al.
Eerder op de dag bezocht ik een mooi ruigteveld bij Oisterwijk
(143,4-398,8), waar 3 mannen Smaragdlibel (CORDAENE) en 2 mannen Noordse
witsnuitlibel (LEUCRUBI) aan het jagen waren tussen tientallen Vuurjuffers
(PYRRNYMP) en verse Watersnuffels (ENALCYAT).
Ook vlogen er 9 soorten dagvlinders over dit veld: de 3 witjes (PIERIS),
Oranjetip (ANTHCARD), Citroenvlinder (GONERHAM), Boomblauwtje (CELAARGI),
Dagpauwoog (INACIO), Kleine vos (AGLAURTI), Gehakkelde aurelia (POLYC-AL),
Landkaartje (ARASLEVA) en Bont zandoogje (PARAAEGE).
Tim Termaat
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Rottige Meente
Op zondag 20 april ben ik de Rottige Meente (Laagveen, Zuid Friesland) in
geweest en heb daar 3 vuurjuffers (PYRRNYMP) gezien en na veel speurwerk ook
nog een vrouwtje Smaragdlibel (CORDAENE). In de dagen ervoor al een paar
keer het gebied in geweest, maar helaas, niets.
Alfred van der Burgh
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi iedereen
Tijdens mijn monitorrout, 24 april zag ik bij het zuiveringsmoeras bij de
Joris v.d. Bergweg (naast Osdorper binnenpolder Zuid) een Glassnijder
BRACPRAT. Hier tegenover op "over de Rand" mijn eerste Lantaarntje ISCHELEG.
groetjes Trees Kaizer
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:10
Dinsdag 29 april 2003
Libellennieuws 03:11
Maandag 5 mei 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Gevlekte witsnuitlibellen ook aktief
Ook de gevlekte witsnuitlibellen (LEUCPECT) zijn inmiddels op de wiek.
Tijdens de monitoring van noordse winterjuffers (SYMPPAED) vonden we zo'n
tiental kakelverse gevlekte witsnuitlibellen. De meeste bevonden zich
traditie getrouw bij petgat groot erve, ook enkele bij 't jurries. Verder
waren er bijzonder veel smaragdlibellen (CORDAENE) en variabele waterjuffers
(COENPULC) actief. Ook enkele viervlekken (LIBEQUAD) en grote roodoogjuffers
(ENALCYAT). Kortom een vruchtbaar dagje.
Jaap Bouwman
Danielle Winter
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beekrombouten beginnen ook bij de Buurserbeek te komen.
Op 4 mei liep ik met mijn broer J.J. langs de Buurserbeek ter hoogte van de
Harrevelderschans (249/463) en vond, terwijl J.J. zijn LYCATITY-route aldaar
liep, met ca. 20 minuten zoeken 5 larvenhuidjes (5 stuks op ca. 300 meter),
alsmede een verse uitsluiper van de Beekrombout (GOMPVULG).
Gezien het aantal dat eerdere jaren langs deze beek gevonden kon worden (op
sommige stukken gemiddeld 1 a 2 larvenhuidjes per meter oever) is dit nog
erg laag. Maar ze beginnen ook hier weer te komen dus.
Op Buurserzand 1 ex. (waarschijnlijk meer) van andere RL-soort:
Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI).
Vlinders (RL) langs de beek: Bont dikkopje (CARTPALA), Bruine vuurvlinder
(LYCATITY). Verder o.a. Hooibeestje (COENPAMP) en Groentje (CALLRUBI).
J.A.N. Gerard
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Uitsluipende smaragdlibellen (CORDAENE) rond zonsondergang
Op 30 april bezocht ik tussen 19.00 en 21.00 uur De Tichelgaten bij
Windesheim. Dit natuurreservaat (voormalige kleiputten) ligt langs de IJssel
ten zuiden van Zwolle.
Daar trof ik op diverse plaatsen tientallen (zeker meer dan 50) vers
uitgeslopen smaragdlibellen (CORDAENE). Veel exemplaren zaten nog op of vlak
naast het larvenhuidje en waren nog maar net uitgeslopen. Ook zag ik net uit
het water gekropen larven. Veel exemplaren zaten in kleine groepjes bijeen,
soms meer dan 6 meter van de oever in ruigte of lage struiken. Op die
plaatsen was de oever ongeschikt. Bij meer geschikte (open) overs zaten ze
pal aan de waterkant op gele lis of oude rietstengels. Ik vond slechts één
mismaakt exemplaar. Verder zag ik enkele exemplaren met gevouwen vleugels
aan de onderzijde van meidoorntakken hangend op circa 2.5 meter hoogte.
Andere libellensoorten die ik vond waren variabele waterjuffer (COENPULC) en
lantaarntje (ISCHELEG). Van de variabele waterjuffer nam ik ook vers
uitgeslopen exemplaren waar. Op gele lis op of naast het larvenhuidje.
De ochtend van 30 april was in deze regio warm en vrij benauwd met veel
bewolking. Vanaf 13.00 uur tot 16.00 uur heeft het geregend. Daarna bleef
het bewolkt en steeg de temperatuur niet boven de 14 graden. Rond 20.30 uur
ging de zon onder en bescheen kortstondig de omgeving.
Tot nu toe zag ik zulke grote aantallen uitsluipende smaragdlibellen alleen
(vroeg) in de morgen. Nooit eerder laat in de middag of 's avonds tegen
zonsondergang.
Wel heb ik ooit een smaragdlibel 's nachts (ruim voor zonsopgang) zien
jagen.
Evert Ruiter, Zwolle
Libellennieuws 03:13
Zondag 18 mei 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Bruinewinterjuffer SYMP FUSC waarnemingen op de Midden-Veluwe
Hierbij geef ik een lijstje van Bruinewinterjuffer SYMP FUSC waarnemingen op
de 1e telronden tijdens het libellenmonitoren op de midden veluwe.
Gebied / aantal / plaats / atlasblok
Gerritsfles 1 exemplaar Radio Kootwijk 33-31
Kootwijkerveen 10 exemplaren Nieuw milliggen 33-21
Oldenallerzuid 2 exemplaren Putten 32-16
Watergraafmeer 1 exemplaar Garderen 32-28
Er zijn dit jaar dus ook op de Veluwe meer Bruinewinterjuffers SYMP FUSC
waargenomen.
Verder zaten er op de Gerritsfles en Kootwijkerveen veel Maanwaterjuffers
COENLUNU
tijdens de eerste ronde.
Veel Groeten
Hans Raaijmakers
Libellennieuws 03:14
Donderdag 22 mei 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Spectaculaire toename beekrombout (GOMPVULG) langs Overijsselse Vecht in
2003
In en rond het weekend van 10 en 11 mei zijn door Libellenwerkgroep
Overijssel de Vecht en de Regge grondig onderzocht op het voorkomen van de
beekrombout (GOMPVULG).
Vorig jaar werd de beekrombout tijdens een soortgerichte excursie voor het
eerst langs de gehele Vecht aangetroffen. Daarvoor was (vanaf 1997) de soort
alleen bekend langs de Vecht van de grens met Duitsland tot aan Gramsbergen.
Dat is slechts enkele kilometers. De verbeterde waterkwaliteit, de sterk
toenemende aantallen weidebeekjuffers (CALOSPLE), breedscheenjuffers
(PLATPENN) en de terugkeer van kritische vissoorten waren reden om aan te
nemen dat de beekrombout op termijn zou volgen. In 2002 was het dus zover
(zie LN 02.15). Langs de Regge werd in 2002 de soort niet aangetroffen, maar
toen werd slechts op enkele locaties gericht naar huidjes gezocht.
Tijdens de grootscheepse telling van 2003 zijn langs Vecht en Regge ruim 40
locaties bezocht. Per locatie is over een lengte van gemiddeld 50 meter de
oever afgezocht op larvenhuidjes of imago's. Langs de Regge werd de
beekrombout (nog) niet gesignaleerd. Deze rivier vertoond nog steeds te
grote schommelingen in zuurstofgehalte en de bodem is veel minder zanderig
dan die van de Vecht. De aantallen weidebeekjuffers en breedscheenjuffers
liggen er ook aanmerkelijk lager.
Voor wat betreft de Vecht is er in 2003 een verbluffende toename
geconstateerd van zeker 50% t.o.v. de gevonden aantallen in 2002. Dat is
goed nieuws.
Van de grens tot aan Ommen liggen de aantallen het hoogst (soms wel meer dan
50 exuviae per locatie). Van Ommen tot aan de monding in het Zwarte Water
bij Zwolle nemen de aantallen af. Op 30 april werd door Egbert Pullen bij
Gramsbergen al een vers vrouwtje aangetroffen en dezelfde waarnemer zag op 7
mei al een eerste copula! Uitsluipende exemplaren werden waargenomen tot
21.00 uur.
Over de telling, de aantallen, etc. zal in één van de volgende NVL
nieuwsbrieven meer worden gepubliceerd.
Medewerkers aan de telling: Nicole Vervoort, Petra Schep, Eveline Broos, Bé
van der Wal, Bas Klaver, Victor Mensing, Leo Winter, Egbert Pullen, Peter
Los, Vincent Martens en ondergetekende.
Evert Ruiter, Libellenwerkgroep Overijssel
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Een bericht uit de Amsterdamse Waterleidingduinen, NH
In 2003 doe ik onder andere een voortplantingsonderzoek in 1 plas op het
Eiland van Rolvers.
Het resultaat tot nu toe ( 19 mei ) is :
Vuurjuffer (PYRRNYMP) 13 larvehuidjes
Glassnijder (BRACPRAT) 64 larvehuidjes
Viervlek (LIBEQUAD) 239 larvehuidjes
Vroege glazenmaker (AESHISOS) 22 larvehuidjes
De bedoeling is in de loop der jaren inzicht te krijgen in het verloop van
de voortplanting op 1 enkele plas. Welke factoren beinvloeden de
voortplanting ? Waarom zulke verschillen in aantallen per jaar en per soort
? Kan natuurbeheer een goede invloed hebben op de gang van
voortplantingszaken ? Wat valt er per jaar op ? Dit soort zaken komen aan
bod en kunnen hopelijk beantwoord worden in de
toekomst.
In 2003 merk ik de volgende zaken op :
1. de libellen zijn later dan vorig jaar. De vuurjuffer enkele dagen.
2. geen flab in de plassen. In 2002 werden de plassen bedolven onder flab.
3. het kan een goed jaar worden voor de Viervlek.
4. het weer is veel te stormachtig en regenachtig voor het uitsluipen.
Th. van Trigt, De Zilk.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellen De Wieden, OV
Op vrijdag 16 mei hebben we in De Wieden (Ov.) gezocht naar de Donkere
waterjuffer COENARMA. Helaas hebben we deze soort (nog!) niet gevonden. Wel
troffen we op twee nieuwe locaties solitaire Noordse winterjuffers SYMPPAED
aan. Tot op heden is voortplanting van deze soort echter nog niet
vastgesteld in De Wieden maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Verder
vlogen er o.a. enkele tientallen Gevlekte witsnuiten LEUCPECT, waaronder
enkele tandems, 3 Vroege glazenmakers AESHISOC, 2 Bruine korenbouten
LIBEFULV, tientallen Glassnijders BRACPRAT en Smaragdlibellen CORDAENE.
Peter de Boer, Tom Jager en Jos Hooijmeijer
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Een dagje Buurserbeek, OV
Vrijdag 16 mei 2003 gingen we, Emile Voogel, Miep Voogel en Thijs van Trigt
op reis naar Overijssel, want daar op de grens met Gelderland en Duitsland
ligt de Buurserbeek. Het was stralend weer en we konden de auto dichtbij
parkeren, langs de weg van Haaksbergen naar Buurse.
We gingen op zoek naar de Beekrombout (GOMPVULG), die hier zou moeten
vliegen. Na ongeveer 50 meter vanaf de brug zagen we er enkele hangen in het
gras langs deze mooie beek. De larvehuidjes hingen er vlakbij. De juvenielen
begonnen al te vliegen richting het hoger gelegen struweel. In totaal hebben
we 20 juvenielen van de Beekrombout (GOMPVULG) gezien en 45 larvehuidjes
verzameld.
Voorts hebben we de volgende libellensoorten waargenomen :
325 x Weidebeekjuffer (CALOSPLE), 150 x Azuurwaterjuffer (COENPUEL), 2 x
Watersnuffel (ENALCYAT), 46 x Vuurjuffer (PYRRNYMP), 1 x Platbuik
(LIBEDEPR), 3 x Viervlek (LIBEQUAD) en
3 x Noordse witsnuitlibel (LEUCRUBI).
Naast de libellen hebben we ook wat vlinders gezien :
125 x Oranjetip, 14 x Landkaartje, 22 x Citroenvlinder, 4 x Boomblauwtje,
8 x Hooibeestje, 5 x Vuurvlindertje, 2 x Gammavlindertje, 4 x Bont
zandoogje.
Ook hoorden we de Wielewaal, de Groene specht, de Grote bonte specht en de
Tuinfluiter.
Thijs van Trigt
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hagmolenbeek, Buurserbeek, Bommelasvennen, Harrevelderschans
Zondag 18 mei zijn Marion Geerink en ondergetekende op zoek gegaan naar de
beekrombout. Op de weg naar de Buurserbeek zijn we eerst uitgestapt bij de
Hagmolenbeek omdat ik daar in 1999 de larve van de plasrombout heb
aangetroffen, om precies te zijn uiterst benedenstrooms net voordat de
hagmolenbeek het twenthekanaal in stroomt. In de Hagmolenbeek nabij Beckum
(coordinaten 246,85/470,05) troffen we de volgende libellen aan:
* Weidebeekjuffers (CALOSPLE) mannetjes en vrouwtjes, tientallen.
* Lantaarntje (ISCHELEG) 3 mannetjes
* Glassnijder (BRACPRAT) twee mannetjes.
* Vuurjuffers (PYRRNYMP) mannetjes en vrouwtjes, tevens tandems, tientallen.
Tevens zagen we op deze plek landkaartjes (ARASLEVA ) en een citroenvlinder
(GONERHAM) vele dansene volwassen haften en schietmotten.
Daarna zijn we doorgereden naar de Bommelasvennen. Omdat het meest
noordelijke ven (252,30/465,32) in ons meetnet (Waterschap Regge en Dinkel)
zit hebben we daar ook even gespeurd naar libellen.De volgende libellen
hebben we daar aangetroffen:
* Watersnuffel (ENALCYAT) mannetjes, enkele exemplaren.
* Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI) mannetjes en vrouwtjes, enkele exemplaren.
* Viervlek (LIBEQUAD) vrouwtje, eiafzettend op het water.
Verder troffen we nog een groentje (CALLRUBI) aan.
Uiteindelijk zijn we bij de Buurserbeek beland. Nabij het natuurgebied
Harrevelderschans (249,85/463,18) hebben we de volgende libellen
aangetroffen:
* Weidebeekjuffers (CALOSPLE), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel exemplaren.
* Vuurjuffers (PYRRNYMP), mannetjes en vrouwtjes, tandems, tientallen
exemplaren.
* Azuurwaterjuffers (COENPUEL), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel
exemplaren.
* Lantaarntje (ISCHELEG), mannetjes, enkele exemplaren.
* Beekrombout (GOMPVULG) net uitgeslopen vrouwtje, tevens vele
larvenhuidjes.
Daarnaast hebben we ook de volgende vlinders gezien:
* Icarusblauwtje ( POLYICAR )
* Bont dikkopje ( CARTPALA )
* Oranjetipje (ANTHCART)
* Landkaartjes (ARASLEVA)
* Klein geaderd witje (PIERNAPI)
In het natuurgebied naast de Buurserbeek (Harrevelderschans) hebben we nog
een gevlekte witsnuitlibel (LEUCPECT) gezien. Dit was een vrouwtje.
In een naburige sloot zijn we nog op zoek geweest naar de speerwaterjuffer
(COENHAST). Deze juffer hebben we helaas niet gevonden aldaar. Wel vlogen er
veel vuurjuffers en een smaragdlibel (CORDAENA), waarschijnlijk een
mannetje.
Eveline Broos
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi allemaal, Groote Heide in Heeze, NB
Op 16 mei jongstleden zag ik mijn eerste gewone oeverlibellen (ORTHCANC) van
dit jaar, op de Groote Heide in Heeze. Verder onder meer ook 7 mannetjes van
mijn favouriete Coenagrion: de maanwaterjuffer (COENLUNU), enkele
smaragdlibellen (CORDAENE), enkele glassnijders (BRACPRAT) en honderden
venwitsnuitlibellen (LEUCDUBI). Al deze libellen trokken overigens ook de
aandacht van een paartje hongerige boomvalken!
Uit de larvenhuidjes kon ik opmaken dat er ook weer grote keizerlibellen
moeten zijn, maar die lieten zich helaas niet zien. In het water verder ook
diverse volgroeide larven van de tangpantserjuffer (LESTDRYA), dus die kan
ook ieder moment verschijnen.
Tijdens een bliksembezoekje aan de bekende speerwaterjufferlocatie in Waalre
op 17 mei kon ik mijn eerste speerwaterjuffer (COENHAST) van het jaar
vaststellen, een piepjong mannetje bij zijn larvenhuidje. Verder in het
water ook 1 larve van deze zeldzame soort tussen de vele larven van de
azuurwaterjuffer (COENPUEL) en de vele jonge amerikaanse hondsvisjes... niet
zo'n fijn gezelschap dus!
grtjs,
Tim Faasen
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Lesbos, Griekenland en Archeon, Alphen aan den Rijn..
1) Hoorde van Eus dat hij op Lesbos Gompus Schneideri heeft (terug)
gevonden. Lopau maakt melding van slechts 1 onzekere waarneming van
schneideri/vulgatissimus. Ik kon vorig jaar geen enkele Gompus vinden
ondanks twee weken intensief zoeken (wel 33 andere taxa), maar echt
verbazingwekkend is natuurlijk de vondst van Eus niet. Hij kijkt immers 10
maal beter dan wij allen denk ik.
2) Op vrijdag 16 mei j.l., vond ik tijdens een grondige inventarisatie de
volgende soorten op het Archeon terrein, te Alphen aan den Rijn.
Variabele Waterjuffer COENPULC >1000 exx.
Lantaarntje ISCHELEG ca. 600 exx.
Grote Roodoogjuffer ERYTNAJA ca. 150 exx.
Kleine Roodoogjuffer ERYTVIRI 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar.
Watersnuffel ENALLCYAT ca. 25 exx.
Vuurjuffer PYRRNYMP 2 mannetjes
Glassnijder BRACPRATE 12 exx (4 mannetjes, 8 vrouwtjes)
Vroege Glazenmaker AESHISOC 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar.
Gewone Oeverlibel ORTHCANC vers uitgeslopen vrouwtje, eerste van dit jaar
aldaar.
Viervlek LIBELQUAD ca. 25-30 exx, wo 2 prenubila
vr.gr.
Peter de Knijff
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Grote keizerlibel langs Breskens, Zeeuws-Vlaanderen
Vrijdag 16 mei vloog er omstreeks 3 uur een grote keizerlibel (ANAXIMPE)
voorbij de (vogel)telpost Breskens in Zeeuws Vlaanderen. Het betrof een
vrouwtje, die een rondje om de post vloog en daarna richtin het oosten
vloog. In mijn ogen is dit een zeer vroege waarneming, aangezien in de
veldgids 31 mei als vroegste datum wordt gegeven. De wind kwam op dat moment
uit het zuidoosten en er trokken ook vlinders langs, waaronder veel
distelvlinders en een grote zwarte vlinder met een rode baan op de
ondervleugel. Ik denk dat de keizerlibel vanuit Frankrijk naar Nederland is
gezorven hoewel er niet echt een zuidelijk windstroom was. Misschien dat de
keizerlibellen in Frankrijk wat vroege uitsluipen? Weet iemand hier iets
van?
Wouter Halfwerk
NB Bos en Wasscher (2002, 3e druk) noemt 9 mei als vroegste datum, RH.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi, Eerste Houtpantserjuffer
Afgelopen 13 mei zag ik samen met Matty Berg een Houtpantserjuffer
(LESTVIRI) bij de Hortus van de Vrije Universiteit Amsterdam (25-44-35
linksboven).
Errug vroeg of zijn er al meer waarnemingen?
Groeten,
Merijn van Leeuwen
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Waarneming uit Meijendel, Wassenaar ZH
Tijdens een wandeling in het duingebied van Meijendel op 18 mei trof ik een
drietal Glassnijders BRACPRAT
aan, een soort die ik eigenlijk alleen kende van de laagveengebieden. De
libellen vlogen rond bij een uitkijkduin (vermoedelijke
Amersfoortcoordinaten 082.2 460.5).
Teus Luijendijk
Leiden
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Dag allemaal,
In het weekeinde van 17/18 mei zijn we een paar dagen in de polder
Turfzakken geweest. Dat is een schitterende plas-dras polder midden in de
Brabantse Biesboch. We hadden naast glassnijders BRACPRAT en een grote
roodoogjuffer ERYTNAJA ook een uitsluipend vrouwtje oeverlibel ORTHCANC.
Leek ons wel vroeg. De eerste dit jaar?
Groeten,
Lenze Hofstee, Gerard Verwoerd, Femkje Sierdsma, Marjolein Drok, Rob Gordijn
en Sander Bot
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:14
Donderdag 22 mei 2003
Libellennieuws 03:15
Vrijdag 30 mei 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Tengere Grasjuffers ISCHPUMI tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee, NH
Tot nog toe waren er slechts enkele sporadische waarnemingen in de
Noordhollandse duinen. Maar op 26 mei 2003 bleken ze zich toch eindelijk
echt gevestigd te hebben, de Tengere Grasjuffers ( ISCH PUMI ) in de
PWN-duinen tussen Bergen en Egmond. In het enkele jaren oude
natuurontwikkelingsproject Het Nieuwe Land ( 103.6, 517.0 ), op slechts
enkele honderden meters afstand van de zee, zijn veel kwelbeekjes met
inmiddels voldoende begroeiing. In korte tijd werden in de ochtend van 26
mei 38 exemplaren geteld: volwassen en zeer jonge, net uitgeslopen en
nauwelijks vliegvlugge exemplaren, mooie oranje jonge dames en zelfs een
oudere dame van de schaarse blauwe variëteit. Zonder twijfel hebben ze zich
hier voortgeplant en moeten ze dus vorig jaar ook al aanwezig geweest zijn.
Aanvulling op de mail van 26 mei:
Op 28 mei is verder gezocht naar Tengere Grasjuffers ( ISCH PUMI ) in de PWN
duinen. In het Nieuwe Land tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee veel meer
exemplaren dan 2 dagen eerder: naar schatting zeker 150. Waaronder een
paringswiel en zeker drie mooie blauwe vrouwen. Opmerkelijk was verder - ik
had het tenminste nooit eerder gezien - een paringswiel van de gewone
Oeverlibel ( ORTH CANC ) waarvan het mannetje nog geheel in vrouwelijk kleed
was. Dat hinderde hem kennelijk niet bij het paren. Zeer verwarrend gezicht.
De invasie van de Tengere Grasjuffer ( ISCH PUMI ) heeft ook de duinen ten
zuiden van Egmond aan Zee niet onberoerd gelaten. In het
natuurontwikkelingsgebiedje Soeckebacker ( 103.4 513.6 ) waren drie mannen
en een vers imago aanwezig.
Groet,
Harm Niessen
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellen monitoring op het Kootwijkerveen.
Sinds 1997 loop ik jaarlijks 3 libellenmonitoringroutes op het
Kootwijkerveen. Elk jaar tussen begin mei en begin september ga ik om de 2
weken de libellenroutes lopen. Aan het eind van het libellen seizoen gaat er
altijd een verslag met de resultaten naar de terrein eigenaar
Staatsbosbeheer en eén naar de Vlinderstichting. Daarnaast gaan er ook
formulieren van de Vlinderstichting na het libellenseizoen naar Robert
Ketelaar van de Vlinderstichting. Daarna gaan de formulieren naar het
Centraal bureau voor de statistiek. Met het monitoren is het de bedoeling
dat er een lange reeks van jaren wordt opgebouwd.
Op den duur kan ik de lokale trends gaan vergelijken met de landelijke
trends uit het libellen meetnet
Als men op een gebiedje vaker komt, 8 a 9 keer per jaar, dan wordt de
soortenlijst voor het gebied van zelf groter, zo zie ik in een jaar tussen
de 17 en 28 soorten. De totaallijst staat al op 36 libellensoorten op het
Kootwijkerveen, sinds 1997.
Het Kootwijkerveen is een groot heideven. Hieronder zie je een tabel met de
resultaten van de maximum aantallen van de 3 libellenroutes samen. Voorlopig
wordt het hoogste jaar aantal gebruikt als jaar index voor een libellen
soort. De maximum aantallen van de routes onderling en de resultaten per
telling liggen in het verslag waarvan eén exemplaar in de bibliotheek van de
Vlinderstichting ligt.
Maximum aantal van elk geteld jaar van libellen op het Kootwijkerveen van
alle drie de routes samen.
|
Soort |
1997 |
1998 |
1999 |
2000 |
2001 |
2002 |
|
Weidebeekjuffer |
0 |
0 |
1 |
0 |
0 |
0 |
|
Bosbeekjuffer |
1 |
0 |
1 |
0 |
0 |
0 |
|
Zwervende pantserjuffer |
0 |
0 |
0 |
0 |
8 |
0 |
|
Tangpantserjuffer |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 |
0 |
|
Gewone pantserjuffer |
399 |
110 |
190 |
790 |
950 |
1600 |
|
Tengere pantserjuffer |
2 |
2 |
1 |
14 |
26 |
15 |
|
Houtpantserjuffer |
91 |
0 |
6 |
27 |
13 |
53 |
|
Bruine winterjuffer |
3 |
0 |
0 |
0 |
0 |
1 |
|
Lantaarntje |
0 |
2 |
20 |
4 |
4 |
15 |
|
Vuurjuffer |
4 |
11 |
40 |
27 |
94 |
115 |
|
Maanwaterjuffer |
15 |
2 |
19 |
94 |
200 |
193 |
|
Watersnuffel |
250 |
45 |
246 |
650 |
750 |
2300 |
|
Azuurwaterjuffer |
120 |
48 |
157 |
127 |
275 |
95 |
|
Variabele waterjuffer |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 |
0 |
|
Koraaljuffer |
5 |
5 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Grote roodoogjuffer |
1 |
0 |
0 |
0 |
2 |
2 |
|
Kleine |
1 |
0 |
0 |
0 |
2 |
2 |
|
Zwarte heidlibel |
198 |
33 |
53 |
75 |
68 |
59 |
|
Geelvlekheidelibel |
1 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Bloedrode heidelibel |
6 |
0 |
3 |
0 |
2 |
2 |
|
Bruinrode |
1 |
0 |
0 |
2 |
0 |
0 |
|
Steenrode |
3 |
0 |
8 |
1 |
0 |
2 |
|
Vroege lazenmaker |
1 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Blauwe |
1 |
1 |
5 |
4 |
4 |
2 |
|
Bruine |
1 |
0 |
2 |
0 |
1 |
0 |
|
Venglazenmaker |
41 |
15 |
18 |
15 |
7 |
21 |
|
Paardenbijter |
2 |
0 |
2 |
3 |
0 |
3 |
|
Grote keizerlibel |
6 |
16 |
7 |
16 |
10 |
13 |
|
Smaragdlibel |
16 |
14 |
93 |
110 |
104 |
74 |
|
Metaalglanslibel |
5 |
2 |
2 |
0 |
0 |
1 |
|
Platbuik |
2 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Viervlek |
367 |
690 |
121 |
580 |
620 |
530 |
|
Gewone oeverlibel |
6 |
0 |
4 |
0 |
1 |
0 |
|
Gevlekte witsnuitlibel |
0 |
0 |
0 |
0 |
2 |
0 |
|
Venwitsnuitlibel |
4 |
33 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Noordse |
172 |
40 |
63 |
103 |
162 |
98 |
|
Jaar |
||||||
|
soorten |
28 |
17 |
23 |
18 |
24 |
22 |
Totaal 36 libellensoorten sinds het monitoren. Zo zie je, als je vaker een
gebied bezoekt een aantal jaren achtereen kun je meer soorten tegenkomen. De
verschillen van jaar tot jaar zijn veel groter dan met het monitoren van
broedvogels.
Beste mensen, ga ook eens een gebiedje monitoren! Een moerasplasje, een mooi
heideven of een andere waterpartij.
Ook interesse in libellen monitoren? Neem dan contact op met Robert Ketelaar
van de Vlinderstichting.
Groeten
Hans Raaijmakers
Libellennieuws 03:18
Maandag 9 juni 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zuidelijke keizerlibel ANAXPART op Blanckwater, Limburg
Maandag 9 juni 2003 brachten Paul Schrijvershof, Marijke de Roos en Eus van
der Burg
een bezoek aan diverse plekken in Noord-Limburg. De meest interessante plek
qua soorten-
aantallen en -diversiteit bleek het Blanckwater nabij Boukoul te zijn (Ac
202/358). Hier
werden oa aangetroffen een Zuidelijke keizerlibel ANAXPART die enkele malen
heen en weer vloog boven de Noordelijke plas, een plas van ca 100 x 200m. De
libel werd steeds verjaagd door Grote keizerlibellen ANAXIMPE en was dan
steeds lang weg.
Andere interessante soorten die op het Blanckwater werden aangetroffen,
waren enkele Beekoeverlibellen ORTHCOER, 2 Vroege glazenmakers AESHISOS, ca
10 Zwervende pantserjuffers LESTBARB, erg veel Tengere grasjuffers ISCHPUMI
en 2 Zwarte heidelibellen SYMPDANA. Ook werden enkele vers uitgeslopen
Bruinrode heidelibellen
SYMPSTRI aangetroffen.
Andere noemenswaardige waarnemingen betroffen 3 mannetjes en een
ei-afzettend vrouwtje Vuurlibel CROCERYT alsmede een voorbijvliegende Gewone
bronlibel CORDBOLT op het Haselaersbroek ten oosten van Echt en een mannetje
Zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN, ca 20 Beekoeverlibellen en een tandem
Plasrombout GOMPPULC langs de Roode Beek nabij Brunssum.
Pers.meded. Paul Schrijvershof, per RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Melding Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI
Dag allemaal,
Op 31 mei 2003 liep ik met mijn vriendin te wandelen over het plateau van
Margraten te Zuid-Limburg. We bevonden ons bij de Lampierdel, ac 186/315,
toen mijn oog op een langsscherende libel viel. In eerste instantie dacht ik
aan een een Aeshna of Brachytron. Het knalgroene borststuk en een blauw
achterlijf viel erg op. De libel bleef korte tijd in de buurt rondvliegen,
net lang genoeg om hem met mijn verrekijker enkele seconden te kunnen
volgen. Mijn conclusie was dat het geen Brachytron was aangezien er slechts
weinig zwart op het achterlijf te zien was. Het blauw overheerste zeer
duidelijk. Daarmee viel ook Aeshna mixta af. Het formaat duidde wel weer op
mixta of eventueel Brachytron. Ik spitte in mijn geheugen hoe Aeshna affinis
er ook al weer uit zag, ondertussen verdween de libel. Thuisgekomen heb ik
even in de literatuur geneust en kwam al snel tot de conclusie dat het een
mannetje affinis geweest moest zijn. De wel zeer vroege waarneming pleit
daar niet voor, maar de voorafgaande periode werd wel gekenmerkt door
zuidelijke winden.
Groeten, Erik Lam
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Dag allemaal,
Op zaterdag 7 juni een dag libellen gekeken bij Winterswijk, Twente:
Meddosche Veen (242.7-445.3)
-ong.20 Speerwaterjuffers (COENHAST) thv het vlonder.
-1 vrouwtje roodpootvalk overvliegend
Steegroeve van Winterswijk(250.4-442.8)
-zeker 20 Zuidelijke Oeverlibellen (ORTHBRUN)
We hebben alleen de noordelijke groeve bezocht. Op de 2 plasjes daar dus
volop Zuidelijke Oeverlibellen; verschillende tandems en ei afzettende
vrouwtjes. Mooi om te zien was dat als een vrouwetje ei afzette, er meestal
een mannetje vlak bij vloog om haar te beschermen.
-enkele Tengere Grasjuffers (ISCHPUMI)
Wooldsche Veen(248.8-436.4)
-Op de door de JNM in de vorige libellennieuws beschreven plek een
schitterend mannetje Hoorveenglanslibel! (SOMAARCT)
Groeten,
Eva vd Wetering, Johannes Regelink, Rob Gordijn en Sander Bot
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Leuke soorten voor de Krimpenerwaard
Afgelopen dagen zijn er een aantal leuke soorten gezien voor de
Krimpenerwaard.
Op donderdag 6 juni merkte Gerard Dekker (ZHL) tijdens maaiwerkzaamheden een
mannetje weidebeekjuffer (CALOSPLEN) op, omgeving vogelplas Middelblok,
langs de Gouderakse landscheiding nabij Gouderak. Zover bekend het eerste
geval voor de Krimpenerwaard.
Twee mannetjes Noordse witsnuitlibel(LEUCRUBI) werden 7 juni ondekt door
Dick Vuik in het EZH- Bos bij Krimpen a/d IJssel. Een van de mannetjes
verdedigde een klein territorium langs de waterkant. Iedere viervlek die het
waagde te dicht langs te vliegen werd onmiddelijk op felle wijze verjaagd.
Daarna keerde de witsnuit meestal weer terug naar de zelfde uitkijk plaats.
Vroege glazenmakers (AESHISOS) werden gezien op 28 mei 1 ex. en 7 juni 2
exx. in het EZH- Bos bij Krimpen a/d IJssel (Wil Hart, Paul Schrijvershof),
op 31 mei vloog een exemplaar rond op het eiland De Zaag bij Krimpen a/d Lek
(Dick Vuik, Rolf van Beek) en 4 juni vlogen 3 stuks boven de Stolwijkse
boezem te Gouderak (Cor Oskam, Marcel Schildwacht).
Paul Schrijvershof
Natuur en Vogelwerkgroep "De Krimpenerwaard"
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Gevlekte Witsnuitlibellen LEUCPECT in de Engbertsdijksvenen, Twente
Vrijdagavond 6 juni kreeg ik een telefoontje van Herman Hazelhorst
dat hij die dag een mannetje Gevlekte Witsnuitlibel (LEUCPECT) had gezien in
de
Engbertsdijksvenen (242-499). De volgende dag ben ik zelf op zoek gegaan en
kon in totaal 5 mannetjes Gevlekte Witsnuit waarnemen. Het is wel flink
zoeken
tussen de duizenden Noordse Witsnuiten (LEUCRUBI) die in het gebied vliegen.
De Gevlekte Witsnuiten zitten meer in de randzone van het gebied met iets
voedselrijker water (Pitrus). Tevens vloog hier een mannetje Vroege
Glazenmaker
(AESHISOS); toch ook een bijzondere waarneming.
Overige leuke waarnemingen dit weekend in de Engbertsdijksvenen:
Plasrombout (GOMPPULC), Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), grote uitsluip van
Koraaljuffer (CERITENE), Tangpantserjuffer (LESTDRYA) en Boomvalken (die
waarschijnlijk net die ene Hoogveenglanslibel hadden opgegeten).
Groet,
Alex Huizinga
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Tijdens het monitoren heb ik op de volgende lokaties Gevlekte witsnuiten
LEUC PECT gezien:
op "Leeuweriksweiland" in atlasblok 26-38 te Hulshorst en op Kootwijkerveen
in atlasbok 33-21 te Nieuw Milligen. Verder heb ik op alle 3 de
libellenrondes op Kootwijkerveen Bruine winterjuffers SYMP FUSC waargenomen.
Op de 3e ronde had ik over het algemeen ook veel meer witsnuiten dan op de
2e ronde overal.
Er zijn een aantal lokaties waar in meerdere jaren een Gevlekte witsnuit
LEUC PECT is waargenomen. Hier hoop ik een larvenhuid te vinden want dan heb
ik het bewijs dat er zich een kleine populatie gaat vestigen. Als je
monitort blijf je steeds nieuwe ontwikkelingen ondekken op libellen gebied.
Veel groeten,
Hans Raaijmakers
Libellennieuws 03:19
Zondag 15 juni 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Donkere waterjuffer (COENARMA) vliegt nog steeds
Zoals beschreven in de laatste NVL Nieuwsbrief (jrg. 7 no 2) waren veel
soorten dit jaar zeer vroeg op de wieken. De donkere waterjuffer (COENARMA)
breekt een ander record, hij vliegt nog even wat langer door. Op 6 juni trof
ik nog 18 mannetjes, 7 vrouwtjes en 4 tandems (eiafzetting op rietstengels).
Op 13 juni vlogen er nog 7 mannetjes, 4 vrouwtjes en 4 tandems. Laatste
datum B & W: 30 mei.
Zowel in 1999/2000/2001 als 2002 werden er geen juniwaarnemingen gedaan.
De eerste donkere waterjuffers werden dit jaar gezien op 8 mei. Dat waren
deels verse exemplaren en deels juffers van enkele dagen oud.
Naar verwachting zullen er ook volgende week nog wel juffers vliegen en zal
de vliegtijd voor Nederland opgerekt kunnen worden van begin mei tot midden
juni.
Dat komt meer overeen met de in de literatuur vermelde vliegtijden uit bv.
Duitsland.
Overigens vloog er op 13/6 ook nog een noordse winterjuffer (SYMPPAED)
mannetje. Geheel donkerbruin met blauwe ogen. Mijn laatste waarneming van
deze soort is 17 juni.
Verder op 13/6 een eerste zwarte heidelibel (SYMPDANA) en 4 gevlekte
glanslibellen (SOMAFLAV). Allen mannetjes.
In De Weerribben is het een zeer goed jaar voor bruine korenbout (LIBEFULV),
gevlekte witsnuit (LEUCPECT) en vroege glazenmaker (AESHISOS).
Evert Ruiter, Zwolle
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zuidelijke keizerlibel Anax parthenope bij Voorthuizen
Op 12-6 in natuurgebied bij Voorthuizen geweest. Hier vloog 1 mannetje
Anax Parthenope (zuidelijke keizerlibel) boven het plasje. Ik heb dit dier
niet
kunnen vangen ter bevestiging en uitsluiting Hemianax. Echter duidelijk
zichtbaar waren blauwe zadel en opvallende geheel (fel)groene ogen.
Omdat het dier steeds zelfde rondje vloog waren de kenmerken goed te zien
met verrekijker. De grootte was vergelijkbaar met grote keizerlibel
(ANAIMP). De combinatie van deze kenmerken sluiten volgens Askew (brits
standaardwerk europese libellen) de zadelllibel (HEMIEPI) uit.
Verder nog leuk aanwezig zwervende heidelibel (SYMFON) en uitsluipende
Zwervende pantserjuffer Lestes barbarus en Gewone pantserjuffer L. sponsa.
Afgelopen week zowel bij Echt (L) als Staverden (GLD) zwervende
heidelibellen (Sympfons) gezien. In omgeving Midden limburg (o.a. Echt) op
tal
van poelen vuurlibel (CROERY) normale verschijning geworden.
Peter Verbeek
NB Door Theo Admiraal en Remco Hofland kon op 14 juni door tijdgebrek
slechts een bezoekje worden gebracht aan de zandwinning ten westen van de
recreatieplas bij Voorthuizen (waarschijnlijk niet het door PV bedoelde
natuurgebied). Hier werden 3 a 4 mannetjes Zwervende heidelibel SYMPFONS
alsmede enkele Platbuiken LIBEDEPR en Gewone oeverlibellen ORTHCANC
aangetroffen op de zandpaden naast kleine door rupsbanden veroorzaakte
temporaire poeltjes. RH
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Vuurlibel (CROCERYT) in de Achterhoek (OV)
Op 7 juni zag ik bij De Leemputten (243,4-451,6) (tussen Groenlo en
Zwillbrocker Venn) een postende mannetje vuurlibel (CROCERYT). Hij liet zich
op 2,5 m met mijn 10x50 verrekijker haarscherp in beeld brengen een keerde
steeds naar zijn post terug. Hierdoor heb ik het dier ruim een kwartier goed
kunnen zien en was vangen niet noodzakelijk. Overduidelijk zichtbaar was de
grote oranje vlek aan de basis van de achtervleugel en kleinere vlek in de
voorvleugel. Het pterostigma was geel en zwart omaderd. Het achterlijf,
borstuk, ogen en voorhoofd waren vuurrood. Ook de poten waren rood van
kleur. Het achterlijf was afgeplat met iets lichtere vlekken aan de
zijkanten. Tesamen met mijn kennis tav de zeeuwse en limburgse exemplaren is
er geen twijfel over de determinatie.
Dit is voorzover mij bekend de eerste waarneming uit de Achterhoek en naast
een waarneming van op de Veluwe en op de grens van Overijssel/Drente de 3e
waarneming ten noorden van de grote rivieren.
Veel libellenplezier de komende warme dagen.
Richard Witte
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hallo allemaal,
wat waarnemingen van Rivierrombouten en Gevlekte Witsnuiten:
zaterdag 7 juni langs het pad naar het uitzichtspunt van het Jan vd Boschpad
bij de Oostvaardersplassen vier Glassnijders BRACPRAT, waaronder een
paringswiel. Verder hier één Viervlek LIBEQUAD, veel Platbuiken LIBEDEPR,
Gewone Oeli's ORTHCANC, Vroege Glazenmakers AESHISOS, Grote Keizerlibellen
ANAXIMPE....
maandag 9 juni op ongeveer 30 meter noordoever van de Waal bij Hulhuizen
(atlasblok 40-35-41 linksonder) vond ik drie Rivierrombouten GOMPFLAV en zes
huidjes: één van deze Rivierrombouten zat nog op z'n huidje.... verder hier
een mannetje Weidebeekjuffer CALOSPLE. Dick en Mathilde Groenendijk vonden
deze dag bij Dodewaard zes Rivierrombouten en zes huidjes....
dinsdag 10 juni ben ik samen met Dick naar het Kootwijkerveen geweest, wat
twee mannetjes Gevlekte Witsnuitlibel LEUCPECT opleverde aan de noordzijde
van het veen. Hier ook een mogelijk eiafettend vrouwtje, maar dat kon ook
nog een Noordse Witsnuit LEUCRUBI zijn, waarvan er ook flink wat rondvlogen.
Nog een paar Venwitsnuiten LEUCDUBI maakten het LEUCe lijstje compleet.
Verder hier minstens vijf Maanwaterjuffers COENLUNU, veel verse Gewone
Pantserjuffers LESTSPON. Ook erg leuk was een vrouwtje Adder en drie Bruine
Vuurvlinders LYCATITY.
Een nieuwe (regen)plas op de Hoog Buurloose Heide langs de weg tussen de
voormalige camping/Gerritsfles en de Braamberg leverde al heel wat
Platbuiken LIBEDEPR op, waaronder een paringswiel en eiafzettend vrouwtje.
Hier ook één Noordse Witsnuit LEUCRUBI, één Grote Keizerlibel ANAXIMPE en
één Gewone Pantserjuffer LESTSPONS.
Groeten, Rob van Bemmelen
Libellennieuws 03:20
Dinsdag 17 juni 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Nieuwe soort voor Nederland: Gaffelwaterjuffer COENSCIT
Op
Libellennieuws 03:21
Donderdag 19 juni 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
GAFFELWATERJUFFER (Coenagrion scitulum) bij Tegelen in Limburg (KLEIN MAAR
FIJN)
Op 16 juni nam ik het plan om een paar groeves te bezoeken bij Venlo waar ik
een paar jaar eerder ook al eens was geweest en die er potentievol uit zien.
De eerste groeve Jammerdaalse heide was nu helemaal als natuurgebied
ingericht en ik vermaakte me er prima met zo'n 16 soorten libellen waaronder
ongeveer 50 Kanaaaljuffers (Cercion lindenii) en een mannetje Beekrombout
(Gomphus vulgatissimus).
In de tweede groeve (Wambach, atlasblok 58-16-44, ten zuiden van Tegelen)
zat ik twee jaar geleden in het stof van huisvuil waar men de groeve mee aan
het vullen was, libellen te tellen. Maar zie, de groeve bestaat nog steeds:
mooie kwelplasjes in allerlei stadia van successie; grachten met kraakhelder
water en kleine kwelbeekjes.
Na enkele mannetjes Zwervende heidelibel (Sympetrum fonscolombii) en vele
Tengere grasjuffers (Ischnura pumilio) was mijn dag al geslaagd. Echter bij
een klein ondiep slootje viel mij een klein mannetje coenagrion op
(vergelijkbaar met pumilio) die een lantaarntje had met daarvoor relatief
veel zwart. Ik kreeg enige stressverschijnselen : het beestje bleef laag
boven het water vliegen, maar het geluk was met me en ik kon hem vangen,
waarna de stress alleen maar toenam.
Met de vertaling van de Duitse libellentabel kon ik alle harde kenmerken
controleren:
- segment 6 geheel zwart
- pterostigma is langer dan breed
- bovenste aanhangselen zijn langer dan de onderste en haakvormig naar
binnen gebogen.
(Kortom: de eerste Gaffelwaterjuffer voor Nederland)
OPROEP
Op dit moment vindt een enorme instroom van zuidelijk beesten plaats
(Atalanta, Distelvlinder, Luzernevlinder, Zwervende heidelibel, Stadsreus),
tenminste dat is mijn interpretatie. Dus ga zoeken bij ondiepe watertjes met
veel waterplantenvegetatie; want ik acht het goed mogelijk dat de soort ook
op andere plekken zit. Een week geleden heb ik naar de Mercuurwaterjuffer
COENMERC gezocht; welliswaar zonder succes maar ik zou zeggen wie niet waagt
wie niet wint.
Groet Kees Goudsmits
Voor alle duidelijkheid: Marcel Wasscher heeft geholpen met het maken van de
mooie foto's (het exemplaar is verzameld), maar was niet bij de ontdekking.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Nog geen adulte Oostelijke witsnuitlibellen LEUCALBI op het Bloempjesven bij
Woensdrecht
Op de libellenstudiedag had ik kort verteld over de vondst van twee larven
van de Oostelijke witsnuitlibellen LEUCALBI in de collectie van het
Hoogheemraadschap van West-Brabant verzameld "ergens in West-Brabant". Dit
zijn tweedejaars larven uit 1997, waarvan er op den duur één in de collectie
van Naturalis zal komen. Wegens de ervaring in de Weerribben werd in eerste
instantie besloten de locatie geheim te houden. Afgelopen weken ben ik twee
keer naar het ven geweest en in overleg met de eigenaar (Brabants Landschap,
overleg met Hans Schep) is besloten dat de vennaam bekend kan worden
gemaakt. De regels van het Brabants Landschap in een natuurreservaat blijven
echter wel geldig:
- op het pad blijven, de oever niet betreden;
- niet vangen met een net.
Dit jaar heb ik het ven (coördinaten 81,7-385,2) bezocht op twee data: 27
mei 2003 (alleen) en 14 juni 2003 (samen met Jeffrey Samuels van het
Hoogheemraadschap van West-Brabant). De aangetroffen soorten op die data
(eerste datum/tweede datum): Vuurjuffer PYRRNYMP 250/100, Azuurwaterjuffer
COEN PUEL 3/100, Variabele waterjuffer COENPULC -/25, Maanwaterjuffer
COENLUNU 1/-, Watersnuffel ENALCYAT 2/10, Lantaarntje ISCHELEG 1/10, Gewone
pantserjuffer LESTSPON -/5, Grote keizerlibel ANAXIMPE 1/5, Viervlek
LIBEQUAD 10/250, Gewone oeverlibel ORTHCANC 1/2 en Noordse witsnuitlibel
LEURUBI 1/-. Opvallendst zijn dus de zeer hoge aantallen Vuurjuffer, de zeer
lage aantallen Watersnuffel en ontbreken van Smaragdlibel.
Op de zuidwest oever loopt een paadje, daarlangs halverwege bij een dode
boom die tot ver in het water uitsteekt zijn de larven gevangen. Speur vanaf
het pad met je kijker tussen de honderden Viervlekken LIBEQUAD die over het
water van het ven vliegen. Wees beducht op enkele Gewone oeverlibellen
ORTHCANC die ik op stokjes midden op het water heb gezien. Deze hebben ook
een blauw berijpt achterlijf. Zoek ook in het omliggende bos en bospaden. De
laatste waarneming van een adult (in Friesland bij Aeckinga in 1994 door
Geert De Knijf) was in de omgeving van het water. De trefkans is blijkbaar
zo klein dat ik benieuwd ben of de soort er aangetroffen kan worden.
Marcel Wasscher
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuwtjes uit de Gelderse Poort
Voor mijn stage ben ik bezig met libelleninventarisaties/onderzoek in de
Gelderse Poort). Hier in het kort alvast enkele nieuwtjes:
Bruine winterjuffer (SYMPFUSC) nieuwe populatie ontdekt in de Groenlanden
nabij Ooij.
Er werden in totaal 15 expl waargenomen, ook tandems en eiafzettende
exemplaren (waarnemingen B. Voslamber en door mij).
Glassnijder (BRACPRAT) deze soort werd praktisch overal in het
onderzoeksgebied aangetroffen (ook populaties in de uiterwaarden). In de Oud
Rijn (Rijnstrangen) waren de dichtheden gemiddeld 1 expl per 50 m. oever.
Beekrombout (GOMPVULG) dit jaar ondanks intensief zoeken maar 2 waarnemingen
langs de Waal waarvan 1 door Bart Peters.
Smaragdlibel (CORDAENE) de soort werd op meerdere plekken waargenomen. De
hoogste dichtheden kwamen uit de Oude Rijn (Rijnstrangen) hier werd op 13
juni een dichtheid van 0,6 expl per 10 meter over vastgesteld.
Vroege Glazenmaker (AESHISOS) waarnemingen verspreid over de hele Gelderse
Poort, maar alleen in de Rijnstrangen bleek de soort talrijk, op sommige
plaatsen waren er zelfs dichtheden van 1 expl per 10 meter oever.
Bruine korenbout (LIBEFULV), 2 zwervers in de Ooijpolder en 1 nabij
Tolkamer. In de Rijnstrangen bleek er een zeer grote populatie te zijn met
plaatselijk dichtheden van 1,5 expl per 10 meter over. De totale populatie
bestaat waarschijnlijk uit meer dan 1000 exemplaren.
Deze populatie is zover ik weet nog nooit ontdekt, in de libellenatlas en in
oude veldverslagen van dit gebied ontbreekt de soort. Blijkbaar is er in dit
gebied nog nooit een voorjaarsinventarisatie gedaan.
Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), deze soort is nieuw voor de Gelderse
Poort. Ik heb er tot nu toe 3 expl gevonden in de Steenwaard (Rijnstrangen).
Vuurlibel (CROCERYT), deze soort werd door Bart Peters vastgesteld in de
Millingerwaard foeragerend boven een kleiput (waarschijnlijk een zwerver).
Rivierrombout (GOMPFLAV), de dichtheden variëren sterk, de hoogste
dichtheden werden bij de Bijland vastgesteld namelijk 8 adulten per 200
meter duin.
Zwervende heidelibel (SYMPFONS), 2 mannetjes in een pioniersplas in de
uiterwaarden nabij Doornenburg (Roswaard). Het is nog niet duidelijk of er
hier een populatie is. Weet iemand of er ooit succesvolle voortplanting van
deze soort vastgesteld is in de
uiterwaarden?
Zwervende Pantserjuffers (LESTBARB) 9 expl in de Groenlanden nabij Ooij.
Groeten, Pepijn Calle
Libellennieuws 03:23
Dinsdag 8 juli 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Kleine tanglibel ONYCFORC langs de Roer, Limburg
Ondanks het slechte weer van de afgelopen week heb ik op 4 en 5 juni langs
enkele oevertrajecten van de Roer bij Roermond, Sint Odilienberg en Melick
gezocht naar larvenhuidjes. Naast tientallen huidjes van de Weidebeekjuffer
(CALOSPLE), Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), Beekrombout (GOMPVULG) en
enkele huidjes van de Gaffellibel (OPHICECI) leverde dit zaterdag 1
larvenhuidje van de Kleine tanglibel (ONYCFORC) op, zuidelijk van Melick. In
2000 is deze soort op enkele plaatsen langs de Roer waargenomen. Voor zover
bekend is de soort hier in 2001 en 2002 niet meer gezien. Aangezien in 2000
ook enkele vrouwtjes zijn waargenomen is het mogelijk dat de soort zich toen
heeft voortgeplant en dat de larven nu uitsluipen (normaliter verblijven de
larven drie jaar in het water).
Groeten,
Rob Geraeds
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Kanaaljuffers (Cerclind): vaste voet in de provincie Utrecht?
De laatste 5 jaar is de Kanaaljuffer ieder jaar wel waargenomen binnen de
provincie Utrecht, maar altijd ging het om 1 of twee individuen.
Op 29 -6-2003 zag ik op het Maarnse Gat (152+452) vrij grote aantallen van
deze soort: 3 eiafzettende tandems, 1 vrij vers mannetje en 26 boven het
water vliegende mannetjes.
Groet Kees Goudsmits
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Weer Gevlekte glanslibel (Somaflav) in de Weerribben
Op 7-7-2003 zag ik tijdens mijn Monitoringsronde in de Grafkampen (191+533)
een mannetje van deze soort. Op deze plek is hij nog niet eerder gezien en
Rene Manger en ik zullen het blijven volgen om na te gaan of om een zwerver
gaat of dat de soort zich wellicht aan het uitbreiden is in dit fraaie
gebied.
Groet Kees Goudsmits
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Groene glazenmaker te Weststellingwerf (Zuid-Friesland)
Op zondag 6 juli hoopvol op weg gegaan naar 2 locaties krabbescheer, vooral
n.a.v. de berichten van Erwin Krol. Toch veel bewolking en zelfs enige
spetters, niet al te warm en nogal wat wind. Dan dus maar vooral focussen op
de huidjes. Op de eerste locatie, een krabbescheersloot in De Brandemeer
Oldelamer vanaf 190,6/545,0 richting wnw. veel lantaarntjes (ISCHELEG), maar
geen spoor van de Groene glazenmaker (AESHVIRI) die ik hier vorig jaar wel
heb aangetroffen. Nog even geduld dus?
Vervolgens naar een tweede locatie in de Rottige Meente bij de
kano-oversteekplaats 189,3/537,6 waar ik ook vorig jaar aardig wat Groene
glazenmakers heb waargenomen. Het lag er vol met krabbescheer, maar het
echte weertype voor eiafzetting was het niet. Ook hier dus vooral geloerd op
huidjes en jawel! Tweemaal een gaaf huidje dat zich net iets te ver van de
kant bevond om binnen te halen. Maar ook 2 vreemde vangsten, namelijk een
huidje met een zojuist uitgeslopen Groene glazenmaker die zijn/haar
achterlijf aan een of andere rover was kwijtgeraakt en vervolgens een huidje
met een half uitgeslopen Groene glazenmaker die in dat stadium was blijven
hangen. Borststuk en vangmasker wezen duidelijk op AESHVIRI. Zou de drang om
uit te sluipen zo groot kunnen zijn geweest dat de diertjes een te groot
risico hebben genomen m.b.t. weer en vijanden??? Is daar iets over bekend?
Ter plekke wel tientallen lantaarntjes (ISCHELEG) actief.
Alfred van der Burgh, Cor van der Weele.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Groene glazenmaker vroeg dit jaar.
Tijdens de voorbereidingen voor onderzoek aan groeimogelijkheden voor
krabbescheer werd op donderdag 26 juni door o.a. Sjoerd Steenbergen, Jandirk
Kievit en ik de Groene glazenmaker (AESHVIRI) gezien, zittend op
krabbescheer, klaar voor zijn eerste vlucht (X 117417- Y 461519). Al op 20
juni zagen Sjoerd en ik een eiafzettend vrouwtje op krabbescheer in de
Wieden (X 204 - Y 521).
Huidjes van Aeshna's in krabbescheervelden werden al op 6 juni waargenomen.
Deze worden nog gedetermineerd.
Henk de Vries
*********************************************************
Henk de Vries
De Vlinderstichting - Dutch Butterfly Conservation
Postbus 506
6700 AM Wageningen
Libellennieuws 03:24
Woensdag 9 juli 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
SLACHTING ONDER GROENE GLAZENMAKERS!
Maandag, 7 juli ben ik naar mijn monitoring route gegaan: 't Kret, tussen
Tolbert en Oldekerk, om 4 uur 's middags zie ik er 3 actieve mannetjes
Groene Glazenmaker AESHVIRI vliegen en 1 Vroege Glazenmaker AESHISOS man.
Verder vele Lestes sponsa, Coenagrion pulchellum, Ishnura elegans, enkele
Erythromma najas, 3 Bruine Glazenmakers AESHGRAN.
Dinsdag, 8 juli weer een bezoek afgelegd, nu tussen 1 en 5 uur, de oogst
aan Groene Glazenmakers: 1 vrouwtje rustend en 11 actieve mannetjes. Verder
3 Bruine Glazenmakers, 1 Vroege Glazenmaker vrouw, 1 Man Oeverlibel ORTHCANC
en hetzelfde kleine grut van de vorige dag.
Mijn buurjongen van 13 jaar, Hilco Bron uit Enumatil, attendeert me op 4
vleugeltjes op een molshoop, naast de tochtsloot. Tot mijn stomme verbazing
vinden we uiteindelijk 152 Anisopteravleugels op 29 ingezakte (oude)
molshopen op enkel het zuidelijke traject van 375 meter, 3 keer ligt het
larvenhuidje met open nek er nog naast, we vinden ook nog 1 gemorste kop van
Viridis en 9 schilfertjes van thorax en abdomen tussen de afgebeten
vleugels.
De vleugels liggen alle binnen een strook van 2 meter vanaf de oever op de
plek waar de Krabbescheerbedekking 100% is. Terwijl hier nu, in
tegenstelling tot vorig jaar, veel minder Viridissen vliegen als boven open
water praktisch zonder Krabbescheer. Het is alsof de adulte libellen
doorhebben dat bij de Krabbescheer het gevaar loert.
Alle vleugeltjes hebben we meegenomen, in ieder geval zitten er vleugels van
Bruine Glazenmaker en Groene Glazenmaker tussen, waarschijnlijk ook een
aantal Oeverlibellen en/of Witsnuitlibellen Leucorrhinia.
Van de 152 vleugels is 20 % niet goed of geheel ontvouwen. Er van uit gaande
dat we 80 % van alle slachtoffers hebben gevonden, betekent dit uiteindelijk
dat er zo'n 190 vleugels zijn gesneuveld, zeg 47 individuen en indien de
verhouding dezelfde is als de verhouding levende Anisoptera n.l. Bruine :
Groene : Vroege : Oever is 3 : 12 : 2 : 1 dan zijn er in de afgelopen week
(het weiland is onlangs gemaaid) twaalf achttiende van 47 is 32 Groene
Glazenmakers gesneuveld.
Dus 12 levende Viridissen en 32 dode!
WIE IS NU DE 'MOORDENAAR'?
Gevonden sporen op het plaats delict:
1 vossenkeutel op molshoop
32 veren van fazantenhaan en hen, de laatste schoot uit het riet op de
plaats delict! (4 jongen).
1 schedel mol
4 veren zwarte kraai
7 fazantenkeutels
Andere vogels in de buurt:
Boerenzwaluwen (100)
Meerkoeten (2 ouderparen met jongen)
Torenvalken in kast met jongen
Verleden jaar gezien Boomvalk
Meerdere Buizerden
Kokmeeuwen (niet broedend)
2 Rietgorzen
2 Ringmussen
1 Kwikstaart
Uilen en vleermuizen onbekend
Persoonlijk hou ik het op de volgende top 4:
1. Fazantenhen?
2. Witte Kwikstaart
3 Ringmus
4. Rietgors
Nu de dader nog op heterdaad betrappen.
WAT GEBEURT ER NU EIGENLIJK?
De uiterst gewiekste dader ligt op de loer, is een kei in het ontdekken van
uitsluipers, vliegt boven of loopt op de Krabbescheerplanten, vangt in veel
gevallen (of altijd?) de net uitgeslopen libellen, loopt of vliegt naar de
zwarte molshopen (om het beter te kunnen zien) en trekt daar de vleugels
eraf, soms zit het larvehuidje nog aan de poten van de tenerale libel, soms
morst het dier een kop, soms resteren er schilfers.
WIE WEET NU AL DE OPLOSSING?
Als iemand die dit leest al eens dergelijk gedrag van vogels heeft gezien,
reageer dan s.v.p.
Zelf "de crime" ontrafelen, fotograferen of filmen zou ik natuurlijk nog
leuker vinden.
In ieder geval let voortaan goed op glimmertjes boven op oude molshopen.
Herman G. de Heer
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beste mensen,
De afgelopen weken driemaal op pad geweest op zoek naar super zeldzaamheden.
Driemaal "nada". Ten eerste op mijn derde bezoek aan het Bloempjesven in
2003 (ditmaal met Kees Goudsmits en Nienke Klerk op 26 juni 2003) weer geen
Oostelijke witsnuitlibel LEUCALBI. Wel nieuw voor het ven Koraaljuffer
CERITENE (2 mannetjes, waarschijnlijk zwervers) en veel Bloedrode heidelibel
SYMPSANG. Op het 5 km zuidelijker gelegen leemkuil Ossendrecht noord, op
libellengebied niets spectaculairs. Wel enkele Zwervende pantserjuffers
LESTBARB.
Verder gisteren (7 juli 2003) met Frank Bos ons jaarlijkse gezamenlijke
uitje. Eerste naar de Grensmaas. Deze afgespeurd van Meers tot Grevenbicht:
erg fraai maar geen larvenhuidjes of adulte Kleine tanglibel ONYCFORC. Ook
de zandgroeve Wambach bij Tegelen begint langzaam verder op te drogen. Wel
nog enkele Tengere grasjuffers ISCHPUMI, 10 mannetjes Kanaaljuffer CERCLIND
en 2 mannetjes Zwervende heidelibel SYMPFONS, maar niet nogmaals (na de
vondst van Kees Goudsmits op 16 juni) een zwerver van de Gaffelwaterjuffer
COENSCIT. Heeft iemand al bij de leemplasjes ten oosten van Belfeld naar
deze soort gezocht?
Marcel Wasscher
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Gaffellibellen OPHICECI bij Herkenbosch , Limburg
Dinsdag 8 juli bracht ik een bezoek aan de Roer. Bij de volkstuintjes ten
zuiden van Herkenbosch (351,0-201,5) bevonden zich 1, wellicht 2 mannetjes
Gaffellibel (OPHICECI), territoriumverdedigend en zonnend op de afgekalfde
oever aldaar en op de paadjes van de volkstuintjes zelf. Verder 2 mannetjes
Beekrombout (GOMPVULG), vele Weidebeekjuffers (CALOSPLE), Blauwe
breedscheenjuffers (PLATPENN), enkele Gewone oeverlibellen (ORTHCANC),
Lantaarntjes (ISCHELEG) en een IJsvogel (ALCEATTH).
Daarnaast heb ik de grintstrandjes achter de visvijvers bij Vlodrop bezocht
(203,8-349,2). Hier helaas geen Kleine tanglibellen, wel 20 Kanaaljuffers
(CERCLIND), enkele gewone soorten en twee Grote gele kwikstaarten
(MOTACINE). Ook op de visvijvers vlogen zeker 50 Kanaaljuffers.
Tim Termaat
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:24
Woensdag 9 juli 2003
Libellennieuws 03:26
Dinsdag 15 juli 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Excursie NVL
Op de valreep toch nog een libellenexcursie in juli: het staatsbosbeheer terrein de Overasseltsche en Hatersche vennen ten zuidwesten van Nijmegen. We nemen een kijkje in een vennengebied met een laatste restje levend hoogveen: wellicht dat de Noordse Glazenmaker ook hier opduikt? Verder verwacht ik veel soorten Glazenmakers, Heidelibellen en Pantserjuffers te zien, en hopelijk een koraaljuffer. De Vogelwaterjuffer is hier nog niet gevonden maar de vegetatie en het water aldaar voldoen aan een hoop van zijn eisen, dus wie weet....
Wil je mee op deze excursie geef je dan zo spoedig mogelijk op
irisniemeijer_email_xs4all.nl of op nummer 06 25 456 113. Een routebeschrijving krijg je dan zo spoedig mogelijk doorgestuurd.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Bandheidelibel in Hoonhorst
Zondag 13 juli atlas:21-57-52 op de waarschijnlijk bekende vindplaats ten noorden Hoonhorst (oostelijk bos Mataram) bandheidelibel (SYMPPEDE) 4 ex (1 op kleur, 3 vers) redelijk vroeg, omdat ze volgens de atlas pas eind juli uitsluipen.
Groetjes,
G.Koopman
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zwervende heidelibellen SYMPFONS op Rottumerplaat
Roelf Hovinga en Marit Heegstra namen op 10 en 12 juni zwervende heidelibellen SYMPFONS waar op Rottumerplaat. Maximaal werden twee mannetjes en een vrouwtje gezien. Dit zijn de noordelijkste waarnemingen van deze soort in Nederland en het wordt erg moeilijk om dit record te verbeteren! Andere leuke waarnemingen dit voorjaar van hun op het eiland zijn vuurjuffer PYRRNYMP en grote keizerlibel ANAXIMPE. Ook melden zij grote aantallen geelvlekheidelibel SYMPFLAV, een soort die dit jaar opmerkelijk schaars is.
(telefonische melding aan Robert Ketelaar)
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Aanvulling mogelijke dader libellenslachting
Tussen het lijstje mogelijke daders van "de groene glazenmaker slachting" vind ik geen spitsmuizen. Van meerdere mensen hoor ik vaak dat spitsmuizen in de vroege ochtend actief op zoek gaan naar uitsluipende en rustende libellen. Zelf heb ik dit nog nooit waargenomen, maar het lijkt me erg aannemelijk.
Daarnaast kan een boomvalk en zwaluwen gemakkelijk uitgesloten worden: als je alle 4 de vleugels bij elkaar vindt is de kans dat het een van de 2 bovenstaande vogels is nihil. Deze eten hun prooi in de lucht op, waarbij de vleugeltjes naar beneden dwarrelen (de kans dat alle 4 de vleugels netjes bij elkaar komen te liggen is dan heel erg klein)
groeten
Joost Vogels
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zuidelijke keizerlibel in Twente
Op 15 juli tot mijn verbazing een mannetje Zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) gezien. Ik werd op de soort attent gemaakt door Ben Hulzebos en Be van Kuick van de Twense vogelwerkgroep dus met een interesse voor alles wat vliegt (behalve vliegtuigen). We troffen deze aan boven de natte wei in het natuurgebied Het Witte Veen van de Vereniging Natuurmonumenten nabij Enschede / Haaksbergen. Heel kenmerkende en bijzondere soort. Volgens Robert Ketelaar is dit de eerste waarneming voor dit jaar. Km. hok 34-38. 463 - 257.
groeten,
Hans Gronert
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:26
Dinsdag 15 juli 2003
Libellennieuws 03:27
Donderdag 17 juli 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi allemaal,
Op 10 juli heb ik de soortroute voor de Beekoeverlibellen (ORTHCOER) en Bandheidelibellen (SYMPPEDE) bij de MacDonalds bij Holten weer gelopen. Op 200 m had ik 27 Beekoeverlibellen, waarvan een paringswiel en 1 eiafzettend vrouwtje. Nog geen Bandheidelibellen op de route. Aan de andere kant van de snelweg ligt het AC-restaurant (nee, dit is geen reclame boodschap). Hier loop ik ook altijd maar even langs de sloot. Hier vloog een Bandheidelibel (nog niet uitgekleurd) en zaten 12 Beekoeverlibellen. Hieronder een paringswiel en drie vers uitgeslopen beesten.
Ik heb nog wel een vraag. Hoe blauw worden Beekoeverlibellen? Ik had een exemplaar op mijn route die helemaal blauw was, ook borststuk en kop/ogen. Ook de schouderstrepen waren gewoon blauw. Ik heb er op basis van de grootte van de pterostigma's en de snuitkleur (vuilwit), en biotoop en gedrag een Beekoever van gemaakt. Maar hij leek verdacht veel op een Zuidelijke oeverlibel. Komt dit vaker voor?
Gerben Mensink
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Vanmiddag (15 juli 2003) zag ik bij de sloot langs de A1 nabij de afslag Holten (MacDonalds) 2 Bandheidelibellen (SYMPPEDE), waarvan 1 mooi uitgekleurd mannetje. Verder maar liefst 9 mannetjes Beekoeverlibel (ORTHCOER) (ca. 100m langs de sloot gelopen) en 1 mannetje Zwarte Heidelibel (SYMPDANA).
Nog een verlaat bericht van Vlieland: een mannetje Zwervende Heidelibel (SYMPFONS) was aanwezig bij de IJsbaan (133590) op 7 en 12 juli 2003.
Ico Hoogendoorn.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi allemaal,
Door een toevallige samenloop van omstandigheden kwam ik afgelopen week in de buurt van een aantal bijzonder interessante gebieden... en natuurlijk kon ik het niet laten daar even misbruik van te maken!
Op 10-7-03 was dit de Malpie in Valkenswaard alwaar ik 5 mannetjes telde van de gevlekte glanslibel (SOMAFLAV). Helaas geen vrouwtjes, huidjes of larven... (waar ik eigenlijk naar op zoek was). Opvallend was overigens dat alle 5 de mannetjes zich territoriaal gedroegen en daarbij alle 5 met regelmaat in conflict raakten met een blauwe glazenmaker (AESHCYAN)... daarvan waren namelijk ook 5 mannetjes aanwezig en die bezetten exact dezelfde territoria. Gelukkig lieten de kleine glanslibellen zich absoluut niet wegjagen! Andere aanwezige soorten waren onder meer metaalglanslibel (SOMAMETA), tengere pantserjuffer (LESTVIRE), koraaljuffer (CERITENE), weidebeekjuffer (CALOSPLE), eikenpage (NEOZQUER) en phegeavlinder (AMATPHEG).
Op 9-7-03 bezocht ik kortstondig de Roer ten zuiden van Melick. Bij een klein plasje op de noordoever hielden zich onder meer een vuurlibel-mannetje (CROCERYT), een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) en een koninginnenpage (PAPIMACH) op. De Roer zelf leverde helaas geen gaffel- of tanglibellen op... alleen een ijsvogel (ALCEATTH).
Op 7-7-03 bezocht ik een klein en niet erg bijzonder ogend beekje in oostelijk brabant. Dit leverde een volgroeide en een zeer jonge libellenlarve op. De volgroeide larve was zonder twijfel van de gewone bronlibel (CORDBOLT), de onvolgroeide waarschijnlijk ook. Ondanks intensief zoeken konden helaas geen adulten worden aangetoond.
vriendelijke groet,
Tim Faasen
ECOLOGICA, ecologisch advies en onderzoek
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beste libellen vrienden,
Ik meen dat het volgende verschijnsel ook vorig jaar al eens is vermeld, maar ik kan me niet herinneren bij welke soort dat was. Vandaag 10 juni bezochten we ons favoriete plekje voor de Kleine roodoogjuffer, (ERYTVIRI), in de Haarlemmermeer ( bij het Cruquius museum). Wat betreft de aantallen werden we niet teleurgesteld en dat is op zich ook niet het vermelden waard maar wat we tijdens de eiafzetting hebben waargenomen des te meer.
De tandem van de Kleine roodoogjuffer (ERYTVIRI) beweegt zich vlak boven de waterplanten, ik denk een kranswier, dan laat het vrouwtje los en begeeft zich ONDER water en zet zeker tien tot 15 cm onder de waterlijn haar eitjes af en terwijl ze wat rondscharrelt blijft ze daar minuten lang mee bezig. Intussen zit en vliegt het mannetje boven de zelfde plek. U begrijpt dat we de schoenen maar uit gedaan hebben en voorzichtig de plek hebben benaderd om dit alles van dichtbij te bewonderen. Als ze boven water komt vliegt ze gewoon weer vrolijk verder. Begrijpen doen we het niet want als een Lantaarntje (ISCHELEG) of zo in het water ligt komt ze er nooit meer zonder hulp uit en plakken de vleugeltjes aan elkaar. Zit er somseen vetachtige substantie op de vleugels en de huid? En hoe zit het met de vereiste zuurstof? Wie het weet moet het maar zeggen.
KNNV Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland, Marja en Frans Koning
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Kanaaljuffer (CERCLIND) doorgedrongen tot Overijssel en vuurlibel (CROCERYT) in het Witte Veen
Vorig jaar ontdekte Jan-Luc een populatie van de kanaaljuffer (CERCLIND) bij de Slinge ter hoogte van Borculo (provincie Gelderland). Dat was op dat moment de noordelijkste populatie van Nederland. Dit jaar blijkt de populatie vrij groot te zijn. Maximaal werden daar tot nu toe 75 exemplaren geteld op een stuk van ongeveer 500 meter beek. Ook op de Slingeplas bij Bredevoort is een vrij grote populatie aanwezig. Op 11 juli gingen we op pad om de plek langs de Slinge te bezoeken en stelden we ons tot doel de kanaaljuffer in Overijssel vast te stellen. Langs de Slinge telden we zonder problemen 40 mannetjes, en omdat we redelijk vroeg waren was er nog geen tandemvorming te zien. De eerste plek die we in Overijssel bezochten was direct raak: de Buurserbeek, iets stroomopwaarts vanaf de zandvang bij Diepenheim (235/466). Hier troffen we twee mannetjes aan.
Later op de dag brachten we nog een kort bezoek aan het Witte Veen. Op een pas afgegraven deel in Duitsland hoopten we zwervende heidelibellen te zien, maar dat lukte niet. Wel vonden we in Nederland, ongeveer tegen de grenspaal aan (257/463) een mannetje vuurlibel (CROCERYT), waarschijnlijk alweer de derde waarneming voor Twente deze zomer. Grappig is dat Hans Gronert enkele dagen later in hetzelfde reservaat (maar op een andere plek) een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) waarnam. Zouden ze samen zijn aangekomen?
Jan-Luc van Eijk, Jaap Bouwman en Robert Ketelaar
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Ongedetermineerde Rombout op Kampina
Vandaag (16 juli) bezocht ik de Beerze bij de Kampina (N-B) en wel het opnieuw meanderende gedeelte bij de Viermannekesbrug (146,5-393,7). Ik zag hier een Rombout (GOMPSPEC) vliegen. Het betrof een mannetje met een duidelijke knotsvormige verbreding aan het achterlijf en een zeer geel uiterlijk. Veel geler dan een Beekrombout (GOMPVULG), een soort die ik goed ken en die hier ook voorkomt. Ik heb duidelijk veel geel gezien op de knotsvormige achterlijfsverbreding, waar een beekrombout toch overwegend zwart is. Deze uitgesproken verbreding ter hoogte van de laatste achterlijfssegmenten sluiten een Plasrombout (GOMPPULC) uit. Overigens was ook het borststuk geel en niet groen.
Het dier vloog twee keer rustig voorbij, maar werd daarna verjaagd door een mannetje Gewone oeverlibel en verdween uit het zicht. Ondanks een uur zoeken heb ik het dier niet terug gevonden.
Volgens mij zijn er 3 mogelijkheden. In volgorde van waarschijnlijkheid:
- het betrof een tamelijk laat en buitengewoon geel mannetje Beekrombout (GOMPVULG)
- het betrof een (zwervend) mannetje Rivierrombout (GOMPFLAV)
- het betrof een (zwervend) mannetje Gele rombout (GOMPSIMI)
Ik hoop dat er mensen zijn die komende week van plan zijn de Kampina te bezoeken en hier willen gaan kijken. Zelf ga ik morgen op vakantie. De plek is als volgt te bereiken:
De Viermannekesbrug bevind zich op de plaats waar de Broekstraat de Beerze kruist (ruim een kilometer ten noorden van Spoordonk). Volg het wandelpad dat langs de Beerze naar het noorden loopt en ga het houten klaphek door. Ongeveer 50 meter van dit hek vloog de Rombout.
Overigens bevind zich bij de brug ook een goede populatie Kanaaljuffer (CERCLIND), dus het is zowiezo de moeite waard om te gaan kijken.
Tim Termaat
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Vroege glazenmaker (AESHISOC) : Nieuw voor Texel maar mogelijk niet zo
nieuw.
Vorig jaar al kwam ik een prachtige krabbescheersloot tegen aan de rand van De Koog op Texel. Ik moest direct denken aan groene- en vroege glazenmakers. Helaas kon ik niet in de juiste (vlieg)tijd nagaan of ze er voorkwamen. Wel was ik vast besloten om dit jaar in juli een controle uit te voeren en met succes. Maar liefst drie vroege glazenmakers (AESHISOC) vlogen rond waarvan er een duidelijk territorium hield en de andere twee wegjoeg. Ondanks dat deze soort nog nooit eerder op Texel is waargenomen (15-jaar geleden kwam hier nog geen krabbescheer voor en dit is later uitgezet (?) denk ik) vermoed ik dat deze soort, ondanks het grote aantal waarnemingen van dit jaar, hier al enkele jaren voorkomt. Helaas kon ik, ter bevestiging, geen huidjes vinden. (Heeft iemand anders hier al eens gezocht?) Behalve de vroege glazenmaker waren (evenals vorig jaar) ook enkele lantaarntjes (ISCHELEG), kleine roodoogjuffers (ERYTVIRI) en gewone pantserjuffers (LESTSPON) aanwezig. De vroege glazenmaker is slecht 1 keer eerder op de Waddeneilanden aangetroffen (voorzover ik weet), het ging daarbij om een zwerver op een zandplaat. Dit is dus de eerste waarneming voor de bewoonde eilanden.
Groetjes,
Richard Witte
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Beekoeverlibel op een heideterreintje het Speulderveld
Op 16 juli was een vrouwtje beekoeverlibel (ORTHCOER) aanwezig op een heideterreintje oostelijk van het militair terrein Speulderveld, atlasblok : 26-58-54. Een goede foto beschikbaar is bij
grekoo_email_tiscali.nl.groetjes,
g.koopman
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi,
Op 13 juli ter plaatse van de libellenmonitoringsroute Ingendael had ik een vrouwtje bosbeekjuffer (CALOVIRGO) langs het bronbeekje Strabeek in hok 184,2-320,1. Mogelijk is dit een zwerver, het is verder alleen de weidebeekjuffer (CALOSPLE) die je hier ziet (tientallen), hoewel een zeer kleine populatie in de buurt van deze locatie mogelijk. In 2002 had ik ook al eens een vrouwtje gezien langs de Geul in Ingendael. Dit jaar in tegenstelling tot 2002 geen enkele tengere grasjuffer (ISCHPUMM) of zuidelijke oeverlibel (ORTHBRUN), mogelijk omdat de Strabeek grotendeels is dichtgegroeid en de pioniersituatie afwezig is.
Wel zat op 13 juli in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 een tengere grasjuffer. Ook zeker de moeite van het vermelden waard is een pas uitgeslopen zwarte heidelibel (SYMNPDANA), wellicht vanwege de verzuring van de plassen vindt deze soort hier zijn stek. Het is de eerste keer dat ik deze soort hier zie, had de soort hier niet echt verwacht (Brunsummerheide is toch nog ver weg hiervandaan). Verder hier een aantal zwervende pantserjuffers (LESTBARB).
Verder had ik op 16 juli ten oosten van Brunssum op twee verschillende locaties vuurlibel (CROCERYT). Op de ene locatie ten noorden van de golfbaan boven een plas langs de Waubacherweg ca. 10 mannetjes (hok 199-328). En nog een mannetje ten noorden van de Waubacherweg in hok 198-329. Daar had ik ook een man zuidelijke oeverlibel (ORTHBRUN).
Marcel Bonder
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:27
Donderdag 17 juli 2003
Libellennieuws 03:xx
Zondag 10 augustus 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Dag allemaal,
Net terug van vakantie weet ik even niet welke LN dit is, en naar mijn beste
weten is Menno nu op vakantie - vandaar geen nummer. Wel heb ik alweer enige
kopij ontvangen, hoewel het goed kan zijn dat deze kopij al in een eerder
nummer is verschenen en deze zending dus dubbelop is. Even improviseren
dus - ik hoor van jullie wel welk nummer dit had moeten zijn.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
OPNIEUW VONDST VAN BANDHEIDELIBEL SYMPPEDE IN OVERIJSSEL
Tijdens inventarisatiewerkzaamheden op 22 juli j.l. in Noordoost Overijssel
op het retentiegebied Noord- en Zuid-Meene, meende ik in een flits een
bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum) boven een bloemrijke berm langs een
sloot te zien vliegen. Gezien echter het feit dat de dichtstbij gevestigde
populaties van de soort langs de Soestwetering in Zuid-Salland en nabij
Dalfsen voorkomen, begon ik toch licht twijfelen of ik het wel goed gezien
had. Die twijfel veranderde echter snel in verbazing toen er bij vrijwel
iedere stap door de berm bandheidelibellen opvlogen. Na 50 meter van de ruim
500 meter berm waren er 32 dieren geteld. De kans was dus groot dat ook
langs de overige sloten bandheidelibellen aanwezig zouden zijn.
De volgende dag op 23 juli was ik om 7.00 uur in het gebied aanwezig in de
hoop om er uitsluipende exemplaren te zien zouden zijn en er larvenhuidjes
konden worden verzameld. Er werd echter die ochtend geen enkel uitsluipend
exemplaar meer waargenomen. Wel vond ik twee huidjes, waarvan ik echter niet
zeker ben of deze van de bandheidelibel zijn. Deze zijn inmiddels voor
determinatie aangeboden bij De Vlinderstichting. Gedurende de rest van de
ochtend en een deel van de middag is ruim driekwart van de watergangen in
het gebied geïnventariseerd en bleef de teller staan op ruim 221
bandheidelibellen. Tijdens de inventarisatie werd geen enkel vers
uitgeslopen exemplaar gezien maar werden wel meerdere copula waargenomen. In
ogenschouw genomen dat een klein deel van het gebied niet is
geïnventariseerd, mag worden aangenomen dat de populatie heidelibellen in de
Noord- en Zuid-Meene zeker 250 tot 300 exemplaren groot is. Naast de
bandheidelibel werden meerdere pioniersoorten als tengere grasjuffer
(Ischnura pumilio), bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus) en icarusblauwtje
(Polyomatus icarus) aangetroffen.
Tenslotte nog een korte uiteenzetting van het gebied. Het retentiegebied
Noord- en Zuid-Meene is in opdracht van Waterschap Velt en Vecht in juni
2002 gereed gekomen met als doel te dienen als waterberging bij extreem
hoge waterstanden van de Overijsselse Vecht. De Noord-Meene bestaat
grotendeels uit akkerland en Zuid-Meene uit weidegebied en wordt doorsneden
door Rijksweg 34 Zwolle - Emmen. Bij de aanleg is terdege rekening gehouden
met natuurvriendelijke aspecten in de vorm van natuurvriendelijk aangelegde
sloten met brede, glooiende oevers en min of meer natuurlijke overgangen van
stilstaand naar stromend water. De lagere delen van de oevers zijn relatief
leemrijk en is de zandkorrelgrootte er zeer divers. Op veel plaatsen is
sprake van instroom van ondiepe kwel. Ook is het maaibeleid aangepast aan
de eerdergenoemde doelstelling. Dat betekent dat de berm en steile oever
langs de weg tot op de waterlijn een zeer gevarieerde vegetatie bezit en het
glooiende deel van de oever aan de andere zijde overgaat in ordinair
maïsland. De stromende sloten herbergen relatief veel Bermpjes (Nemachilus
barbatula), een vissoort die hoge eisen aan de waterkwaliteit stelt. Het
waarnemen van deze soort en de wijze van inrichting van het gebied bracht
mij in het najaar van 2002 op de gedachte dat, als de bandheidelibel zich
ooit in Noordoost Overijssel zou vestigen, het in dit gebied zou zijn.
Vlinder- en Libellenwerkgroep Noordoost Overijssel
Egbert Pullen
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Hoi,
Op 13 juli ter plaatse van de libellenmonitoringsroute Ingendael had ik een
vrouwtje bosbeekjuffer CALO VIRGO langs het bronbeekje Strabeek in hok
184,2-320,1. Mogelijk is dit een zwerver, het is verder alleen de
weidebeekjuffer CALO SPLE die je hier ziet (tientallen), hoewel een zeer
kleine populatie in de buurt van deze locatie mogelijk. In 2002 had ik ook
al eens een vrouwtje gezien langs de Geul in Ingendael. Dit jaar in
tegenstelling tot 2002 geen enkele tengere grasjuffer ISCH PUMI of
zuidelijke oeverlibel ORTH BRUN, mogelijk omdat de Strabeek grotendeels is
dichtgegroeid en de pioniersituatie afwezig is.
Wel zat op 13 juli in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 een tengere
grasjuffer. Ook zeker de moeite van het vermelden waard is een pas
uitgeslopen zwarte heidelibel SYMNP DANA, wellicht vanwege de verzuring van
de plassen vindt deze soort hier zijn stek. Het is de eerste keer dat ik
deze soort hier zie, had de soort hier niet echt verwacht (Brunsummerheide
is toch nog ver weg hiervandaan). Verder hier een aantal zwervende
pantserjuffers LEST BARB.
Marcel Bonder
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Omstreken Winterswijk: 19 soorten
Maandag 14 juli, geen enkel wolkje, helder zicht, zomers warm. Drie
ontoegankelijke gebieden in de buurt van Winterswijk bezocht. Eerst een
verzoekje: vermeld in je berichtje aan deze lijst als een gebied niet
toegankelijk is, dat voorkomt mislukte bezoekjes door
anderen. Dan weet je of je speciale dingen moet doen als je ergens toch heen
wilt.
Probeer ook met die mooie nieuwe inventarisatie-atlas die de meesten wel
gehad zullen hebben, de coördinaten met 1 of 2 decimalen te geven.
Eerste ontoegankelijk gebied: de oostelijkste steengroeve van de vier
groeves bij Winterswijk. We hadden geluk dat er mensen aan het werk waren,
die heb ik gevraagd of ik er toch even in mocht.Doel geslaagd: mooie opnames
van zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN. Een drie of vier territoriale mannetjes
tegelijk, territorium ongeveer tien meter. Geregeld paringen en eileg.
Deze groeve kan af en toe met Staatsbosexcursies bezocht worden, na afspraak
dus. De groeves die nog in gebruik zijn zijn de eerste zaterdag van de maand
te bezoeken.
Overige soorten: tengere grasjuffer ISCHPUMI, lantaarntje ISCHELEG,
watersnuffel ENALCYAT, zwarte heidelibel SYMPDANA, gewone oeverlibel
ORTHCANC, viervlek LIBEQUAD, grote keizerlibel ANAXIMPE en één mannetje
vuurlibel CROCERYT.
Om Winterswijk heenfietsend kruisten we een paar riviertjes. Dat leverde
weidebeekjuffer CALOSPLE en blauwe breedscheenjuffer PLATPENN op.
In het Korenburgerveen (niet toegankelijke deel) lukte het niet om late
speerwaterjuffers te vinden. Wel zaten er azuurwaterjuffer COENPUEL,
watersnuffel ENALCYAT, lantaarntje ISCHELEG, gewone pantserjuffer LESTSPON,
koraaljuffer CERITENE, viervlek LIBEQUAD,
blauwe glazenmaker AESHCYAN, grote keizerlibel ANAXIMPE, platbuik LIBEDEPR,
gewone oeverlibel ORTHCANC, bloedrode heidelibel SYMPSANG, en een lekker
late smaragdlibel CORDAENE op (territoriaal mannetje, erg donker, ging vlak
voor m'n neus zitten om de tangen te showen).
In het Vragenderveen (helemaal niet toegankelijk), het was al wat laat, zat
alleen viervlek LIBEQUAD en een nogal late vuurjuffer PYRRNYMP. Daarmee kwam
het aantal soorten van de dag op 19, niet onaardig.
Verder kan ik mede delen dat mijn rechterbeen dit jaar de consistentie van
laag- en hoogveen met elkaar heeft vergeleken. Een paar maanden geleden
zakte ik in de Weerribben door de kragge, laars helemaal vol drab enzo.
Vandaag wilde ik naast een pad in het Vragenderveen het hoogveen bekijken,
ik struikelde over een graspol, stapte op het mospakket maar dat hield mij
natuurlijk niet. Weer tachtig centimeter diep. Mijn conclusie is wel: je
kunt beter door de kragge zakken.
Weia Reinboud
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Vroege glazenmakers AESHISOS in Den Helder
In het natuurontwikkelingsgebied Mariendal in Den Helder vond Klaas Kaag op
27 mei acht Vroege glazenmakers AESHISOS bij diverse poelen. Het gebied
heeft een beetje laagvenig karakter en ligt achter de duinen. Mariendal
krijgt water aangevoerd vanuit de duinen, waardoor er vrijwel altijd een
behoorlijk waterniveau is. In de periode 1999 -2001 is het gebied regelmatig
de libellenfauna geïnventariseerd. AESHISOS is toen nooit waargenomen.
Tijdens mijn korte vakantie in deze regio ben ik een aantal keer ter plekke
gaan kijken. Op 6 juli vond ik twee mannetjes AESHISOS die zich territoriaal
gedroegen. Geen voortplanting kunnen waarnemen. Enkele dagen later op 9 juli
was bij dezelfde poel 1 exemplaar AESHISOS aanwezig. Kennelijk zijn deze
zwervers van plan wat langer in het gebied te blijven. In het verleden heb
ik AESHISOS een aantal keren in het Zwanenwater waargenomen. Het gaat hier
vermoedelijk om kleine populaties. Dit jaar heb ik de soort daar niet
gezien, vermoedelijk ook door de droogte. Misschien wordt AESHISOS in de
Noordkop een regelmatig waar te nemen soort?
René Manger
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zwervende heidelibellen SYMPFONS in de Grafelijkheidsduinen (Den Helder)
Op 10 juli in de Grafelijkheidsduinen bij Den Helder (110-550) op
libellenspeurtocht geweest. Het waterniveau van de poelen was een stuk lager
dan ik gewend was in de periode 1999-2001. Wat ook opviel was het ontbreken
van de Zwervende pantserjuffer LESTBARB. In voornoemde jaren vloog deze
soort al in het gebied rond. Verder nog even in het gebied m'n oude route
gelopen. Veel meer dan andere jaren trof ik Zwervende heidelibellen SYMPFONS
aan. Op 400 meter 10 mannetjes SYMPFONS inplaats van een enkele. De soort
zit heel lokaal bij de Harmplas. Dit is een groot duinmeer met kale oevers.
In het noorden van het gebied vond ik in het verleden bij één locatie ook
meestal SYMPFONS. Dit is eveneens een redelijk grote duinplas. Door de
droogte was het waterpeil in de plas enorm gedaald en was voor ongeveer 50%
drooggevallen. Er bevonden zich dan ook nauwelijks libellen, ook geen
SYMPFONS. LESTSPON en ISCHELEG waren in de Grafelijkheidsduinen overigens
als vanouds de dominant aanwezige soorten.
René Manger
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Vrijdag 11 juli heb ik samen met Stephen Poley 2 Gevlekte glanslibellen in
de Plateaux, NB gezien, waarvan 1 op echt op de grens met België, soms in
Nederland, zijn territorium had.
Martin Edelman
++++++++
VERZOEK
++++++++
Beste mensen, tijdens het zoeken naar libellen kom ik veel sprinkhanen
tegen, die ik ook fotografeer. Ik heb gemerkt dat de determinaties erg
lastig zijn, zelfs met behulp van de sprinkhanen/krekelsatlas. Is er een
expert, die de foto's eens wil bekijken en op naam brengen, ik kan ze gewoon
per mail sturen. Bij voorbaat dank, reacties naar:
Libellennieuws 03:25
Zaterdag 12 juli 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Gewone Bronlibel CORDBOLT in Brabant en Z. Keizerlibel ANAXPART bij Roer
Hoi allemaal,
Door een toevallige samenloop van omstandigheden kwam ik deze week in de
buurt van een aantal bijzonder interessante gebieden... en natuurlijk kon ik
het niet laten daar even misbruik van te maken!
Donderdag 10 juli was dit de Malpie in Valkenswaard alwaar ik 5 mannetjes
telde van de
gevlekte glanslibel (SOMAFLAV). Helaas geen vrouwtjes, huidjes of
larven...(waar ik eigenlijk naar op zoek was). Opvallend was overigens dat
alle 5 de mannetjes zich territoriaal gedroegen en daarbij alle 5 met
regelmaat in conflict raakten met een blauwe glazenmaker (AESHCYAN)...
daarvan waren namelijk ook 5 mannetjes aanwezig en die bezetten exact
dezelfde territoria. Gelukkig lieten de kleine glanslibellen zich absoluut
niet wegjagen!
Andere aanwezige soorten waren onder meer metaalglanslibel (SOMAMETA),
tengere pantserjuffer (LESTVIRE), koraaljuffer (CERITENE), weidebeekjuffer
(CALOSPLE), eikenpage (NEOZQUER) en phegeavlinder (AMATPHEG).
Gisteren, woensdag 9 juli, bezocht ik kortstondig de Roer ten zuiden van
Melick, Limburg. Bij een klein plasje op de noordoever hielden zich onder
meer een vuurlibel-mannetje
(CROCERYT), een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) en een
koninginnepage (PAPIMACH) op. De Roer zelf leverde helaas geen gaffel- of
tanglibellen op... alleen een ijsvogel (ALCEATTH).
Afgelopen dinsdag, 8 juli, bezocht ik een klein en niet erg bijzonder ogend
beekje in oostelijk brabant. Dit leverde een volgroeide en een zeer jonge
libellenlarve op. De volgroeide larve was zonder twijfel van de gewone
bronlibel (CORDBOLT), de onvolgroeide waarschijnlijk ook. Ondanks intensief
zoeken konden helaas geen adulten worden aangetoond.
vriendelijke groet,
Tim Faasen
ECOLOGICA, ecologisch advies en onderzoek
Libellennieuws 03:32
Zondag 17 augustus 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zuidelijke glazenmakers AESHAFFI in Twente
In een van de vorige libellen e-mails meldde Saskia Roselaar bijna terloops
de waarneming van vijf zuidelijke glazenmakers AESHAFFI in de Hunneborg bij
Denekamp op 3 augustus. Omdat dit één van de weinige potentieel nieuwe
soorten voor mij is, ging er vandaag (16 augustus) toch maar een kijkje
nemen. En inderdaad, even later keek in in de prachtige blauwe ogen van een
zuidelijke glazenmaker. Het mannetje hield zich moeiteloos stand tussen de
paardenbijters AESHMIXT. Dit exemplaar lijkt daar dus al een tijd rond te
hangen en wellicht zal dat ook in de komende tijd zo zijn. Ik kon het dier
vrij gemakkelijk benaderen en fotograferen. Ik heb het dier maar niet
gevangen om verstoring te voorkomen zodat in de komende dagen wellicht nog
wat andere mensen van het dier kunnen genieten. De Hunneborg ligt langs het
Kanaal Almelo-Nordhorn (260.1/489.8). Het is een oude ringwal/gracht die nu
helemaal droog staat. De zuidelijke glazenmaker vliegt in het westelijk
deel van deze ring, bij enkele opgedroogde slikkige laagtes met nog wat
dorstige fonteinkruiden.
Maar de koek was nog niet op, in het Voltherbroek vond ik bij een opdrogende
poel (260.3/488.9) nog een mannetje zuidelijke glazenmaker. Deze was
behoorlijk afgevlogen, maar ook deze liet zich zeer goed benaderen.
Robert Ketelaar
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Blauwe breedscheenjuffer PLATPENN nieuw voor de stad Utrecht en blauwe vorm
Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI bij Oostvoorne
Afgelopen dinsdag 12 augustus 2003 trof ik in Utrecht bij het park langs de
Kromme Rijn (137.7-454.4) een nieuwe soort voor de stad Utrecht aan: de
Blauwe breedscheenjuffer PLATPENN. Nabij Nieuw Amelisweerd zaten nog drie
mannetjes van deze soort langs de Kromme Rijn. De soort was al wel verwacht,
maar was bij mijn weten nooit dichter dan enkele kilometers nabij de stad
Utrecht waargenomen. Op diezelfde dag telde ik op de Kromme Rijn van de
Singel tot aan de jeugdherberg bij Rhijnauwen globaal 250 Weidebeekjuffers
CALOSPLE. Op de Minstroom en de Singel zaten nog enkele individuen van deze
soort. Op een deel van de Kromme Rijn waren verder rond de 25 mannetjes
Watersnuffels ENALCYAT aanwezig. Zowel Blauwe breedscheenjuffer als
Watersnuffel zijn vermoedelijk zwervers. Op 22 juli 2003 trof ik in mijn
tuin een jong mannetje Watersnuffel aan, wat een voorloper van de zwerver
invasie rond de stad Utrecht zou kunnen zijn geweest.
Van Jaap Tromp kreeg ik zaterdag 16 augustus 2003 een telefoontje dat hij
bij de Zanderij (omgeving Breede water, Oostvoorne, ZH), een vrouwtje van de
blauwe vorm van de Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI heeft gefotografeerd.
Verder zag hij er o.a. één mannetje van de Geelvlekheidelibel SYMPFLAV en
meerdere Zwervende pantserjuffers LESTBARB.
Aanvullend het volgende: op 17 januari 2002 schreef Mike Averill
(
Libellennieuws 03:33
Dinsdag 19 augustus 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Ei-afzettende Zuidelijke glazenmaker (AESHAFFI)
Tijdens een vlinderexcursie in het Voornes Duin werd ei-afzettend , in een
opgedroogd plasje van de Eerste Zanderij, op 16 augustus waargenomen: 1
vrouwtje van de Zuidelijke glazenmaker (de op het mannetje gelijkende blauwe
vorm).
Wat opviel was dat de libel rustig doorging met ei-afzetten op verschillende
plaatsen in de modder ondanks dat er verscheidene personen omheen stonden.
Ook waren de andere karakteristieke soorten met een voorkeur voor
droogvallende biotopen op deze plaats aanwezig : Zwervende pantserjuffer
(LESTBARB) en Geelvlekheidelibel (SYMPFLAV).
Groeten,
Leo van Beest
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
JNM KAMP IN MIDDEN LIMBURG
Dag Allen!
Van 9 tot 17 augustus hield je JNM (jeugdbond voor natuur- en milieustudie)
een kamp bij Herkenbosch in Midden-Limburg. Dit zijn de interessante
waarnemingen van het kamp:
Bosbeekjuffer (CALOVIRG)
-Ongeveer 12 exemplaren langs de Rode Beek (270-351) op 15/8
Kanaaljuffer (CERCLIND)
-Boven een poeltje nabij de 'Gaffelplek' (200-351) enkele exemplaren. Ook
een mannetje langs de Roer in de zelfde coordinaten.
-Boven een visvijver genaamd het Elfenmeer (204-552) op 14/8 enkele beesten.
Gaffellibel (OPHICECI)
-Langs de Roer, iets ten westen van de fietsbrug (200-351) troffen we op
10/8 1 mannetje aan, die na enige moeite mooi te zien was, hangend in de
oevervegetatie. De soort was erg makkelijk te vinden die dag, maar daarna
werd het onverwacht moeilijk. Tot 15/8 is op de plek dagelijks intensief
gezocht, zonder resultaat. Pas op 15/8 en 16/8 liet een mannetje zich weer
onregelmatig zien.
-Op de laatste dag van het kamp (16/8) vond Wouter Halfwerk 3 exemplaren bij
elkaar op en rond een klein kiezelstrandje van de Roer bij Vlodrop
(203.9-350.1).
Al met al niet altijd makkelijk te vinden, we hebben het idee dat de gaffels
niet echt veel vlieguurtjes maakten die week. (hitte?)
Rivierrombout (GOMPFLAV)
Op de plek van de Gaffellibel (200-351) troffen we op 10/8 2 mannetjes aan,
en ook de dagen erna was er steeds 1 exemplaar aanwezig.
Bronlibel (CORDBOLT)
-Op de bekende plek langs de Rode Beek op 12/8 1 exemplaar. De dagen erna
ondanks intensief zoeken geen exemplaren meer.
-1 exemplaar rond een klein beekje in een populierenbos met brandnetel als
ondergroei (204.1-349.3). Dit is het bos rond de visvijver van Vlodrop. Een
spannende waarneming, maar helaas daarna niet meer waargenomen.
Vuurlibel (CROCERYT)
-1 mannetje langs de Roer(199.6-351.2) op 11 en 12 augustus.
Geelvlekheidelibel (SYMPFLAV)
-Op een mooi weiland langs de Rode Beek nabij Vlodrop Station (208.6-351.4)
tientallen exemplaren waaronder tandems. Ook verderop de Rode Beek enkele
exemplaren (207-351).
Andere biologische hoogtepunten: Op 12 en 17 augustus een groep van resp 6
en 8 zwarte ibissen over het kampterrein. Een rode wouw boven Vlodrop op 16
augustus. Op verschillende plaatsten oranje luzernevlinders en
koninginnepages, enkele kolibrievlinders, ijsvogels, sikkelsprinkhanen,
zuidelijke spitskopjes en gouden sprinkhanen.
Groeten!
Sander Bot
JNM
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Noordse glazenmakers in Drenthe
"Wie niet zoekt zal niets vinden." Waarschijnlijk is dat de reden voor het
feit dat er dit jaar vanuit Drenthe nog geen meldingen van de Noordse
glazenmaker AESHSUBA zijn gedaan. Om aan alle onzekerheid een eind te maken
zijn we dus maar even op pad gegaan en hebben op twee bekende locaties naar
de Noordse glazenmaker gezocht:
16.viii.2003, Fochteloërveen-Drentse Weg (222-558): gevangen 1 mn en 1 vr.
(na eiafzet) en een 10-tal huidjes (foto's gemaakt).
18.viii.2003, Boswachterij Borger, Noordveen (244-551): gevangen 3 mn, met
verrekijker waargenomen 2 vr. eiafzettend (geen gele vlekjes achter op de
kop)(foto's gemaakt).
"Wie dus zoekt zal vinden"!
Peter de Boer, René Manger, Gerard Abbingh (Fochteloëveen) en Gerard Abbingh
(Boswachterij Borger).
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Nieuwe plekken Bandheidelibel SYMPPEDE?
Van Henk Gaasbeek kreeg ik een vakantiekaartje met de volgende interessante
waarnemingen:
"Op 12 augustus was ik libellen aan het kijken langs de Oostvaarderstocht,
Knardijk in Zuidelijk Flevoland (26-35-14 of 163-489). Toen ik op deze warme
dag omstreeks 13.00 uur de schaduw van een boom had opgezocht om een
boterhammetje te eten, viel mijn oog op een afwijkende libel die vanuit
zuidoostelijke richting de dijk volgde. Evenlater zag ik tot mijn grote
verbazing op nog geen meter afstand een Bandheidelibel (SYMPPEDE), witte
pterostigma's en bruinige banden over de vleugels, voor mij langs vliegen.
Ik heb de bandheidelibel met de kijker nog geruime tijd kunnen volgen totdat
de libel hoogte won en uit zicht verdween.
Een aantal dagen eerder, op 7 augustus, in de omgeving van Havelte sloten en
kanalen afgezocht op libellen. Omstreeks 12.00 uur vond ik een
Bandheidelibel (SYMPPEDE) op een pol biezen bij een plas van de
hengelsportvereniging van Weerwille.(16-58-32 of 216-527).
Zover ik weet twee nieuwe blokken voor deze soort of is de soort al eerder
op genoemde locaties gezien?"
Paul Schrijvershof
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Tengere pantserjuffer LEST VIRE nu ook in de IJsselmeerpolder.
Op 11-8-03 was ik weer aan het monitoren om weer eens lekker op de libellen
te hyperfoccessen in het Harderbos. Daar kwam ik weer een nieuwe soort voor
Flevoland tegen, de Tengere pantserjuffer LEST VIRE. Ook had ik weer de
zwervende heidelibel SYMP FONS.
Natuurmonumenten heeft in het Harderbos een aantal poelen gegraven die door
mij worden gemonitord op libellen. Het blijft spannend om overal op de
libellen te hyperfoccessen en de aantalsontwikkelingen te volgen.
Hyperfocces op de natuur!!!
Veel libellen plezier,
Hans Raaijmakers
Libellennieuws 03:34
Maandag 25 augustus 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Voortplanting van Noordse Glazenmaker AESHSUBA in Overijssel
In de laatste libellennieuws werd melding gemaakt van Noordse Glazenmakers
in Drente met als conclusie "Wie dus zoekt zal vinden"! Dit kunnen we nu ook
zeggen voor Overijssel.
J.l.16 aug werd door Herman Hazelhorst en ondergetekende in de
Engbertsdijksvenen een mannetje gevangen van de Noordse glazenmaker
AESHSUBA.
Determinatie leverde geen problemen op: de grootvlekkige vorm onderscheidt
zich duidelijk van de Venglazenmaker. De locatie in de Engbertsdijksvenen
(242.4-499.7) kenmerkt zicht door velden Pitrus met hier en daar open
stukken; dit alles voor het grootste deel bedekt met veenmossen. De locatie
is niet vrij toegankelijk.
Afgelopen weekend op 23 aug werd dezelfde plek weer afgezocht en werd ook
intensief naar huidjes gespeurd. Een 7-tal Aeshna huidjes werd gevonden en
determinatie thuis leverde het volgende op: 6x Venglazenmaker AESHJUNC en 1x
Noordse glazenmaker AESHSUBA mannetje. Hoewel het voorkomen in Overijssel al
enige tijd werd vermoed is het dit jaar dus raak met vondsten in het Witte
Veen en de Engbertsdijksvenen.
Groeten,
Alex Huizinga
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Tengere grasjuffer ISCHPUMI op Terschelling
Tijdens het jaarlijkse vogelkamp van de NJN op Terschelling (14-24 augustus)
is 1 bijzondere libellenwaarneming gedaan. Een populatie Tengere grasjuffer
(ISCHPUMI) werd aangetroffen in een met Lidsteng volgegroeide sloot op het
Groene Strand (142,6-598,2). Volgens de libellenatlas zijn er na 1989 geen
waarnemingen van deze soort meer van het eiland bekend.
Er vlogen enkele tientallen exemplaren tussen ongeveer evenveel Lantaarntjes
(ISCHELEG) en er werden verschillende copula's en vers uitgeslopen dieren
waargenomen (waaronder oranje vrouwtjes).
Leukste vogelsoorten van het kamp waren Kleinste jager, Morinelplevier en
Grauwe fitis.
Tim Termaat
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Noordse Glazenmaker AESHSUBA bij Gees
Wie wel zoekt zal wel vinden...nog een Noordse Glazenmaker (AESHSUBA)
1 mannetje op 5-8-03 boven de bekende plek bij Gees: het
Brandtorenven(240-530).
Er vlogen in ieder geval ondanks de hitte 3 subarctica/juncea, waarvan ik er
1 heb gevangen en uitgebreid gefotografeerd. De foto's laten een
onmiskenbaar typisch mannetje subarctica zien.
Groeten,
Sander Bot
Libellennieuws 03:35
Donderdag 28 augustus 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Purperlibel Trithemis annulata nieuw voor Nederland!
"Begin juli bij een ven op de Hoogbuurlose heide (militair oefenterrein)
gefotografeerd met 400 mm telelens" was de korte zin die mij dinsdag jl (26
augustus 2003) per meel bereikte, vergezeld van een prachtige foto van een
man Purperlibel TRITANNU.
Waarnemer: Piet Brouwer.
Liefhebbers kunnen de foto van mij doorgemeeld krijgen - voor het zonder
meer doorzenden van bijlagen ben ik een beetje huiverig met de laatste
viruswaarschuwingen.
Zie ook reactie van Marcel Wasscher hieronder.. RH
++++++++++++
Waanzinnig! Piet gefeliciteerd, dit is onmiskenbaar een Purperlibel. En als
dit in Nederland is gefotografeerd dan is dit ten eerste de tweede nieuwe
soort voor Nederland dit jaar (na de Gaffelwaterjuffer COENSCIT) en heeft
hij bovendien de hele afstand van de mij tot nu toe bekende dichtstbijzijnde
locaties in Zuid-Frankrijk naar Nederland in één keer overgestoken. Piet,
kan je ons de datum en coordinaten doorgeven? Is het het kleine ven op
186.6-463.9?
Groet,
Marcel
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
OPRICHTING LIBELLENWERKGROEP DRENTHE
Op 4 september 2003 aanstaande, om 20:00 uur, wordt in het bezoekerscentrum
van Natuurmonumenten bij het Dwingelderveld de Libellenwerkgroep Drenthe
opgericht. Iedereen die in libellen is geïnteresseerd en een bijdrage wil
leveren aan het libellenonderzoek in deze provincie wordt van harte
uitgenodigd deze avond aanwezig te zijn. Robert Ketelaar van de
Vlinderstichting zal de avond inleiden met een lezing over libellenwerk in
Drenthe.
Plaats: Bezoekerscentrum Dwingelderveld, Benderse 22, 7963 RA RUINEN,
telefoon 0522-472951.
Gerard Abbingh, Willem Klok en René Manger
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Libellennieuws 03:35
Donderdag 28 augustus 2003
Libellennieuws 03:37
Donderdag 18 september 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Dag allemaal,
Even was ik bang dat deze LN alleen Bruine winterjugffer waarnemingen zou
bevatten -
niet dat daar wat mis mee is, integendeel - maar op de valreep toch twee
andere meeltjes:
zie hieronder...
Voor iedereen die kopij instuurt het verzoek om het stuk zo op te stellen
als ware het gericht aan alle lezers. Verder verzoek ik u om zowel de
Nederlandse naam als de shortname (bestaand uit de eerste vier letters van
de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) van de waargenomen
soorten te vermelden. Ook een zo duidelijk mogelijke geografische
plaatsaanduiding (bijv. Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) wordt
op prijs gesteld.
Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als
altijd naar
Libellennieuws 03:38
Zaterdag 1 november 2003
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
HERDETERMINATIE Oostelijke witsnuitlibel Leucorrhinia albifrons
Beste mensen,
Vandaag (1 november 2001) was ik op bezoek in Leiden bij Vincent Kalkman op
het EIS/Naturalis. Ik besloot de larve van de Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia albifrons (verzameld op het Bloempjesven bij Woensdrecht) nog
eens aan een check te onderwerpen. Eén van de twee verzamelde larven was
door het Hoogheemraadschap van West-Brabant naar Naturalis opgestuurd en via
Jan van Tol bij Vincent op de kamer beland. Gezien de geringe grootte van de
eerstejaars larve leek me het geen overbodige luxe de larve nogmaals te
bekijken.
Door een foto van een larve van de Smaragdlibel Cordulia aenea die ik pas
gezien had, besloot ik te checken of het misschien die soort zou kunnen
zijn. Nu bleek dat tot mijn schrik (en schaamte) zo te zijn: de larve is een
Smaragdlibel Cordulia aenea! De onderscheidende kenmerken tussen de families
van de glanslibellen Corduliidae en de korenbouten Libellulidae (de
relatieve lengte van de cerci en de paraprocten en de tanding van de distale
rand van de labiale palpen), zijn bij dit individu niet erg duidelijk te
zien. Wel vielen mij nu pas de extreem lange poten van de larve op. Shame on
me, alhoewel ik blij ben dat ik de fout uiteindelijk zelf ontdekt heb.
De laatste waarneming van de Oostelijke witsnuitlibel in Nederland is
hiermee weer gedaan op 21 mei 1994. Het was uiteindelijk geen wonder dat bij
de zoektochten van de zomer op het Bloempjesven adulten van de soort niet
opdoken.
Groet,
Marcel
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Noordse glazenmaker in Dwingelderveld
Op woensdagmiddag 17 sept.jl werd in het NP Dwingelderveld (Dr.) een
mannetje Noordse glazenmaker (AESHSUBA) gevangen en gefotografeerd. Boven
het half drooggevallen ven (Stapelveen, 221.094-535.629) vlogen nog twee
grote glazenmakers die echter beide ten prooi vielen aan een professionele
libellenvanger: een boomvalk deed vijf minuten over twee vangsten, ik deed
drie kwartier over het bemachtigen van één exemplaar, maar die heeft het wel
overleefd.
Plezierig was de kort daarvoor binnengekomen informatie m.b.t. aanvullende
determinatiekenmerken in nr. 3 van de nieuwsbrief NVL. Met dank aan Rene
Manger! (frontstreep en schuine vlekken onderzijde borststuk).
Tevens is een larvehuidje gevonden van een Aeshna, waarvan helaas het
vangmasker ontbrak. Een uitdaging voor de gevorderde exuvia specialist? Het
huidje is te bevragen bij ondergetekende.
Op vrijdagmiddag 19 sept. werden in het NP Dwingelderveld minimaal zes
Noordse winterjuffers (SYMPBRAU) waargenomen, waarvan twee mannetjes en een
vrouwtje. Deze drie zijn door mij gevangen ter determinatie en weer
losgelaten. De dieren vlogen in een heideveld met hier en daar wat pijpestro
en opslag van berk, vuilboom en grove den. Het betreft een strook (slag) van
plm. 200m. breed en 2 km. lang, omzoomd door grove dennenbos (dichtgegroeid
heideveld) in de Veldslagen.
Rob van der Es
Natuurmonumenten
0655 127566 of 0522 472731