Libellennieuws 03:01
Vrijdag 7 februari 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse winterjuffer (SYMPPAED) in Noord-Holland

Op 24 oktober 2002 vond ik op mijn erf een juffertje dat in het water dreef.
Leek dood, maar dat was schijn. Mee naar binnen genomen om te determineren.
Na enige tijd vloog hij heel rustig in de kamer.Het bleek een noordse
winterjuffer te zijn, een mannetje. Weer buiten gezet.
Atlas: 14.54.24 (Zijdewind, ten zuidoosten van Schagen, NH), dus zeer ver
van huidig bekend verspreidingsgebied.

Hans Pieterse, Zijdewind
hans.pieterse_email_tiscali.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ik ben eigen website aan het vullen en nu staat er in het Engels een stukje
op over drie zuidfranse soorten: forcipatus, xanthostoma en boltonii. Kijk
op
www.antenna.nl/weia

Weia Reinboud

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:01
Vrijdag 7 februari 2003

Libellennieuws 03:02
Zaterdag 1 maart 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellenvrienden, groot nieuws...

Op vrijdag 28 februari 2003 is in de Driessenpolder (Lendevallei), Wolvega,
Friesland de eerste Noordse winterjuffer van dit jaar gespot door Wytze van
Kammen. Het beest was actief en vloog op de bekende stripjes. Hiermee is het
libellenseizoen 2003 definitief losgebarsten!!!
Fri(e)sse voorjaarsgroet aan allen,

Peter

E.P. de Boer
Fauna i.h.b Entomologie
afdeling Planning & Onderzoek It Fryske Gea

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste Noordse winterjuffers (SYMPPAED) in De Weerribben (NW Overijssel)

Vrijdag 28 februari 2003 togen Karin Uilhoorn, Robert Ketelaar en
ondergetekende naar de Weerribben. In het Woldlakebos werden tussen 13.00 -
14.00 uur 9 noordse winterjuffers (SYMPPAED) gezien. Meteen bij het eerste
bospad was het al raak. De juffers zaten op de paden vlak langs de
zonovergoten bosrand. Bij benadering vlogen ze meteen op en verdwenen in het
bos. Opvallend daarbij was hoe snel ze in het niets leken te verdwijnen.
Tussen het dorre gras en de kale bomen vind je ze niet terug. Een enkeling
vloog hoog (3 à 4 meter) in een berk. Tegen een berkentwijg in de zon valt
zo'n juffer in het geheel niet op. Bij het petgat in de Schut en Grafkampen
(onderzoeksgebied) troffen we er tussen 14.30 - 16.30 uur nog meer. Zeker 12
exemplaren. Ook daar bleken ze veelal op de grond of laag in de bosrand te
zitten. Een enkel ex. werd gezien in het bos of vlak langs de waterkant.
De juffers waren zeer levendig en alert. Zowel in het Woldlakebos als bij
het petgat lag er op veel plaatsen nog ijs! De temperatuur op luwe plaatsen
in de zon was echter al circa 14 à 15 grC.
We zaten zonder jas in de boot terwijl je er een week geleden nog op het ijs
kon lopen.
Als je wilt gaan zoeken: Het Woldlakebos 196/532 is makkelijk per fiets of
auto te bereiken. Langs de zuidkant van het bos loopt de Ir. Luteijnweg.
Vanaf die weg kun je het bos in via een pad langs de woldlakesloot. Zoek
langs de bosranden die pal op de zon liggen.

Evert Ruiter

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Resultaten onderzoek aan Noordse winterjuffer (SYMPPAED). December 2002 -
februari 2003

Na de vondst van 3 overwinterende noordse winterjuffers op 18 nov.2002 (LN
2.46) werd op 6 december 2002 deze plaats weer bezocht.
Het was een zeer koude dag met een schrale oostenwind en temperatuur rond
het vriespunt. Twee van de drie juffers werden terug gevonden. Ze waren
echter moeilijk te vinden omdat ze inmiddels veel lager (10 cm boven de
grond) waren gaan zitten of van plaats waren veranderd. Van zo'n verhuizing
mochten we getuige zijn. De juffer die dat (vanwege het koudere weer??) had
besloten, kroop achterwaarts van de pijpestrootje-halm naar beneden,
vervolgens een stukje over de grond en daarna, dieper in de pol, weer enkele
centimeters naar boven. Alles in very slow motion! Daar zaten we met onze
neus bovenop. De verhuizing duurde al met al wel 30 minuten.
Tijdens de vorstperiode die volgde kon geen bezoekje worden gebracht. Rond
kerst regende het vele dagen aaneen en in januari begon het weer te vriezen
en te sneeuwen. Op 9 januari 2003 werd de locatie (lopend over het ijs) weer
bezocht, maar de pollen waren ingesneeuwd en de juffers waren niet te
vinden. Ook op 31 januari waren de pollen nog steeds met een laagje sneeuw
bedekt en bleken de juffers onvindbaar. Op 21 februari wilden we kooien
plaatsen over de pollen om zodoende de (ontwakende) winterjuffers niet aan
ons te laten ontsnappen. Het ijs bleek echter niet betrouwbaar genoeg.
Vanwege de zonnige weersomstandigheden en een temperatuur van tefgen de 10
grC.werd een bezoek gebracht aan het Woldlakebos, daar werden, ondanks
intensief speurwerk van enkele uren, nog geen winterjuffers gevonden. Ook op
23 februari is daar gezocht. Wederom tevergeefs. Tussen 24 en 28 februari
was het stralend weer, met als gevolg dat er op 28 februari veel
winterjuffers werden gezien. Het is aannemelijk dat ze al wel eerder actief
zijn geworden.
Namens de deelnemers aan het paedisca project,

Evert Ruiter

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:02
Zaterdag 1 maart 2003

Libellennieuws 03:03
Woensdag 12 maart 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:03
Woensdag 12 maart 2003

Libellennieuws 03:04
Donderdag 27 maart 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste (gemelde) Bruine winterjuffer -waarneming van 2003

Eus van der Burg had zaterdag 15 maart 2003 de primeur van de eerste Bruine
winterjuffer SYMPFUSC van dit jaar. Hij vond deze, een vrouwtje, nabij
Koudekerk, Zuid-Holland op dezelfde plaats als waar hij deze soort vorig
jaar voor het eerst aantrof. Waarschijnlijk hetzelfde vrouwtje werd ook
zondag 16 maart 2003 hier aangetroffen. Op andere data werden echter geen
exemplaren gezien.

Eus, pers med. RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nog geen Vuurjuffers PYRRNYMP

Geinspireerd door de warme dagen van de afgelopen week deed Eus van der Burg
vandaag, 27 maart 2003, een poging om Vuurjuffers te vinden op de bekende
plek langs de Kromme Rade nabij Hilversum in Noord-Holland. Dit bleek
echter, ondanks intensief zoeken, nog niet mogelijk.

Een baltsende Havik, zingende Fitissen en een drietal mannetjes Ringslang
die een fors vrouwtje langdurig belaagden waren de troostprijzen.

Eus, pers. med. RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:04
Donderdag 27 maart 2003

Libellennieuws 03:05
Zondag 30 maart 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse winterjuffer (SYMPPAED) in De Wieden

Op vrijdag 28 maart vonden Jos Hooymeijer, Ronald Messemaker en
ondergetekende 2 noordse winterjuffers (SYMPPAED) in de omgeving van de
Otterskooi (De Wieden). Het is voor het eerst dat deze soort in De Wieden
wordt aangetroffen. De Otterskooi ligt hemelsbreed slechts 4.5 km verwijderd
van het Woldlakebos (ZO deel van De Weerribben), dus het lag in de lijn der
verwachting dat de soort op termijn ook wel in De Wieden zou opduiken.
Intensief speurwerk in de afgelopen jaren leverde tot nu toe nooit iets op.
Ze blijken er dus wel te zitten en geschikt voortplantingsbiotoop is
ruimschoots aanwezig. De verwachtingen zijn hoog gespannen...

Op deze prachtige middag zagen we verder 2 gehakkelde aurelia's, 1
citroenvlinder mann., 3 dagpauwogen, enkele kleine vossen en een klein
koolwitje. Verder al weer heel wat schrijvertjes en schaatsenrijders op het
water, diverse soorten hommels, zweefvliegen en bijen op bloeiende wilg,
kwakende heikikkers en daarbij op veel plaatsen baltsende watersnippen. Om
maar wat te noemen!

Evert Ruiter
e.j.ruiter_email_planet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Maandag 24 maart ben ik met drie collega's naar het Woldlakebos geweest om
Noordse winterjuffers (SYMPPAED) te zoeken (zie Libellennieuws 03:02). We
hebben tussen 11:15 en 13:15 een rondje gelopen en konden twee individuen
vinden doordat ze vlogen en gingen zitten. De eerste zat op een rietstengel
langs een krabbescheerslootje (196,891 - 532,537 ± 6 m), de tweede, een
vrouwtje, op een tak tussen een bospad en een beschaduwde sloot
(196,252/49 - 532,731/26 ± 6 m; 2 metingen).

Groet,
Tom Damm

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffers SYMPFUSC in Brabant

De afgelopen tijd heb ik enkele wandelingen gemaakt langs de vennen in
Waalre, Noord-Brabant. Ik trof daar verschillende keren Bruine winterjuffers
(SYMPFUSC) aan... de eerste op 28 februari (een vrouwtje). Afgelopen dinsdag
zag ik de eerste tandem.

Groetjes,
Tim Faasen

ECOLOGICA, ecologisch advies en onderzoek
Tim Faasen
Willibrorduslaan 32
5581 GE Waalre
tel/fax: 040 - 2222865
tim.faasen_email_ecopartners.nl
www.ecopartners.nl/ecologica

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffers in Noord-Holland

Ook in Zuid-Kennemerland is het libellenseizoen 2003 daadwerkelijk begonnen.
Het verheugt ons zeer dat we kunnen melden dat door ons lid mevrouw Lydeke
van Citters-Leffelaar het eerste "echtpaar" Bruine winterjuffer SYMPFUSC in
de Amsterdamse Waterleidingduinen op vrijdag 28 maart is waargenomen. Het is
een poel in de zeereep, vorig jaar werd daar ook al deze soort in het
voorjaar gezien en in de zomer werd daar voor het eerst in ons gebied een
larvehuidje van de Bruine winterjuffer SYMPFUSC door Jan-Willem van Velzen
na veel speurwerk gevonden.

Namens de KNNV-Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland,
Frans Koning

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:05
Zondag 30 maart 2003

Libellennieuws 03:06
Maandag 7 april 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarnemingen in het Duitse deel van het Wooldsche Veen van de
Hoogveenglanslibel SOMAARCT gezocht

In Noordrijn-Westfalen wordt momenteel hard gewerkt aan een libellenatlas.
De verwachting is dat de atlas over niet al te lange tijd kan worden
uitgegeven. Geinteresseerden kunnen informtie (bijvoorbeeld de nieuwsbrieven
van deze werkgroep) verkrijgen op hun homepage:
http://www.uni-muenster.de/Landschaftsoekologie/ag_bioz/Links/Libellen/Welco
me.htm .

Een paar weken geleden heb ik hun jaarlijkse bijeenkomst bezocht waarbij de
informatie-uitwisseling centraal stond. Zo blijken ze vlak over de grens met
Zuid-Limburg de Zuidelijke bronlibel CORDBIDE te hebben gevangen: een soort
om dus naar uit te kijken in Limburg! Maar ik had ook nieuws, want de
populatie van de Hoogveenglanslibel in het Wooldsche Veen was voor hen
nieuw. De afgelopen jaren zijn veel libellenwaarnemers in dit reservaat
geweest en wellicht heeft iemand wel Hoogveenglanslibellen in het Duitse
deel gezien. In dat geval is het voor hun ook een nieuwe populatie! Als je
dus in het Burlo-Vardingholter Venn (zo heet het Duitse deel)
Hoogveenglanslibellen hebt gezien, hoor ik dat graag
(
robert.ketelaar_email_vlinderstichting.nl). Ik zal dan zorgen dat je waarneming
bij de libellenwerkgroep terecht komt.

Robert Ketelaar


Robert Ketelaar
De Vlinderstichting/Dutch Butterfly Conservation
Postbus 506
6700 AA WAGENINGEN
The Netherlands
tel. *31 317 467346
mobile 06-51087313
www.vlinderstichting.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege soorten uit de Deurnese Peel

Tijdens een inventarisatieronde in de Deurnese Peel, een hoogveengebied op
de grens tussen Noord-Brabant en Limburg, vlogen op zondag 6 april al 46
Noordse witsnuitlibellen (LEUCRUBI) en 6 Vuurjuffers (PYRRNYMP) bij een
beschut ven (189.8 / 382.4). De temperatuur was ca 8 graden Celcius en de
zon scheen met perioden. De libellen vlogen alleen op uit een begroeiing van
adelaarsvaren in
een open berkenbos indien ze verstoord werden. Een zeer vroege start dus in
de Deurnese Peel, met name van de Noordse Witsnuitlibel (LEUCRUBI).

Groeten,
Jan Slaats

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Mogelijk een nieuwe locatie van de Bruine winterjuffer SYMPFUSC in Limburg

Ik heb een waarneming van mogelijk een nieuwe locatie van de Bruine
winterjuffer. Op maandag 24 maart had ik er eentje langs een (voor publiek
afgesloten) zandwinning langs de Heideveldweg in de gemeente Heerlen
in kilometerhok 196-324.

Groetjes
Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:06
Maandag 7 april 2003

Libellennieuws 03:07
Maandag 21 april 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Voortplanting van bruine winterjuffer SYMPFUSC in het Kootwijkerveen

Zondag 13 april waren Jan-Luc van Eyk, Robert Ketelaar en Mark Zekhuis op
het Kootwijkerveen op de Veluwe. We vonden aan de westkant van het veen
ongeveer 8 tandems en 5 losse dieren van de bruine winterjuffer SYMPFUSC.
Langs de noordrand van het gebied nog eens twee tandems en 5 losse dieren.
Voor zover ik weet is dit het grootste aantal bruine winterjuffers dat ooit
op de Veluwe is aangetroffen. Wie weet gaat de Veluwe dus toch Brabant
achterna, want het lijkt erop dat de bruine winterjuffer zich definitief op
de Veluwe heeft gevestigd. Ter plaatse nog geen noordse witsnuiten LEUCRUBI
of vuurjuffers PYRRNYMP.

Robert Ketelaar

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffers in Castricum, NH

Het heeft wat moeite gekost, in de duinplasjes van Bergen, Noord-Holland kon
ik ondanks het fraaie weer nog geen libel vinden. Maar op 17 april dan toch
twee territorium-houdende mannetjes bruine winterjuffer ( SYMPFUSC ) op de
onvolprezen ijsbaan van Bakkum, Castricum. Vandaag in Duin en Kruidberg geen
juffertjes maar wel veel vlinders, waaronder een jacobsvlindertje, vijf
mannelijke oranjetippen en een kakelverse kleine parelmoervlinder.

Groet,
Harm Niessen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Glassnijders BRACPRAT

Vrijdag 18 april vond eus van der Burg de eerste Glassnijder van dit
voorjaar, en wel een vrouwtje in De Haeck, Nieuwkoop, Zuid-Holland. Deze
werd gevolgd door een mannetje dat zich liet bewonderen in Archeon, Alphen
aan den Rijn, Zuid-Holland, op zondag 20 april.

RH, pers med Eus vd Burg

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Maanwaterjuffer COENLUNU en Viervlek LIBEQUAD

Maandag 21 april wordt door Eus vd Burg doorgebracht op de Gerritsflesch
nabij Radio Kootwijk, Veluwe, Gelderland. Van Noordse witsnuiten LEUCRUBI
nog geen spoor, maar wel aanwezig zijn een man Maanwaterjuffer COENLUNU,
twee Viervlekken LIBEQUAD en (tot 12 uur) 2 tandems en een man Bruine
Winterjuffer.

RH, pers med Eus vd Burg

PS Vroegste data volgens Wasscher & Bos (2002) zijn 20 april voor
Maanwaterjuffer en 21 april voor Viervlek.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Vuurjuffers PYRRNYMP

Vuurjuffer in het Utrechtse

Dinsdag 15 april liep ik (voor het eerst dit jaar) mijn vlinderroute
in de Gagelpolder, een laagveengebiedje met moerasheide ten noorden
van de stad Utrecht. Langs een sloot vloog uit de oevervegetatie een
uitgekleurd mannetje vuurjuffer PYRRNYMP op, mijn eerste dit jaar.

Marian Peterse

++++++++++++++++++++++++++++++

In een laagveengebied vlakbij Utrecht zagen we woensdag 16
april onze eerste drie vuurjuffers (PYRRNYMP). Het is een gemiddelde
datum voor dit gebied, waar we al vele jaren komen. Blijkbaar hebben
de overdosis zon en de overdosis kou elkaar in evenwicht gehouden.

Weia Reinboud

++++++++++++++++++++++++++++++

Zuid-Holland...

Ondanks diverse speurtochten van Eus van der Burg was het toch Bertus de
Lange die op woensdag 16 april de eerste twee (gemelde) Zuidhollandse
Vuurjuffers wist te vinden, in De Haeck nabij Nieuwkoop. Eus had er vrijdag
18 april alweer enkele 10-tallen....

RH, pers med Bertus de Lange

++++++++++++++++++++++++++++++

En vuurjuffer in Noord-Holland (nou ja, het Gooi)

Donderdag 17 april zag ik bij een van de vijvers op het landgoed
Boekesteyn ('s-Graveland) een verse vuurjuffer PYRRNYMP op- en
voorbijvliegen. Na wat speuren ontdekte ik zijn/haar larvenhuidje op
een jonge rietstengel. Het bleef bij die ene vuurjuffer (en een
gezellig klupje groene kikkers, plus mijn eerste bont zandoogje).

Tieneke de Groot

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Donderdag 17 april werden er circa 20 Noordse winterjuffers SYMPPAED
aangetroffen in het Kuinderbos, Friesland.

RH, pers med Bertus de Lange

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste mensen,

In het weekend van 12-13 april was ik met de Herpetologische en
Limnologische Werkgroep (wat zoiets als reptielen, amfibieën en
zoetwaterbeestjes werkgroep
betekent) van de jeugdbonden in Grenspark De Zoom/Kalmthout (provincies
Noord-Brabant en Antwerpen, België).

Hierbij had ik het geluk m'n eerste libellen van het seizoen te zien, nl.
Bruine winterjuffers (SYMPFUSC). Voor zover het kaartje t/m 2000 in de atlas
up-to-date is, lijkt het een forse uitbreiding. De dichtbijzijnde
Nederlandse waarnemingen zijn ten oosten van Tilburg of in de duinen van
Zuid-Hollandse / Zeeuwse eilanden.

Nog even de exacte vindplaatsen:
Kleine meer, Huijbergen 83.4-381.0 ong. 10 mn, 3 tandems (hier ook o.a.
kamsalamander).
Grote meer: 84.5-380.5 ong. 3 exemplaren (hier ook gewoon doorntje).
Poel tussen militair vliegveld en Moerkantse baan: 83.6-385.8, mintens 5
exemplaren.

groeten,
Matthijs Courbois

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Berichtje uit Engeland

Here in Britain we had a very sunny March, which tempted out at least one
exceptionally early Brachytron pratense (Glassnijder), but otherwise the
dragonfly season hasn't really started yet.

Adrian Parr per Macel Wasscher

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:07
Maandag 21 april 2003

Libellennieuws 03:08
Dinsdag 22 april 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rondje Hatertse en Overasseltse vennen

Op 21 april ondanks de horden dagjesmensen in het vooruiticht toch maar
even de buitenlucht in gegaan. Het bleek een goede keus te zijn, Bij de
Hatertse en overasseltse vennen lieten zich zien: 2 mannetjes Bruine
winterjuffer (SYMPFUSC), meerdere uitgekleurde venwitsnuitlibellen
(LEUCDUBI),
1 vers uitgeslopen mannetje Noordse Witsnuit (LEUCRUBI), tientallen
vuurjuffers
(PYRRNYMP), en honderden vers uitgeslopen, maar ook volledig uitgekleurde
Maanwaterjuffers (COENLUNU). Daarbij nog 1 waarneming van een onbekende
soort,
groot beest en groen, het zou een Glassnijder (BRACPRAT) kunnen zijn
geweest,
maar het biotoop lijkt me niet erg geschikt voor deze soort.

Joost Vogels en Annelies Pustjens

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste maanwaterjuffer COENLUNU in Drenthe

Op 21 april bij het Lunsveen in het Drouwenerveld in Drenthe mijn eerste
libellenwaarnemingen van dit jaar. Een mannetje Noordse witsnuit (LEUCRUBI)
en een vers vrouwtje maanwaterjuffer (COENLUNU). Deze laatste dus op
dezelfde datum als de Gelderse waarneming van Eus van der Burg (Bos&Wasscher
20 april). Gerard Abbingh vond op 18 april bij het vlakbijgelegen
Meindertsveen reeds een LEUCRUBI.

René Manger

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zwervende heidelibel Sympetrum fonscolombii in Leiden

Op maandag 21april 2003 zag ik vanuit een roeibootje op de Rijn in Leiden
(AC 93.3-463.5)
een Sympetrum fonscolombii voorbij vliegen. Het was een geelbruin individu
met grijze
ogen. Voorzover ik kan nagaan is dit veruit de vroegste waarneming tot nu
toe.
(bos & wasscher 2002 -> 13 mei, eis-bestand -> 14 mei)

groeten, Arjan Stroo

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Smaragdlibellen en Variabele waterjuffers bij Kromme Rade

Ook de eerste Smaragdlibellen CORDAENE zijn reeds gesignaleerd: het betreft
hier een aantal kakelverse exemplaren waargenomen aan de Kromme Rade nabij
Hilversum, Noord-Holland, op maandag 21 april. Hier ook al vele Variabele
waterjuffers COENPULC - net als de Viervlek is voor deze soort de uiterste
waarnemingsdatum met een dag vervroegd (Bos & Wasscher 2002). Waarnemer: Eus
van der Burg.

RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffers (SYMPFUSC) IJsbaan Castricum

Niet veel maar ze zijn er toch, bruine winterjuffers op de ijsbaan van
Castricum. Op 16 april 5 exx. en 21 april 3 eiafzettende tandems. Verder
speuren naar libellen bij diverse watertjes in het Noord-Hollands
Duinreservaat leverde nog niets op.

Groet,
Arnold Wijker

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:08
Dinsdag 22 april 2003


Libellennieuws 03:09
Donderdag 24 april 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Platbuik LIBEDEPR, Azuurwaterjuffer COENPUEL en Grote
Roodoogjuffer ERYTNAJA

Op het vers gegraven ven langs het Banisveld, zuidelijke Kampina bij Boxtel,
Brabant vond Eus in de broeiende warmte vandaag bovengenoemde soorten.
Verder veel Vuurjuffers PYRRNYMP, enkele Viervlekken LIBEQUAD en kakelverse
Lantaarntjes ISCHELEG.

Door Bert en Riet van Rijsewijk werd op hetzelfde ven een man Bruine
winterjuffer SYMPFUSC waargenomen vandaag, deze kon Eus niet vinden. Bert en
Riet hadden overigens afgelopen zondag, 20 april, op de Kampina een
Rouwmantel NYMPANTI ! Overigens niet de eerste die gemeld wordt dit
voorjaar.

Ook leuk: Groentjes CALLRUBI, een Gehakkelde Aurelia POLYCALB, veel
Landkaartjes ARASLEVA en Oranjetipjes ANTHCARD.

Bij de Huisvennen op de noordelijke Kampina werden ondanks uitvoerig
speurwerk geen witsnuiten aangetroffen.

Voor alledrie de soorten uit de kop is dit een vervroeging: Bos & Wasscher
(2002) noemt voor Grote Roodoogjuffer als vroegste datum 27 april, voor
Azuurwaterjuffer 26 april en voor Platbuik 28 april.

Waarnemer: Eus van der Burg, pers med RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Ik had op 23 april 16 Bruine winterjuffers (SYMPFUSC), 2 vuurjuffers
(PYRRNYMP) en mijn eerste lantaarntje (ISCHELEG) op de voormalige vuilstort
van Landgraaf in kilometerhok 199-327 in Zuid Limburg.

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste allemaal,

Mijn broertje, Niels Bot, was afgelopen maandag 21 april op de Strijbeekse
Heide. Hij zag daar 4 viervlekken (LIBEQUAD) en 1 glassnijder (BRACPRAT).

Groeten!
Sander Bot

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:09
Donderdag 24 april 2003

Libellennieuws 03:10
Dinsdag 29 april 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

BEEKROMBOUTEN (GOMPVULG) WEER OP GANG

Op maandag 28/04/03 fietste ik om 18.30 uur nog even langs de Beerze op de
Kampina (148-397). Tien minuten zoektijd leverde 1 vers uitgeslopen
Beekrombout (GOMPVULG) en 13 larvehuidjes van deze soort op. Naar mijn weten
de vroegste Nederlandse waarneming (Bos & Wasscher: 30 april). Hier ook 1
verse vuurjuffer (PYRRNYMP), de rest sliep denk ik al.

Eerder op de dag bezocht ik een mooi ruigteveld bij Oisterwijk
(143,4-398,8), waar 3 mannen Smaragdlibel (CORDAENE) en 2 mannen Noordse
witsnuitlibel (LEUCRUBI) aan het jagen waren tussen tientallen Vuurjuffers
(PYRRNYMP) en verse Watersnuffels (ENALCYAT).
Ook vlogen er 9 soorten dagvlinders over dit veld: de 3 witjes (PIERIS),
Oranjetip (ANTHCARD), Citroenvlinder (GONERHAM), Boomblauwtje (CELAARGI),
Dagpauwoog (INACIO), Kleine vos (AGLAURTI), Gehakkelde aurelia (POLYC-AL),
Landkaartje (ARASLEVA) en Bont zandoogje (PARAAEGE).

Tim Termaat

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rottige Meente

Op zondag 20 april ben ik de Rottige Meente (Laagveen, Zuid Friesland) in
geweest en heb daar 3 vuurjuffers (PYRRNYMP) gezien en na veel speurwerk ook
nog een vrouwtje Smaragdlibel (CORDAENE). In de dagen ervoor al een paar
keer het gebied in geweest, maar helaas, niets.

Alfred van der Burgh

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi iedereen

Tijdens mijn monitorrout, 24 april zag ik bij het zuiveringsmoeras bij de
Joris v.d. Bergweg (naast Osdorper binnenpolder Zuid) een Glassnijder
BRACPRAT. Hier tegenover op "over de Rand" mijn eerste Lantaarntje ISCHELEG.

groetjes Trees Kaizer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:10
Dinsdag 29 april 2003

Libellennieuws 03:11
Maandag 5 mei 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gevlekte witsnuitlibellen ook aktief

Ook de gevlekte witsnuitlibellen (LEUCPECT) zijn inmiddels op de wiek.
Tijdens de monitoring van noordse winterjuffers (SYMPPAED) vonden we zo'n
tiental kakelverse gevlekte witsnuitlibellen. De meeste bevonden zich
traditie getrouw bij petgat groot erve, ook enkele bij 't jurries. Verder
waren er bijzonder veel smaragdlibellen (CORDAENE) en variabele waterjuffers
(COENPULC) actief. Ook enkele viervlekken (LIBEQUAD) en grote roodoogjuffers
(ENALCYAT). Kortom een vruchtbaar dagje.

Jaap Bouwman
Danielle Winter

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beekrombouten beginnen ook bij de Buurserbeek te komen.

Op 4 mei liep ik met mijn broer J.J. langs de Buurserbeek ter hoogte van de
Harrevelderschans (249/463) en vond, terwijl J.J. zijn LYCATITY-route aldaar
liep, met ca. 20 minuten zoeken 5 larvenhuidjes (5 stuks op ca. 300 meter),
alsmede een verse uitsluiper van de Beekrombout (GOMPVULG).
Gezien het aantal dat eerdere jaren langs deze beek gevonden kon worden (op
sommige stukken gemiddeld 1 a 2 larvenhuidjes per meter oever) is dit nog
erg laag. Maar ze beginnen ook hier weer te komen dus.
Op Buurserzand 1 ex. (waarschijnlijk meer) van andere RL-soort:
Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI).
Vlinders (RL) langs de beek: Bont dikkopje (CARTPALA), Bruine vuurvlinder
(LYCATITY). Verder o.a. Hooibeestje (COENPAMP) en Groentje (CALLRUBI).

J.A.N. Gerard

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Uitsluipende smaragdlibellen (CORDAENE) rond zonsondergang

Op 30 april bezocht ik tussen 19.00 en 21.00 uur De Tichelgaten bij
Windesheim. Dit natuurreservaat (voormalige kleiputten) ligt langs de IJssel
ten zuiden van Zwolle.
Daar trof ik op diverse plaatsen tientallen (zeker meer dan 50) vers
uitgeslopen smaragdlibellen (CORDAENE). Veel exemplaren zaten nog op of vlak
naast het larvenhuidje en waren nog maar net uitgeslopen. Ook zag ik net uit
het water gekropen larven. Veel exemplaren zaten in kleine groepjes bijeen,
soms meer dan 6 meter van de oever in ruigte of lage struiken. Op die
plaatsen was de oever ongeschikt. Bij meer geschikte (open) overs zaten ze
pal aan de waterkant op gele lis of oude rietstengels. Ik vond slechts één
mismaakt exemplaar. Verder zag ik enkele exemplaren met gevouwen vleugels
aan de onderzijde van meidoorntakken hangend op circa 2.5 meter hoogte.
Andere libellensoorten die ik vond waren variabele waterjuffer (COENPULC) en
lantaarntje (ISCHELEG). Van de variabele waterjuffer nam ik ook vers
uitgeslopen exemplaren waar. Op gele lis op of naast het larvenhuidje.
De ochtend van 30 april was in deze regio warm en vrij benauwd met veel
bewolking. Vanaf 13.00 uur tot 16.00 uur heeft het geregend. Daarna bleef
het bewolkt en steeg de temperatuur niet boven de 14 graden. Rond 20.30 uur
ging de zon onder en bescheen kortstondig de omgeving.
Tot nu toe zag ik zulke grote aantallen uitsluipende smaragdlibellen alleen
(vroeg) in de morgen. Nooit eerder laat in de middag of 's avonds tegen
zonsondergang.
Wel heb ik ooit een smaragdlibel 's nachts (ruim voor zonsopgang) zien
jagen.

Evert Ruiter, Zwolle
e.j.ruiter_email_planet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

VUURJUFFERS IN TUINCENTRUM

Op koninginnedag, 30 april, zaten er circa 10 uitgeslopen Vuurjuffers
PYRRNYMP in het vijvertje van tuincentrum De Haan te Santpoort-Noord, NH. Ze
hingen, geheel verregend, aan de Moeraszegge. Ook vloog er een Wespendief
laag naar west.

HGr. Jaco Diemeer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Had op 4 mei in een groeve bij het Duitse plaatsje Hohenbusch ter plaatse
van de Nederlands Duitse grens in hok 199-329 liefst 8 soorten libellen. Dit
waren ca. 10 winterjuffer (SYMPFUSC) waaronder in ook een tandem, ca. 10
vuurjuffers (PYRRNYMP), 2 lantaarntjes (ISCHELEG), 1 plasrombout (GOMP PULC)
welke pas was uitgeslopen, 2 smaragdlibel (CORD ANEA) welke evenens pas
waren uitgeslopen, ca. 10 azuurwaterjuffer (COEN PUEL), 1 platbuik (LIBE
DEPR) en 2 viervlek (LIBE QUAD). Ik was hier samen met Marcel Hospers en
Roel Moddderman.

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Verlate waarneming van de Moorsterbeek

Maandag 21 april, tijdens inventarisatie van de Moorsterbeek (Gelderse
Vallei), heb ik mijn eerste libel waargenomen van dit jaar, nl. 1 vuurjuffer
(PYRRNYMP). Verder vlogen al veel vlinders:
Klein geaderd witje
Citroenvlinder (zowel man als vrouw)
Kleine vos
Landkaartje
Bont zandoogje

Een aardige waarneming waren 2 St. Jacobsvlinders, terwijl de voedselplant
net boven de grond staat en niet massaal in het gebied voorkomt.

Ruud de Man

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:11
Maandag 5 mei 2003


Libellennieuws 03:12
Maandag 12 mei 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Donkere waterjuffer (COENARMA) weer gesignaleerd in De Weerribben (O)

Op donderdag 8 mei togen Peter de Boer, Dico de Klein (Fryske Gea) en
ondergetekende naar De Weerribben. Bij de oude bekende vliegplaats werden
ondanks intensief speurwerk geen donkere waterjuffers aangetroffen.

Op één van de in 2002 nieuw ontdekte vliegplaatsen werden gelukkig wel
juffers ontdekt.
In totaal werden geteld: 14 mannetjes, 2 vrouwtjes en 3 eiafzettende
tandems. Eiafzetting werd uitsluitend gezien op blaasjeskruid. Ter plekke
werden ook nog enkele noordse winterjuffers (SYMPPAED) gezien, waaronder een
solitair (!) eiafzettend vrouwtje. Deze werd danig dwarsgezeten door een
'hitsig' armatum mannetje.

Andere leuke waarnemingen die dag: 1 vrouwtje platbuik (LIBEDEPR),
tientallen verse gevlekte witsnuiten (LEUCPECT) en enorme aantallen jagende
smaragdlibellen (CORDAENE) op windstille plaatsen. Verder een Chileense
kievit (vanellus chilensis). Een escape die al geruime tijd in de omgeving
vertoeft.

Evert Ruiter, Zwolle

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffer SYMPFUSC in Amsterdamse waterleiding duinen

Op 4 mei heb ik een tandem Bruine winterjuffer SYMPFUSC en 2 losvliegende
exemplaren gezien in de Amsterdamse waterleidingduinen. Is dit een bekende
plek of een nieuwe???

groeten
Bas van Schooten



++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Weidebeekjuffer CALOSPLE

Op 4 mei een Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) in mijn achtertuin
(Terborg) gesignaleerd. Waarschijnlijk afkomstig uit de Oude IJssel. Verder
hier alleen nog maar vuurjuffers (PYRRNYMP). Maar ik heb ook geen
vijver......

Gert-Jan van der Veen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

De eerste Bruine Korenbouten LIBEFULV

Eus (vd Burg) kon het weer niet laten en bracht, terwijl de meesten van ons
moesten werken, op donderdag 8 mei een bezoekje aan de Kromme Rade nabij
Hilversum, NH. Er werden daar door hem vele libellen aangetroffen, voor zijn
jaarlijst en de reden waarom dit gebied zo bekend is onder
libellenliefhebbers het meest interessant waren de 5 Bruine korenbouten
LIBEFULV.

Ook erg leuk was het uit de kleine lokale populatie afkomstige verse
vrouwtje Gevlekte witsnuitlibel LEUCPECT. Daarnaast waren er te vinden een
man Platbuik LIBEDEPR, vele 10tallen Glassnijders BRACPRAT, Smaragdlibellen
CORDAENE, Viervlekken LIBEQUAD en natuurlijk 100den Variabele waterjuffers
COENPULC, Grote roodoogjuffers ERYTNAJA, Vuurjuffers PYRRNYMP en
Lantaarntjes ISCHELEG.

Eus van der Burg, pers. med. RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:12
Maandag 12 mei 2003

Libellennieuws 03:13
Zondag 18 mei 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruinewinterjuffer SYMP FUSC waarnemingen op de Midden-Veluwe

Hierbij geef ik een lijstje van Bruinewinterjuffer SYMP FUSC waarnemingen op
de 1e telronden tijdens het libellenmonitoren op de midden veluwe.

Gebied / aantal / plaats / atlasblok

Gerritsfles 1 exemplaar Radio Kootwijk 33-31
Kootwijkerveen 10 exemplaren Nieuw milliggen 33-21
Oldenallerzuid 2 exemplaren Putten 32-16
Watergraafmeer 1 exemplaar Garderen 32-28

Er zijn dit jaar dus ook op de Veluwe meer Bruinewinterjuffers SYMP FUSC
waargenomen.
Verder zaten er op de Gerritsfles en Kootwijkerveen veel Maanwaterjuffers
COENLUNU
tijdens de eerste ronde.

Veel Groeten
Hans Raaijmakers
raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Oproep Groene glazenmaker

De werkgroep groene glazemaker (AESHVIRI) gaat in 2003 weer op zoek naar
locaties van krabbescheer in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.
Om jaarlijks een verspreidingsbeeld te kunnen presenteren worden de
waarnemingen centraal verzameld. In 2002 is door een klein aantal waarnemers
op 15 nieuwe lokaties de soort waargenomen, 39 mannetjes en 46 vrouwtjes.
Het is de bedoeling ook gegevens over de lokatie en de vegetatie op te
nemen. Interesse, neem dan contact op met de werkgroep via
jeffrey.huizenga_email_hetnet.nl of meldt je aan voor de bijeenkomst op 23 mei
a.s. te Opende.

Bij voorbaat dank, Jeffrey

NB Geinteresseerden kunnen bij Jeffrey de digitale waarnemings- en
krabbescheerformulieren opvragen, deze konden niet met deze nieuwsbrief
worden verzonden.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarnemingen uit Noordwijk, ZH

Een eiafzettend vrouwtje en een mannetje Glassnijders BRACPRAT waren
aanwezig in het Leeuwenhorstbos ten noorden van Noordwijk, met hier ook vele
Viervlekken LIBEQUAD, Lantaarntjes ISCHELEG en Variabele waterjuffers
COENPULC en 2 vrouwtjes waarschijnlijk Azuurwaterjuffer COENPUEL of
lantaarntje met onderbroken lantaarn.

groeten bas van schooten

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Inventarisaties in en rond Leiden, ZH

Dit jaar vindt er voor gemeente Leiden een libelleninventarisatie plaats in
een tiental stadsparken. Bij de eerste inventarisatieronde trof ik in
polderpark Cronesteyn een vrouwtje bruine winterjuffer SYMPFUSC (ac:
94.4-461.5) een glassnijder BRACPRAT (94.0-462.0) aan. Het is onduidelijk of
beide soorten zich voortplanten in de polder. Als er mensen zijn die
waarnemingen hebben van deze of andere leuke soorten in de stadparken van
leiden hoor ik dat graag. Van Gert Jan van Pelt hoorde ik dat in de heemtuin
van De Houtkamp in Leiderdorp zowel glassnijder BRACPRAT als vroege
glazenmaker AESHISOC aanwezig is. Dit gebied valt buiten de inventarisatie,
maar misschien kan iemand uit Leiden of Leiderdorp dit jaar eens kijken of
hier echt sprake is van een populatie.

Vincent Kalkman

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Weidebeekjuffers

Tijdens een planteninventarisatie in een buitenwijk van Utrecht, op
een kille en natte avond van 13 mei, ontdekten we per ongeluk drie
weidebeekjuffers CALOSPLE die in de vegetatie zaten te rusten. Twee
mannetjes en een vrouwtje, alledrie eerste dag, dus op deze miezerige
dag uitgeslopen. Het water staat wel in verbinding met de Kromme
Rijn, maar stroomt niet!

Weia Reinboud

++++++++++

Tijdens mijn dagelijkse wandeling langs het Valleikanaal in Leusden heb ik
 vrijdag 16 mei mijn eerste weidebeekjuffer CALOSPLE voor dit jaar
gezien. Het betrof een mannetje.

Marion Geerink

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Reactie op de vraag van Bas van Schooten (LN 03:12) met betrekking tot
Bruine winterjuffers SYMPFUSC in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD):

Het antwoord is dat op verschillende plekken in de AWD Bruine winterjuffers
zijn en ook worden gezien.

Eenieder die waarnemingen in de AWD doet wordt verzocht deze door te geven
aan de Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland, dan kunnen ze verwerkt worden in
het jaaroverzicht. Het e.mail adres is
koning.f_email_wolmail.nl .

Vriendelijke groet, Frans Koning

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:13
Zondag 18 mei 2003

Libellennieuws 03:14
Donderdag 22 mei 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Spectaculaire toename beekrombout (GOMPVULG) langs Overijsselse Vecht in
2003

In en rond het weekend van 10 en 11 mei zijn door Libellenwerkgroep
Overijssel de Vecht en de Regge grondig onderzocht op het voorkomen van de
beekrombout (GOMPVULG).
Vorig jaar werd de beekrombout tijdens een soortgerichte excursie voor het
eerst langs de gehele Vecht aangetroffen. Daarvoor was (vanaf 1997) de soort
alleen bekend langs de Vecht van de grens met Duitsland tot aan Gramsbergen.
Dat is slechts enkele kilometers. De verbeterde waterkwaliteit, de sterk
toenemende aantallen weidebeekjuffers (CALOSPLE), breedscheenjuffers
(PLATPENN) en de terugkeer van kritische vissoorten waren reden om aan te
nemen dat de beekrombout op termijn zou volgen. In 2002 was het dus zover
(zie LN 02.15). Langs de Regge werd in 2002 de soort niet aangetroffen, maar
toen werd slechts op enkele locaties gericht naar huidjes gezocht.

Tijdens de grootscheepse telling van 2003 zijn langs Vecht en Regge ruim 40
locaties bezocht. Per locatie is over een lengte van gemiddeld 50 meter de
oever afgezocht op larvenhuidjes of imago's. Langs de Regge werd de
beekrombout (nog) niet gesignaleerd. Deze rivier vertoond nog steeds te
grote schommelingen in zuurstofgehalte en de bodem is veel minder zanderig
dan die van de Vecht. De aantallen weidebeekjuffers en breedscheenjuffers
liggen er ook aanmerkelijk lager.

Voor wat betreft de Vecht is er in 2003 een verbluffende toename
geconstateerd van zeker 50% t.o.v. de gevonden aantallen in 2002. Dat is
goed nieuws.
Van de grens tot aan Ommen liggen de aantallen het hoogst (soms wel meer dan
50 exuviae per locatie). Van Ommen tot aan de monding in het Zwarte Water
bij Zwolle nemen de aantallen af. Op 30 april werd door Egbert Pullen bij
Gramsbergen al een vers vrouwtje aangetroffen en dezelfde waarnemer zag op 7
mei al een eerste copula! Uitsluipende exemplaren werden waargenomen tot
21.00 uur.

Over de telling, de aantallen, etc. zal in één van de volgende NVL
nieuwsbrieven meer worden gepubliceerd.
Medewerkers aan de telling: Nicole Vervoort, Petra Schep, Eveline Broos, Bé
van der Wal, Bas Klaver, Victor Mensing, Leo Winter, Egbert Pullen, Peter
Los, Vincent Martens en ondergetekende.

Evert Ruiter, Libellenwerkgroep Overijssel

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een bericht uit de Amsterdamse Waterleidingduinen, NH

In 2003 doe ik onder andere een voortplantingsonderzoek in 1 plas op het
Eiland van Rolvers.
Het resultaat tot nu toe ( 19 mei ) is :

Vuurjuffer (PYRRNYMP) 13 larvehuidjes
Glassnijder (BRACPRAT) 64 larvehuidjes
Viervlek (LIBEQUAD) 239 larvehuidjes
Vroege glazenmaker (AESHISOS) 22 larvehuidjes

De bedoeling is in de loop der jaren inzicht te krijgen in het verloop van
de voortplanting op 1 enkele plas. Welke factoren beinvloeden de
voortplanting ? Waarom zulke verschillen in aantallen per jaar en per soort
? Kan natuurbeheer een goede invloed hebben op de gang van
voortplantingszaken ? Wat valt er per jaar op ? Dit soort zaken komen aan
bod en kunnen hopelijk beantwoord worden in de
toekomst.

In 2003 merk ik de volgende zaken op :
1. de libellen zijn later dan vorig jaar. De vuurjuffer enkele dagen.
2. geen flab in de plassen. In 2002 werden de plassen bedolven onder flab.
3. het kan een goed jaar worden voor de Viervlek.
4. het weer is veel te stormachtig en regenachtig voor het uitsluipen.

Th. van Trigt, De Zilk.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellen De Wieden, OV

Op vrijdag 16 mei hebben we in De Wieden (Ov.) gezocht naar de Donkere
waterjuffer COENARMA. Helaas hebben we deze soort (nog!) niet gevonden. Wel
troffen we op twee nieuwe locaties solitaire Noordse winterjuffers SYMPPAED
aan. Tot op heden is voortplanting van deze soort echter nog niet
vastgesteld in De Wieden maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Verder
vlogen er o.a. enkele tientallen Gevlekte witsnuiten LEUCPECT, waaronder
enkele tandems, 3 Vroege glazenmakers AESHISOC, 2 Bruine korenbouten
LIBEFULV, tientallen Glassnijders BRACPRAT en Smaragdlibellen CORDAENE.

Peter de Boer, Tom Jager en Jos Hooijmeijer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een dagje Buurserbeek, OV

Vrijdag 16 mei 2003 gingen we, Emile Voogel, Miep Voogel en Thijs van Trigt
op reis naar Overijssel, want daar op de grens met Gelderland en Duitsland
ligt de Buurserbeek. Het was stralend weer en we konden de auto dichtbij
parkeren, langs de weg van Haaksbergen naar Buurse.
We gingen op zoek naar de Beekrombout (GOMPVULG), die hier zou moeten
vliegen. Na ongeveer 50 meter vanaf de brug zagen we er enkele hangen in het
gras langs deze mooie beek. De larvehuidjes hingen er vlakbij. De juvenielen
begonnen al te vliegen richting het hoger gelegen struweel. In totaal hebben
we 20 juvenielen van de Beekrombout (GOMPVULG) gezien en 45 larvehuidjes
verzameld.

Voorts hebben we de volgende libellensoorten waargenomen :

325 x Weidebeekjuffer (CALOSPLE), 150 x Azuurwaterjuffer (COENPUEL), 2 x
Watersnuffel (ENALCYAT), 46 x Vuurjuffer (PYRRNYMP), 1 x Platbuik
(LIBEDEPR), 3 x Viervlek (LIBEQUAD) en
3 x Noordse witsnuitlibel (LEUCRUBI).

Naast de libellen hebben we ook wat vlinders gezien :
125 x Oranjetip, 14 x Landkaartje, 22 x Citroenvlinder, 4 x Boomblauwtje,
8 x Hooibeestje, 5 x Vuurvlindertje, 2 x Gammavlindertje, 4 x Bont
zandoogje.
Ook hoorden we de Wielewaal, de Groene specht, de Grote bonte specht en de
Tuinfluiter.

Thijs van Trigt

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hagmolenbeek, Buurserbeek, Bommelasvennen, Harrevelderschans

Zondag 18 mei zijn Marion Geerink en ondergetekende op zoek gegaan naar de
beekrombout. Op de weg naar de Buurserbeek zijn we eerst uitgestapt bij de
Hagmolenbeek omdat ik daar in 1999 de larve van de plasrombout heb
aangetroffen, om precies te zijn uiterst benedenstrooms net voordat de
hagmolenbeek het twenthekanaal in stroomt. In de Hagmolenbeek nabij Beckum
(coordinaten 246,85/470,05) troffen we de volgende libellen aan:
* Weidebeekjuffers (CALOSPLE) mannetjes en vrouwtjes, tientallen.
* Lantaarntje (ISCHELEG) 3 mannetjes
* Glassnijder (BRACPRAT) twee mannetjes.
* Vuurjuffers (PYRRNYMP) mannetjes en vrouwtjes, tevens tandems, tientallen.
Tevens zagen we op deze plek landkaartjes (ARASLEVA ) en een citroenvlinder
(GONERHAM) vele dansene volwassen haften en schietmotten.

Daarna zijn we doorgereden naar de Bommelasvennen. Omdat het meest
noordelijke ven (252,30/465,32) in ons meetnet (Waterschap Regge en Dinkel)
zit hebben we daar ook even gespeurd naar libellen.De volgende libellen
hebben we daar aangetroffen:
* Watersnuffel (ENALCYAT) mannetjes, enkele exemplaren.
* Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI) mannetjes en vrouwtjes, enkele exemplaren.
* Viervlek (LIBEQUAD) vrouwtje, eiafzettend op het water.
Verder troffen we nog een groentje (CALLRUBI) aan.

Uiteindelijk zijn we bij de Buurserbeek beland. Nabij het natuurgebied
Harrevelderschans (249,85/463,18) hebben we de volgende libellen
aangetroffen:
* Weidebeekjuffers (CALOSPLE), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel exemplaren.
* Vuurjuffers (PYRRNYMP), mannetjes en vrouwtjes, tandems, tientallen
exemplaren.
* Azuurwaterjuffers (COENPUEL), mannetjes en vrouwtjes, zeer veel
exemplaren.
* Lantaarntje (ISCHELEG), mannetjes, enkele exemplaren.
* Beekrombout (GOMPVULG) net uitgeslopen vrouwtje, tevens vele
larvenhuidjes.
Daarnaast hebben we ook de volgende vlinders gezien:
* Icarusblauwtje ( POLYICAR )
* Bont dikkopje ( CARTPALA )
* Oranjetipje (ANTHCART)
* Landkaartjes (ARASLEVA)
* Klein geaderd witje (PIERNAPI)

In het natuurgebied naast de Buurserbeek (Harrevelderschans) hebben we nog
een gevlekte witsnuitlibel (LEUCPECT) gezien. Dit was een vrouwtje.

In een naburige sloot zijn we nog op zoek geweest naar de speerwaterjuffer
(COENHAST). Deze juffer hebben we helaas niet gevonden aldaar. Wel vlogen er
veel vuurjuffers en een smaragdlibel (CORDAENA), waarschijnlijk een
mannetje.

Eveline Broos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi allemaal,       Groote Heide in Heeze, NB

Op 16 mei jongstleden zag ik mijn eerste gewone oeverlibellen (ORTHCANC) van
dit jaar, op de Groote Heide in Heeze. Verder onder meer ook 7 mannetjes van
mijn favouriete Coenagrion: de maanwaterjuffer (COENLUNU), enkele
smaragdlibellen (CORDAENE), enkele glassnijders (BRACPRAT) en honderden
venwitsnuitlibellen (LEUCDUBI). Al deze libellen trokken overigens ook de
aandacht van een paartje hongerige boomvalken!
Uit de larvenhuidjes kon ik opmaken dat er ook weer grote keizerlibellen
moeten zijn, maar die lieten zich helaas niet zien. In het water verder ook
diverse volgroeide larven van de tangpantserjuffer (LESTDRYA), dus die kan
ook ieder moment verschijnen.

Tijdens een bliksembezoekje aan de bekende speerwaterjufferlocatie in Waalre
op 17 mei kon ik mijn eerste speerwaterjuffer (COENHAST) van het jaar
vaststellen, een piepjong mannetje bij zijn larvenhuidje. Verder in het
water ook 1 larve van deze zeldzame soort tussen de vele larven van de
azuurwaterjuffer (COENPUEL) en de vele jonge amerikaanse hondsvisjes... niet
zo'n fijn gezelschap dus!

grtjs,
Tim Faasen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Lesbos, Griekenland en Archeon, Alphen aan den Rijn..

1) Hoorde van Eus dat hij op Lesbos Gompus Schneideri heeft (terug)
gevonden. Lopau maakt melding van slechts 1 onzekere waarneming van
schneideri/vulgatissimus. Ik kon vorig jaar geen enkele Gompus vinden
ondanks twee weken intensief zoeken (wel 33 andere taxa), maar echt
verbazingwekkend is natuurlijk de vondst van Eus niet. Hij kijkt immers 10
maal beter dan wij allen denk ik.

2) Op vrijdag 16 mei j.l., vond ik tijdens een grondige inventarisatie de
volgende soorten op het Archeon terrein, te Alphen aan den Rijn.

Variabele Waterjuffer COENPULC >1000 exx.
Lantaarntje ISCHELEG ca. 600 exx.
Grote Roodoogjuffer ERYTNAJA ca. 150 exx.
Kleine Roodoogjuffer ERYTVIRI 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar.
Watersnuffel ENALLCYAT ca. 25 exx.
Vuurjuffer PYRRNYMP 2 mannetjes
Glassnijder BRACPRATE 12 exx (4 mannetjes, 8 vrouwtjes)
Vroege Glazenmaker AESHISOC 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar.
Gewone Oeverlibel ORTHCANC vers uitgeslopen vrouwtje, eerste van dit jaar
aldaar.
Viervlek LIBELQUAD ca. 25-30 exx, wo 2 prenubila

vr.gr.

Peter de Knijff

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Grote keizerlibel langs Breskens, Zeeuws-Vlaanderen

Vrijdag 16 mei vloog er omstreeks 3 uur een grote keizerlibel (ANAXIMPE)
voorbij de (vogel)telpost Breskens in Zeeuws Vlaanderen. Het betrof een
vrouwtje, die een rondje om de post vloog en daarna richtin het oosten
vloog. In mijn ogen is dit een zeer vroege waarneming, aangezien in de
veldgids 31 mei als vroegste datum wordt gegeven. De wind kwam op dat moment
uit het zuidoosten en er trokken ook vlinders langs, waaronder veel
distelvlinders en een grote zwarte vlinder met een rode baan op de
ondervleugel. Ik denk dat de keizerlibel vanuit Frankrijk naar Nederland is
gezorven hoewel er niet echt een zuidelijk windstroom was. Misschien dat de
keizerlibellen in Frankrijk wat vroege uitsluipen? Weet iemand hier iets
van?

Wouter Halfwerk

NB Bos en Wasscher (2002, 3e druk) noemt 9 mei als vroegste datum, RH.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,         Eerste Houtpantserjuffer

Afgelopen 13 mei zag ik samen met Matty Berg een Houtpantserjuffer
(LESTVIRI) bij de Hortus van de Vrije Universiteit Amsterdam (25-44-35
linksboven).
Errug vroeg of zijn er al meer waarnemingen?

Groeten,

Merijn van Leeuwen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarneming uit Meijendel, Wassenaar ZH

Tijdens een wandeling in het duingebied van Meijendel op 18 mei trof ik een
drietal Glassnijders BRACPRAT
aan, een soort die ik eigenlijk alleen kende van de laagveengebieden. De
libellen vlogen rond bij een uitkijkduin (vermoedelijke
Amersfoortcoordinaten 082.2 460.5).

Teus Luijendijk
Leiden

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag allemaal,

In het weekeinde van 17/18 mei zijn we een paar dagen in de polder
Turfzakken geweest. Dat is een schitterende plas-dras polder midden in de
Brabantse Biesboch. We hadden naast glassnijders BRACPRAT en een grote
roodoogjuffer ERYTNAJA ook een uitsluipend vrouwtje oeverlibel ORTHCANC.
Leek ons wel vroeg. De eerste dit jaar?

Groeten,
Lenze Hofstee, Gerard Verwoerd, Femkje Sierdsma, Marjolein Drok, Rob Gordijn
en Sander Bot

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:14
Donderdag 22 mei 2003

Libellennieuws 03:15
Vrijdag 30 mei 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere Grasjuffers ISCHPUMI tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee, NH

Tot nog toe waren er slechts enkele sporadische waarnemingen in de
Noordhollandse duinen. Maar op 26 mei 2003 bleken ze zich toch eindelijk
echt gevestigd te hebben, de Tengere Grasjuffers ( ISCH PUMI ) in de
PWN-duinen tussen Bergen en Egmond. In het enkele jaren oude
natuurontwikkelingsproject Het Nieuwe Land ( 103.6, 517.0 ), op slechts
enkele honderden meters afstand van de zee, zijn veel kwelbeekjes met
inmiddels voldoende begroeiing. In korte tijd werden in de ochtend van 26
mei 38 exemplaren geteld: volwassen en zeer jonge, net uitgeslopen en
nauwelijks vliegvlugge exemplaren, mooie oranje jonge dames en zelfs een
oudere dame van de schaarse blauwe variëteit. Zonder twijfel hebben ze zich
hier voortgeplant en moeten ze dus vorig jaar ook al aanwezig geweest zijn.

Aanvulling op de mail van 26 mei:
Op 28 mei is verder gezocht naar Tengere Grasjuffers ( ISCH PUMI ) in de PWN
duinen. In het Nieuwe Land tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee veel meer
exemplaren dan 2 dagen eerder: naar schatting zeker 150. Waaronder een
paringswiel en zeker drie mooie blauwe vrouwen. Opmerkelijk was verder - ik
had het tenminste nooit eerder gezien - een paringswiel van de gewone
Oeverlibel ( ORTH CANC ) waarvan het mannetje nog geheel in vrouwelijk kleed
was. Dat hinderde hem kennelijk niet bij het paren. Zeer verwarrend gezicht.
De invasie van de Tengere Grasjuffer ( ISCH PUMI ) heeft ook de duinen ten
zuiden van Egmond aan Zee niet onberoerd gelaten. In het
natuurontwikkelingsgebiedje Soeckebacker ( 103.4 513.6 ) waren drie mannen
en een vers imago aanwezig.

Groet,
Harm Niessen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellen monitoring op het Kootwijkerveen.

Sinds 1997 loop ik jaarlijks 3 libellenmonitoringroutes op het
Kootwijkerveen. Elk jaar tussen begin mei en begin september ga ik om de 2
weken de libellenroutes lopen. Aan het eind van het libellen seizoen gaat er
altijd een verslag met de resultaten naar de terrein eigenaar
Staatsbosbeheer en eén naar de Vlinderstichting. Daarnaast gaan er ook
formulieren van de Vlinderstichting na het libellenseizoen naar Robert
Ketelaar van de Vlinderstichting. Daarna gaan de formulieren naar het
Centraal bureau voor de statistiek. Met het monitoren is het de bedoeling
dat er een lange reeks van jaren wordt opgebouwd.
Op den duur kan ik de lokale trends gaan vergelijken met de landelijke
trends uit het libellen meetnet
Als men op een gebiedje vaker komt, 8 a 9 keer per jaar, dan wordt de
soortenlijst voor het gebied van zelf groter, zo zie ik in een jaar tussen
de 17 en 28 soorten. De totaallijst staat al op 36 libellensoorten op het
Kootwijkerveen, sinds 1997.

Het Kootwijkerveen is een groot heideven. Hieronder zie je een tabel met de
resultaten van de maximum aantallen van de 3 libellenroutes samen. Voorlopig
wordt het hoogste jaar aantal gebruikt als jaar index voor een libellen
soort. De maximum aantallen van de routes onderling en de resultaten per
telling liggen in het verslag waarvan eén exemplaar in de bibliotheek van de
Vlinderstichting ligt.

Maximum aantal van elk geteld jaar van libellen op het Kootwijkerveen van
alle drie de routes samen.

Soort

1997

1998

1999

2000

2001

2002

Weidebeekjuffer

0

0

1

0

0

0

Bosbeekjuffer

1

0

1

0

0

0

Zwervende pantserjuffer

0

0

0

0

8

0

Tangpantserjuffer

0

0

0

0

2

0

Gewone pantserjuffer

399

110

190

790

950

1600

Tengere pantserjuffer

2

2

1

14

26

15

Houtpantserjuffer

91

0

6

27

13

53

Bruine winterjuffer

3

0

0

0

0

1

Lantaarntje

0

2

20

4

4

15

Vuurjuffer

4

11

40

27

94

115

Maanwaterjuffer

15

2

19

94

200

193

Watersnuffel

250

45

246

650

750

2300

Azuurwaterjuffer

120

48

157

127

275

95

Variabele waterjuffer

0

0

0

0

2

0

Koraaljuffer

5

5

0

0

0

0

Grote roodoogjuffer

1

0

0

0

2

2

Kleine

1

0

0

0

2

2

Zwarte heidlibel

198

33

53

75

68

59

Geelvlekheidelibel

1

0

0

0

0

0

Bloedrode heidelibel

6

0

3

0

2

2

Bruinrode

1

0

0

2

0

0

Steenrode

3

0

8

1

0

2

Vroege lazenmaker

1

0

0

0

0

0

Blauwe

1

1

5

4

4

2

Bruine

1

0

2

0

1

0

Venglazenmaker

41

15

18

15

7

21

Paardenbijter

2

0

2

3

0

3

Grote keizerlibel

6

16

7

16

10

13

Smaragdlibel

16

14

93

110

104

74

Metaalglanslibel

5

2

2

0

0

1

Platbuik

2

0

0

0

0

0

Viervlek

367

690

121

580

620

530

Gewone oeverlibel

6

0

4

0

1

0

Gevlekte witsnuitlibel

0

0

0

0

2

0

Venwitsnuitlibel

4

33

0

0

0

0

Noordse

172

40

63

103

162

98

Jaar

soorten

28

17

23

18

24

22


Totaal 36 libellensoorten sinds het monitoren. Zo zie je, als je vaker een
gebied bezoekt een aantal jaren achtereen kun je meer soorten tegenkomen. De
verschillen van jaar tot jaar zijn veel groter dan met het monitoren van
broedvogels.

Beste mensen, ga ook eens een gebiedje monitoren! Een moerasplasje, een mooi
heideven of een andere waterpartij.

Ook interesse in libellen monitoren? Neem dan contact op met Robert Ketelaar
van de Vlinderstichting.

Groeten
Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Maanwaterjuffer COENLUNU op Kuinderplas (182,5-533,5)

Op 27 mei waren Robert Ketelaar en ik op monitoring veldwerk op de
Kuinderplas op zoek naar de Noordse winterjuffer SYMPPAED. We zijn in de
westpunt begonnen en zagen vooral in het begin meer Noordse winterjuffers
dan verwacht. Totaal 27 stuks. Tot onze grote verrassing, vonden we ook een
mannetje Maanwaterjuffer COENLUNU (182,2-533,7) tussen de grote hoeveelheden
Variabele waterjuffers COENPULC. Het gaat hier zeer waarschijnlijk om een
zwerver, want het bleef bij deze waarneming.
Andere soorten die ook genoemd kunnen worden waren: Glassnijder BRACPRAT,
Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA), Lantaarntje ISCHELEG en Watersnuffel
ENALCYAT.
Kortom een mooie velddag!

Groeten,
Dries Oomen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zwervende heidelibel SYMPFONS op Meinweg bij Roermond

Donderdag 29 mei, lekker warm, Meinweg bij Roermond. Genoeg soorten om er
een mooie dag van te maken, waaronder een rood mannetje Zwervende heidelibel
SYMPFONS bij ongeveer het oostelijkste plasje. Daar ook andere pioniers
zoals Tengere grasjuffer ISCHPUMI en zeker drie territoriale Platbuiken
LIBEDEPR tegelijk aktief.

Weia Reinboud

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste libellenliefhebbers,

In het vorige Libellennieuws (3:14) vroeg Wouter Halfwerk zich af of de
Grote keizerlibel in Frankrijk eerder vliegt. Het antwoord is - zoals te
verwachten -bevestigend. Naar aanleiding van zijn vraag hierbij een korte
impressie van de natuur tijdens een voorjaarsvakantie in midden Frankrijk.

Ik was van 28 april tot en met 10 mei in het regionale natuurpark La Brenne
(dpt Indre, Fr.). Dit is een gebied van zo'n 1200 meertjes en geniet o.a.
veel bekendheid door de rijke vogelbevolking waaronder Witwangstern,
Koereiger, Roerdomp, Geoorde fuut, Draaihals, Hop, Grauwe klauwier. Maar het
gebied "ademt biodiversiteit" op allerlei terrein. Zo kent het gebied een
libellenfauna van ruim 50 soorten. De eerste week van mei nam ik bij een
meertje ("étang") in de buurt van Rosnay waar ik kampeerde diverse soorten
waar zoals de Grote keizerlibel ANAXIMPE, Viervlek LIBEQUAD, Kleine
roodoogjuffer ERYTVIRI, Smaragdlibel CORDAENE, Azuurwaterjuffer COENPUEL,
Lantaarntje ISCHELEG en Bruine winterjuffer SYMPFUSC.

De Franse natuurbeschermers in het natuurpark zijn zich bewust van de
natuurlijke rijkdom in hun gebied. Op 9,10 en 11 mei werden er in
hoofdplaats Le Blanc voor de tweede keer natuurstudiedagen georganiseerd.
Deze waren professioneel van opzet met markt van natuurboeken, biologische
produkten en discussiebijeenkomsten.

Tijdens mijn vakantie nam ik deel aan een Franse cursus voor de herkenning
van exuviae. We bezochten o.a. een étang bij Lingé dat bekend staat om haar
grote libellenfauna, maar liefst 38 soorten waaronder de Tweevlek EPITBIMA.
Ook daar een weinig waargenomen soort, tenminste als imago want exuviae
worden er soms met tientallen gevonden. Na het uitsluipen blijken de imago's
direct het centrum van de meertjes op te zoeken en dan wordt het waarnemen
lastig. Waarmee weer eens blijkt dat bij de inventarisatie van de
libellenfauna in een gebied de aandacht voor exuviae belangrijk is. We zagen
1 uitgeslopen exemplaar dat zich nog vlak naast het larvehuidje bevond en en
waarvan de vleugels niet volledig tot ontplooiing waren gekomen. Ik sprak
met enkele Franse libellenkenners die mij vertelden dat zij de étangs met de
betere waterkwaliteit in het gebied tot wel tweemaal per week onderzochten
binnen een monitoringprogramma. Tijdens de cursus werd melding gemaakt van
de problemen rond het determineren van Zygoptera-exuviae. Ik kreeg duidelijk
de indruk dat de cursusleiding zich beperkt had tot de Franse literatuur.

Tot slot viel ook mij op dat ik de Viervlek LIBEQUAD in de Brenne dit jaar
veel meer dan in andere jaren aantrof. Dat gold trouwens ook de Cetti's
zanger die je bij nogal wat ruige oevers van meertjes kon horen.
Wie meer wil weten over de Brenne kan me mailen. Ik heb voor de
geinteresseerden lijsten beschikbaar van libellen en dag- en nachtvlinders.
Op Internet kun je ook veel informatie vinden onder " La Brenne" of "Indre
Nature".

Met vriendelijke groet,
Drs. Ben W.J.M. Kruijsen
Ecologisch Adviesbureau B.Kruijsen

Kruidbergerweg 49
2071 RB Santpoort-Noord
023 5398119; 06 21805103
postbus_email_natuuradvies.nl
www.natuuradvies.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Naar aanleiding van vroege waarnemingen uit LN 03:14:

"Op vrijdag 16 mei vond ik tijdens een grondige inventarisatie de volgende
soorten op het Archeon terrein te Alphen aan den Rijn.(..) Kleine
Roodoogjuffer ERYTVIRI 1 mannetje, eerste van dit jaar aldaar. Peter de
Knijff"

Bovenstaande waarneming van de Kleine roodoog ERYTVIRI zou een zeer forse
verbetering van de vroegste dag zijn (13 juni). Weet je het zeker, Peter??

Weia

+++++++++++++++++++++

"13 mei zag ik (..) een Houtpantserjuffer LESTVIRI bij de Hortus van de
Vrije Universiteit Amsterdam (25-44-35 linksboven. Merijn van Leeuwen"

Ook dit zou een forse verbetering van de eerste dag zijn (3 juni). Er zijn
wel meer vroege waarnemingen bekend, maar allemaal ongedocumenteerd en
daarom beschouwd als verwarring met een jonge gewone pantserjuffer LESTSPON
ofzo. Kunnen jullie de waarneming nader documenteren, waarop hebben jullie
gelet enzo?? Want dan komt ie in
de boeken.

Weia

+++++++++++++++++++++

Nog even over extreem vroege waarnemingen. Doe je zo'n waarneming, beschouw
die dan ongeveer als een heel zeldzame soort, extra goed bekijken en
aantekeningen maken. Zowel met het oog op de ODONtabel als voor de veldgids
houd ik vroegste waarnemingen bij en ik ben daarbij net niet zo streng als
bij zeldzame soorten (CWNO-soorten) maar wel een beetje streng!

Kijk ze,

Weia

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellen langs Pieterpad

Op 15 mei j.l. zag ik tijdens een 4-daagse Pieterpadwandeling bij een
zijslootje van de Schipbeek 225.9-472.9 10 mannetjes en 2 vrouwtjes
Weidebeekjuffer (Calosple) De waterkwaliteit van de Schipbeek moet m.i. nog
behoorlijk verbeteren wil deze juffer ook in de Schipbeek neerstrijken. Of
zijn er anderen die positievere ervaringen hebben.

Een dag later bij de Berkel 220.9-463.7 4 mannetjes en 2 vrouwtjes
Weidebeekjuffer (Calosple). Tevens 1 ex. Vuurjuffer (Pyrrnymp) in de
oeverzone.

Op 18/5 aan de Heiderbroekse vloed(tussen Vorden en Doetinchem) 4 ex
Vuurjuffer (Pyrrnymp), 2 ex Platbuik (Libedepr) en 1 vrouwtje Gewone
Oeverlibel (Orthcanc)

Waar een paar daagjes Pieterpad al niet goed voor zijn.

Hans Boerma, Wormerveer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo allemaal,

Van 28 juni tot 26 juli ga ik met drie vrienden vogels kijken in Polen,
Hongarije, Kroatie en Oostenrijk. Natuurlijk gaan we ook naar libellen
kijken, dus hierbij het verzoek om veeeel plek info voor leuke soortjes. Het
gaat me hier met name om de Dwergjuffer NEHASPEC, maar ook:Balkanbronlibel
CORDHERO, Zuidelijke Glanslibel SOMAMERI, Tweevlek
EPITBIMA, Oostelijke LEUCALBI en Sierlijke Witsnuitlibel LEUCCAUD, Grote
Pantserjuffer LESTMACR, Vogelwaterjuffer COENORNA en Gaffelwaterjuffer
COENSCIT.

Dat is nogal wat. En dan wil ik ook graag weten of ik kans maak op
Purperlibel TRITANNU en Caliaeschna microstigma..... (in Kroatie).Alle info
(alleen al algemene info over status) is welkom, maar het liefste plekjes
natuurlijk.

Groeten,
Rob van Bemmelen
ixobrychus_email_hotmail.com

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:15
Vrijdag 30 mei 2003

Libellennieuws 03:16
Zondag 1 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Mogelijke Sierlijke witsnuitlibel LEUCCAUD op de Kampina, NB

Tijdens Hemelvaart ben ik met de NJN op excursie geweest in de Kampina, bij
Oisterwijk. Voor deze excursie had ik mij met name tot doel gesteld mijn
verzameling zweefvliegdia's aan te vullen (wat uiteindelijk met soorten als
Brachypalpoides lentus, Parhelophilus frutetorum, Temnostoma bombylans en
Epistrophe flava ook vrij aardig is gelukt). Ondanks het feit dat mijn
aandacht met name uitging naar zweefvliegen werd ik op een bepaald moment
afgeleid door een voor mijn gevoel ongewone libel.

Normaal gesproken ben ik zeer terughoudend in het naar buiten brengen van
onzekere waarnemingen maar aangezien ik de komende tijd niet in de
gelegenheid ben om te proberen mijn waarneming zelf te verifiëren (i.v.m.
een vakantie in Griekenland) meld ik mijn waarneming deze keer toch maar via
de mailinglist in de hoop dat het anderen stimuleert om extra op te letten
tijdens bezoeken aan de Kampina of wellicht zelfs een keer gericht te gaan
zoeken...

Wat wil het geval?
Toen onze excursie aan het einde van vrijdagmiddag, 30 mei, nog even zat bij
te komen
op de zuidwestoever van het Belversven vloog er plotseling een Wisnuitlibel
Leucorrhinia
voorbij. Ik kon de libel kortstondig schuin van achteren bekijken waarbij
het me als eerste opviel dat de (helder)gele vlekken op het achterlijf meer
op het basale deel geconcentreerd zaten dan ik gewend ben van
Venwitsnuitlibel Leucorrhinia dubia, Noordse witsnuitlibel L. rubicunda en
Gevlekte Venwitsnuitlibel L. pectoralis. Qua omvang waren de vlekken ook
kleiner dan gebruikelijk is bij pectoralis maar iets groter (of in ieder
geval opvallender) dan bij de gemiddelde dubia. Het tweede wat mij opviel
was de aanwezigheid van een kleine witte vlek aan het einde van het
achterlijf, ter hoogte van en ter omvang van de achterlijfsaanhangselen. De
aan- of afwezigheid van insnoeringen in het achterlijf was vanuit mijn
perspectief niet zichtbaar. Ik heb geen pterostigma's waargenomen en ook
geen al of niet verdonkerde vleugeltoppen.

Conclusie?
* Het feit dat voor mijn gevoel het geel op S8 ontbrak zou veroorzaakt
kunnen worden door een donkerkleuring van het geel zoals bij dubia,
rubicunda en pectoralis wel vaker gebeurt. Bij deze soorten is het echter
gebruikelijker dat alle vlekken onduidelijk worden of juist met name de
basale achterlijfsvlekken. In dit geval waren de vlekken op het basale deel
van het achterlijf juist erg duidelijk en ook helder van kleur hetgeen duidt
op een nog relatief jong exemplaar (waarbij verdonkering zowieso nauwelijks
voorkomt).
* De witte vlek aan de achterlijfspunt zou veroorzaakt kunnen zijn door de
aanwezigheid van een vuiltje, restanten van een eiafzetting o.i.d. Het wit
had echter verdacht veel de vorm en grootte van de achterlijfsaanhangsels.

Ervanuitgaande dat S8 inderdaad echt zwart was en dus niet verdonkerd en de
achterlijfsaanhangselen echt wit, zonder invloed van vuil, zou het hier
moeten gaan om Sierlijke witsnuitlibel L. caudalis of Oostelijke Sierlijke
witsnuitlibel L. albifrons. Helaas moet ik bekennen dat ik beide soorten
alleen ken van foto's. Ik durf mede om die reden ook niet met zekerheid te
zeggen om welke soort het hier ging. Qua algemeen voorkomen was de libel
voor mijn gevoel een exacte kopie van het vrouwtje caudalis zoals te zien in
de Duitse veldgids van Heiko Bellmann. Gezien de status van deze soort durf
ik echter geen garantie te geven op deze determinatie. Ik hoop daarom vooral
dat iemand anders de komende tijd een gedetailleerdere waarneming weet te
doen die mijn vermoedens bevestigen!

grtjs,
Tim Faasen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zwervende heidelibellen SYMPFONS in Overijssel

Op 29 mei bezocht ik met Bernard Oosterbaan en Richard Witte een aantal
Sallandse libellenplekjes. Op een ongeveer zeven jaar geleden gegraven
recreatievijver "Krieghuusbelten" (niet op alle recente stafkaarten
afgebeeld, 217.7/493.3), vonden we twee mannetjes van de zwervende
heidelibel SYMPFONS. Een dag later, 30 mei, bezocht ik het
RAVON-hemelvaartweekend en daar vonden we (Jan-Luc van Eijk, Mark Zekhuis,
John Habraken, Wytze Versteeg, Tjeerd duBois en ik) op het Elsenerveen bij
de kokmeeuwenkolonie (230.6/476.6) een vrouwtje en iets verderop in
hetzelfde kilometerhok bij een klein vennetje met veenpluis nog een mannetje
zwervende heidelibel. Het ging bij allevier de exemplaren om volledig
uitgekleurde dieren, dus wellicht zwervers die met de distelvlinders uit het
zuiden van Europa zijn toegekomen. Het is dus weer opletten voor schaarse
zuidelijke soorten!

Robert Ketelaar

++++++++++++++++

Zwervende heidelibellen SYMPFONS in Zuid-Holland

Op zondag 1 juni hadden Bertus de Lange en Eus van der Burg in het nieuwe
natuurgebiedje 'Lentevreugd' nabij Wassenaar, ZH, zo'n 20-30 Zwervende
heidelibellen SYMPFONS.

Pers. med. EvdB, RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag allemaal,

Afgelopen weekeinde zijn we als JNM (jeugdbond voor natuur- en milieustudie)
op kamp geweest in Zuid Limburg. Naast vogels en vlinders hebben we
natuurlijk ook aan libellen gedaan:

Donderdag 29 juni
Op de St. Pietersberg ongeveer 10 plasrombouten(GOMPPULC), waarvan ook
enkele aan de Belgische kant.

Vrijdag 30 mei
Langs de Gulp ter hoogte van Slenaken 20 a 30 bosbeekjuffers(CALOVIRG) en 1
weidebeekjuffer (CALOSPLE).

Zaterdag 31mei
-In groeve `t Rooth een mannetje en een eiafzettend vrouwtje zuidelijke
oeverlibel (ORTHBRUN)
-langs het grindgat van Itteren (de grauwe gorzenplek) 2 mannetjes zwervende
heidelibel (SYMPFONS)
-Op de Maas, thv Itteren een rombout die heel veel op een rivierrombout
(GOMPFLAV) leek, maar door de korte waarnemingsduur net niet zeker.

Zondag 1 juni
We hadden opvallend gemakkelijk een vergunning gekregen voor de ENCIgroeve
van Maastricht:
- 2 man en 1 vrouw vuurlibel (CROCERYT)
-10 a 20 zwervende heidelibellen (SYMPFONS), op een plasje laag in de
groeve.
-enkele plasrombouten (GOMPPULC)
Verder die dag in het poppelmondedal (oid) op de St Pietersberg een vrouwtje
vuurlibel (CROCERYT) en enkele plasrombouten (GOMPPULC).

Groeten, namens het hele JNMkamp,
Wouter Halfwerk en SanderBot

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere Grasjuffer ISCH PUMI op het Wisselseveen, GLD

Tijdens het libellen monitoren op zaterdag 31 mei had ik op het Wisselseveen
een Tengere Grasjuffer ISCH PUMI. Het Wisselseveen is een
natuurontwikkelingsprojekt van Stichting het Gelderslandschap en ligt in de
gemeente Epe. Verder heb ik er jaarlijks een klein aantal Bruinekorenbouten
LIBE FULV.
Verder heb ik buiten het Wisselseveen om met monitoren tot nu toe minder
Noordse witsnuitlibellen LEUC RUBI dan vorig jaar. Maar ik heb wel gemerkt
met die warmte dat de een na de andere uitsluipt.
Zo had ik ergens veel larvenhuidjes van de Grote keizerlibel ANAX IMPE maar
geen enkele Grotekeizerlibel op de monitoringroute. Vanaf maandag gaat de 3e
periode voor monitoren beginnen: hopelijk blijft het mooi weer.

Veel groeten
Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet,nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine korenbout LIBEFULV bij De Bilt, U

Donderdag 29 mei zag ik, voor het eerst weer sinds een jaar of 10, een
bruine korenbout LIBEFULV (man) op landgoed Oostbroek bij De Bilt (141.6 -
455.6). Hier o.a. ook jaarlijks glassnijder BRACPRAT.

Groet,
Bert Geerdes

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellen bij Budel, NB

Op zaterdag 31 mei ben ik naar Budel-Dorplein geweest op zoek naar Gevlekte
glanslibel (Somat flavo), maar helaas niet gevonden. Twee plaatsen bezocht:
de kwelsloot nabij de goederenspoorlijn (coord. 362-168) en de omgeving van
het fietspad ten zuiden van het Ringselven. Op de eerste locatie: Vroege
glazenmaker (6 exx.Aeshna isos), Smaragdlibel (diverse: Cordu aene),
Glasnijder (3 mann. Brach prat), Weidebeekjuffer (Calop splendens; 1 man) en
diverse Grote roodoogjuffers (Eryt Najas), Viervlek(Libe quad), Grote
Keizerlibel (Anax imper) en Vuurjuffer (Pyrr nymp).

Op de tweede locatie slechts kort geweest; Vroege glazenmaker (circa 5
exx.Aeshna isos), diverse Gewone oeverlibellen (Orthetrum Canc) en als
veruit de meest verassende; een
vroeg mannetje Beekoeverlibel (Orthetrum Coerulescens). In Wasscher en Bos
staat als vroegste waarneming: 8 juni. Het exemplaar bevond zich in een diep
ingegraven kwelslootje net voorbij de bocht van het fietspad; dichtbij de
duiker. In het overige traject van deze zeer 'roestwatersloot' werden geen
exemplaren meer aangetroffen.

Rob Brinkhof
Eindhoven

NB Wasscher en Bos (2002, 3e druk vermeldt 24 mei als vroegste datum, RH.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Reacties op LN 0315

> Ook dit zou een forse verbetering van de eerste dag zijn (3 juni). Er zijn
wel meer vroege waarnemingen bekend, maar allemaal ongedocumenteerd en
daarom beschouwd als verwarring met een jonge gewone pantserjuffer LESTSPON
ofzo. Kunnen jullie de waarneming nader documenteren, waarop hebben jullie
gelet enzo?? Want dan komt ie in de boeken.       Weia Reinboud>

Reactie op het bovenstaande... ik vermoed dat er bij sommige van deze vroege
waarnemingen verwarring optreedt met de tangpantserjuffer LESTDRYA die op de
zijkant van het borststuk meestal ook een kleine uitstulping heeft op de
rand van de donkere bovenste helft en de lichte onderste helft. Aangezien
jonge exemplaren van deze soort net als de houtpantserjuffer een licht
pterostigma hebben kan dit met sommige tabellen tot verwarring leiden (bijv.
1e druk van de ODON).

grtjs,
Tim Faasen
Ecologica, ecologisch advies en -onderzoek
tim.faasen_email_ecopartners.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse witsnuitlibel LEUCRUBI bij Kromme Rade, Hilversum, NH

Tussen 17 en 18 uur zaterdagavond 31 mei bezochten Theo Admiraal, Cock
Reijnders en Remco Hofland het westelijk gedeelte van de Kromme Rade,
waarbij de nadruk vooral lag op het afspeuren van de ca 130m-lange
krabbescheersloot, ca 1 km ver het gebied in. Behalve de te verwachten
soorten, zoals Variabele waterjuffer COENPUEL, Vuurjuffer PYRRNYMP (slechts
een man), Glassnijder BRACPRAT (5+), Bruine Korenbout LIBEFULV (slechts een
man), Smaragdlibel CORDAENE ca 10, Viervlek LIBEQUAD (slechts een vrouw) en
40-50 Vroege Glazenmakers AESHISOS, werden in de krabbescheersloot ook 2
mannen Gevlekte witsnuitlibel LEUCPECT en een man Noordse witsnuitlibel
LEUCRUBI gezien.

Deze laatste soort werd door Eus van der Burg hier al eerder waargenomen -
dat was echter wel in een jaar waarin de soort als zwerver op meer plaatsen
werd aangetroffen. Bertus de Lange had woensdag 28 mei in de
krabbescheersloot maar liefst 4 mannen Gevlekte witsnuitlibel.

Remco Hofland

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Alles vliegt al?

Tijdens een bezoekje aan Limburg op 30 mei werden door Eus van der Burg,
Peter de Knijff en Bertus de Lange oa Gevlekte glanslibel SOMAFLAV, 1
Hoogveenglanslibel SOMAARCT, Gewone bronlibel CORDBOLT, Beekoeverlibel
ORTHCOER, 2 verse Koraaljuffers CERITENE en ruim 1000 Tengere grasjuffers
ISCHPUMI waargenomen. Een uitgebreider verslag volgt wellicht nog.

Pers.med. EvdB, RH.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Mogelijk in de eerstvolgende LN volgt een kort verslag van de week die Eus
van der Burg doorbracht op Lesbos, Griekenland - speciaal voor libellen,
waarvan hij maar liefst 38 soorten vond!

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:16
Zondag 1 juni 2003

Libellennieuws 03:17
Zaterdag 7 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo,

Ik lees dat de andere hemelvaartskampen van de jeugdbonden voor
natuurstudie zeer geslaagd waren. Zo ook het Hemelvaartskamp 'Hemka Kotten'
in de Achterhoek van de JNM.

In het Wooldse Veen:
donderdag 29 mei: 1 mannetje hoogveenglanslibel (Somaarct) op de bekende
plek van de enige waarneming. Hij vloog bij een hoogveenvegetatie tegen de
Duitse grens met lavendelhei, kleine veenbes, ronde zonnedauw en eenarig
wollegras. Ook 2 mannetjes hoogveenglanslibel (Somaarct) een paar honderd
meter verder bij een ander hoogveen-stukje, met een soortgelijke vegetatie,
maar hier ook grote
lisdodde en waterdrieblad. Verder nog 2 bonte dikkopjes als leuke waarneming
(248,3-436,4).
De volgende dagen werd er alleen nog een bont dikkopje (248,5-436,4) door
Martha Courbois gevonden. Gelukkig was het zondag 1 juni weer raak. Op de
eerste plek werd meteen bij aankomst een mannetje hoogveenglanslibel
(Somaarct) gezien en na een tijdje gezocht te hebben bleek er ook een nog
vrij jong, maar wel volledig uitgekleurd vrouwtje te zitten in een grove den
naast het veentje.

Bij het Nonnenven, langs de Borkense Baan:
Hier werden geen opvallende waarnemingen gedaan. De plasrombout (Gomppulc)
(maximaal 2 mannetjes) (250,1-237,8) was natuurlijk wel erg leuk. Geen
speerwaterjuffer (Coenhast), gevlekte witsnuit (Leucpect) o.i.d., wat
mogelijk komt doordat één deel van het ven erg moeilijk te bereiken is. Op
andere plekken langs de Borkense Baan (250,0-437,9 249,1-439,0 248,3-440,2)
en bij de in de buurt gelegen Italiaanse meren (251,1-438,8) werden geen
noemenswaardige waarnemingen gedaan.

Bij de Slinge:
Bij Bekendelle (245,2-440,1 en 245,3-440,2)en Broekmolen (244,5-440,1) een
hoop bosbeekjuffers (Calovirg) en weidebeekjuffers (Calosple) op vrijwel
alle dagen. Stroomopwaarts, dus voor Bekendelle, nergens bosbeekjuffer
(Calovirg), ook nergens beekrombout (Gompvulg). Wel uiteraard
weidebeekjuffers (Calosple) zo goed als overal langs de beek (251,7-440,0
250,0-440,6 250,0-440,3 248,9-441,4 247,2-441,5 246,3-441,5).

Bij groeve 'Het Steenhuis' (niet de bekende Winterswijkse steengroeve)
(244,7-441,7):
Alleen vermeldenswaardig: het te verwachten mannetje plasrombout (Gomppulc)
op zaterdag 31 mei door Teize van der Burgh.

In het Korenburgerveen:
subgebied Meddose Veen: Op drie á vier plaatsen werd vrijdag 30 mei
speerwaterjuffer (Coenhast) gezien. Langs het ven bij het vlonderpad
(242,7-445,2) (10 mn, 2 vr), op twee plekken bij het moeras langs het
verlengde van het vlonderpad (242,6-445,4 en 242,4-445,5) (allebei 2 mn) en
bij een venig gedeelte dat recent dieper onder water is gezet (242,5-445,6)
(waarschijnlijk 5 tandem + 10 mn). Hier zagen Erik van Ommering en Lodewijk
van Walraven ook op vrijdag 30 mei een bosbeekjuffer (Calovirg) mannetje en
zagen er twee groepjes een glassnijder (Bracprat) mannetje. Daarnaast werd
er zaterdag 31 mei door Coen Nengerman en Allart Kooijman een gevlekte
witsnuitlibel (Leucpect) mannetje gezien bij het moeras direct na het
vlonderpad (242,4-445,5), bij het vlonderpad (242,7-445,2) zagen zij ook
weer zo'n 10 mn speerwaterjuffer (Coenhast). Bont dikkopje is in dit
subgebied op 2 plaatsen gezien (242,5-445,6 en 242,3-445,6).

subgebied Korenburgerveen: Hier is op één bekende plek speerwaterjuffer
(Coenhast) gezien (18 tandem, 16 mn) (242,3-445,2). Qua libellen nog
vermeldenswaardig: 1 mannetje glassnijder (Bracprat) tegen het Vragenderveen
aan (242,1-444,5) en 2 mannetjes bosbeekjuffer (Calovirg) bij een bosslootje
langs de spoorbaan door het gebied (242,9-445,0). Daarnaast op één plaats
bont dikkopje (242,8-444,5).

subgebied Vragenderveen: Op zaterdag 31 mei een mannetje en een vrouwtje
hoogveenglanslibel (Somaarct). Dit betekent voor zover ik weet de 4de
populatie voor Nederland! Daarnaast vingen we op dezelfde kaart ook het
enige (nog niet rode) mannetje venwitsnuitlibel (Leucdubi) van het kamp en
een bont dikkopje. Waarschijnlijk zijn de coördinaten van de plek ongeveer
241,6-444,6 maar omdat de 'paden' niet herkenbaar zijn op de kaart is dit
niet zeker. Gelukkig is de plek wel makkelijk terug te vinden. Op twee
andere plaatsen ook nog bonte dikkopjes (241,3-444,6 en 241,4-444,7).

Groeten,
Matthijs Courbois

N.B. Alle waarnemingen waar geen speciale naam bij wordt genoemd zijn
overigens o.a. door mijzelf gedaan.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Veel soorten op de Kampina

In het Hemelvaartsweekend bracht ik ook een bezoek aan de Kampina. Op 31 mei
zag ik hier welliswaar geen Sierlijke witsnuit, maar wel 24 andere soorten!
De volgende stukken van het gebied werden bezocht: de nieuw gegraven poelen
in het natuurontwikkelingsgebied Banisveld, Balsvoort en omgeving en het
Klokkentorenven.

Soortenlijst:

Weidebeekkjuffer (CALOSPLE), Gewone pantserjuffer (LESTSPON), Bruine
winterjuffer (SYMPFUSC), Speerwaterjuffer (COENHAST), Maanwaterjuffer
(COENLUNU), Azuurwaterjuffer (COENPUEL), Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA),
Vuurjuffer (PYRRNYMP), Watersnuffel (ENALCYAT), Lantaarntje (ISCHELEG),
Tengere grasjuffer (ISCHPUMI), Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), Grote
keizerlibel (ANAXIMPE), Glassnijder (BRACPRAT), Plasrombout (GOMPPULC),
Beekrombout (GOMPVULG), Smaragdlibel (CORDAENE), Metaalglanslibel
(SOMAMETA), Platbuik (LIBEDEPR), Viervlek (LIBEQUAD), Gewone oeverlibel
(ORTHCANC), Zwervende heidelibel (SYMPFONS, 6 mannetjes en 1 tandem),
Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), Noordse witsnuitlibel (LEUCRUBI)

Kan iemand mij vertellen of SYMPFONS al bekend was van de Kampina? De
determinatie van de 5 vers uitgeslopen LESTSPON rust op de vorm van de
achtelijfsaanhangselen van de mannetjes.

Tim Termaat

Ps: Overigens kan ik van het Belversven op de Kampina zeggen dat dat ven
leuker is dan ik had gedacht. Op 7 mei vond ik hier (naast de gewone vroege
vensoorten) Maanwaterjuffer (COENLUNU), Glassnijder (BRACPRAT) en Noordse
witsnuiten (LEUCRUBI). Ik zal proberen hier binnenkort nog eens naar
witsnuiten te zoeken...

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een bericht uit de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Vervolg van het onderzoek in 1 plas op het Eiland van Rolvers (tot 3 juni
2003) :

Vuurjuffer (PYRRNYMP) 13 larvehuidjes
Glassnijder (BRACPRAT) 86 larvehuidjes
Viervlek (LIBEQUAD) 406 larvehuidjes
Vroege glazenmaker (AESHISOS) 72 larvehuidjes
Grote keizerlibel (ANAXIMPE) 588 larvehuidjes

Opmerkingen :
- De Grote keizerlibellen hebben gewacht tot het mooi weer werd.
Het was 2 weken slecht weer en toen kwam de afgelopen week
met sub-tropische temperaturen. Normaliter sluipen ze veel uit
vanaf half mei, maar dit jaar was dat pas vanaf 26 mei.
Op 31 mei was de grote uitsluipdag met 395 larvehuidjes op 1 dag.
- De Vroege glazenmaker heeft nu een uitsluipaantal van 72 stuks
op 1 plasje.
- De koeien eten helaas graag lisdodde.

Th. van Trigt, De Zilk.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gevlekte witsnuitlibel Leucorrhinia pectoralis in Leiderdorp, ZH

Zondag 1 juni 2003 was stralend, een uitgelezen dag om libellen te
observeren. Dus naar wat leuke plekken in de buurt van mijn woonplaats
Leiden, onder meer naar de Houtkamp in Leiderdorp. Daar is ook een heemtuin
waar ik het afgelopen seizoen o.m. een enkele Vuurjuffers Pyrrhosoma
nymphula zag, en waar een populatie Vroege glazenmakers Aeshna isoceles en
Glassnijders Brachytron pratense zit. Vlak bij deze tuin is een klein open
plasje, 20 m in doorsnee, met een aangrenzend met sigaren begroeid stuk. Ook
hier Aeshna isoceles, enkele Brachytron (waarschijnlijk uit de heemtuin),
enkele Viervlekken Libellula quadrimaculata en ruim 30 exuviae van Grote
keizerlibel Anax imperator (waarvan één onderste boven). Er vloog ook iets
zwarts, wat ik in eerste instantie niet goed onderscheiden, maar wat later
zag ik duidelijk de witte snuit, en een grote citroengele vlek op het
abdomen, caudaal van wat rode tekening. Een duidelijk territoriale Gevlekte
witsnuitlibel Leucorrhinia pectoralis, die het zo nu en dan aan de stok had
met één van de Aeshna's. Het dier ging voortdurend op een pijlkruidblad
zitten, ver van de oever verwijderd, en een enkele keer op een van de
sigaren aan de rand van het open water. Toen ik later terugkwam zag ik het
dier niet meer, waarschijnlijk betreft het een zwerver. De dichtstbijzijnde
populatie is denk ik Kortenhoef, waar we een tijd terug met Philip Corbet
waren, of heeft de soort zich weer in de Zuid-Hollandse duinplasjes
gevestigd?

Gert Jan van Pelt

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege Vuurlibel bij Cuijk

Op vrijdag 30 mei trof ik bij "de Kleine Vilt", tussen Cuijk en Boxmeer
(191,411), een mannetje Vuurlibel (CROCERYT) aan. Een zeer vroege waarneming
(volgens de atlas stond het record op 19 juni), maar de oranje
vleugelvlekken en het rode gezicht sluiten andere soorten uit. Mogelijk een
exemplaar uit warmere oorden die onder invloed van het goede weer naar ons
is gekomen? Het individu bezette een territorium en verdedigde dat fel tegen
de aanwezige oeverlibellen, viervlekken en een keizerlibel. De Kleine Vilt
ligt geheel omzoomd door (broek)bos en riet, behalve aan de kant waar het
individu is aangetroffen. Daar bestaat de oever uit een weiland met een rand
Liesgras, Gewone waterbies, Geknikte vossestaart en andere 'natte
grassen'. Ik meen me te herinneren dat de Vilt maximaal 1 - 1,5m diep is.

Rob van de Haterd

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rivierrombouten GOMPFLAV bij Woudrichem

Op 6 juni een poging gedaan rivierombouten (GOMPFLAV) te zien bij
Woudrichem (en met succes). Achter camping "de Mosterdpot" aan de Merwede
bij Woudrichem tenminste 8 rivierombouten (GOMPFLAV). In Woudrichem nabij
het voetveer naar Slot Loevestein weidebeekjuffers (CALOSPLE) en zeer veel
blauwe breedscheenjuffers (PLATTPENN).

In de Avelingen tussen Gorinchem en Boven-Hardinxveld een goed aantal bruine
korenbouten (LIBEFLAV) en vroege glazenmakers (AESHISOS)

Groeten,

Martijn Hammers en Allart Kooiman
m.hammers_email_12move.nl

+++++++++++++++++++++++++++++++++
DIVERSE ZWERVENDE HEIDELIBELLEN
+++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarneming van een populatie Zwervende heidelibel SYMPFONS

Op 1-6-2003 heb ik met Harry Linckens een vlinder- en libelleninventarisatie
uitgevoerd op de Oelemars bij Losser (267-476). Dit is een grote
zandafgraving in aanbouw die gedeeltelijk al natuurlijk is afgewerkt. Bij de
inventarisatie viel als eerste libel een vuurrood ex. op. Bij determinatie
met de verrekijker bleek de libel een vuurrood achterlichaam te hebben,
zwarte poten met een fijne gele streep, rood voorhoofd en blauwe ogen aan de
onderzijde. De vleugels hadden een zweem van een gele basisvlek en hadden
rode voorrandader(s). De pterostigma waren helder geel met voor en achter
een zwarte ader. Via de geraadpleegde libellengids kwamen we uit op
Zwervende heidelibel. Bij de inventarisatieronde kwamen we in totaal uit op
8 losse mannetjes met hier en daar territoriaal gedrag, waarbij ze elkaar
verjoegen van een boven het water uitstekend takje en een vliegend tandem.
De meeste libellen zaten op kaal zand, zonder vegetatie.
Het terrein is helaas niet toegankelijk zonder vergunning, maar enkele
Zwervende heidelibellen zijn te zien vanuit de vrij toegankelijke
vogelobservatiehut de Oelemars langs de Grensweg tussem Losser en
Overdinkel.

Ben Hulsebos
Losser

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tijdens het libellenmonitoren op 4-6-03 had ik bij een natuurontwikkeling
project bij Voorthuizen (gem: Barneveld) 10 zwervendeheidelibellen SYMP
FONS. Vorigjaar had ik hier ook zwervende heidelibellen (toen max 6 ex). Het
gebied is gelegen op de Amersfoort coördinaten 167 / 467.
Het gebied is een grote plas met een omtrek van 300 meter en heeft nog geen
oeverbegroeiing.

Veel groeten Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Op 29 mei (hemelvaartsdag) zagen (en fotografeerden) Robert Ketelaar,
Bernard Oosterbaan en Richard Witte twee prachtige exemplaren van de
Zwervende heidelibel (SYMPFONS) op de Krieghuusbeltenvijver (217,8-493,3)
(gelegen tussen Raalte en Heino). Verder vlogen hier bruine korenbout
(LIBEFULV), platbuik (LIBEDEPR), viervlek (LIBEQUAD), gewone oeverlibel
(ORTHCANC) (zowel uitsluipend als een eitjes afzettend vrouwtje) vuurjuffer
(PYRRNYMF), smaragdlibel (CORDAENE), breedscheenjuffer (PLATPENN),
lantaarntje (ISCHELEG) en watersnuffel (ENALCYAT). Daarnaast werden in de
naast de plas staande wilgen eisporen van de houtpantserjuffer (LESTVIRI)
gevonden.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine korenbouten LIBEFULV nabij Gorinchem

Maanmdag 2 juni even in "de Avelingen" nabij Gorinchem een rondje gelopen om
te kijken of de jaarlijks aanwezige bruine korenbouten (LIBEFULV) weer
aanwezig waren. Dit was inderdaad het geval, tenminste 3 mannetjes en 5
vrouwtjes bruine
korenbout vlogen daar rond. Ook in dit gebied 1 weidebeekjuffer (CALOSPLE)en
tientallen grote roodoogjuffers (ERYTNAJA)

Martijn Hammers
Hardinxveld-Giessendam
m.hammers_email_12move.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tijdens het monitoren van libellen dook er op de laatste rondes op meer
plekken Maanwaterjuffers COEN LUNU op. Op een aantal routes was dat een
nieuwe soort dit jaar. Ook had ik op eerste ronde in mei veel
maanwaterjuffers op Kootwijkerveen te Nieuwmilliggen en op de Gerritsfles te
Radio Kootwijk.

Veel groeten Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Reactie op Kootwijkerveen (LN 03:15)

Het is leuk te horen over locaties waar je eerder hebt waargenomen. In het
kader van een NJN-inventarisatie heb ik in 1987/1988 het Kootwijkerveen
meerdere malen bezocht. Destijds al een mooi gebied. Wat dat betreft mag je
jaloers zijn op Hans Raaijmakers dat hij hier mag lopen. Wat ik aan zijn
verhaal mis is een ecologische beschrijving.
In het NJN-verslag van destijds staan de volgende 15 soorten genoemd: LEST
DRYA, LEST SPON, LEST VIRI, ISCH ELEG, PYRR NYMP, ENAL CYAT, COEN LUNU, COEN
PUEL, AESH JUNC, LIBE DEPR, LIBE QUAD, SYMP DANA, SYMP SANG, LEUC DUBI, LEUC
RUBI. De aantallen van deze soorten zijn geschat volgens een oplopende
klassegrootte.
Wat me nu aan mijn eigen waarnemingen opvalt is dat ik destijds geen AESH
SPEC heb staan, een gevolg van het kwijtraken van het notitieboekje. Vaag
staat mij AESH MIXT en AESH CYAN nog bij. Ook SOMA META heb ik niet staan
terwijl mij de waarneming van een mooie zomeravond nog wel bijstaat; een
exemplaar dat telkens door een wolk van muggen vloog en duidelijk bezig was
met fourageren.
Opvallende waarnemingen van Hans zijn natuurlijk de beide beekjuffers. Dit
zijn zwervers van elders die bovenop het droge deel van de stuwwal niet
voorkomen. Overigens heb ik bij de Ruetbron (± 5km verderop) destijds ook
zwervende CALO SPLE aangetroffen.
Verschil met nu en toen is dat Hans (op de monitoringroute) weinig LEST DRYA
telt. Destijds vloog LEST SPON : LEST DRYA in de verhouding ± 3:1. Overigens
had ik toen maar weinig LEST VIRI terwijl er tegenwoordig veel meer worden
geteld. Dit zou duiden op een verbossing van het veen of het moet zijn dat
juist hierlangs de route is gelegd.
COEN LUNU heb ik weinig geteld en mogelijk onderschat. Leuke juffertjes die
nu worden gevonden zijn CERI TENE, SYMP FUSC en LEST BARB. De eerste vloog
destijds wel op de Asselse heide (± 3km verderop) in lage aantallen. De
huidige waarnemigen geven aan dat het Kootwijkerveen een leuke ontwikkeling
doormaakt.
Wat ook opvalt zijn de beide roodoogjuffers. Op de gehele Oost-Veluwe kwam
ik ERYT NAJA destijds maar weinig tegen en niet bij het Kootwijkerveen, ERYT
VIRI was nog niet aan zijn opmars begonnen.
ANAX IMPE was destijds een soort die niet algemeen voorkwam maar toch op de
Oost Veluwe bij de leukere watertjes altijd wel met een enkel exemplaar was
te vinden. De huidige aantallen langs de monitoringroute geven aan dat de
soort met een grote populatie aanwezig is. AESH ISOS is destijds op de
gehele Oost Veluwe niet waargenomen. Ook nu moet het een zwerver zijn van
elders, waarschijnlijk het IJsseldal.
De waarneming van LEUC PECT vind ik interessant. Bij de Ruetbron had ik ooit
een LEUC met grote gele vlekken, maar ik heb hem destijds niet uitgebreid
kunnen bestuderen en durfde er geen LEUC PECT van te maken. Dat de soort nu
toch bij het Kootwijkerveen is waargenomen is leuk, maar met deze lage
aantallen zou ik in de omgeving op zoek gaan naar meer. De hoofdpopulatie
zou wel eens elders kunnen liggen, bijvoorbeeld de Ruetbron of de Loofles
(177.5-463.8), toen ook een erg leuk ven. Overigens heb ik in 2001 toen ik
over de Asselse heide tourde een LEUC gezien met blauwe waas over het
achterlijf. Aan uitspraken hierover waag ik mij niet.
Eind tachtiger jaren vloog LEUC DUBI overal op de Oost Veluwe in hogere
aantallen dan LEUC RUBI. Bij 4 van de 24 onderzochte watertjes kwam LEUC
RUBI voor en bij 8 van de 24 LEUC DUBI. Alleen bij het Kootwijkerveen vlogen
LEUC DUBI : LEUC RUBI in de verhouding ± 4:3 wat mogelijk aangeeft dat LEUC
RUBI ook toen al met een opmars bezig was en LEUC DUBI met een neergang.

Met vriendelijke groet,
Bas van de Wetering

Lestesdryas_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Aardige waarnemingen uit de noordhollandse PWN-duinen va 3 juni: in het
infiltratiegebied zo'n 15 Vroege glazenmakers ( AESHISOS ), en dat is veel
voor dit gebied. Verder een man Zwervende heidelibel ( SYMPFONS ) en bij de
IJsbaan van Bakkum een late Bruine winterjuffer ( SYMPFUSC ) en een mannetje
Gevlekte witsnuitlibel ( LEUCPECT ). Al jaren wordt hier zelden meer dan één
mannetje waargenomen. Hier waren ook de eerste Gewone pantserjuffers
 LESTSPON ) aanwezig en die kunnen verwarrend veel op Houtpantserjuffers
lijken! Erg groen en met een nog helemaal lichtgekleurd pterostigma.

Groet,
Harm Niesen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarneming uit Leiden.

Vaak vind je libellen als je ernaar op zoek gaat, soms vind je ze op
volstrekt onverwachte momenten. Zo kon ik donderdag 29 mei genieten van een
prachtige Vroege Glazenmaker AESH ISOS die zich tegoed deed aan van alles
en nog wat in het plantsoentje achter mijn huis. Gezien de ligging aan de
rand van het centrum van Leiden niet echt een biotoop waar je zoiets zou
verwachten.

Teus Luijendijk

Potgieterlaan 8 H
Leiden

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

En de enige waarneming die ik deed deze week waren 3 patrouillerende Vroege
glazenmakers AESHISOS en een man Gewone oeverlibel ORTHCANC langs een sloot
vlakbij mijn werk, namelijk langs het Erasmuspark in Amsterdam.

Remco Hofland

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:17
Zaterdag 7 juni 2003

Libellennieuws 03:18
Maandag 9 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zuidelijke keizerlibel ANAXPART op Blanckwater, Limburg

Maandag 9 juni 2003 brachten Paul Schrijvershof, Marijke de Roos en Eus van
der Burg
een bezoek aan diverse plekken in Noord-Limburg. De meest interessante plek
qua soorten-
aantallen en -diversiteit bleek het Blanckwater nabij Boukoul te zijn (Ac
202/358). Hier
werden oa aangetroffen een Zuidelijke keizerlibel ANAXPART die enkele malen
heen en weer vloog boven de Noordelijke plas, een plas van ca 100 x 200m. De
libel werd steeds verjaagd door Grote keizerlibellen ANAXIMPE en was dan
steeds lang weg.

Andere interessante soorten die op het Blanckwater werden aangetroffen,
waren enkele Beekoeverlibellen ORTHCOER, 2 Vroege glazenmakers AESHISOS, ca
10 Zwervende pantserjuffers LESTBARB, erg veel Tengere grasjuffers ISCHPUMI
en 2 Zwarte heidelibellen SYMPDANA. Ook werden enkele vers uitgeslopen
Bruinrode heidelibellen
SYMPSTRI aangetroffen.

Andere noemenswaardige waarnemingen betroffen 3 mannetjes en een
ei-afzettend vrouwtje Vuurlibel CROCERYT alsmede een voorbijvliegende Gewone
bronlibel CORDBOLT op het Haselaersbroek ten oosten van Echt en een mannetje
Zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN, ca 20 Beekoeverlibellen en een tandem
Plasrombout GOMPPULC langs de Roode Beek nabij Brunssum.

Pers.meded. Paul Schrijvershof, per RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Melding Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI

Dag allemaal,

Op 31 mei 2003 liep ik met mijn vriendin te wandelen over het plateau van
Margraten te Zuid-Limburg. We bevonden ons bij de Lampierdel, ac 186/315,
toen mijn oog op een langsscherende libel viel. In eerste instantie dacht ik
aan een een Aeshna of Brachytron. Het knalgroene borststuk en een blauw
achterlijf viel erg op. De libel bleef korte tijd in de buurt rondvliegen,
net lang genoeg om hem met mijn verrekijker enkele seconden te kunnen
volgen. Mijn conclusie was dat het geen Brachytron was aangezien er slechts
weinig zwart op het achterlijf te zien was. Het blauw overheerste zeer
duidelijk. Daarmee viel ook Aeshna mixta af. Het formaat duidde wel weer op
mixta of eventueel Brachytron. Ik spitte in mijn geheugen hoe Aeshna affinis
er ook al weer uit zag, ondertussen verdween de libel. Thuisgekomen heb ik
even in de literatuur geneust en kwam al snel tot de conclusie dat het een
mannetje affinis geweest moest zijn. De wel zeer vroege waarneming pleit
daar niet voor, maar de voorafgaande periode werd wel gekenmerkt door
zuidelijke winden.

Groeten, Erik Lam

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag allemaal,

Op zaterdag 7 juni een dag libellen gekeken bij Winterswijk, Twente:

Meddosche Veen (242.7-445.3)
-ong.20 Speerwaterjuffers (COENHAST) thv het vlonder.
-1 vrouwtje roodpootvalk overvliegend

Steegroeve van Winterswijk(250.4-442.8)
-zeker 20 Zuidelijke Oeverlibellen (ORTHBRUN)
We hebben alleen de noordelijke groeve bezocht. Op de 2 plasjes daar dus
volop Zuidelijke Oeverlibellen; verschillende tandems en ei afzettende
vrouwtjes. Mooi om te zien was dat als een vrouwetje ei afzette, er meestal
een mannetje vlak bij vloog om haar te beschermen.
-enkele Tengere Grasjuffers (ISCHPUMI)

Wooldsche Veen(248.8-436.4)
-Op de door de JNM in de vorige libellennieuws beschreven plek een
schitterend mannetje Hoorveenglanslibel! (SOMAARCT)

Groeten,
Eva vd Wetering, Johannes Regelink, Rob Gordijn en Sander Bot

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Leuke soorten voor de Krimpenerwaard

Afgelopen dagen zijn er een aantal leuke soorten gezien voor de
Krimpenerwaard.
Op donderdag 6 juni merkte Gerard Dekker (ZHL) tijdens maaiwerkzaamheden een
mannetje weidebeekjuffer (CALOSPLEN) op, omgeving vogelplas Middelblok,
langs de Gouderakse landscheiding nabij Gouderak. Zover bekend het eerste
geval voor de Krimpenerwaard.

Twee mannetjes Noordse witsnuitlibel(LEUCRUBI) werden 7 juni ondekt door
Dick Vuik in het EZH- Bos bij Krimpen a/d IJssel. Een van de mannetjes
verdedigde een klein territorium langs de waterkant. Iedere viervlek die het
waagde te dicht langs te vliegen werd onmiddelijk op felle wijze verjaagd.
Daarna keerde de witsnuit meestal weer terug naar de zelfde uitkijk plaats.
Vroege glazenmakers (AESHISOS) werden gezien op 28 mei 1 ex. en 7 juni 2
exx. in het EZH- Bos bij Krimpen a/d IJssel (Wil Hart, Paul Schrijvershof),
op 31 mei vloog een exemplaar rond op het eiland De Zaag bij Krimpen a/d Lek
(Dick Vuik, Rolf van Beek) en 4 juni vlogen 3 stuks boven de Stolwijkse
boezem te Gouderak (Cor Oskam, Marcel Schildwacht).

Paul Schrijvershof
Natuur en Vogelwerkgroep "De Krimpenerwaard"

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gevlekte Witsnuitlibellen LEUCPECT in de Engbertsdijksvenen, Twente

Vrijdagavond 6 juni kreeg ik een telefoontje van Herman Hazelhorst
dat hij die dag een mannetje Gevlekte Witsnuitlibel (LEUCPECT) had gezien in
de
Engbertsdijksvenen (242-499). De volgende dag ben ik zelf op zoek gegaan en
kon in totaal 5 mannetjes Gevlekte Witsnuit waarnemen. Het is wel flink
zoeken
tussen de duizenden Noordse Witsnuiten (LEUCRUBI) die in het gebied vliegen.
De Gevlekte Witsnuiten zitten meer in de randzone van het gebied met iets
voedselrijker water (Pitrus). Tevens vloog hier een mannetje Vroege
Glazenmaker
(AESHISOS); toch ook een bijzondere waarneming.
Overige leuke waarnemingen dit weekend in de Engbertsdijksvenen:
Plasrombout (GOMPPULC), Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), grote uitsluip van
Koraaljuffer (CERITENE), Tangpantserjuffer (LESTDRYA) en Boomvalken (die
waarschijnlijk net die ene Hoogveenglanslibel hadden opgegeten).

Groet,
Alex Huizinga

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tijdens het monitoren heb ik op de volgende lokaties Gevlekte witsnuiten
LEUC PECT gezien:
op "Leeuweriksweiland" in atlasblok 26-38 te Hulshorst en op Kootwijkerveen
in atlasbok 33-21 te Nieuw Milligen. Verder heb ik op alle 3 de
libellenrondes op Kootwijkerveen Bruine winterjuffers SYMP FUSC waargenomen.
Op de 3e ronde had ik over het algemeen ook veel meer witsnuiten dan op de
2e ronde overal.
Er zijn een aantal lokaties waar in meerdere jaren een Gevlekte witsnuit
LEUC PECT is waargenomen. Hier hoop ik een larvenhuid te vinden want dan heb
ik het bewijs dat er zich een kleine populatie gaat vestigen. Als je
monitort blijf je steeds nieuwe ontwikkelingen ondekken op libellen gebied.

Veel groeten,

Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

NVL Excursie naar De Hoge Veluwe

Op zaterdag 14 Juni aanstaande organiseert de NVL een libellenexcursie naar
De Hoge Veluwe. Daar bevindt zich een aantal fraaie vennen met veel leuke
soorten.
Verzamelen om 10.00 uur bij de ingang Rijsenburg.

Opgave en meer informatie bij Job Teeuwen: tel 0575-431198

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Korte impressie van de 'vroege' libellen van het Noord-Hollands
duinreservaat (NHD).

Het seizoen begon erg mager, maar het mooie weer van eind mei bracht veel
goeds. Op 30 mei zag ik mijn eerste Zwervende heidelibel (SYMPFONS) van het
jaar. Tot op heden 48 exemplaren geteld, waarvan 2 vrouwtjes (1 in tandem
eiafzet) en op 31 mei 1 vers uitgeslopen exemplaar!!! in de uiterste
noordwestelijke hoek van het gebied. Ook hier twee verse Tengere grasjuffers
(ISCHPUMI). Die sneaky beestjes zijn dus gewoon al overal in het NHD
geweest. Verder die dag aldaar mijn eerste verse Bruinrode heidelibel
(SYMPSTRI) en 3 Duinparelmoervlinders (ARGYNIOB).

Het is een zeer goed jaar voor Platbuik (LIBEDEPR). Ze zitten echt overal.
Tot nu toe 58 exemplaren tegenover 89 in de afgelopen 5 jaar (met als top
2000 met 47 stuks). En de vliegtijd is nog niet voorbij. Ook de Vuurjuffer
(PYRRNYMP) duikt weer op nieuwe plekken op, evenals Glassnijder (BRACPRAT).
Vandaag (8 juni) voor het onweer uit mijn eerste vier verse Zwervende
pantserjuffers (LESTBARB) net ten noorden van Egmond aan zee.

Groet,
Arnold Wijker

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste Geelvlekheidelibel (SYMPFLAV)

Op vrijdag 8 juni vlogen er bij restaurant de havixhorst, de Wijk (waar een
vale gier zich te goed doet aan het nederlandse soortbeschermings- en
fokbeleid) een stuk of 20 vroege glazenmakers (AESHISOS). De dieren vlogen
boven een graslandje met een miniscuul plasje, naast de parkeerplaats. Ze
gingen veelvuldig in het gras zitten waardoor ze (hopelijk) zeer mooi te
fotograferen waren. Toen ik zo bezig was ging er ineens voor mijn neus op
een grashalm een vrouwtje geelvlekheidelibel (SYMPFLAV) zitten, uiteraard om
zich weer (hopelijk) mooi te laten fotograferen.

Wouter Halfwerk

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Weidebeekjuffer CALOSPLE in Leidschendam, ZH

Tijdens een excursie voor vrijwilligers onder leiding van de
vlinderstichting, die binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg mee gaan doen
aan ons gemeentelijk monitoringsproject "meedoen voor vlinders en libellen"
hebben we langs een recent aangelegd natuurvriendelijke oever in
Leidschendam een mannetje weidebeekjuffer gezien (Calosple). Toch wel een
aardig waarneming voor de randstad en in de bebouwde kom.

Rene Priem
gemeente Leidschendam-Voorburg

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:18
Maandag 9 juni 2003

Libellennieuws 03:19
Zondag 15 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Donkere waterjuffer (COENARMA) vliegt nog steeds

Zoals beschreven in de laatste NVL Nieuwsbrief (jrg. 7 no 2) waren veel
soorten dit jaar zeer vroeg op de wieken. De donkere waterjuffer (COENARMA)
breekt een ander record, hij vliegt nog even wat langer door. Op 6 juni trof
ik nog 18 mannetjes, 7 vrouwtjes en 4 tandems (eiafzetting op rietstengels).
Op 13 juni vlogen er nog 7 mannetjes, 4 vrouwtjes en 4 tandems. Laatste
datum B & W: 30 mei.
Zowel in 1999/2000/2001 als 2002 werden er geen juniwaarnemingen gedaan.
De eerste donkere waterjuffers werden dit jaar gezien op 8 mei. Dat waren
deels verse exemplaren en deels juffers van enkele dagen oud.
Naar verwachting zullen er ook volgende week nog wel juffers vliegen en zal
de vliegtijd voor Nederland opgerekt kunnen worden van begin mei tot midden
juni.
Dat komt meer overeen met de in de literatuur vermelde vliegtijden uit bv.
Duitsland.
Overigens vloog er op 13/6 ook nog een noordse winterjuffer (SYMPPAED)
mannetje. Geheel donkerbruin met blauwe ogen. Mijn laatste waarneming van
deze soort is 17 juni.
Verder op 13/6 een eerste zwarte heidelibel (SYMPDANA) en 4 gevlekte
glanslibellen (SOMAFLAV). Allen mannetjes.
In De Weerribben is het een zeer goed jaar voor bruine korenbout (LIBEFULV),
gevlekte witsnuit (LEUCPECT) en vroege glazenmaker (AESHISOS).

Evert Ruiter, Zwolle

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zuidelijke keizerlibel Anax parthenope bij Voorthuizen

Op 12-6 in natuurgebied bij Voorthuizen geweest. Hier vloog 1 mannetje
Anax Parthenope (zuidelijke keizerlibel) boven het plasje. Ik heb dit dier
niet
kunnen vangen ter bevestiging en uitsluiting Hemianax. Echter duidelijk
zichtbaar waren blauwe zadel en opvallende geheel (fel)groene ogen.
Omdat het dier steeds zelfde rondje vloog waren de kenmerken goed te zien
met verrekijker. De grootte was vergelijkbaar met grote keizerlibel
(ANAIMP). De combinatie van deze kenmerken sluiten volgens Askew (brits
standaardwerk europese libellen) de zadelllibel (HEMIEPI) uit.
Verder nog leuk aanwezig zwervende heidelibel (SYMFON) en uitsluipende
Zwervende pantserjuffer Lestes barbarus en Gewone pantserjuffer L. sponsa.
Afgelopen week zowel bij Echt (L) als Staverden (GLD) zwervende
heidelibellen (Sympfons) gezien. In omgeving Midden limburg (o.a. Echt) op
tal
van poelen vuurlibel (CROERY) normale verschijning geworden.

Peter Verbeek

NB Door Theo Admiraal en Remco Hofland kon op 14 juni door tijdgebrek
slechts een bezoekje worden gebracht aan de zandwinning ten westen van de
recreatieplas bij Voorthuizen (waarschijnlijk niet het door PV bedoelde
natuurgebied). Hier werden 3 a 4 mannetjes Zwervende heidelibel SYMPFONS
alsmede enkele Platbuiken LIBEDEPR en Gewone oeverlibellen ORTHCANC
aangetroffen op de zandpaden naast kleine door rupsbanden veroorzaakte
temporaire poeltjes.     RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vuurlibel (CROCERYT) in de Achterhoek (OV)

Op 7 juni zag ik bij De Leemputten (243,4-451,6) (tussen Groenlo en
Zwillbrocker Venn) een postende mannetje vuurlibel (CROCERYT). Hij liet zich
op 2,5 m met mijn 10x50 verrekijker haarscherp in beeld brengen een keerde
steeds naar zijn post terug. Hierdoor heb ik het dier ruim een kwartier goed
kunnen zien en was vangen niet noodzakelijk. Overduidelijk zichtbaar was de
grote oranje vlek aan de basis van de achtervleugel en kleinere vlek in de
voorvleugel. Het pterostigma was geel en zwart omaderd. Het achterlijf,
borstuk, ogen en voorhoofd waren vuurrood. Ook de poten waren rood van
kleur. Het achterlijf was afgeplat met iets lichtere vlekken aan de
zijkanten. Tesamen met mijn kennis tav de zeeuwse en limburgse exemplaren is
er geen twijfel over de determinatie.
Dit is voorzover mij bekend de eerste waarneming uit de Achterhoek en naast
een waarneming van op de Veluwe en op de grens van Overijssel/Drente de 3e
waarneming ten noorden van de grote rivieren.

Veel libellenplezier de komende warme dagen.
Richard Witte

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo allemaal,
wat waarnemingen van Rivierrombouten en Gevlekte Witsnuiten:

zaterdag 7 juni langs het pad naar het uitzichtspunt van het Jan vd Boschpad
bij de Oostvaardersplassen vier Glassnijders BRACPRAT, waaronder een
paringswiel. Verder hier één Viervlek LIBEQUAD, veel Platbuiken LIBEDEPR,
Gewone Oeli's ORTHCANC, Vroege Glazenmakers AESHISOS, Grote Keizerlibellen
ANAXIMPE....

maandag 9 juni op ongeveer 30 meter noordoever van de Waal bij Hulhuizen
(atlasblok 40-35-41 linksonder) vond ik drie Rivierrombouten GOMPFLAV en zes
huidjes: één van deze Rivierrombouten zat nog op z'n huidje.... verder hier
een mannetje Weidebeekjuffer CALOSPLE. Dick en Mathilde Groenendijk vonden
deze dag bij Dodewaard zes Rivierrombouten en zes huidjes....

dinsdag 10 juni ben ik samen met Dick naar het Kootwijkerveen geweest, wat
twee mannetjes Gevlekte Witsnuitlibel LEUCPECT opleverde aan de noordzijde
van het veen. Hier ook een mogelijk eiafettend vrouwtje, maar dat kon ook
nog een Noordse Witsnuit LEUCRUBI zijn, waarvan er ook flink wat rondvlogen.
Nog een paar Venwitsnuiten LEUCDUBI maakten het LEUCe lijstje compleet.
Verder hier minstens vijf Maanwaterjuffers COENLUNU, veel verse Gewone
Pantserjuffers LESTSPON. Ook erg leuk was een vrouwtje Adder en drie Bruine
Vuurvlinders LYCATITY.

Een nieuwe (regen)plas op de Hoog Buurloose Heide langs de weg tussen de
voormalige camping/Gerritsfles en de Braamberg leverde al heel wat
Platbuiken LIBEDEPR op, waaronder een paringswiel en eiafzettend vrouwtje.
Hier ook één Noordse Witsnuit LEUCRUBI, één Grote Keizerlibel ANAXIMPE en
één Gewone Pantserjuffer LESTSPONS.

Groeten, Rob van Bemmelen
ixobrychus_email_hotmail.com

+++++++++++++++

Of het dezelfde regenplas was of niet is mij niet bekend, maar Theo Admiraal
en Remco Hofland hadden op zaterdag 14 juni in een dergelijke plas ten
zuidoosten van de Gerritsflesch op de Hoog Buurlose Heide een tweetal mannen
Zwervende heidelibel SYMPFONS en een man Maanwaterjuffer COENLUNU, naast de
meer normale soorten als Viervlek LIBEQUAD, Platbuiken LIBEDEPR, Gewone
Oeli's ORTHCANC en veel pas uitgeslopen Gewone pantserjuffers LESTSPON. De
meest spectaculaire waarneming aldaar was echter een vrouwtje Grote
keizerlibel ANAXIMPE die een man Platbuik aan het verorberen was en na de
maaltijd (ca 5 minuten etenstijd) prompt een Viervlek 'sloeg'. Beide hapjes
werden hangend aan het pijpestro genuttigd.

Op de Gerritsflesch zelf werden vervolgens 3 soorten witsnuitlibellen
gezien: een man Gevlekte LEUCPECT en circa 30-40 Ven/Noordse LEUCDUBI/RUBI -
van de beide laatste werden enkele exemplaren goed gezien en op naam
gebracht. Ook werd hier nog een man Maanwaterjuffer COENLUNU aangetroffen.

[Rivierrombout GOMPFLAV ook weer bij Deest]

De koude en deels winderige vroege ochtend van de 14e werd door TA en RH
doorgebracht ten zuiden van de Waal ter hoogte van Deest, waar ondanks een
uurtje speuren in de vegetatie het toch Bertus de Lange (Blauwe
breedscheenjuffer PLATPENN) en Eus van der Burg waren die de soorten vonden:
laatstgenoemde stootte een vers uitgeslopen Rivierrombout GOMPFLAV op van
een strandje die daarna langdurig kon worden bekeken terwijl hij zijn eerste
vleugeloefeningen deed - waarschijnlijk om zijn aderen op te pompen.

Remco Hofland

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nieuwe populatie Bruine korenbout LIBEFULV (?) en zwervende Gevlekte
witsnuit LEUCPECT

Bertus de Lange en Eus van der Burg brachten de 14e en 15e juni een
weekendje door in Limburg en noteerden daar het volgende:

Op zaterdag 14 juni werd op het zogenaamde "Schuitwater" bij Meldersloo in
Noord-Limburg, onderdeel van het Broekhuizerbroek een 10-tal mannetjes
Bruine korenbout LIBEFULV aangetroffen, een plek die hen en mij nog niet
eerder bekend was. Deze plek is wel bekend als een van de beste plekken voor
Kleine Ijsvogelvlinder in Nederland: hiervan werden er dan ook zo'n 10
gezien.

Voorts werd bezocht de Jammerdaalse Heide bij Tegelen. Vorig jaar nog goed
voor Zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN en Tengere grasjuffer ISCHPUMI - deze
werden hier nu niet aangetroffen - op de 14e juni waren hier (slechts) te
zien enkele Plasrombouten GOMPPULC en Azuurwaterjuffers COENPUEL,
Watersnuffels ENALCYAT en Kanaaljuffers CERCLIND, welke laatste ook al in
enkele tandems rondvlogen.

Op zondag de 15e juni werd een ander onderdeel van het Broekhuizerbroek
bezocht: de Swolgenerheide. Hier troffen Bertus en Eus een vrouwtje Gevlekte
witsnuit LEUCPECT, een vers uitgeslopen Zwervende heidelibel SYMPFONS en
enkele verse Tengere LESTVIRE en Houtpantserjuffers LESTVIRI aan.

Op de terugweg werd in De Mortelen nabij de Kampina (Brabant) nog een
tiental Bosbeekjuffers CALOVIRG gezien.

Eus van der Burg pers. meded. RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nog een zwervende Gevlekte witsnuit LEUCPECT

Vrijdag 6 juni zat in het bospoeltje Tranendal - prachtige naam - in de
duinen bij Bergen ( a.c. 105.5 / 517.6 ) zomaar een mannetje Gevlekte
witsnuitlibel ( LEUCPECT ). Kennelijk een zwerver want na een kwartiertje
was hij onvindbaar.

Groet,
Harm Niesen

++++++++++++++++++++++++
Libellen in woonwijken in Leiden
++++++++++++++++++++++++

Topjaar AESHISOS in Leiden

Op 6 juni trof ik tijdens een inventarisatie van vlinders en libellen in de
stadsparken van Leiden in totaal 51 individuen van AESHISOC aan. De meeste
(30) waren aanwezig in polderpark Cronensteyn (094-461), maar ook bij vijf
andere locaties waren ze aanwezig. Ze zijn zelfs zo algemeen dat Arjan Stroo
er 1 vond in een spinnenweb in de hal van zijn woning midden in het centrum
van Leiden. Het is de eerste keer dat deze soort zo algemeen in Leiden
opduikt en het lijkt er dus op dat de soort een uitzonderlijk goed jaar
heeft en misschien wel een sterke opmars doormaakt. In Leiderdorp doet de
soort het dit jaar ook goed. Bij de Roomburg (094-462), een klein parkje in
de bebouwde kom van Leiden was naast 10 individuen van AESHISOC ook nog een
vrouwtje Noordse witsnuitlibel LEUCRUBI aanwezig.

Vincent Kalkman

++++++++++++++++++++++++

Op 2 juni j.l. 's middags in het slootje langs het Bloemenpad grenzend aan
de Kinderboerderij in de Merenwijk in Leiden een ex Vroege Glazenmaker
(AESHISOS) en een patrouillerende mannetje Keizerlibel (ANAXIMP). Op 7
juni patrouilleerde mogelijk hetzelfde exemplaar Vroege Glazenmaker in de
wijk over de Korenbloem, hemelsbreed circa 500 meter van de stek van 2 juni.

Vervolgens>>
Op biologenexcursie in De Haeck aan de Hollandse Kade bij Woerdense Verlaat,
ZH,
op vrijdag 6 Juni opnieuw 1 ex. Vroege glazenmaker (AESHISOS, gevangen),
een vrouwtje Glassnijder (BRACPRAT, gevangen), veel Gewone Oeverlibellen
(ORTHCANC), een enkele Viervlek (LIBEQUAD) en het gewone waterjuffer-spul
zoals
lantaarntje, grote roodoog- en vuurjuffers.

Dan nog maandag 9 juni in De AWD bij Vogelenzang langs de vlinderroute ten
N. van de Oranjekom ontzettend veel Keizerlibellen, waarvan een tandem
tussen vlinderroute punten 4 en 5 tijdens zaadvullen een aantal malen
beeldvullend gefotografeerd werd. Hier ook veel Gewone Oeverlibellen
(ORTHCANC), waarvan een uitgekleurd mannetje nog werd gefotografeerd.

Groet, Herman Berkhoudt

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Op zaterdag 14 juni bezocht ik de fraaie structuurrijke oevers van het
Meertje van het Zwarteveld in het Kraansvlak in de duinen bij Zandvoort.
Harm Snater die hier al enkele jaren aan libel-monitoring doet, vertelde mij
dat de Noordse witsnuitlibel (LEUC RUBI) hier vloog. Die kon ik niet
ontdekken wel o.a. een tiental Viervlekken (LIBE QUAD), een Vroege
glazenmaker (AESH ISOS) en een vrouwtje Bloedrode heidelibel (SYMP SANG).
Later vertelde Harm mij dat hij de Vroege glazenmaker hier nog nooit had
aangetroffen. Ik heb een aantal macrofoto's gemaakt van de Viervlekken en de
glazenmaker. Afgaande op mijn eigen waarnemingen aan Vroege glazenmakers en
die van anderen (zie vorige Libellennieuws) heb ik de indruk dat de soort
dit jaar opvallend vaak (ook als zwerver) wordt vastgesteld.

Ben Kruijsen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

In opdracht van de gemeente Zaanstad inventariseer ik dit jaar allerlei
natuuraspecten op het Hembrugterrein, een bebost gebied langs het
Noordzeekanaal (kmhok 117.493). Langs de randen van het oude hoogopgaande
kleibos zag ik op 28 mei op een aantal plaatsen langs de bomen en struiken
een libel van het postuur glazenmaker jagen. Ik kon toen de soort door de
afstand niet goed vaststellen. Op 3 juni zag ik opnieuw op een van dezelfde
locaties een glazenmaker en nu kon ik de soort van 2 meter afstand
benaderen. Het bleek een Vroege glazenmaker AESH ISOS. Gedrag en algemene
habitus doen mij vermoeden, dat de waarnemingen op 28 mei dezelfde soort
betroffen. De wateren op het Hembrugterrein zijn sterk vervuild. De soort is
naar mag worden aangenomen afkomstig uit de laagveenmoerassen rond Zaanstad
en gebruikt kennelijk het Hembrugterrein om er te foerageren.

Ben Kruijsen
Ecologisch Adviesbureau B.Kruijsen
Santpoort-Noord
postbus_email_natuuradvies.nl
www.natuuradvies.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere grasjuffer ISCHPUMI en Vroege glazenmakers AESH ISOS

In de Flevopolder, in het Harderbos, zijn door Natuurmonumenten nieuwe
poelen gegraven om te kijken hoe daar de libellenfauna zich gaat
ontwikkelen. Naast een bestaande monitoringroute (Plas de lepelaar sinds
1997) zijn daar sinds 2002 nieuwe libellenroutes bijgekomen.Veel voorkomende
soorten zijn hier Variabele waterjuffer COENPULC en Grote roodoogjuffer
ERYTNAJA.
Dit jaar is de Vroege glazenmaker AESH ISOS ontzettend toegenomen in de
Flevopolder. Tegen de 20 op een libellenmonitoringsroute van 300 meter.
Alleen heb ik wel minder Glassnijders BRACPRAT.
Op donderdag 12 -06-03 heb ik langs de nieuwe poelen een Tengere grasjuffer
ISCH PUMI waargenomen.

groeten
Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++
VRAAG
++++++

Weet iemand in de buurt van Wageningen Plasrombouten te zitten?

Dank, Eric Janssen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:19
Zondag 15 juni 2003

Libellennieuws 03:20
Dinsdag 17 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nieuwe soort voor Nederland: Gaffelwaterjuffer COENSCIT

Op
http://www.libellen.org/scitulum.htm staan de foto's van de eerste
(gevangen) man  Gaffelwaterjuffer van Nederland, op 16 juni 2003 in de
afgraving Wambach ten zuiden van Tegelen, nabij Venlo, L (atlasblok
58-16-44).

RH per Marcel Wasscher op 17 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste Gaffellibellen in 2003

Donderdagavond 12 juni heb ik een traject van circa 300 meter van de
benedenloop van de Roer bij Roermond bemonsterd. Naast diverse (oude)
huidjes van de Beekrombout GOMPVULG heb ik hier van de Rivierrombout
GOMPFLAV en de Gaffellibel OPHICECIL respectievelijk 4 en 2 huidjes
gevonden. Vrijdag de 13e heb ik vervolgens een deel van de middenloop nabij
Melick bemonsterd. Ook hier verschillende huidjes van de Beekrombout, 2
huidjes van de Rivierrombout en 1 huidje Gaffellibel. In een ruigte van
voornamelijk braam en akkerdistel in de directe nabijheid van de oever van
de Roer trof ik daarnaast een tweetal uithardende Gaffellibellen aan.

p.s. in reactie op libellennieuws 3:19; het voorkomen van de Bruine
korenbout LIBEFULV bij Schuitwater is een aantal jaren (3?) bekend.

Groeten, Rob Geraeds

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gevlekte witsnuitlibel LEUCPECT weer in Drenthe

Na een afwezigheid van in iedergeval vijf jaar is er in Drenthe een mannetje
Gevlekte witsnuitlibel waargenomen. Dit was op 17 juni bij een mesotroof ven
in Kampsheide nabij Assen ( 237,4 - 557,1). In het verleden is de soort af
en toe in lage aantallen op verschillende locaties in de provincie gevonden.
Afgezien van het waarnemerseffect heeft dit ook te maken met de voorkeur van
het successiestadium van de wateren waar de soort zich graag ophoudt.
Vandaar dat LEUCPECT na jaren van aanwezigheid soms ineens weer verdwijnt.
In het met vrijwel geheel met bomen omzoomde ven is dan ook een flink
verlandingsgedeelte aanwezig. Verder geen andere LEUCPECTen kunnen
ontdekken, wel enkele koraaljuffers CERITENE en nog tien andere
libellensoorten zoals bijv. Smaragdlibel CORDANEA. De LEUCPECT heb ik
fotografisch vast kunnen leggen o.a. voor het CWNO.
Verder op 15 juni in het Looner Diep (onderdeel van de Drentsche Aa complex
Ac 237,5-560,8) een eiafzettend vrouwtje Grote keizerlibel ANAXIMPE gezien.
Wat mij frappeerde was de stroomsnelheid van het water namelijk zo'n 1 m/sec
(wandelsnelheid). Ze bleef gedurende enkele minuten afzetten op dunne
waterplanten. In de Nieuwe Atlas 2002 staat wel iets (zonder literatuur
verwijzing) over eizafzet van ANAX in stromende sloten en kanalen. Sternberg
(Libellen Baden Wurt.) noemt zwak en matig stromende beken. Kennelijk is het
substraat belangrijker dan het vooruitzicht op succesvolle voortplanting.

René Manger

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,         [Libellen te Limburg]

Een beetje verlaat, maar toch. Op 6 juni 2003 had ik in km-hok 207-379 langs
de Everlosche Beek ten zuiden van Grubbenvorst (L) een vrouwtje Bruine
korenbout LIBEFULV. Met Henk Heijliggers heb ik nog even bekeken waar deze
soort wel niet vandaan kon zijn aan komen zwerven, maar uit de vorige
nieuwsbrief stond een mogelijke oplossing; het Schuitwater bij Meldersloo.
Maar evengoed kan langs de ter plaatse "herstelde" Everlosche Beek de soort
een populatie hebben, het individu was vrij vers en mogelijk de dag daavoor
uitgeslopen.
Vanwege de (werk)tijd heb ik daar geen onderzoek naar verricht.

Op 9 juni de Meertensgroeve bezocht nabij Berg en Terblijt (Z Limburg)
km-hok 184-319 samen met Marcel Hospers, Marcel de Bruin en Harriet de
Ruiter. Aldaar de eerste bruinrode heidelibel SYMPSTRI die vanwege de datum
toch eventjes op de foto moest als bewijs. Ook leuk aldaar was een verse
Zwervende pantserjuffer LESTBARB.

Op 13 juni nogmaals dit gebied bezocht en ook toen weer een aantal verse
zwervende pantserjuffer LESTBARB. Erg leuk was verder daar op 1 poel ruim
600 azuurwaterjuffers waarvan ruim 200 tendems (400 ex.) COEN PUEL op een
kluitje bijelkaar. In Ingendael 184-320 nabij Kasteel St. Gerlach te
Houthem, voor alsnog nog geen Zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN of Tengere
grasjuffer ISCHPUMI.

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege Venglazenmaker AESHJUNC in Noord-Nederland

Waarnemers kunnen nu ook bedacht zijn op Venglazenmakers AESHJUNC:
Tijdens een excursie van de Vlinder- en Libellenwerkgroep Stad & Ommelaand
(Groningen) op 14 juni is een nogal vroeg exemplaar van een Venglazenmaker
gevangen.
Het betrof een vrouwtje, met de kenmerken zoals in de Veldgids gegeven,
zoals zijkant borststuk, schoudervlekken, enz. , met als extra kenmerken
(zie Brachytron, jaargang 1, nr. 2, dec. 1997) het gele vlekje op de
achterkant van de ogen, de V-vormige inplant van de achterlijfsaanhangsels,
en de bij de ogen versmallende streep tussen voorhoofd en kopschild. (Dit
laatste moet men dus kennelijk vooral van schuin-voor waarnemen.)

Namens Vlinder- en Libellenwerkgroep Stad & Ommelaand,
Jan Gerard

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

AESHISOS in Rotterdam

Tijden een libellentelling bij een sloot in het Kralingse Bos in Rotterdam
(AC 95-438) heb ik vrijdag 13 juni in totaal 14 Vroege glazenmakers AESHISOS
geteld. Bij eerdere bezoeken dit jaar werd AESHISOS ook op andere plaatsen
in het Kralingse Bos vastgesteld. Het zijn voorzover bij ons (bureau
Stadsnatuur Rotterdam) bekend de eerste waarnemingen van deze soort in het
Kralingse Bos. Ook de Platbuik LIBEDEPR lijkt het goed te doen,
waarschijnlijk als gevolg van de aanleg van enkele ondiepe vijvers waarin
zich een pioniersvegetatie met o.a. kranswieren heeft gevestigd. Op
verscheidende locaties is tevens de Glassnijder BRACPRAT waargenomen, die
mogelijk profiteert van het natuurvriendelijk beheer van enkele watergangen
en oevers. Deze drie soorten zijn elders in Rotterdam (zeer) zeldzaam.
Overige soorten die dit jaar in het Kralingse Bos zijn aangetroffen zijn
Lantaarntje ISCHELEG, Watersnuffel ENALCYAT, Variabele waterjuffer COENPULC,
Grote roodoogjuffer ERYTNAJA, Grote keizerlibel ANAXIMPE, Gewone oeverlibel
ORTHCANC en Viervlek LIBEQUAD.

Floris Brekelmans, Rotterdam

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste (?) Bruine glazenmakers AESHGRAN

Men zou ze tussen al die Vroege glazenmakers (AESHISOS) bijna vergeten (ik
herinner mij geen melding nog ervan via de email-nieuwsbrief): op 15 juni
zag ik mijn eerste Bruine glazenmakers (AESHGRAN) van dit jaar,
Noord-Drenthe.

Jan Gerard

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste Allemaal,

Zaterdag 14 juni in De Blauwe Kamer ten Z van Wageningen [39-37-11] heel
kort naar libellen gekeken. Dat was genoeg voor mijn eerste geslaagde
opnamen van een mooie territoriumhoudende man platbuik LIBDEPR links in de
strang naast de opstap van het gammele bruggetje naar de vogelhut. Verder
ernaast een man Bloedrode Heidelibel SYMPSANG  en diverse Oeverlibellen
ORTHCANC opwarmend op
het pad.

En op zondag 15 Juni opnieuw aan het Bloemenpad en achter de tuintjes van de
Zonnebloem in de buurt van de Kinderboerderij in de Merenwijk te Leiden
[30-27-45] heel veel (stuk of 8!) Vroege Glazenmakers AESHISOS die zich ook
geduldig lieten fotograferen. Veel schermutselingen tussen mannetjes en ook
op afstand aan de overliggende oever een paringsrad. Verder 1 eileggende
Keizerlibel ANAXIMPE en een wippend afwerpende gewone oeverlibel ORTHCANC.

Groet, Herman Berkhoudt


Dr. Herman Berkhoudt
Section Evolutionary Morphology
Institute of Evolutionary and Ecological Sciences (IEES)
Leiden University
e-mail:
berkhoudt_email_RULSFB.LeidenUniv.NL

+++++++++++++++++++++
VRAAG om Plasrombouten
+++++++++++++++++++++

> Weet iemand in de buurt van Wageningen Plasrombouten te zitten?
>
> Dank, Eric Janssen

Het grindgat bij de Grebbeberg is een erg goede plek voor plasrombouten,
mits in de goede vliegperiode uiteraard. Enkele jaren geleden (1998/1999?)
was het elk jaar een makkelijk te vinden soort boven de plas.

Maurice La Haye

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:20
Dinsdag 17 juni 2003

Libellennieuws 03:21
Donderdag 19 juni 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

GAFFELWATERJUFFER (Coenagrion scitulum) bij Tegelen in Limburg (KLEIN MAAR
FIJN)

Op 16 juni nam ik het plan om een paar groeves te bezoeken bij Venlo waar ik
een paar jaar eerder ook al eens was geweest en die er potentievol uit zien.
De eerste groeve Jammerdaalse heide was nu helemaal als natuurgebied
ingericht en ik vermaakte me er prima met zo'n 16 soorten libellen waaronder
ongeveer 50 Kanaaaljuffers (Cercion lindenii) en een mannetje Beekrombout
(Gomphus vulgatissimus).

In de tweede groeve (Wambach, atlasblok 58-16-44, ten zuiden van Tegelen)
zat ik twee jaar geleden in het stof van huisvuil waar men de groeve mee aan
het vullen was, libellen te tellen. Maar zie, de groeve bestaat nog steeds:
mooie kwelplasjes in allerlei stadia van successie; grachten met kraakhelder
water en kleine kwelbeekjes.

Na enkele mannetjes Zwervende heidelibel (Sympetrum fonscolombii) en vele
Tengere grasjuffers (Ischnura pumilio) was mijn dag al geslaagd. Echter bij
een klein ondiep slootje viel mij een klein mannetje coenagrion op
(vergelijkbaar met pumilio) die een lantaarntje had met daarvoor relatief
veel zwart. Ik kreeg enige stressverschijnselen : het beestje bleef laag
boven het water vliegen, maar het geluk was met me en ik kon hem vangen,
waarna de stress alleen maar toenam.

Met de vertaling van de Duitse libellentabel kon ik alle harde kenmerken
controleren:

- segment 6 geheel zwart
- pterostigma is langer dan breed
- bovenste aanhangselen zijn langer dan de onderste en haakvormig naar
binnen gebogen.

(Kortom: de eerste Gaffelwaterjuffer voor Nederland)

OPROEP

Op dit moment vindt een enorme instroom van zuidelijk beesten plaats
(Atalanta, Distelvlinder, Luzernevlinder, Zwervende heidelibel, Stadsreus),
tenminste dat is mijn interpretatie. Dus ga zoeken bij ondiepe watertjes met
veel waterplantenvegetatie; want ik acht het goed mogelijk dat de soort ook
op andere plekken zit. Een week geleden heb ik naar de Mercuurwaterjuffer
COENMERC gezocht; welliswaar zonder succes maar ik zou zeggen wie niet waagt
wie niet wint.

Groet Kees Goudsmits

Voor alle duidelijkheid: Marcel Wasscher heeft geholpen met het maken van de
mooie foto's (het exemplaar is verzameld), maar was niet bij de ontdekking.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nog geen adulte Oostelijke witsnuitlibellen LEUCALBI op het Bloempjesven bij
Woensdrecht

Op de libellenstudiedag had ik kort verteld over de vondst van twee larven
van de Oostelijke witsnuitlibellen LEUCALBI in de collectie van het
Hoogheemraadschap van West-Brabant verzameld "ergens in West-Brabant". Dit
zijn tweedejaars larven uit 1997, waarvan er op den duur één in de collectie
van Naturalis zal komen. Wegens de ervaring in de Weerribben werd in eerste
instantie besloten de locatie geheim te houden. Afgelopen weken ben ik twee
keer naar het ven geweest en in overleg met de eigenaar (Brabants Landschap,
overleg met Hans Schep) is besloten dat de vennaam bekend kan worden
gemaakt. De regels van het Brabants Landschap in een natuurreservaat blijven
echter wel geldig:

- op het pad blijven, de oever niet betreden;
- niet vangen met een net.

Dit jaar heb ik het ven (coördinaten 81,7-385,2) bezocht op twee data: 27
mei 2003 (alleen) en 14 juni 2003 (samen met Jeffrey Samuels van het
Hoogheemraadschap van West-Brabant). De aangetroffen soorten op die data
(eerste datum/tweede datum): Vuurjuffer PYRRNYMP 250/100, Azuurwaterjuffer
COEN PUEL 3/100, Variabele waterjuffer COENPULC -/25, Maanwaterjuffer
COENLUNU 1/-, Watersnuffel ENALCYAT 2/10, Lantaarntje ISCHELEG 1/10, Gewone
pantserjuffer LESTSPON -/5, Grote keizerlibel ANAXIMPE 1/5, Viervlek
LIBEQUAD 10/250, Gewone oeverlibel ORTHCANC 1/2 en Noordse witsnuitlibel
LEURUBI 1/-. Opvallendst zijn dus de zeer hoge aantallen Vuurjuffer, de zeer
lage aantallen Watersnuffel en ontbreken van Smaragdlibel.

Op de zuidwest oever loopt een paadje, daarlangs halverwege bij een dode
boom die tot ver in het water uitsteekt zijn de larven gevangen. Speur vanaf
het pad met je kijker tussen de honderden Viervlekken LIBEQUAD die over het
water van het ven vliegen. Wees beducht op enkele Gewone oeverlibellen
ORTHCANC die ik op stokjes midden op het water heb gezien. Deze hebben ook
een blauw berijpt achterlijf. Zoek ook in het omliggende bos en bospaden. De
laatste waarneming van een adult (in Friesland bij Aeckinga in 1994 door
Geert De Knijf) was in de omgeving van het water. De trefkans is blijkbaar
zo klein dat ik benieuwd ben of de soort er aangetroffen kan worden.

Marcel Wasscher

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuwtjes uit de Gelderse Poort

Voor mijn stage ben ik bezig met libelleninventarisaties/onderzoek in de
Gelderse Poort). Hier in het kort alvast enkele nieuwtjes:

Bruine winterjuffer (SYMPFUSC) nieuwe populatie ontdekt in de Groenlanden
nabij Ooij.
Er werden in totaal 15 expl waargenomen, ook tandems en eiafzettende
exemplaren (waarnemingen B. Voslamber en door mij).

Glassnijder (BRACPRAT) deze soort werd praktisch overal in het
onderzoeksgebied aangetroffen (ook populaties in de uiterwaarden). In de Oud
Rijn (Rijnstrangen) waren de dichtheden gemiddeld 1 expl per 50 m. oever.

Beekrombout (GOMPVULG) dit jaar ondanks intensief zoeken maar 2 waarnemingen
langs de Waal waarvan 1 door Bart Peters.

Smaragdlibel (CORDAENE) de soort werd op meerdere plekken waargenomen. De
hoogste dichtheden kwamen uit de Oude Rijn (Rijnstrangen) hier werd op 13
juni een dichtheid van 0,6 expl per 10 meter over vastgesteld.

Vroege Glazenmaker (AESHISOS) waarnemingen verspreid over de hele Gelderse
Poort, maar alleen in de Rijnstrangen bleek de soort talrijk, op sommige
plaatsen waren er zelfs dichtheden van 1 expl per 10 meter oever.

Bruine korenbout (LIBEFULV), 2 zwervers in de Ooijpolder en 1 nabij
Tolkamer. In de Rijnstrangen bleek er een zeer grote populatie te zijn met
plaatselijk dichtheden van 1,5 expl per 10 meter over. De totale populatie
bestaat waarschijnlijk uit meer dan 1000 exemplaren.
Deze populatie is zover ik weet nog nooit ontdekt, in de libellenatlas en in
oude veldverslagen van dit gebied ontbreekt de soort. Blijkbaar is er in dit
gebied nog nooit een voorjaarsinventarisatie gedaan.

Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), deze soort is nieuw voor de Gelderse
Poort. Ik heb er tot nu toe 3 expl gevonden in de Steenwaard (Rijnstrangen).

Vuurlibel (CROCERYT), deze soort werd door Bart Peters vastgesteld in de
Millingerwaard foeragerend boven een kleiput (waarschijnlijk een zwerver).

Rivierrombout (GOMPFLAV), de dichtheden variëren sterk, de hoogste
dichtheden werden bij de Bijland vastgesteld namelijk 8 adulten per 200
meter duin.

Zwervende heidelibel (SYMPFONS), 2 mannetjes in een pioniersplas in de
uiterwaarden nabij Doornenburg (Roswaard). Het is nog niet duidelijk of er
hier een populatie is. Weet iemand of er ooit succesvolle voortplanting van
deze soort vastgesteld is in de
uiterwaarden?

Zwervende Pantserjuffers (LESTBARB) 9 expl in de Groenlanden nabij Ooij.

Groeten, Pepijn Calle

pepijncalle_email_yahoo.com

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hierbij wat waarnemingen van de afgelopen dagen uit het zuiden van Friesland

Zaterdagochtend 14 juni in de Lindevallei (laagveengebied in het zuiden van
Friesland):
Lantaarntje (ISCHELEG), Variabele waterjuffer (COENPULC), Gewone oeverlibel
(ORTHCANC), Vroege glazenmaker (AESHISOS), Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA),
Viervlek (LEBEQUAD). Door de bewolking hebben we de door de beheerder Tom
Jager beloofde Gevlekte Glanslibel (SOMAFLAV) helaas niet gezien, maar ik
weet nu wel hoe en waar hij vliegt dus de komende weken . . . .
Verder wel die ochtend nog een dagactieve nachtvlinder Zilverstreep
(DELTBANK) gezien en meer dan 10 5-vingerige vedermotten (PTERPENT) een
prachtig vlindertje. Ook troffen we tussen de veelvuldig aanwezige
berkenopslag zelfs een Grof Dennetje van zo'n 30 cm, midden in een
verlandende kragge.

Zondagmiddag 15 juni in de Rottige Meente:
Lantaarntje (ISCHELEG), Variabele waterjuffer (COENPULC), Gewone oeverlibel
(ORTHCANC), Vroege glazenmaker (AESHISOS), Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA),
Viervlek (LEBEQUAD), nog een verlate Smaragdlibel (CORDAENE) en thuisgekomen
(eigenlijk nog steeds Rottige Meente) zaten er op een knalrood shirt aan
mijn waslijn 2 Bruine Glazenmakers (AESHGRAN). Voor mij de eerste dit
seizoen.

Maandagmiddag 16 juni op een stukje van de Linde waar zij nog smal is en
behoorlijk stroomt tussen Noordwolde en Oldeberkoop:
Lantaarntje (ISCHELEG), Azuurwaterjuffer (COENPUEL), Gewone oeverlibel
(ORTHCANC), Grote roodoogjuffer (ERYTNAJA), Viervlek (LEBEQUAD) een paar
verlate vuurjuffers (PYRRNYMP) en voor mij een sensatie in Friesland: de
weidebeekjuffer (CALOSPLE). Dit alles in 10 minuten op een stukje Linde van
niet meer dan 20 meter!

Alfred van der Burgh, Cor van der Weele.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Verslag van de 4 e monitoringsronde op de Midden-Veluwe

Op meerdere plekken dook deze ronde de Gevlekte witsnuitlibel LEUC PECT op
nl: Gerritsfles 1 ex, Kootwijkerveen 1 ex, Watergraafsmeer 1 ex. Verder
waren er dit jaar weer meer Venwitsnuiten LEUC DUBI op de libellenroutes. Op
sommige plekken al meer Venwitsnuiten LEUC DUBI dan Noordse witsnuiten LEUC
RUBI aanwezig. Nu is de piek van de Noordse witsnuit altijd eerder dan van
de Venwitsnuitlibel. In 2003 lijk ik meer Venwitsnuiten LEUC DUBI te hebben
en minder Noordse witsnuiten LEUC RUBI. Op Oldenaller waar Natuurmonumenten
het ven een paar jaar gelden opnieuw heeft aangelegd, heb ik een Bruine
korenbout LIBE FULV waargenomen. Ook had ik de eerste Steenrode heidelibel
SYMP VULG op Oldenaller. Ook vlogen de Gewonepantserjuffers LEST SPON overal
weer.
Ook had ik enkele Zwervende pantserjuffers LEST BARB op mijn
monitoringroutes. Ook heb ik in 2003 meer Grote keizerlibellen ANAX IMPE.
Dit gaat over 16 monitoringroutes; de andere doe ik in het weekeinde of
begin volgende week nog. Met monitoren loopt je soortenlijstje voor een
gebied lekker op. Ook noteer ik de dagvlinders en de overdag actieve
nachtvlinders geef ik door aan de Vlinderstichting te Wageningen. Ook met
overdag aktieve nachtvlinders kun je een leuke soortenlijst per gebied
opbouwen.
Het is overigens nuttig als jullie met libellen bezig zijn om vlinders en
vooral overdag actieve nachtvlinders te noteren en door te gegeven aan de
vlinderstichting t.a.v. Robert Ketelaar.

Veel libellen Groeten Hans Raaijmakers
Raaijmakers157_email_zonnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere grasjuffer ISCHPUMI op Terschelling

Op 6 juni 2003 heb ik een groen eiafzettend vrouwtje Tengere grasjuffer
ISCHPUMI gezien op de Liesingerplak ten noorden van Lies, in de
zuidzuidwesthoek van de Koegelwieck (150,8-601,4). Bij het IJsbaantje zaten
enkele Noordse witsnuitlibellen LEUCRUBI.

Marcel Wasscher

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag mensen,

Wat (nagekomen) berichten mijnerzijds:

Mannetjes Weidebeekjuffers CALOSPLE blijven mij verbazen door op te duiken
op voor mij onverwachte plaatsen. Het Boetelerveld, het Grote Rietgat
(219,71 - 486,25) op 31-05-2003 en tijdens het lopen van routes op de
Sprengenberg bij de Eendenplas, een zuur ven met veenmosbegroeiing,
(222,62 - 483,40) op 15-06-2003.
Ook een mannetje Bosbeekjuffer CALOVIRG liet zich onverwachts zien: Op
11-06-2003 aan de Sluitersdijk, nabij Delden, Twente, (247,32 - 472,91) in
een 'sloot' met leuke begroeiing van ondergedoken moerasscherm en
waterviolier. Hierbij bevonden zich ook twee Kleine IJsvogelvlinders. Deze
hebben Henry van der Drift en ik gisteren, 17-06-2003 wel teruggevonden, de
Bosbeekjuffer niet. De watervegetatie is inmiddels op de kant geschoven!

4 juni zagen Kees Hop en ik op enkele zeer kleine vergraste heiden (245,72 -
470,89) jonge Blauwe breedscheenjuffers PLATPENN als vliegende
pijpenstrootjes, ik denk afkomstig van de Hagmolenbeek. Deze soort ook
gezien langs de Oelerbeek, Delden, (247,50 - 475,34).
Op 12 juni zagen Henry van der Drift en ik 3 mannetjes Zwervende
heidelibellen SYMPFONS op natte heideterreintje met vennen bij Delden
(242,77 - 475,01). Ook zagen wij een tandem Plasrombout GOMPPULC op een
natte heide bij Delden (243,91 - 474,98, begeleid door Heideblauwtjes.

13-06-2003 zag ik een omgekeerde situatie: een heideven ten noorden van
Delden (246,51 - 478,08) met meer Venwitsnuitlibellen LEUCDUBI (3 tandems, 4
mannetjes) dan Noordse witsnuiten LEUCRUBI (6). En gisteren, 17-06-2003,
zagen Henry en ik bij het om flora befaamde Boddebroek (244,59 - 469,45)
twee mannetjes Tengere pantserjuffers LESTVIRE
en twee mannetjes en een vrouwtje Tengere grasjuffers ISCHPUMI. Verder hier
vele Heideblauwtjes. Wegens tijdgebrek niet uitvoerig gekeken.
En nu de Bruine glazenmaker AESHGRAN is genoemd, de eerste twee zag ik op
12-06-2003 op landgoed Den Aalshorst(214,10 - 500,03) (met zo'n 6
Weidebeekjuffers CALOSPLE), weer met van der Drift.
De rest laat ik maar even buiten beschouwing, 't is al lang zat.

Bas Klaver

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo,

Ik had afgelopen woensdag, 18 juni, een erg vroege, Bruine glazenmaker
AESHGRAN. Hij vloog langs de rivier de Merwede ter hoogte van Sliedrecht,
ZH.

Groeten, Niels Bot

++++++++
VERZOEK
++++++++

Begin juli zijn we een week in de buurt van Gramsbergen (Ommen). Wie weet
voor ons leuke libellenplekjes die door ons bezocht kunnen worden? Wilt u
ons mailen:
koning.f_email_wolmail.nl

Frans Koning

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:21
Donderdag 19 juni 2003

Libellennieuws 03:22
Dinsdag 1 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bij deze mijn vorderingen van de afgelopen tijd:

Met Pinksteren (6-9 juni) op Texel eigenlijk niks spannends qua libelles.
Een weekje later op de Vrije Vogel Club-dagen (14-15 juni) rond het
BezoekersCentrum van het Dwingelderveld werden door andere JNM'ers hier en
daar venwitsnuitlibel (Leucdubi) gemeld en o.a. door mijzelf Vroege
glazenmaker (Aeshisoc). Verder een bleek bootsmannetje (Notareut of
Notalute), een zeldzame waterwants, in het plasje bij het BC.

Afgelopen dagen was het anders:
Vrijdag 20 juni samen met Tim Faasen naar het Reisven (159.1-371.0), één van
de vennen in het noordelijke bosdeel van de Malpie. Daar zagen wij o.a.
gevlekte glanslibel (Somaflav) 1 of 2 mn, 2x venwitsnuitlibel (Leucdubi) en
een Bruine eikenpage.
Bij een ander ven (158.8-371.0) een vermoedelijke zwerver mn Gevlekte
glanslibel (Somaflav) en een speerwaterjuffer mn (Coenhast).

Zaterdag en zondag (21 en 22 juni) op kamp met de Plantenwerkgroep en
afdeling Dommeldal van de JNM. We deden dus vooral aan orchideën (5 soorten)
en andere planten als eenbes, maar qua libellen was er weinig te beleven.
Zaterdag 21 juni bij de
Urkhovense Zeggen (165.5-383.0) een mn vroege glazenmaker (Aeshisoc). Zondag
22 juni nog wel twee leuke andere insecten bij Het Oude Goren (176.0-383.4):
zompsprinkhaan (Chormont) en getekende gamma-uil (Macdconf), een 'zeldzame
verschijning, in sommige jaren toch een tiental waarnemingen' volgens
www.vlindernet.nl.

Maandag 23 juni ben ik weer naar de Malpie geweest om ook bij de andere
vennen te kijken. Bij het Reisven (159.1-371.0) zaten nu zeker 2 mn gevlekte
glanlibel (Somaflav). Verder bij de overige vennen hooguit een venwitsnuit
(Leucdubi) of tengere pantserjuffer (Lestvire). Tot het einde van de dag.
Toen ik uit het bos kwam en op het pad langs de noordwestrand van de
Malpiebergse Heide liep, vloog daar bij een half uitgedroogd ven
(159.1-370.6) nog een mn gevlekt glanslibel (Somaflav). Bovendien sprong er
tussen de bruine snavelbies e.d. ook een zompsprinkhaan (Chormont) en vloog
er een zwarte stern (Chlinige) langs. Een mooi einde van een mooi weekend...

groeten,
Matthijs Courbois

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Populatie Kanaaljuffer (CERCLIND) in Grote Molenbeek

Kanaaljuffer (CERCLIND) op 21 juni waargenomen in Grote Molenbeek ter hoogte
van Tienraij (203/390). Er zijn 3 mannetjes en één tandem waargenomen.
Eiafzet vond midden in de beek plaats tussen submerse wortels van
waterplanten. Omdat slechts een klein deel van de oever is onderzocht zullen
de werkelijke aantallen een stuk hoger hebben gelegen en gaat het hier
waarschijnlijk om een populatie. Was dat reeds bekend van deze plek? Overige
aangetroffen soorten: Breedscheenjuffer (PLATPENN), Vuurjuffer (PHYRNYMP),
Weidebeekjuffer (CALOSPLE), Grote roodoog (ERYTNAJA), Azuurwaterjuffer
(COENPUEL), Watersnuffel (ENALCYAT), Lantaarntje (ISHNELE)
Viervlek (LIBEQUAD), Oeverlibel (ORTHCANC), Platbuik (LIBEDEPR), Grote
Keizerlibel (ANAXIMPE).

Groeten,

Wilco Verberk

Stichting Bargerveen
Afdeling Dieroecologie
p/a Milieukunde
Katholieke Universiteit Nijmegen

wilcov_email_sci.kun.nl
http://www-eco.sci.kun.nl/AnimalEcology/wilcoweb1/home.htm

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vuurlibel CROCERYT in Twente

Opgave van Vuurlibel in recent aangelegd retentie/natuurgebied Het Woolde.
Soort: vuurlibel (Crocothemis erythraea).
Code: CROCERYT
Gebied: Het Woolde (westen van Hengelo Ov.)
Coord: ca x=248,2 bij y=477,5
Datum: 28 juni 2003, overdag
Waarn: Laurents ten Voorde (Twente Vogelwerkgroep)
Determ Eveline Broos (waterschap Regge en Dinkel, Almelo)
Opgave: Maarten Zonderwijk (idem)

Determinatie vond plaats op basis van duidelijke foto: oa karakteristiek
breed achterlijf..

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerste Groene glazenmaker AESHVIRI

Op 25 juni is door Steven Verbeek en mij de eerste Groene glazenmaker
AESHVIRI gezien in Woudbloem (245,8-581,2). Het dier was vers en
uitgekleurd. Daarnaast vlogen er nog circa 10 Vroege glazenmakers AESHISOS
rond.

groeten leon luijten

+++++++++++++++++++++++++++++
Diverse Rivierrombouten GOMPFLAV
+++++++++++++++++++++++++++++

6 juni in de Wolfswaard bij Wageningen (uiterwaarden Nederrijn): 2 verse
mannen en 1 vers vrouwtje Rivierrombout (GOMPFLAV).

Tim Termaat

+++++++++++++++++++

omgeving kampen: zo 22-6
kop van de ijssel 21-32-51, ijsseldijk ten zuiden keteleiland
rivierrombout 25 ex. waarsch. veel meer op keteleiland en in omgeving
weidebeekjuffer 2
bl.breedscheenjuffer 1

verlaat:
zo 1-6, omgeving dalfsen 21-57-55 marswetering
beekrombout 8 ex. rond sluisje, ook met eierklomp
veel andere soorten o.a. weidebeekjuffer (div.plaatsen, klein aantal)
noordse witsnuitlibel
poel bij station dalfsen: weidebeekjuffer 10 ex.

vriendelijke groeten, g.koopman

+++++++++++++++++++

Waarneming van een uitsluipende rivierrombout Gomphus flavipes op een
strandje aan de Lek bij Vianen. De coördinaten van de vindplaats zijn
134.5/445.7 De waarneming is gedaan door Dick Kerkhof en Wilbert Kerkhof.

Vriendelijke groeten,

Wilbert Kerkhof
e-mail
tremendo_email_hetnet.nl

+++++++++++++++++++

Op 15 juni werd door ons een Rivierrombout Gomphus flavipes waargenomen.
Tussen Rossum en de sluis St.Andries vlak bij de Waal ter plaatse van de am.
coörd. 152.1 - 423.7 vloog een libel uit de vegetatie die wat verderop weer
ging zitten. We hebben hem kunnen vangen en nauwkeurig determineren. Het
bleek zonder enige twiijfel een Gomphus flavipes. Het was een pas
uitgeslopen mannetje, vandaar waarschijnlijk dat hij redelijk gemakkelijk te
vangen was. Na het determineren hebben we hem terug in de wilgen gezet.

Met hartelijke groeten,

Tineke Cramer
Rosmalen
awm.mol_email_hccnet.nl

+++++++++++++++++++++++++++++++++++
Zwervende Vroege glazenmakers AESHISOS
+++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege glazenmaker AESHISOS in Den Helder

De Vroege glazenmaker AESHISOS heeft het dit jaar naar z'n zin. Van Klaas
Kaag kreeg ik het bericht dat er een Vroege glazenmaker AESHISOS in
Mariendal in Den Helder ( 110,5-549,6) is waargenomen. Dit is voorzover ik
weet tot nu toe de meest noord-westelijke waarneming in Nederland.

René Manger

+++++++++++++++++++

Dinsdag 17 juni heb ik even een rondje gemaakt door het veenweidepark "De
Trickel" (115,7-503,0). Dit nieuwe stukje natuur ligt naast het
natuureducatiecentrum De Poelboerderij in Wormer. Naast de circa 20 Gewone
Oeverlibellen(Orthcanc), die hier al een paar weken in rondvliegen, trof ik
voor het eerst in dit parkje 3 Vroege Glazenmakers (Aeshisos) aan. Vorig
jaar had ik in dit park 10 soorten libellen gezien maar deze soort, die
graag in laagveengebieden vertoeft, trof ik hier voor het eerst aan. Ook zag
ik een tandem dus wie weet over 1 of 2 jaar nog meer exemplaren.

Ik heb de Vroege Glazenmaker dit jaar en vorig jaar ook al aangetroffen in
het Guisveld. De waarneming van Ben Kruijsen is dus zeker niet toevallig

De Kleine roodoogjuffer (Erythviri), die zich normaliter pas eind juli
vertoont, is dit jaar wel erg vroeg. Waarschijnlijk het warme weer en de
oplopende watertemperatuur. Circa 20 mannetjes(1 ex. gevangen) zag ik boven
de diverse plasjes zweven op zoek naar een vrouwtje.

Hans Boerma te Wormerveer

+++++++++++++++++++

Hew exemplaar dat zondag 30 juni rondvloog boven een riet- en galigaanmoeras
nabij Boukoul, Limburg, leek mij ook geen normale plaats voor deze soort..

Remco Hofland

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bosbeekjuffer CALOVIRG

Een leuke waarneming van 7 juni 2003 was een Calopterix virgo (mannetje).
Boven de Zandley in Noord-Brabant (Am.coord. 137.7-404.3) vloog een
behoorlijk aantal Calopterix splendens. Eén exemplaar was echter duidelijk
geen C. splendens: de vleugels waren helemaal donker, niet met een donkere
band zoals de C. splendens. We hebben een tijdje met hem meegelopen, waarbij
hij regelmatig ging zitten. De vleugels waren duidelijk te zien, zodat er
voor mij geen twijfel over bestond, dat het een Calopterix virgo betrof.

Met hartelijke groeten,

Tineke Cramer
Rosmalen
awm.mol_email_hccnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Enkele markante Limburgse waarnemingen

Zowel zondag 23 als zondag 30 juni werden door mij doorgebracht in (meest
Noord-) Limburg. De leukste danwel vreemdste waarnemingen betroffen de
volgende:

Zondag 23 juni:
Langs de Roode Beek op de Brunssumse Heide, Brunssum, waren twee prachtige
mannen Zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN aanwezig, naast de hier vanouds veel
algemere Beekoeverlibel ORTHCOER.

Langs de Roer ten westen van de fietsbrug ten oosten van St. Odilienberg
werden 3-4 Beekrombouten GOMPVULG en enkele Kanaaljuffers CERCLIND
aangetroffen, alsmede een man Vuurlibel CROCERYT.

Medewaarnemers: Theo Admiraal, Cock Reijnders en Nan Zang

Zondag 30 juni:
De meest opvallende soort die 's ochtends werd aangetroffen bij De Doort ten
zuiden van Echt was een man Beekoeverlibel ORTHCOER - ik kom hier jaarlijks
minstens een keer maar kan me niet herinneren de soort hier eerder te hebben
gezien.

Langs de Roer ten westen van de fietsbrug ten oosten van St. Odilienberg
werden 2-4 Gaffellibellen OPHICECI en 2 Beekrombouten GOMPVULG gezien,
alsmede een langsscheurende Koninginnepage.

Boven een nagenoeg onvindbaar riet- en galigaanmoeras nabij Boukoul vlogen
onder andere tenminste twee Gevlekte glanslibellen SOMAFLAV en een Vroege
glazenmaker AESHISOS, terwijl op het meest noordelijke van de twee plasjes
die hier net ten westen van de Duitse grens liggen een man Kanaaljuffer
CERCLIND zich staande hield tussen de vele Watersnuffels ENALCYAT (en
natuurlijk de Tengere grasjuffers ISCHPUMI, die zich echter meer in het
'gras' ophielden). Ook hier tenminste 5 Beekoeverlibellen ORTHCOER.

Medewaarnemers: Han Blankert, Arnout Linckens en Chris Quispel

Remco Hofland
Oegstgeest
remcohofland_email_hetnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Meer Bruine korenbouten LIBE FULV op het Wisselseveen (GLD)

Op het Wisselseveen in de gemeente Epe is een natuurontwikkelingsproject van
het Gelders Landschap. De effecten van die natuurontwikkeling worden
natuurlijk gemonitord, waaronder door mij de libellen. Elk jaar had ik daar
op mijn monitoringroutes wel 1 of 2 Bruine korenbouten op de routes.
Maar nu in 2003 heb ik 10 exemplaren op de libellenroutes. Ook had ik er
mijn eerste Venglazenmaker AESH JUNC voor 2003.
Het Wisselseveen is zonder vergunning verboden terrein.

Veel Groeten Hans Raaijmakers

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Waarneming uit Vlaanderen, Belgie

Net buiten de Houtsaegherduinen fotografeerde Jacky Launoy begin juni 2003
een juffer die ik vervolgens als speerwaterjuffer COENHAST determineerde.
Dit is de tweede knaller van formaat die in de buurt gevonden wordt, na
gaffelwaterjuffer COENSCIT. Speerwaterjuffer werd nog nooit in
West-Vlaanderen vastgesteld, en erzijn slechts een handvol vindplaatsen voor
België gekend (voor zover ik momenteel ontvangen heb), namelijk 2 in Limburg
en 5 in Wallonië.

Mvg,

Diederik D'Hert
Koksijde, Belgie

Diederik.dhert_email_pandora.be
http://users.pandora.be/diederikdhert

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zaterdag  21 juni heb ik samen met een aantal mensen van het Limburgs
natuurhistorisch genootschap de vennen bij het Quin (vlakbij Afferden)
bezocht.

Een mooi gebied met een behoorlijke libellenbezetting: LESTSPON, LESTVIRE,
LESTDRYA (lestessen zaten er veel, ik had nog nooit zoveel virensen en
dryassen gezien) ,CERITENE (10), ENALCYAT (zeer veel) ,COENPUEL, LIBELQUAD
(veel) ,ANAXIMPE, SYMPDANA (veel), Zwervende heidelibel SYMPFONS (een
mannetje), LEUCDUBI (10), ORTHCANC.

Daar vlakbij werd in het zevenboomsven door Guido Verschoor (1mannetje)
Metaalglanslibel
SOMAMETA gevangen en bij de duivelskuil door Jan Hermans een Gevlekte
witsnuitlibel LEUCPECT, daar zat ook nog een exemplaar van de Zwervende
heidelibel SYMPFONS. Op een heideterrein bij het meeuwenven en paddenhoek
een paar LAPHFLAV, ook erg mooi.

Verder nog een paar zweefies, wolzwevers en vlinders gevangen en
rugstreeppadden en roodborsttapuiten gezien maar daar zal ik jullie verder
niet mee vermoeien.

groetens, Nicolai Bolt

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Reactie op melding Bruine korenbouten in Everlosche Beek (LN 03:20)

In reactie op het berichtje in LN 3:20 van Marcel Bonder kan ik melden dat
er in de Everlosche Beek in ieder geval in 2002 een populatie Bruine
Korenbout (LIBEFULV) aanwezig was (zie mijn melding in LN 2:20). Grote
aantallen Bruine Korenbouten (LIBEFULV) zijn toen waargenomen in het
beektraject stroomafwaarts
van het Koelbroek.

Groeten,
Wilco Verberk

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:22
Dinsdag 1 juli 2003

Libellennieuws 03:23
Dinsdag 8 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Kleine tanglibel ONYCFORC langs de Roer, Limburg

Ondanks het slechte weer van de afgelopen week heb ik op 4 en 5 juni langs
enkele oevertrajecten van de Roer bij Roermond, Sint Odilienberg en Melick
gezocht naar larvenhuidjes. Naast tientallen huidjes van de Weidebeekjuffer
(CALOSPLE), Blauwe breedscheenjuffer (PLATPENN), Beekrombout (GOMPVULG) en
enkele huidjes van de Gaffellibel (OPHICECI) leverde dit zaterdag 1
larvenhuidje van de Kleine tanglibel (ONYCFORC) op, zuidelijk van Melick. In
2000 is deze soort op enkele plaatsen langs de Roer waargenomen. Voor zover
bekend is de soort hier in 2001 en 2002 niet meer gezien. Aangezien in 2000
ook enkele vrouwtjes zijn waargenomen is het mogelijk dat de soort zich toen
heeft voortgeplant en dat de larven nu uitsluipen (normaliter verblijven de
larven drie jaar in het water).

Groeten,

Rob Geraeds

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Kanaaljuffers (Cerclind): vaste voet in de provincie Utrecht?

De laatste 5 jaar is de Kanaaljuffer ieder jaar wel waargenomen binnen de
provincie Utrecht, maar altijd ging het om 1 of twee individuen.
Op 29 -6-2003 zag ik op het Maarnse Gat (152+452) vrij grote aantallen van
deze soort: 3 eiafzettende tandems, 1 vrij vers mannetje en 26 boven het
water vliegende mannetjes.

Groet Kees Goudsmits

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Weer Gevlekte glanslibel (Somaflav) in de Weerribben

Op 7-7-2003 zag ik tijdens mijn Monitoringsronde in de Grafkampen (191+533)
een mannetje van deze soort. Op deze plek is hij nog niet eerder gezien en
Rene Manger en ik zullen het blijven volgen om na te gaan of om een zwerver
gaat of dat de soort zich wellicht aan het uitbreiden is in dit fraaie
gebied.

Groet Kees Goudsmits

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Groene glazenmaker te Weststellingwerf (Zuid-Friesland)

Op zondag 6 juli hoopvol op weg gegaan naar 2 locaties krabbescheer, vooral
n.a.v. de berichten van Erwin Krol. Toch veel bewolking en zelfs enige
spetters, niet al te warm en nogal wat wind. Dan dus maar vooral focussen op
de huidjes. Op de eerste locatie, een krabbescheersloot in De Brandemeer
Oldelamer vanaf 190,6/545,0 richting wnw. veel lantaarntjes (ISCHELEG), maar
geen spoor van de Groene glazenmaker (AESHVIRI) die ik hier vorig jaar wel
heb aangetroffen. Nog even geduld dus?

Vervolgens naar een tweede locatie in de Rottige Meente bij de
kano-oversteekplaats 189,3/537,6 waar ik ook vorig jaar aardig wat Groene
glazenmakers heb waargenomen. Het lag er vol met krabbescheer, maar het
echte weertype voor eiafzetting was het niet. Ook hier dus vooral geloerd op
huidjes en jawel! Tweemaal een gaaf huidje dat zich net iets te ver van de
kant bevond om binnen te halen. Maar ook 2 vreemde vangsten, namelijk een
huidje met een zojuist uitgeslopen Groene glazenmaker die zijn/haar
achterlijf aan een of andere rover was kwijtgeraakt en vervolgens een huidje
met een half uitgeslopen Groene glazenmaker die in dat stadium was blijven
hangen. Borststuk en vangmasker wezen duidelijk op AESHVIRI. Zou de drang om
uit te sluipen zo groot kunnen zijn geweest dat de diertjes een te groot
risico hebben genomen m.b.t. weer en vijanden??? Is daar iets over bekend?
Ter plekke wel tientallen lantaarntjes (ISCHELEG) actief.

Alfred van der Burgh, Cor van der Weele.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Groene glazenmaker vroeg dit jaar.

Tijdens de voorbereidingen voor onderzoek aan groeimogelijkheden voor
krabbescheer werd op donderdag 26 juni door o.a. Sjoerd Steenbergen, Jandirk
Kievit en ik de Groene glazenmaker (AESHVIRI) gezien, zittend op
krabbescheer, klaar voor zijn eerste vlucht (X 117417- Y 461519). Al op 20
juni zagen Sjoerd en ik een eiafzettend vrouwtje op krabbescheer in de
Wieden (X 204 - Y 521).
Huidjes van Aeshna's in krabbescheervelden werden al op 6 juni waargenomen.
Deze worden nog gedetermineerd.

Henk de Vries
*********************************************************
Henk de Vries
De Vlinderstichting - Dutch Butterfly Conservation
Postbus 506
6700 AM Wageningen
henk.devries_email_vlinderstichting.nl
homepage:www.vlinderstichting.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege glazenmaker te Spaarnwoude, Noord-Holland

Op 25 juni nam ik op twee plaatsen langs de rietkragen van de
natuurvriendelijke oever Spaarnwoude (km hok 108.494) langs het
Noordzeekanaal de Vroege glazenmaker (AESHISOS) waar. Het natuurproject is
hier gericht op de ontwikkeling van brakke natuur. Sinds 1997 wordt hier
gemonitord. Het is de eerste keer dat deze libel hier is waargenomen.

Met vriendelijke groet,
Ben Kruijsen

Ecologisch Adviesbureau B.Kruijsen
Kruidbergerweg 49
2071 RB Santpoort-Noord
postbus_email_natuuradvies.nl
www.natuuradvies.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Weidebeekjuffer in Friesland, Weststellingwerf

Vanochtend, maandag 7 juli was er voldoende zon om nog eens te kijken naar
wat krabbescheerplekken hier (Munnekeburen, Zuid Friesland) in de buurt,
weer dezelfde sloot als gisteren (in De Brandemeer Oldelamer vanaf
190,6/545,0 richting wnw). Er vlogen wel een aantal glazenmakers, bruine
(AESHGRAN) en nog een vroege (AESHISOS), houtpantserjuffers (LESTVIRI) en
natuurlijk lantaarntjes (ISCHELG) en variabele waterjuffers (COENPULC) maar
een waarneming die ik er zeker niet had verwacht: een mannelijke
weidebeekjuffer (CALOSPLE)! Ik ben erg benieuwd waar deze vandaan komt en
houd me aanbevolen voor suggesties.

Alfred van der Burgh

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste libellenwaarnemers in Overijsel

Misschien is het leuk om te vernemen dat in Gramsbergen, op het terrein van
het recreatiecentrum 't Hooge Holt een beek loopt. De beek loopt tussen de
sportvelden en over het terrein van het recreatiecentrum. Langs deze beek
troffen we op 2 juni ruim 25 Weidebeekjuffers, CALOSPLE; 20 Blauwe
breedscheenjuffers, PLATPENN; een stuk of 10 Koraaljuffers, CERITENE; en
natuurlijk de gebruikelijke Lantaarntjes, ISCHELEG aan. Door het natte weer
verscholen de Weidebeekjuffers zich in de lage begroeiing en waren eenvoudig
te fotograferen. Het viel ons op dat van deze soort slechts twee vrouwtjes
werden gezien.

Marja en Frans Koning, Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland

++++++++++++++++++++++++++++++++
VRAAG M.B.T. VUURLIBEL IN TWENTE
++++++++++++++++++++++++++++++++

Maarten Zonderwijk van het Waterschap Regge en Dinkel heeft de door mij
gedane waarneming van de vuurlibel doorgegeven. Ik heb echter nog een vraag.
Kan iemand mij zeggen of er ooit eerder een geregistreerde waarneming van de
Vuurlibel in Twente heeft plaatsgevonden.
Ik kan in de libellenatlas namelijk geen stip in Twente ontdekken. Ook in
andere rapporten van o.a. het Wierdese Veld, Engbertsdijkveen en Beerzerveld
komt de Vuurlibel niet voor.

Alvast bedankt voor de medewerking.
Met vriendelijke groet,

Laurents ten Voorde

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:23
Dinsdag 8 juli 2003

Libellennieuws 03:24
Woensdag 9 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

SLACHTING ONDER GROENE GLAZENMAKERS!

Maandag, 7 juli ben ik naar mijn monitoring route gegaan: 't Kret, tussen
Tolbert en Oldekerk, om 4 uur 's middags zie ik er 3 actieve mannetjes
Groene Glazenmaker AESHVIRI vliegen en 1 Vroege Glazenmaker AESHISOS man.
Verder vele Lestes sponsa, Coenagrion pulchellum, Ishnura elegans, enkele
Erythromma najas, 3 Bruine Glazenmakers AESHGRAN.
Dinsdag, 8 juli weer een bezoek afgelegd, nu tussen 1 en 5 uur,  de oogst
aan Groene Glazenmakers: 1 vrouwtje rustend en 11 actieve mannetjes. Verder
3 Bruine Glazenmakers, 1 Vroege Glazenmaker vrouw, 1 Man Oeverlibel ORTHCANC
en hetzelfde kleine grut van de vorige dag.

Mijn buurjongen van 13 jaar, Hilco Bron uit Enumatil, attendeert me op 4
vleugeltjes op een molshoop, naast de tochtsloot. Tot mijn stomme verbazing
vinden we uiteindelijk 152 Anisopteravleugels op 29 ingezakte (oude)
molshopen op enkel het zuidelijke traject van 375 meter, 3 keer ligt het
larvenhuidje met open nek er nog naast, we vinden ook nog 1 gemorste kop van
Viridis en 9 schilfertjes van thorax en abdomen tussen de afgebeten
vleugels.
De vleugels liggen alle binnen een strook van 2 meter vanaf de oever op de
plek waar de Krabbescheerbedekking 100% is. Terwijl hier nu, in
tegenstelling tot vorig jaar, veel minder Viridissen vliegen als boven open
water praktisch zonder Krabbescheer. Het is alsof de adulte libellen
doorhebben dat bij de Krabbescheer het gevaar loert.
Alle vleugeltjes hebben we meegenomen, in ieder geval zitten er vleugels van
Bruine Glazenmaker en Groene Glazenmaker tussen, waarschijnlijk ook een
aantal Oeverlibellen en/of Witsnuitlibellen Leucorrhinia.
Van de 152 vleugels is 20 % niet goed of geheel ontvouwen. Er van uit gaande
dat we 80 % van alle slachtoffers hebben gevonden, betekent dit uiteindelijk
dat er zo'n 190 vleugels zijn gesneuveld, zeg 47 individuen en indien de
verhouding dezelfde is als de verhouding levende Anisoptera n.l. Bruine :
Groene : Vroege : Oever is 3 : 12 : 2 : 1 dan zijn er in de afgelopen week
(het weiland is onlangs gemaaid) twaalf achttiende van 47 is 32 Groene
Glazenmakers gesneuveld.
Dus 12 levende Viridissen en 32 dode!

WIE IS NU DE 'MOORDENAAR'?

Gevonden sporen op het plaats delict:
1 vossenkeutel op molshoop
32 veren van fazantenhaan en hen, de laatste schoot uit het riet op de
plaats delict! (4 jongen).
1 schedel mol
4 veren zwarte kraai
7 fazantenkeutels
Andere vogels in de buurt:
Boerenzwaluwen (100)
Meerkoeten (2 ouderparen met jongen)
Torenvalken in kast met jongen
Verleden jaar gezien Boomvalk
Meerdere Buizerden
Kokmeeuwen (niet broedend)
2 Rietgorzen
2 Ringmussen
1 Kwikstaart
Uilen en vleermuizen onbekend
Persoonlijk hou ik het op de volgende top 4:
1. Fazantenhen?
2. Witte Kwikstaart
3  Ringmus
4. Rietgors
Nu de dader nog op heterdaad betrappen.

WAT GEBEURT ER NU EIGENLIJK?
De uiterst gewiekste dader ligt op de loer, is een kei in het ontdekken van
uitsluipers, vliegt boven of loopt op de Krabbescheerplanten, vangt in veel
gevallen (of altijd?) de net uitgeslopen libellen, loopt of vliegt naar de
zwarte molshopen (om het beter te kunnen zien) en trekt daar de vleugels
eraf, soms zit het larvehuidje nog aan de poten van de tenerale libel, soms
morst het dier een kop, soms resteren er schilfers.

WIE WEET NU AL DE OPLOSSING?
Als iemand die dit leest al eens dergelijk gedrag van vogels heeft gezien,
reageer dan s.v.p.
Zelf "de crime" ontrafelen, fotograferen of filmen zou ik natuurlijk nog
leuker vinden.

In ieder geval let voortaan goed op glimmertjes boven op oude molshopen.

Herman G. de Heer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste mensen,

De afgelopen weken driemaal op pad geweest op zoek naar super zeldzaamheden.
Driemaal "nada". Ten eerste op mijn derde bezoek aan het Bloempjesven in
2003 (ditmaal met Kees Goudsmits en Nienke Klerk op 26 juni 2003) weer geen
Oostelijke witsnuitlibel LEUCALBI. Wel nieuw voor het ven Koraaljuffer
CERITENE (2 mannetjes, waarschijnlijk zwervers) en veel Bloedrode heidelibel
SYMPSANG. Op het 5 km zuidelijker gelegen leemkuil Ossendrecht noord, op
libellengebied niets spectaculairs. Wel enkele Zwervende pantserjuffers
LESTBARB.

Verder gisteren (7 juli 2003) met Frank Bos ons jaarlijkse gezamenlijke
uitje. Eerste naar de Grensmaas. Deze afgespeurd van Meers tot Grevenbicht:
erg fraai maar geen larvenhuidjes of adulte Kleine tanglibel ONYCFORC. Ook
de zandgroeve Wambach bij Tegelen begint langzaam verder op te drogen. Wel
nog enkele Tengere grasjuffers ISCHPUMI, 10 mannetjes Kanaaljuffer CERCLIND
en 2 mannetjes Zwervende heidelibel SYMPFONS, maar niet nogmaals (na de
vondst van Kees Goudsmits op 16 juni) een zwerver van de Gaffelwaterjuffer
COENSCIT. Heeft iemand al bij de leemplasjes ten oosten van Belfeld naar
deze soort gezocht?

Marcel Wasscher

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gaffellibellen OPHICECI bij Herkenbosch , Limburg

Dinsdag 8 juli bracht ik een bezoek aan de Roer. Bij de volkstuintjes ten
zuiden van Herkenbosch (351,0-201,5) bevonden zich 1, wellicht 2 mannetjes
Gaffellibel (OPHICECI), territoriumverdedigend en zonnend op de afgekalfde
oever aldaar en op de paadjes van de volkstuintjes zelf. Verder 2 mannetjes
Beekrombout (GOMPVULG), vele Weidebeekjuffers (CALOSPLE), Blauwe
breedscheenjuffers (PLATPENN), enkele Gewone oeverlibellen (ORTHCANC),
Lantaarntjes (ISCHELEG) en een IJsvogel (ALCEATTH).
Daarnaast heb ik de grintstrandjes achter de visvijvers bij Vlodrop bezocht
(203,8-349,2). Hier helaas geen Kleine tanglibellen, wel 20 Kanaaljuffers
(CERCLIND), enkele gewone soorten en twee Grote gele kwikstaarten
(MOTACINE). Ook op de visvijvers vlogen zeker 50 Kanaaljuffers.

Tim Termaat

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:24
Woensdag 9 juli 2003

Libellennieuws 03:26

Dinsdag 15 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Excursie NVL

Op de valreep toch nog een libellenexcursie in juli: het staatsbosbeheer terrein de Overasseltsche en Hatersche vennen ten zuidwesten van Nijmegen. We nemen een kijkje in een vennengebied met een laatste restje levend hoogveen: wellicht dat de Noordse Glazenmaker ook hier opduikt? Verder verwacht ik veel soorten Glazenmakers, Heidelibellen en Pantserjuffers te zien, en hopelijk een koraaljuffer. De Vogelwaterjuffer is hier nog niet gevonden maar de vegetatie en het water aldaar  voldoen aan een hoop van zijn eisen, dus wie weet....

Wil je mee op deze excursie geef je dan zo spoedig mogelijk op irisniemeijer_email_xs4all.nl of op nummer 06 25 456 113. Een routebeschrijving krijg je dan zo spoedig mogelijk doorgestuurd.

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bandheidelibel in Hoonhorst

Zondag 13 juli atlas:21-57-52 op de waarschijnlijk bekende vindplaats ten noorden Hoonhorst (oostelijk bos Mataram) bandheidelibel (SYMPPEDE) 4 ex (1 op kleur, 3 vers) redelijk vroeg, omdat ze volgens de atlas pas eind juli uitsluipen.

Groetjes,

G.Koopman

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zwervende heidelibellen SYMPFONS op Rottumerplaat

Roelf Hovinga en Marit Heegstra namen op 10 en 12 juni zwervende heidelibellen SYMPFONS waar op Rottumerplaat. Maximaal werden twee mannetjes en een vrouwtje gezien. Dit zijn de noordelijkste waarnemingen van deze soort in Nederland en het wordt erg moeilijk om dit record te verbeteren! Andere leuke waarnemingen dit voorjaar van hun op het eiland zijn vuurjuffer PYRRNYMP en grote keizerlibel ANAXIMPE. Ook melden zij grote aantallen geelvlekheidelibel SYMPFLAV, een soort die dit jaar opmerkelijk schaars is.

(telefonische melding aan Robert Ketelaar)

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Aanvulling mogelijke dader libellenslachting

Tussen het lijstje mogelijke daders van "de groene glazenmaker slachting" vind ik geen spitsmuizen. Van meerdere mensen hoor ik vaak dat spitsmuizen in de vroege ochtend actief op zoek gaan naar uitsluipende en rustende libellen. Zelf heb ik dit nog nooit waargenomen, maar het lijkt me erg aannemelijk.

Daarnaast kan een boomvalk en zwaluwen gemakkelijk uitgesloten worden: als je alle 4 de vleugels bij elkaar vindt is de kans dat het een van de 2 bovenstaande vogels is nihil. Deze eten hun prooi in de lucht op, waarbij de vleugeltjes naar beneden dwarrelen (de kans dat alle 4 de vleugels netjes bij elkaar komen te liggen is dan heel erg klein)

groeten
Joost Vogels

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zuidelijke keizerlibel in Twente

Op 15 juli tot mijn verbazing een mannetje Zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) gezien. Ik werd op de soort attent gemaakt door Ben Hulzebos en Be van Kuick van de Twense vogelwerkgroep dus met een interesse voor alles wat vliegt (behalve vliegtuigen). We troffen deze aan boven de natte wei in het natuurgebied Het Witte Veen van de Vereniging Natuurmonumenten nabij Enschede / Haaksbergen. Heel kenmerkende en bijzondere soort. Volgens Robert Ketelaar is dit de eerste waarneming voor dit jaar. Km. hok 34-38. 463 - 257.

groeten,
Hans Gronert

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:26

Dinsdag 15 juli 2003

Libellennieuws 03:27

Donderdag 17 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi allemaal,

Op 10 juli heb ik de soortroute voor de Beekoeverlibellen (ORTHCOER) en Bandheidelibellen (SYMPPEDE) bij de MacDonalds bij Holten weer gelopen. Op 200 m had ik 27 Beekoeverlibellen, waarvan een paringswiel en 1 eiafzettend vrouwtje. Nog geen Bandheidelibellen op de route. Aan de andere kant van de snelweg ligt het AC-restaurant (nee, dit is geen reclame boodschap). Hier loop ik ook altijd maar even langs de sloot. Hier vloog een Bandheidelibel (nog niet uitgekleurd) en zaten 12 Beekoeverlibellen. Hieronder een paringswiel en drie vers uitgeslopen beesten.

Ik heb nog wel een vraag. Hoe blauw worden Beekoeverlibellen? Ik had een exemplaar op mijn route die helemaal blauw was, ook borststuk en kop/ogen. Ook de schouderstrepen waren gewoon blauw. Ik heb er op basis van de grootte van de pterostigma's en de snuitkleur (vuilwit), en biotoop en gedrag een Beekoever van gemaakt. Maar hij leek verdacht veel op een Zuidelijke oeverlibel. Komt dit vaker voor?

Gerben Mensink

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vanmiddag (15 juli 2003) zag ik bij de sloot langs de A1 nabij de afslag Holten (MacDonalds) 2 Bandheidelibellen (SYMPPEDE), waarvan 1 mooi uitgekleurd mannetje. Verder maar liefst 9 mannetjes Beekoeverlibel (ORTHCOER) (ca. 100m langs de sloot gelopen) en 1 mannetje Zwarte Heidelibel (SYMPDANA).

Nog een verlaat bericht van Vlieland: een mannetje Zwervende Heidelibel (SYMPFONS) was aanwezig bij de IJsbaan (133590) op 7 en 12 juli 2003.

Ico Hoogendoorn.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi allemaal,


Door een toevallige samenloop van omstandigheden kwam ik afgelopen week in de buurt van een aantal bijzonder interessante gebieden... en natuurlijk kon ik het niet laten daar even misbruik van te maken!

Op 10-7-03 was dit de Malpie in Valkenswaard alwaar ik 5 mannetjes telde van de gevlekte glanslibel (SOMAFLAV). Helaas geen vrouwtjes, huidjes of larven... (waar ik eigenlijk naar op zoek was). Opvallend was overigens dat alle 5 de mannetjes zich territoriaal gedroegen en daarbij alle 5 met regelmaat in conflict raakten met een blauwe glazenmaker (AESHCYAN)... daarvan waren namelijk ook 5 mannetjes aanwezig en die bezetten exact dezelfde territoria. Gelukkig lieten de kleine glanslibellen zich absoluut niet wegjagen! Andere aanwezige soorten waren onder meer metaalglanslibel (SOMAMETA), tengere pantserjuffer (LESTVIRE), koraaljuffer (CERITENE), weidebeekjuffer (CALOSPLE), eikenpage (NEOZQUER) en phegeavlinder (AMATPHEG).

Op 9-7-03 bezocht ik kortstondig de Roer ten zuiden van Melick. Bij een klein plasje op de noordoever hielden zich onder meer een vuurlibel-mannetje (CROCERYT), een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) en een koninginnenpage (PAPIMACH) op. De Roer zelf leverde helaas geen gaffel- of tanglibellen op... alleen een ijsvogel (ALCEATTH).

Op 7-7-03 bezocht ik een klein en niet erg bijzonder ogend beekje in oostelijk brabant. Dit leverde een volgroeide en een zeer jonge libellenlarve op. De volgroeide larve was zonder twijfel van de gewone bronlibel (CORDBOLT), de onvolgroeide waarschijnlijk ook. Ondanks intensief zoeken konden helaas geen adulten worden aangetoond.

vriendelijke groet,
Tim Faasen
ECOLOGICA, ecologisch advies en onderzoek
www.ecopartners.nl/ecologica

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste libellen vrienden,

Ik meen dat het volgende verschijnsel ook vorig jaar al eens is vermeld, maar ik kan me niet herinneren bij welke soort dat was. Vandaag 10 juni bezochten we ons favoriete plekje voor de Kleine roodoogjuffer, (ERYTVIRI), in de Haarlemmermeer ( bij het Cruquius museum). Wat betreft de aantallen werden we niet teleurgesteld en dat is op zich ook niet het vermelden waard maar wat we tijdens de eiafzetting hebben waargenomen des te meer.

De tandem van de Kleine roodoogjuffer (ERYTVIRI) beweegt zich vlak boven de waterplanten, ik denk een kranswier, dan laat het vrouwtje los en begeeft zich ONDER water en zet zeker tien tot 15 cm onder de waterlijn haar eitjes af en terwijl ze wat rondscharrelt blijft ze daar minuten lang mee bezig. Intussen zit en vliegt het mannetje boven de zelfde plek. U begrijpt dat we de schoenen maar uit gedaan hebben en voorzichtig de plek hebben benaderd om dit alles van dichtbij te bewonderen. Als ze boven water komt vliegt ze gewoon weer vrolijk verder. Begrijpen doen we het niet want als een Lantaarntje (ISCHELEG) of zo in het water ligt komt ze er nooit meer zonder hulp uit en plakken de vleugeltjes aan elkaar. Zit er somseen vetachtige substantie op de vleugels en de huid? En hoe zit het met de vereiste zuurstof? Wie het weet moet het maar zeggen.

KNNV Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland, Marja en Frans Koning

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Kanaaljuffer (CERCLIND) doorgedrongen tot Overijssel en vuurlibel (CROCERYT) in het Witte Veen

Vorig jaar ontdekte Jan-Luc een populatie van de kanaaljuffer (CERCLIND) bij de Slinge ter hoogte van Borculo (provincie Gelderland). Dat was op dat moment de noordelijkste populatie van Nederland. Dit jaar blijkt de populatie vrij groot te zijn. Maximaal werden daar tot nu toe 75 exemplaren geteld op een stuk van ongeveer 500 meter beek. Ook op de Slingeplas bij Bredevoort is een vrij grote populatie aanwezig. Op 11 juli gingen we op pad om de plek langs de Slinge te bezoeken en stelden we ons tot doel de kanaaljuffer in Overijssel vast te stellen. Langs de Slinge telden we zonder problemen 40 mannetjes, en omdat we redelijk vroeg waren was er nog geen tandemvorming te zien. De eerste plek die we in Overijssel bezochten was direct raak: de Buurserbeek, iets stroomopwaarts vanaf de zandvang bij Diepenheim (235/466). Hier troffen we twee mannetjes aan.

Later op de dag brachten we nog een kort bezoek aan het Witte Veen. Op een pas afgegraven deel in Duitsland hoopten we zwervende heidelibellen te zien, maar dat lukte niet. Wel vonden we in Nederland, ongeveer tegen de grenspaal aan (257/463) een mannetje vuurlibel (CROCERYT), waarschijnlijk alweer de derde waarneming voor Twente deze zomer. Grappig is dat Hans Gronert enkele dagen later in hetzelfde reservaat (maar op een andere plek) een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) waarnam. Zouden ze samen zijn aangekomen?

Jan-Luc van Eijk, Jaap Bouwman en Robert Ketelaar

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ongedetermineerde Rombout op Kampina
 
Vandaag (16 juli) bezocht ik de Beerze bij de Kampina (N-B) en wel het opnieuw meanderende gedeelte bij de Viermannekesbrug (146,5-393,7). Ik zag hier een Rombout (GOMPSPEC) vliegen. Het betrof een mannetje met een duidelijke knotsvormige verbreding aan het achterlijf en een zeer geel uiterlijk. Veel geler dan een Beekrombout (GOMPVULG), een soort die ik goed ken en die hier ook voorkomt. Ik heb duidelijk veel geel gezien op de knotsvormige achterlijfsverbreding, waar een beekrombout toch overwegend zwart is. Deze uitgesproken verbreding ter hoogte van de laatste achterlijfssegmenten sluiten een Plasrombout (GOMPPULC) uit. Overigens was ook het borststuk geel en niet groen.
Het dier vloog twee keer rustig voorbij, maar werd daarna verjaagd door een mannetje Gewone oeverlibel en verdween uit het zicht. Ondanks een uur zoeken heb ik het dier niet terug gevonden.
 
Volgens mij zijn er 3 mogelijkheden. In volgorde van waarschijnlijkheid:
- het betrof een tamelijk laat en buitengewoon geel mannetje Beekrombout (GOMPVULG)
- het betrof een (zwervend) mannetje Rivierrombout (GOMPFLAV)
- het betrof een (zwervend) mannetje Gele rombout (GOMPSIMI)
 
Ik hoop dat er mensen zijn die komende week van plan zijn de Kampina te bezoeken en hier willen gaan kijken. Zelf ga ik morgen op vakantie. De plek is als volgt te bereiken:
De Viermannekesbrug bevind zich op de plaats waar de Broekstraat de Beerze kruist (ruim een kilometer ten noorden van Spoordonk). Volg het wandelpad dat langs de Beerze naar het noorden loopt en ga het houten klaphek door. Ongeveer 50 meter van dit hek vloog de Rombout.
Overigens bevind zich bij de brug ook een goede populatie Kanaaljuffer (CERCLIND), dus het is zowiezo de moeite waard om te gaan kijken.
 
Tim Termaat

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege glazenmaker (AESHISOC) : Nieuw voor Texel maar mogelijk niet zo
nieuw.

Vorig jaar al kwam ik een prachtige krabbescheersloot tegen aan de rand van De Koog op Texel. Ik moest direct denken aan groene- en vroege glazenmakers. Helaas kon ik niet in de juiste (vlieg)tijd nagaan of ze er voorkwamen. Wel was ik vast besloten om dit jaar in juli een controle uit te voeren en met succes. Maar liefst drie vroege glazenmakers (AESHISOC) vlogen rond waarvan er een duidelijk territorium hield en de andere twee wegjoeg. Ondanks dat deze soort nog nooit eerder op Texel is waargenomen (15-jaar geleden kwam hier nog geen krabbescheer voor en dit is later uitgezet (?) denk ik) vermoed ik dat deze soort, ondanks het grote aantal waarnemingen van dit jaar, hier al enkele jaren voorkomt. Helaas kon ik, ter bevestiging, geen huidjes vinden. (Heeft iemand anders hier al eens gezocht?) Behalve de vroege glazenmaker waren (evenals vorig jaar) ook enkele lantaarntjes (ISCHELEG), kleine roodoogjuffers (ERYTVIRI) en gewone pantserjuffers (LESTSPON) aanwezig. De vroege glazenmaker is slecht 1 keer eerder op de Waddeneilanden aangetroffen (voorzover ik weet), het ging daarbij om een zwerver op een zandplaat. Dit is dus de eerste waarneming voor de bewoonde eilanden.

Groetjes,
Richard Witte

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beekoeverlibel op een heideterreintje het Speulderveld

Op 16 juli was een vrouwtje beekoeverlibel (ORTHCOER) aanwezig op een heideterreintje oostelijk van het militair terrein Speulderveld, atlasblok : 26-58-54. Een goede foto beschikbaar is bij  grekoo_email_tiscali.nl.

groetjes,

g.koopman

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Op 13 juli ter plaatse van de libellenmonitoringsroute Ingendael had ik een vrouwtje bosbeekjuffer (CALOVIRGO) langs het bronbeekje Strabeek in hok 184,2-320,1. Mogelijk is dit een zwerver, het is verder alleen de weidebeekjuffer (CALOSPLE) die je hier ziet (tientallen), hoewel een zeer kleine populatie in de buurt van deze locatie mogelijk. In 2002 had ik ook al eens een vrouwtje gezien langs de Geul in Ingendael. Dit jaar in tegenstelling tot 2002 geen enkele tengere grasjuffer (ISCHPUMM) of zuidelijke oeverlibel (ORTHBRUN), mogelijk omdat de Strabeek grotendeels is dichtgegroeid en de pioniersituatie afwezig is.

Wel zat op 13 juli in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 een tengere grasjuffer. Ook zeker de moeite van het vermelden waard is een pas uitgeslopen zwarte heidelibel (SYMNPDANA), wellicht vanwege de verzuring van de plassen vindt deze soort hier zijn stek. Het is de eerste keer dat ik deze soort hier zie, had de soort hier niet echt verwacht (Brunsummerheide is toch nog ver weg hiervandaan). Verder hier een aantal zwervende pantserjuffers (LESTBARB).

Verder had ik op 16 juli ten oosten van Brunssum op twee verschillende locaties vuurlibel (CROCERYT). Op de ene locatie ten noorden van de golfbaan boven een plas langs de Waubacherweg ca. 10 mannetjes (hok 199-328). En nog een mannetje ten noorden van de Waubacherweg in hok 198-329. Daar had ik ook een man zuidelijke oeverlibel (ORTHBRUN).

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:27

Donderdag 17 juli 2003

 

Libellennieuws 03:xx
Zondag 10 augustus 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag allemaal,

Net terug van vakantie weet ik even niet welke LN dit is, en naar mijn beste
weten is Menno nu op vakantie - vandaar geen nummer. Wel heb ik alweer enige
kopij ontvangen, hoewel het goed kan zijn dat deze kopij al in een eerder
nummer is verschenen en deze zending dus dubbelop is. Even improviseren
dus - ik hoor van jullie wel welk nummer dit had moeten zijn.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

OPNIEUW VONDST VAN BANDHEIDELIBEL SYMPPEDE IN OVERIJSSEL

Tijdens inventarisatiewerkzaamheden op 22 juli j.l. in Noordoost Overijssel
op het retentiegebied Noord- en Zuid-Meene, meende ik in een flits een
bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum) boven een bloemrijke berm langs een
sloot te zien vliegen. Gezien echter het feit dat de dichtstbij gevestigde
populaties van de soort langs de Soestwetering in Zuid-Salland en nabij
Dalfsen voorkomen, begon ik toch licht twijfelen of ik het wel goed gezien
had. Die twijfel veranderde echter snel in verbazing toen er bij vrijwel
iedere stap door de berm bandheidelibellen opvlogen. Na 50 meter van de ruim
500 meter berm waren er 32 dieren geteld. De kans was dus groot dat ook
langs de overige sloten bandheidelibellen aanwezig zouden zijn.

De volgende dag op 23 juli was ik om 7.00 uur in het gebied aanwezig in de
hoop om er  uitsluipende exemplaren te zien zouden zijn en er larvenhuidjes
konden worden verzameld. Er werd echter die ochtend geen enkel uitsluipend
exemplaar meer waargenomen. Wel vond ik twee huidjes, waarvan ik echter niet
zeker ben of deze van de bandheidelibel zijn. Deze zijn inmiddels voor
determinatie aangeboden bij De Vlinderstichting. Gedurende de rest van de
ochtend en een deel van de middag is ruim driekwart van de watergangen in
het gebied geïnventariseerd en bleef de teller staan op ruim 221
bandheidelibellen. Tijdens de inventarisatie werd geen enkel vers
uitgeslopen exemplaar gezien maar werden wel meerdere copula waargenomen. In
ogenschouw genomen dat een klein deel van het gebied niet is
geïnventariseerd, mag worden aangenomen dat de populatie heidelibellen in de
Noord- en Zuid-Meene zeker 250 tot 300 exemplaren groot is. Naast de
bandheidelibel werden meerdere pioniersoorten als tengere grasjuffer
(Ischnura pumilio), bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus) en icarusblauwtje
(Polyomatus icarus) aangetroffen.

Tenslotte nog een korte uiteenzetting van het gebied. Het retentiegebied
Noord- en Zuid-Meene is in opdracht van Waterschap Velt en Vecht in juni
2002 gereed gekomen met als doel te dienen als waterberging bij  extreem
hoge waterstanden van de Overijsselse Vecht. De Noord-Meene bestaat
grotendeels uit akkerland en Zuid-Meene uit weidegebied en wordt doorsneden
door Rijksweg 34 Zwolle - Emmen. Bij de aanleg is terdege rekening gehouden
met natuurvriendelijke aspecten in de vorm van natuurvriendelijk aangelegde
sloten met brede, glooiende oevers en min of meer natuurlijke overgangen van
stilstaand naar stromend water. De lagere delen van de oevers zijn relatief
leemrijk en is de zandkorrelgrootte er zeer divers. Op veel plaatsen is
sprake van instroom van ondiepe kwel. Ook is het maaibeleid   aangepast aan
de eerdergenoemde doelstelling. Dat betekent dat de berm en steile oever
langs de weg tot op de waterlijn een zeer gevarieerde vegetatie bezit en het
glooiende deel van de oever aan de andere zijde overgaat in ordinair
maïsland. De stromende sloten herbergen relatief veel Bermpjes (Nemachilus
barbatula), een vissoort die hoge eisen aan de waterkwaliteit stelt. Het
waarnemen van deze soort en de wijze van inrichting van het gebied bracht
mij in het najaar van 2002 op de gedachte dat, als de bandheidelibel zich
ooit in Noordoost Overijssel zou vestigen, het in dit gebied zou zijn.

Vlinder- en Libellenwerkgroep Noordoost Overijssel
Egbert Pullen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Op 13 juli ter plaatse van de libellenmonitoringsroute Ingendael had ik een
vrouwtje bosbeekjuffer CALO VIRGO langs het bronbeekje Strabeek in hok
184,2-320,1. Mogelijk is dit een zwerver, het is verder alleen de
weidebeekjuffer CALO SPLE die je hier ziet (tientallen), hoewel een zeer
kleine populatie in de buurt van deze locatie mogelijk. In 2002 had ik ook
al eens een vrouwtje gezien langs de Geul in Ingendael. Dit jaar in
tegenstelling tot 2002 geen enkele tengere grasjuffer ISCH PUMI of
zuidelijke oeverlibel ORTH BRUN, mogelijk omdat de Strabeek grotendeels is
dichtgegroeid en de pioniersituatie afwezig is.

Wel zat op 13 juli in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 een tengere
grasjuffer. Ook zeker de moeite van het vermelden waard is een pas
uitgeslopen zwarte heidelibel SYMNP DANA, wellicht vanwege de verzuring van
de plassen vindt deze soort hier zijn stek. Het is de eerste keer dat ik
deze soort hier zie, had de soort hier niet echt verwacht (Brunsummerheide
is toch nog ver weg hiervandaan). Verder hier een aantal zwervende
pantserjuffers LEST BARB.

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Omstreken Winterswijk: 19 soorten

Maandag 14 juli, geen enkel wolkje, helder zicht, zomers warm. Drie
ontoegankelijke gebieden in de buurt van Winterswijk bezocht. Eerst een
verzoekje: vermeld in je berichtje aan deze lijst als een gebied niet
toegankelijk is, dat voorkomt mislukte bezoekjes door
anderen. Dan weet je of je speciale dingen moet doen als je ergens toch heen
wilt.
Probeer ook met die mooie nieuwe inventarisatie-atlas die de meesten wel
gehad zullen hebben, de coördinaten met 1 of 2 decimalen te geven.

Eerste ontoegankelijk gebied: de oostelijkste steengroeve van de vier
groeves bij Winterswijk. We hadden geluk dat er mensen aan het werk waren,
die heb ik gevraagd of ik er toch even in mocht.Doel geslaagd: mooie opnames
van zuidelijke oeverlibel ORTHBRUN. Een drie of vier territoriale mannetjes
tegelijk, territorium ongeveer tien meter. Geregeld paringen en eileg.
Deze groeve kan af en toe met Staatsbosexcursies bezocht worden, na afspraak
dus. De groeves die nog in gebruik zijn zijn de eerste zaterdag van de maand
te bezoeken.
Overige soorten: tengere grasjuffer ISCHPUMI, lantaarntje ISCHELEG,
watersnuffel ENALCYAT, zwarte heidelibel SYMPDANA, gewone oeverlibel
ORTHCANC, viervlek LIBEQUAD, grote keizerlibel ANAXIMPE en één mannetje
vuurlibel CROCERYT.

Om Winterswijk heenfietsend kruisten we een paar riviertjes. Dat leverde
weidebeekjuffer CALOSPLE en blauwe breedscheenjuffer PLATPENN op.

In het Korenburgerveen (niet toegankelijke deel) lukte het niet om late
speerwaterjuffers te vinden. Wel zaten er azuurwaterjuffer COENPUEL,
watersnuffel ENALCYAT, lantaarntje ISCHELEG, gewone pantserjuffer LESTSPON,
koraaljuffer CERITENE, viervlek LIBEQUAD,
blauwe glazenmaker AESHCYAN, grote keizerlibel ANAXIMPE, platbuik LIBEDEPR,
gewone oeverlibel ORTHCANC, bloedrode heidelibel SYMPSANG, en een lekker
late smaragdlibel CORDAENE op (territoriaal mannetje, erg donker, ging vlak
voor m'n neus zitten om de tangen te showen).

In het Vragenderveen (helemaal niet toegankelijk), het was al wat laat, zat
alleen viervlek LIBEQUAD en een nogal late vuurjuffer PYRRNYMP. Daarmee kwam
het aantal soorten van de dag op 19, niet onaardig.

Verder kan ik mede delen dat mijn rechterbeen dit jaar de consistentie van
laag- en hoogveen met elkaar heeft vergeleken. Een paar maanden geleden
zakte ik in de Weerribben door de kragge, laars helemaal vol drab enzo.
Vandaag wilde ik naast een pad in het Vragenderveen het hoogveen bekijken,
ik struikelde over een graspol, stapte op het mospakket maar dat hield mij
natuurlijk niet. Weer tachtig centimeter diep. Mijn conclusie is wel: je
kunt beter door de kragge zakken.

Weia Reinboud

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vroege glazenmakers AESHISOS in Den Helder

In het natuurontwikkelingsgebied Mariendal in Den Helder vond Klaas Kaag op
27 mei acht Vroege glazenmakers AESHISOS bij diverse poelen. Het gebied
heeft een beetje laagvenig karakter en ligt achter de duinen. Mariendal
krijgt water aangevoerd vanuit de duinen, waardoor er vrijwel altijd een
behoorlijk waterniveau is. In de periode 1999 -2001 is het gebied regelmatig
de libellenfauna geïnventariseerd. AESHISOS is toen nooit waargenomen.
Tijdens mijn korte vakantie in deze regio ben ik een aantal keer ter plekke
gaan kijken. Op 6 juli vond ik twee mannetjes AESHISOS die zich territoriaal
gedroegen. Geen voortplanting kunnen waarnemen. Enkele dagen later op 9 juli
was bij dezelfde poel 1 exemplaar AESHISOS aanwezig. Kennelijk zijn deze
zwervers van plan wat langer in het gebied te blijven. In het verleden heb
ik AESHISOS een aantal keren in het Zwanenwater waargenomen. Het gaat hier
vermoedelijk om kleine populaties. Dit jaar heb ik de soort daar niet
gezien, vermoedelijk ook door de droogte. Misschien wordt AESHISOS in de
Noordkop een regelmatig waar te nemen soort?

René Manger

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zwervende heidelibellen SYMPFONS in de Grafelijkheidsduinen (Den Helder)

Op 10 juli in de Grafelijkheidsduinen bij Den Helder (110-550) op
libellenspeurtocht geweest. Het waterniveau van de poelen was een stuk lager
dan ik gewend was in de periode 1999-2001. Wat ook opviel was het ontbreken
van de Zwervende pantserjuffer LESTBARB. In voornoemde jaren vloog deze
soort al in het gebied rond. Verder nog even in het gebied m'n oude route
gelopen. Veel meer dan andere jaren trof ik Zwervende heidelibellen SYMPFONS
aan. Op 400 meter 10 mannetjes SYMPFONS inplaats van een enkele. De soort
zit heel lokaal bij de Harmplas. Dit is een groot duinmeer met kale oevers.
In het noorden van het gebied vond ik in het verleden bij één locatie ook
meestal SYMPFONS. Dit is eveneens een redelijk grote duinplas. Door de
droogte was het waterpeil in de plas enorm gedaald en was voor ongeveer 50%
drooggevallen. Er bevonden zich dan ook nauwelijks libellen, ook geen
SYMPFONS. LESTSPON en ISCHELEG waren in de Grafelijkheidsduinen overigens
als vanouds de dominant aanwezige soorten.

René Manger

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vrijdag 11 juli heb ik samen met Stephen Poley 2 Gevlekte glanslibellen in
de Plateaux, NB gezien, waarvan 1 op echt op de grens met België, soms in
Nederland, zijn territorium had.

Martin Edelman

++++++++
VERZOEK
++++++++

Beste mensen, tijdens het zoeken naar libellen kom ik veel sprinkhanen
tegen, die ik ook fotografeer. Ik heb gemerkt dat de determinaties erg
lastig zijn, zelfs met behulp van de sprinkhanen/krekelsatlas. Is er een
expert, die de foto's eens wil bekijken en op naam brengen, ik kan ze gewoon
per mail sturen. Bij voorbaat dank, reacties naar:
grekoo_email_tiscali.nl .

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws (LN) wordt gecompileerd in samenwerking met de Nederlandse
Vereniging voor Libellenstudie (NVL)

De NVL heeft als doel: het stimuleren van de studie naar en de bescherming
van libellen. Vier maal per jaar geeft de NVL een Nieuwsbrief uit. Daarnaast
verschijnt er tweemaal per jaar het blad Brachytron met artikelen over
ecologie, gedrag en levenswijze van libellen, wetenschappelijke mededelingen
en boekbesprekingen. Wilt u lid worden van de NVL? Dat kost slechts ? 13,--
per jaar en voor jongeren tot 25 jaar ? 7,--.
Ieder nieuw lid ontvangt een speciale editie (in kleur) van de Brachytron
met daarin artikelen over goede libellengebieden in Nederland. Voor meer
info of een folder meel naar
nvl_email_vlinderstichting.nl .

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:xx
Zondag 10 augustus 2003

Libellennieuws 03:25
Zaterdag 12 juli 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gewone Bronlibel CORDBOLT in Brabant en Z. Keizerlibel ANAXPART bij Roer

Hoi allemaal,

Door een toevallige samenloop van omstandigheden kwam ik deze week in de
buurt van een aantal bijzonder interessante gebieden... en natuurlijk kon ik
het niet laten daar even misbruik van te maken!

Donderdag 10 juli was dit de Malpie in Valkenswaard alwaar ik 5 mannetjes
telde van de
gevlekte glanslibel (SOMAFLAV). Helaas geen vrouwtjes, huidjes of
larven...(waar ik eigenlijk naar op zoek was). Opvallend was overigens dat
alle 5 de mannetjes zich territoriaal gedroegen en daarbij alle 5 met
regelmaat in conflict raakten met een blauwe glazenmaker (AESHCYAN)...
daarvan waren namelijk ook 5 mannetjes aanwezig en die bezetten exact
dezelfde territoria. Gelukkig lieten de kleine glanslibellen zich absoluut
niet wegjagen!
Andere aanwezige soorten waren onder meer metaalglanslibel (SOMAMETA),
tengere pantserjuffer (LESTVIRE), koraaljuffer (CERITENE), weidebeekjuffer
(CALOSPLE), eikenpage (NEOZQUER) en phegeavlinder (AMATPHEG).

Gisteren, woensdag 9 juli, bezocht ik kortstondig de Roer ten zuiden van
Melick, Limburg. Bij een klein plasje op de noordoever hielden zich onder
meer een vuurlibel-mannetje
(CROCERYT), een mannetje zuidelijke keizerlibel (ANAXPART) en een
koninginnepage (PAPIMACH) op. De Roer zelf leverde helaas geen gaffel- of
tanglibellen op... alleen een ijsvogel (ALCEATTH).

Afgelopen dinsdag, 8 juli, bezocht ik een klein en niet erg bijzonder ogend
beekje in oostelijk brabant. Dit leverde een volgroeide en een zeer jonge
libellenlarve op. De volgroeide larve was zonder twijfel van de gewone
bronlibel (CORDBOLT), de onvolgroeide waarschijnlijk ook. Ondanks intensief
zoeken konden helaas geen adulten worden aangetoond.

vriendelijke groet,
Tim Faasen
ECOLOGICA, ecologisch advies en onderzoek
www.ecopartners.nl/ecologica

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rivierrombout in de Vreugderijkerwaard, OV

Tijdens een veldbezoek op 10 juli aan de Vreugderijkerwaard ten noorden van
Zwolle werden minimaal 5 Rivierrombouten GOMPFLAV gezien, waaronder enkele
pas uitgeslopen exemplaren. Op deze plaats wordt sinds 2000 gewerkt aan een
meestromende nevengeul, waardoor geschikt voortplantingsbiotoop volop
voorhanden lijkt te zijn. Voor alle zekerheid: de Vreugderijkerwaard is niet
vrij toegankelijk vanwege pleisterende vogels, kwetsbare vegetatie en de
aanwezigheid van vee. Op andere plaatsen langs de IJssel is de soort wel
"vrij" te zien (o.a. Ossenwaard bij Deventer).
In De Wieden vloog een dag eerder minimaal 1 mannetje Gevlekte glanslibel
SOMAFLAV.

Jos Hooijmeijer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Lage aantallen bosbeekjuffers CALOVIRG bij de Gulp in Slenaken, Limburg

Op donderdag 10 juli heb ik voor de tweede keer dit jaar mijn soortgerichte
monitoringsroute gelopen voor de bosbeekjuffers CALOVIRG en
weidebeekjuffers CALOSPLE bij de gulp nabij Slenaken..

De eerste keer waren de aantallen "normaal".

De tweede keer waren de aantallen van beide soorten erg laag.
Er waren erg veel algen in het water en de zijstroom stroomde minder hard
(volgens mij) dan vorige keren. Verder stonk de Gulp op sommige plekken ook
naar "riool".
De totale aantallen waren:
- Mannetjes Bosbeekjuffer CALOVIRG: 13
- Vrouwtjes Bosbeekjuffer CALOVIRG: 10
- Mannetjes Weidebeekjuffer CALOSPLE:0
- Vrouwtjes Weidebeekjuffer CALOSPLE: 1

Heeft iemand een idee hoe deze lage aantallen kunnen (ondanks goede weer
dagen ervoor)?
Weet iemand of het kwaliteit van het water hier wel eens getest wordt?

Groeten,

Johannes Regelink

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Korte reactie op het 'Vleugelmysterie' van Herman de Heer
+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

In de lijst van mogelijke daders van de 'massaslachting' onder libellen
ontbreken de spitsmuizen. Van deze beestjes is het bekend dat ze oneetbare
resten zoals insectenvleugels van hun prooi afbijten en laten liggen. Gezien
de locatie lijkt Waterspitsmuis (Neomys fodiens) een goede optie.
Waterspitsmuizen jagen in principe onder water, maar ik kan me voorstellen
dat bij de aanwezigheid van uitsluipende/rustende libellen in de
Krabbenscheer een Waterspitsmuis zijn foerageergebied naar de drijvende
vegetatie verplaatst. Volgens de Veldgids Diersporen (KNNV) eten
Waterspitsmuizen hun prooi i.i.g. op de oever op en prooiresten liggen dan
in een enkele meters brede strook langs de oever. Vaak liggen de vleugeltjes
dan wel in kleine hoopjes (favoriete eetplekjes) bij elkaar,
meestal bij platte stenen o.i.d. (ingezakte molshopen!?).
Geen definitieve oplossing voor het mysterie, maar sluit deze beestjes niet
uit bij de zoektocht. Succes!

Marijn Nijssen
Stichting Bargerveen
nijssen_email_sci.kun.nl
_________________________________________
Marijn Nijssen
Stichting Bargerveen
Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN)
Postbus 9010
6500 GL Nijmegen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Beste libellen vrienden,

Ik meen dat het volgende verschijnsel ook vorig jaar al eens is vermeld,
maar ik kan me niet herinneren bij welke soort dat was.
Vandaag 10 juni bezochten we ons favoriete plekje voor de Kleine
roodoogjuffer, ERYT VIRI, in de Haarlemmermeer, NH ( bij het Cruquius
museum). Wat betreft de aantallen werden we niet teleurgesteld en dat is op
zich ook niet het vermelden waard maar wat we tijdens de eiafzetting hebben
waargenomen des te meer.
De tandem van de Kleine roodoogjuffer ERYT VIRI beweegt zich vlak boven de
waterplanten, ik denk een kranswier, dan laat het vrouwtje los en begeeft
zich ONDER water en zet zeker tien tot 15 cm onder de waterlijn haar eitjes
af en terwijl ze wat rondscharrelt blijft ze daar minuten lang mee bezig.
Intussen zit en vliegt het mannetje boven de zelfde plek. U begrijpt dat we
de schoenen maar uit gedaan hebben en voorzichtig de plek hebben benaderd om
dit alles van dichtbij te bewonderen. Als ze boven water komt vliegt ze
gewoon weer vrolijk verder. Begrijpen doen we het niet want als een
Lantaarntje ISCH ELEG of zo in het water ligt komt ze er nooit meer zonder
hulp uit en plakken de vleugeltjes aan elkaar. Zit er soms een vetachtige
substantie op de vleugels en de huid? En hoe zit het met de vereiste
zuurstof? Wie het weet moet het maar zeggen.

KNNV Libellenwerkgroep Zuid-Kennemerland,
Marja en Frans Koning

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws (LN) wordt gecompileerd in samenwerking met de Nederlandse
Vereniging voor Libellenstudie (NVL)

De NVL heeft als doel: het stimuleren van de studie naar en de bescherming
van libellen. Vier maal per jaar geeft de NVL een Nieuwsbrief uit. Daarnaast
verschijnt er tweemaal per jaar het blad Brachytron met artikelen over
ecologie, gedrag en levenswijze van libellen, wetenschappelijke mededelingen
en boekbesprekingen. Wilt u lid worden van de NVL? Dat kost slechts ? 13,--
per jaar en voor jongeren tot 25 jaar ? 7,--.
Ieder nieuw lid ontvangt een speciale editie (in kleur) van de Brachytron
met daarin artikelen over goede libellengebieden in Nederland. Voor meer
info of een folder meel naar
nvl_email_vlinderstichting.nl .

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:25
Zaterdag 12 juli 2003

Libellennieuws 03:32
Zondag 17 augustus 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


Zuidelijke glazenmakers AESHAFFI in Twente

In een van de vorige libellen e-mails meldde Saskia Roselaar bijna terloops
de waarneming van vijf zuidelijke glazenmakers AESHAFFI in de Hunneborg bij
Denekamp op 3 augustus. Omdat dit één van de weinige potentieel nieuwe
soorten voor mij is, ging er vandaag (16 augustus) toch maar een kijkje
nemen. En inderdaad, even later keek in in de prachtige blauwe ogen van een
zuidelijke glazenmaker. Het mannetje hield zich moeiteloos stand tussen de
paardenbijters AESHMIXT. Dit exemplaar lijkt daar dus al een tijd rond te
hangen en wellicht zal dat ook in de komende tijd zo zijn. Ik kon het dier
vrij gemakkelijk benaderen en fotograferen. Ik heb het dier maar niet
gevangen om verstoring te voorkomen zodat in de komende dagen wellicht nog
wat andere mensen van het dier kunnen genieten. De Hunneborg ligt langs het
Kanaal Almelo-Nordhorn (260.1/489.8). Het is een oude ringwal/gracht die nu
helemaal droog staat. De zuidelijke glazenmaker vliegt in het westelijk
deel van deze ring, bij enkele opgedroogde slikkige laagtes met nog wat
dorstige fonteinkruiden.
Maar de koek was nog niet op, in het Voltherbroek vond ik bij een opdrogende
poel (260.3/488.9) nog een mannetje zuidelijke glazenmaker. Deze was
behoorlijk afgevlogen, maar ook deze liet zich zeer goed benaderen.

Robert Ketelaar

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Blauwe breedscheenjuffer PLATPENN nieuw voor de stad Utrecht en blauwe vorm
Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI bij Oostvoorne

Afgelopen dinsdag 12 augustus 2003 trof ik in Utrecht bij het park langs de
Kromme Rijn (137.7-454.4) een nieuwe soort voor de stad Utrecht aan: de
Blauwe breedscheenjuffer PLATPENN. Nabij Nieuw Amelisweerd zaten nog drie
mannetjes van deze soort langs de Kromme Rijn. De soort was al wel verwacht,
maar was bij mijn weten nooit dichter dan enkele kilometers nabij de stad
Utrecht waargenomen. Op diezelfde dag telde ik op de Kromme Rijn van de
Singel tot aan de jeugdherberg bij Rhijnauwen globaal 250 Weidebeekjuffers
CALOSPLE. Op de Minstroom en de Singel zaten nog enkele individuen van deze
soort. Op een deel van de Kromme Rijn waren verder rond de 25 mannetjes
Watersnuffels ENALCYAT aanwezig. Zowel Blauwe breedscheenjuffer als
Watersnuffel zijn vermoedelijk zwervers. Op 22 juli 2003 trof ik in mijn
tuin een jong mannetje Watersnuffel aan, wat een voorloper van de zwerver
invasie rond de stad Utrecht zou kunnen zijn geweest.

Van Jaap Tromp kreeg ik zaterdag 16 augustus 2003 een telefoontje dat hij
bij de Zanderij (omgeving Breede water, Oostvoorne, ZH), een vrouwtje van de
blauwe vorm van de Zuidelijke glazenmaker AESHAFFI heeft gefotografeerd.
Verder zag hij er o.a. één mannetje van de Geelvlekheidelibel SYMPFLAV en
meerdere Zwervende pantserjuffers LESTBARB.

Aanvullend het volgende: op 17 januari 2002 schreef Mike Averill
(
MikeTAverill_email_aol.com, waarschijnlijk uit Engeland) naar de internationale
discussie site over een Blauwe glazenmaker AESHCYAN vrouwtje, met een blauw
achterlijf. Heeft iemand dat ooit in Nederland gezien? Niemand in Europa
leek dat verder ooit gezien te hebben. Zijn tekst: "I was wondering if
anyone has any experience or knowledge of a colour forms of Aeshnids, in
particular Aeshna cyanea. Strangely I have seen a blue form of this species
in the same locality two years running at the same date in July! Normally in
this species the dorsal abdominal colour spots (apart from segs 9 &10 which
are always blue in the males), are usually green as are the humeral and
antehumeral stripes. In the individuals seen those colours are all a pale
blue." En aanvullend op 19 januari 2002: "I must change something which
misled everyone in my first note and that was that the humeral and
antehumeral stripes were not blue as I said but yellow as in the other
Aeshnid that many will know, Aeshna juncea. Normally these stripes are green
in Aeshna cyanea. This means a change of two colours rather than a total
change to blue."

Marcel Wasscher

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bandheidelibel SYMPPEDE en Beekoeverlibel ORTHCOER in Overijssel UPDATE 2

Het bandheidelibelseizoen is inmiddels in volle gang. Na het goede bericht
van Egbert (populatie Gramsbergen) en Vincent Martens (populatie
Leusenerveld) even een extra update.
Lucien Brinkhof meldde begin augustus zo'n 25 exemplaren van de
Bandheidelibel te hebben gezien ten zuidwesten Luttenberg langs een smalle
wetering. "Die plek ken ik" dacht ik, en inderdaad bleek dat de
ontdekkingslocatie slechts enkele honderden meters was verwijderd van een
viertal locaties die ik vorig jaar tijdens een zoekmiddag had gecheckt.
Destijds op geen enkele plek een teken van Bandheidelibel!

Geprikkeld door de nieuwe ontdekking ging ik op weg naar die nieuwe plek
(vanuit Deventer). Onderweg nog wat extra plekken bezocht en trof ik o.a.
tussen Heeten en Nieuw Heeten bandheidelibellen aan langs een wetering
(218-482). Aangekomen op de vorig jaar gechekte plekken bleek dat op alle 4
de plekken (binnen een straal van 2 kilometer van de plek van Lucien)
meerdere Bandheidelibellen vlogen. En dit was nu niet zo verbazingwekkend
meer. Wat wel verbazing wekt is de snelheid waarmee op het oog geschikte
locaties worden gekoloniseerd vanuit de ons bekende populaties.

Op de plek van Lucien (2201-4899) trof ik ook enkele bandheidelibellen (5
ex) aan, maar daarnaast werd mijn oog getrokken naar een opvallende, actieve
blauwgrijze libel: inderdaad een mnn. beekoeverlibel. Een soort die ik al
enkele dagdelen in het oog hield in de omgeving rond Holten. Het mannetje
was zoekend en actief doortrekkend langs de oever en was niet van plan enig
territorium te verdedigen. Na enige tijd vedween hij zelfs voorgoed uit
beeld. Van een populatie langs deze wetering is denk ik ook geen sprake, al
was die wetering wel enigszins geschikt en zijn er op geringe afstand zeer
zeker geschikte smalle watergangen met helder stromend water!

Tekenend voor deze waarneming is dat nu blijkt dat ook beekoeverlibel in
Salland op de vleugels lijkt te gaan en wil ik graag een ieder oproepen
indien hij in Overijssel en Gelderland er op uit trekt goed op te letten op
meerdere zwervende exemplaren. Een bevrucht vrouwtje is tenslotte al genoeg
voor een (tijdelijke) nieuwe plek buiten de twee bekende populaties in
noordoost Twente en rond Holten.

Over de laatste plek kan ik in ieder geval melden dat binnen een afstand van
1 tot 2 kilometer rond de MacDonalds diverse smalle greppels/sloten waar
helder water stroomt en welke niet zijn dichtgegroeid met riet, bevolkt
lijken door beekoeverlibellen. Veel te zien zijn territoriumhoudende
mannetjes en soms is een enkel vrouwtje waar te nemen.
Zie je ook een van bovengenoemde nieuwe soorten op nieuwe plekken? Laat het
weten via e-mail:
v.mensing_email_tiscali.nl en Gerben Mensink
egw.mensink_email_planet.nl.

groet
Victor Mensing

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordelijkste waarneming van kanaaljuffer CERCLIND in Nederland

Na de vondst van de zuidelijke glazenmaker keek ik nog even over het Kanaal
Almelo-Nordhorn. Tussen de kleine roodoogjuffers ERYTVIRI probeerde ik nog
een grote roodoogjuffer ERYTNAJA te ontdekken, wat niet lukte. Net op het
moment dat ik bedacht dat kanaaljuffer CERCLIND ook mogelijk zou kunnen zijn
vloog er een door mijn kijkerbeeld. Dit is nu de noordelijkste waarneming
van Nederland. Ik heb het kanaal op vier andere plekken bekeken, en kon nog
twee mannetjes vinden. De aantallen zijn dus nog erg laag en het is leuk om
de ontwikkelingen op dit kanaal in de komende jaren te volgen.

Robert Ketelaar

+++++++++++++

Waarnemingen gevraagd van de kanaaljuffer CERCLIND (zie ook bijgevoegd
Word-document)

De kanaaljuffer lijkt definitief te zijn doorgebroken in Nederland. De
aantallen in Brabant benaderen hier en daar eerder de duizenden dan de
honderden en inmiddels is ook Overijssel bereikt. Wij zijn op dit moment
bezig met het op een rijtje zetten van de meest recente situatie, met
speciale aandacht voor de noordelijke uitbreiding. De bedoeling is om
hierover een mededeling in Brachytron te plaatsen. Die is ook bedoeld om
waarnemers er (nogmaals) op te wijzen dat men nu in grote delen van
Nederland alert moet zijn op deze soort.
Aan deze libellennieuws zit een word-document met de populaties (we hebben
als arbitraire grens meer dan vijf waargenomen individuen genomen) in
Nederland voorzover wij die weten. Het overzicht is gebaseerd op het
waarnemingenbestand van de NVL/EIS/Vlinderstichting, het libellennieuws van
dit jaar en eigen waarnemingen. We hebben vast een aantal populaties over
het hoofd gezien en het kan ook zeker zijn dat aantalschattingen moeten
worden bijgesteld. Onze vraag is of je de lijst kritisch wilt nalopen of je
nieuwe populaties weet. We hebben ook de aantallen nodig die je hebt gezien.
Ook zijn we erg geïnteresseerd in waarnemingen van één of enkele dieren
buiten de gebruikelijke vindplaatsen omdat we een recent
verspreidingskaartje willen maken.
Om te voorkomen dat de waarnemingen dubbel in het waarnemingenbestand komen
te staan zullen we ze daar niet aan toevoegen. Geef de waarnemingen dus nog
wel apart door voor het waarnemingenbestand!

Alvast bedankt!

Jan-Luc van Eijk en Robert Ketelaar
jl.vaneyk_email_borculo.nl
robert.ketelaar_email_vlinderstichting.nl

Robert Ketelaar
De Vlinderstichting/Dutch Butterfly Conservation
Postbus 506
6700 AA WAGENINGEN
The Netherlands
 
www.vlinderstichting.nl

NB Bijgevoegd Word-document is een hoge uitzondering: in verband met
potentiele virusverspreiding ben ik persoonlijk niet zo voor het verzenden
van bijlagen aan een meelgroep, RH.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Geinteresseerden in een lijst van in Oost-Europa waargenomen libellen (en
vogels, vlinders, zoogdieren, reptielen en amfibieen) kunnen een verslag
opvragen van een juli 2003-reis naar Polen, Hongarije, Oostenrijk en
Kroatie. Meel hiervoor naar Kasper Hendriks op
kphendriks_email_hotmail.com .

Binnenkort zal het (Engelstalige) verslag ook verschijnen op
http://vogelreisverslagen.reallyrules.com/ , terwijl dan ook foto's van
Wesley Overman en Rob van Bemmelen te bewonderen zullen zijn.

Vrij naar een bericht op EBN, RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:32
Zondag 17 augustus 2003

Libellennieuws 03:33
Dinsdag 19 augustus 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ei-afzettende Zuidelijke glazenmaker (AESHAFFI)

Tijdens een vlinderexcursie in het Voornes Duin werd ei-afzettend , in een
opgedroogd plasje van de Eerste Zanderij, op 16 augustus waargenomen: 1
vrouwtje van de Zuidelijke glazenmaker (de op het mannetje gelijkende blauwe
vorm).
Wat opviel was dat de libel rustig doorging met ei-afzetten op verschillende
plaatsen in de modder ondanks dat er verscheidene personen omheen stonden.
Ook waren de andere karakteristieke soorten met een voorkeur voor
droogvallende biotopen op deze plaats aanwezig : Zwervende pantserjuffer
(LESTBARB) en Geelvlekheidelibel (SYMPFLAV).

Groeten,
Leo van Beest

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

JNM KAMP IN MIDDEN LIMBURG

Dag Allen!
Van 9 tot 17 augustus hield je JNM (jeugdbond voor natuur- en milieustudie)
een kamp bij Herkenbosch in Midden-Limburg. Dit zijn de interessante
waarnemingen van het kamp:

Bosbeekjuffer (CALOVIRG)
-Ongeveer 12 exemplaren langs de Rode Beek (270-351) op 15/8

Kanaaljuffer (CERCLIND)
-Boven een poeltje nabij de 'Gaffelplek' (200-351) enkele exemplaren. Ook
een mannetje langs de Roer in de zelfde coordinaten.
-Boven een visvijver genaamd het Elfenmeer (204-552) op 14/8 enkele beesten.

Gaffellibel (OPHICECI)
-Langs de Roer, iets ten westen van de fietsbrug (200-351) troffen we op
10/8 1 mannetje aan, die na enige moeite mooi te zien was, hangend in de
oevervegetatie. De soort was erg makkelijk te vinden die dag, maar daarna
werd het onverwacht moeilijk. Tot 15/8 is op de plek dagelijks intensief
gezocht, zonder resultaat. Pas op 15/8 en 16/8 liet een mannetje zich weer
onregelmatig zien.
-Op de laatste dag van het kamp (16/8) vond Wouter Halfwerk 3 exemplaren bij
elkaar op en rond een klein kiezelstrandje van de Roer bij Vlodrop
(203.9-350.1).
Al met al niet altijd makkelijk te vinden, we hebben het idee dat de gaffels
niet echt veel vlieguurtjes maakten die week. (hitte?)

Rivierrombout (GOMPFLAV)
Op de plek van de Gaffellibel (200-351) troffen we op 10/8 2 mannetjes aan,
en ook de dagen erna was er steeds 1 exemplaar aanwezig.

Bronlibel (CORDBOLT)
-Op de bekende plek langs de Rode Beek op 12/8 1 exemplaar. De dagen erna
ondanks intensief zoeken geen exemplaren meer.
-1 exemplaar rond een klein beekje in een populierenbos met brandnetel als
ondergroei (204.1-349.3). Dit is het bos rond de visvijver van Vlodrop. Een
spannende waarneming, maar helaas daarna niet meer waargenomen.

Vuurlibel (CROCERYT)
-1 mannetje langs de Roer(199.6-351.2) op 11 en 12 augustus.

Geelvlekheidelibel (SYMPFLAV)
-Op een mooi weiland langs de Rode Beek nabij Vlodrop Station (208.6-351.4)
tientallen exemplaren waaronder tandems. Ook verderop de Rode Beek enkele
exemplaren (207-351).

Andere biologische hoogtepunten: Op 12 en 17 augustus een groep van resp 6
en 8 zwarte ibissen over het kampterrein. Een rode wouw boven Vlodrop op 16
augustus. Op verschillende plaatsten oranje luzernevlinders en
koninginnepages, enkele kolibrievlinders, ijsvogels, sikkelsprinkhanen,
zuidelijke spitskopjes en gouden sprinkhanen.

Groeten!
Sander Bot
JNM

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse glazenmakers in Drenthe

"Wie niet zoekt zal niets vinden." Waarschijnlijk is dat de reden voor het
feit dat er dit jaar vanuit Drenthe nog geen meldingen van de Noordse
glazenmaker AESHSUBA zijn gedaan. Om aan alle onzekerheid een eind te maken
zijn we dus maar even op pad gegaan en hebben op twee bekende locaties naar
de Noordse glazenmaker gezocht:
16.viii.2003, Fochteloërveen-Drentse Weg (222-558): gevangen 1 mn en 1 vr.
(na eiafzet) en een 10-tal huidjes (foto's gemaakt).
18.viii.2003, Boswachterij Borger, Noordveen (244-551): gevangen 3 mn, met
verrekijker waargenomen 2 vr. eiafzettend (geen gele vlekjes achter op de
kop)(foto's gemaakt).
"Wie dus zoekt zal vinden"!

Peter de Boer, René Manger, Gerard Abbingh (Fochteloëveen) en Gerard Abbingh
(Boswachterij Borger).

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nieuwe plekken Bandheidelibel SYMPPEDE?

Van Henk Gaasbeek kreeg ik een vakantiekaartje met de volgende interessante
waarnemingen:

"Op 12 augustus was ik libellen aan het kijken langs de Oostvaarderstocht,
Knardijk in Zuidelijk Flevoland (26-35-14 of 163-489). Toen ik op deze warme
dag omstreeks 13.00 uur de schaduw van een boom had opgezocht om een
boterhammetje te eten, viel mijn oog op een afwijkende libel die vanuit
zuidoostelijke richting de dijk volgde. Evenlater zag ik tot mijn grote
verbazing op nog geen meter afstand een Bandheidelibel (SYMPPEDE), witte
pterostigma's en bruinige banden over de vleugels, voor mij langs vliegen.
Ik heb de bandheidelibel met de kijker nog geruime tijd kunnen volgen totdat
de libel hoogte won en uit zicht verdween.

Een aantal dagen eerder, op 7 augustus, in de omgeving van Havelte sloten en
kanalen afgezocht op libellen. Omstreeks 12.00 uur vond ik een
Bandheidelibel (SYMPPEDE) op een pol biezen bij een plas van de
hengelsportvereniging van Weerwille.(16-58-32 of 216-527).
Zover ik weet twee nieuwe blokken voor deze soort of is de soort al eerder
op genoemde locaties gezien?"

Paul Schrijvershof

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere pantserjuffer LEST VIRE  nu ook in de IJsselmeerpolder.

Op 11-8-03 was ik weer aan het monitoren om weer eens lekker op de libellen
te hyperfoccessen in het Harderbos. Daar kwam ik weer een nieuwe soort voor
Flevoland tegen, de Tengere pantserjuffer LEST VIRE. Ook had ik weer de
zwervende heidelibel SYMP FONS.
Natuurmonumenten heeft in het Harderbos een aantal poelen gegraven die door
mij worden gemonitord op libellen. Het blijft spannend om overal op de
libellen te hyperfoccessen en de aantalsontwikkelingen te volgen.
Hyperfocces op de natuur!!!

Veel libellen plezier,
Hans Raaijmakers
Kolgans_email_tomaatnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hoi,

Op 15 augustus ten noorden van de golfbaan Brunssummerheide vlakbij de
mijnsteenverwerking Hendrik (hok 199-328) had ik een mannetje beekoeverlibel
(ORTH COER). Dit is neem ik aan een zwerver van de Schinveldse Bossen of van
de Brunsummerheide. Ten noorden van de Waubacherweg in een bosje langs de
groeve in hok 198-329 had ik twee bruine winterjuffers (SYMPFUSC).  Op 16
augustus had ik in de nabijgelegen Meertensgroeve 184,5-319,3 evenals de
vorige keer zwarte heidelibel (SYMPDANA), dit keer een totaal een stuk of
vijf. Verder zat hier een aantal zwervende pantserjuffers (LESTBARB).

Marcel Bonder

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Zo 17 aug Dwingeloosche heide, atlas 17-32-41
4 ex. zeer gele, jonge zwervende heidelibellen SYMPFONS, met mooie
lichtblauwe onderogen en felgele voorrandaders, zeer fotogeniek. Bijna zo
geel als sommige rivierrombouten.

Gerrit Kooman

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo iedereen,

In mijn tuin (Amsterdam Oud Osdorp) keek ik naar een houtpantserjuffer
LESTVIRI. Er zitten er best veel in de tuin. Dit exemplaar viel op vwg een
blauwe weerschijn op de ogen en het gezicht.
Daarom ving ik de hpjuffer. (alle kenmerken hiervan, zoals de uitstulping op
de zijkant v.h. borststuk en achteraanhangsels kloppen met no 22 uit de
Odontabel.
Wat mij opviel bij ditn dier is dat 3 pterostigma's één kleur hebben, maar
van de vleugel rechtsachter tweekleurig is. De bovenkant (aan de kant v.d.
top v.d. vleugel) zwart en de onderkant goudbruin (zals de andere drie
pterostigma's. De kaken zijn blauw berijpt. De ogen zijn donker.
Komt dit meer voor?
Ik heb een dia van het beest gemaakt, maar mijn apparatuur is niet
toereikend om de blauwe berijping en het tweekleurig pterostigma vast te
leggen.

Groetjes, Trees Kaizer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Volwassen libellen in het Schijvenveldven (Coordinaten: 244,48/479,10) 16
juli 2003

De volgende libellen hebben Marion Geerink en ik aangetroffen:
Zeer veel watersnuffels (ENALCYAT), waarvan veel exemplaren gevangen waren
in de zonnedauw, en zwarte heidelibellen (SYMPDANA). Daarnaast hebben we de
volgende libellen gedetermineerd; Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), Keizerlibel
(ANAXIMPE), Blauwe glazenmaker (AESHCYAN), Viervlek (LIBEQUAD), Gewone
oeverlibel (ORTHCANC), Tangpantserjuffer (LESTDRYA), Gewone pantserjuffer
(LESTSPON), Lantaarntje (ISCHELEG) en Koraaljuffer (CERITENE).

+++++++++++++++++

Volwassen libellen in het Bommelasven (Coordinaten: 252,30/465,32) 18 mei
2003

Naast veel watersnuffels (ENALCYAT) hebben we de volgende libellen
aangetroffen: Houtpantserjuffer (LESTVIRI), gewone pantserjuffer (LESTSPON)
en de Tengere pantserjuffer (LESTVIRE), Venwitsnuitlibel (LEUCDUBI), Zwarte
heidelibel (SYMPDANA), Keizerlibel (ANAXIMPE) en eiafzettende Viervlek
(LIBEQUAD).

Diezelfde dag hebben we uiteindelijk (18.00 uur) nog een uitsluipende
beekrombout (GOMPVULG) nabij de Buurserbeek mogen aanschouwen.

Eveline Broos

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


Libellennieuws 03:33
Dinsdag 19 augustus 2003

Libellennieuws 03:34
Maandag 25 augustus 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Voortplanting van Noordse Glazenmaker AESHSUBA in Overijssel

In de laatste libellennieuws werd melding gemaakt van Noordse Glazenmakers
in Drente met als conclusie "Wie dus zoekt zal vinden"! Dit kunnen we nu ook
zeggen voor Overijssel.
J.l.16 aug werd door Herman Hazelhorst en ondergetekende in de
Engbertsdijksvenen een mannetje gevangen van de Noordse glazenmaker
AESHSUBA.
Determinatie leverde geen problemen op: de grootvlekkige vorm onderscheidt
zich duidelijk van de Venglazenmaker. De locatie in de Engbertsdijksvenen
(242.4-499.7) kenmerkt zicht door velden Pitrus met hier en daar open
stukken; dit alles voor het grootste deel bedekt met veenmossen. De locatie
is niet vrij toegankelijk.

Afgelopen weekend op 23 aug werd dezelfde plek weer afgezocht en werd ook
intensief naar huidjes gespeurd. Een 7-tal Aeshna huidjes werd gevonden en
determinatie thuis leverde het volgende op: 6x Venglazenmaker AESHJUNC en 1x
Noordse glazenmaker AESHSUBA mannetje. Hoewel het voorkomen in Overijssel al
enige tijd werd vermoed is het dit jaar dus raak met vondsten in het Witte
Veen en de Engbertsdijksvenen.

Groeten,
Alex Huizinga

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Tengere grasjuffer ISCHPUMI op Terschelling

Tijdens het jaarlijkse vogelkamp van de NJN op Terschelling (14-24 augustus)
is 1 bijzondere libellenwaarneming gedaan. Een populatie Tengere grasjuffer
(ISCHPUMI) werd aangetroffen in een met Lidsteng volgegroeide sloot op het
Groene Strand (142,6-598,2). Volgens de libellenatlas zijn er na 1989 geen
waarnemingen van deze soort meer van het eiland bekend.
Er vlogen enkele tientallen exemplaren tussen ongeveer evenveel Lantaarntjes
(ISCHELEG) en er werden verschillende copula's en vers uitgeslopen dieren
waargenomen (waaronder oranje vrouwtjes).
Leukste vogelsoorten van het kamp waren Kleinste jager, Morinelplevier en
Grauwe fitis.

Tim Termaat

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse Glazenmaker AESHSUBA bij Gees

Wie wel zoekt zal wel vinden...nog een Noordse Glazenmaker (AESHSUBA)
1 mannetje op 5-8-03 boven de bekende plek bij Gees: het
Brandtorenven(240-530).
Er vlogen in ieder geval ondanks de hitte 3 subarctica/juncea, waarvan ik er
1 heb gevangen en uitgebreid gefotografeerd. De foto's laten een
onmiskenbaar typisch mannetje subarctica zien.

Groeten,
Sander Bot
sanderbot_email_yahoo.co.uk

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:34
Maandag 25 augustus 2003

Libellennieuws 03:35
Donderdag 28 augustus 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Purperlibel Trithemis annulata nieuw voor Nederland!

"Begin juli bij een ven op de Hoogbuurlose heide (militair oefenterrein)
gefotografeerd met 400 mm telelens" was de korte zin die mij dinsdag jl (26
augustus 2003) per meel bereikte, vergezeld van een prachtige foto van een
man Purperlibel TRITANNU.
Waarnemer: Piet Brouwer.

Liefhebbers kunnen de foto van mij doorgemeeld krijgen - voor het zonder
meer doorzenden van bijlagen ben ik een beetje huiverig met de laatste
viruswaarschuwingen.

Zie ook reactie van Marcel Wasscher hieronder..     RH

++++++++++++

Waanzinnig! Piet gefeliciteerd, dit is onmiskenbaar een Purperlibel. En als
dit in Nederland is gefotografeerd dan is dit ten eerste de tweede nieuwe
soort voor Nederland dit jaar (na de Gaffelwaterjuffer COENSCIT) en heeft
hij bovendien de hele afstand van de mij tot nu toe bekende dichtstbijzijnde
locaties in Zuid-Frankrijk naar Nederland in één keer overgestoken. Piet,
kan je ons de datum en coordinaten doorgeven? Is het het kleine ven op
186.6-463.9?

Groet,
Marcel

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

OPRICHTING LIBELLENWERKGROEP DRENTHE

Op 4 september 2003 aanstaande, om 20:00 uur, wordt in het bezoekerscentrum
van Natuurmonumenten bij het Dwingelderveld de Libellenwerkgroep Drenthe
opgericht. Iedereen die in libellen is geïnteresseerd en een bijdrage wil
leveren aan het libellenonderzoek in deze provincie wordt van harte
uitgenodigd deze avond aanwezig te zijn. Robert Ketelaar van de
Vlinderstichting zal de avond inleiden met een lezing over libellenwerk in
Drenthe.
Plaats: Bezoekerscentrum Dwingelderveld, Benderse 22, 7963 RA RUINEN,
telefoon 0522-472951.

Gerard Abbingh, Willem Klok en René Manger

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:35
Donderdag 28 augustus 2003

 

 

 

 

 

Libellennieuws 03:37
Donderdag 18 september 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Dag allemaal,

Even was ik bang dat deze LN alleen Bruine winterjugffer waarnemingen zou
bevatten -
niet dat daar wat mis mee is, integendeel - maar op de valreep toch twee
andere meeltjes:
zie hieronder...

Voor iedereen die kopij instuurt het verzoek om het stuk zo op te stellen
als ware het gericht aan alle lezers. Verder verzoek ik u om zowel de
Nederlandse naam als de shortname (bestaand uit de eerste vier letters van
de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) van de waargenomen
soorten te vermelden. Ook een zo duidelijk mogelijke geografische
plaatsaanduiding (bijv. Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) wordt
op prijs gesteld.

Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als
altijd naar
remcohofland_email_hetnet.nl.
Hartelijke groeten,

Remco Hofland
Oegstgeest
remcohofland_email_hetnet.nl

+++++++++++++++++++++++++++++++
BRUINE WINTERJUFFERS SYMPFUSC
+++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine Winterjuffer in Dordrecht

Van -tenminste- 7 tot en met 14 september verbleef een mannetje Bruine
Winterjuffer SYMPFUSC in ons stadstuintje in Dordrecht (Amf.Coord.
422-106). Tenminste 3 nachten overnachtte hij op een dode bloemstengel van
Lavendel, waarop hij nauwelijks opviel vanwege de overeenkomst in kleur. Op
de zonnige zatermiddag deed hij vanaf een bijna horizontaal gebogen dode
Lavendelstengel korte uitvallen (tot 20-30 cm) naar voorbij vliegende
muggen en kleine vliegen, waarvan hij er diverse ving. 1 nacht bracht hij
door op een naburige stengel van Beemdkroon. Van de andere nachten weet ik
zijn slaapplaats niet. Wellicht zat hij toen wat dieper in de vegetatie
i.v.m. de regen. In deze week vertoonde hij dus een kleine actieradius en
grote plaatstrouw.

Gert-Jan van Duinen

Stichting Bargerveen
Afdeling Milieukunde

email:
duinen_email_sci.kun.nl
www-milieukunde.sci.kun.nl/research/vanduinen/vanduinen.html

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

BRUINE WINTERJUFFERS in ZUID-KENNEMERLAND

Op 6 september jl. trof ik 3 Bruine winterjuffers SYMPFUSC aan in een
piepkleine, sterk uitgedroogde duintuin te Aerdenhout/Bentveld (AC 100-486).
Deze soort was altijd zeldzaam in onze regio, maar neemt de laatste jaren
sterk toe. Een waarnemerseffect? Wat mijzelf betreft wel. Dit is het derde
achtereenvolgende jaar dat ik de soort op deze plek zie, maar voordien keek
ik niet naar libellen.
Op 13 september was ik gericht aan het zoeken naar Bruine winterjuffers
SYMPFUSC in het Vlak van Deklerk in de Amsterdamse waterleidingduinen,
hetgeen binnen een half uur 3 exemplaren opleverde (AC 94-482).

Om nog even terug te komen op de vorige locatie: hier is ook een piepklein
vijvertje waar in de lente veel Vuurjuffers PYRRNYMP zich voortplanten, en
in de zomer Azuurwaterjuffers COENPUEL. Af en toe een Watersnuffel ENALCYAT.
In augustus verschijnen de tandems Houtpantserjuffers LESTVIRI.

HGr., Jaco Diemeer

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellen van Lentevreugd, Wassenaar

Tijdens de warme dagen van midden september (om precies te zijn de 17e)
bezocht ik het natuurontwikkelingsterrein 'Lentevreugd' bij Wassenaar (AC
0868 4644) nog eens om vogels, vlinders en libellen te bekijken.
De lucht was vol met heidelibellen, zowel bruinrode SYMPSTRI als Steenrode
SYMPVULG, en ook een juveniele Boomvalk had hier duidelijk interesse voor
.... Ook waren er een aantal kakelvers uitgeslopen Zwervende heidelibellen
SYMPFONS te vinden en langs de bosrand waren enkele Zwarte heidelibellen
SYMPDANA gezien (E vd Burg, mond. med.). Enkele Gewone oeverlibellen
ORTHCANC waren eitjes aan het afzetten en aan de noordzijde vloog een
vrouwtje Oranje luzernevlinder COLICROC. In de her en der overgebleven
rietrandjes nabij het huisje zaten Bruine winterjuffers SYMPFUSC in goede
aantallen en langs de zuidelijke bosrand was nog een Bruine glazenmaker
AESHGRAN aanwezig (E vd Burg).
Ook Houtpantserjuffers LESTVIRI vlogen in grote getale en zelf vond ik één
Zwervende pantserjuffer LESTBARB.

Teus Luijendijk - Leiden

++++++++++++++++

Op woensdag 17 september 2003 had Eus tussen de 30 en de 40 Bruine
winterjuffers SYMPFUSC op Lentevreugd ten noorden van Wassenaar, ZH.
Ook waren hier een tiental Zwervende heidelibellen SYMPFONS, 3 man en
een vrouw Gewone oeverlibel ORTHCANC, een vrouwtje Tengere grasjuffer
ISCHPUMI en, voor het eerst in Lentevreugd (?), een man Bruine
glazenmaker AESHGRAN boven de kwelbeek, die uit het bos naar de vijver
naast de parkeerplaats loopt.

De Bruine winterjuffers waren aanwezig rondom het verlaten huis en waren
de algemeenste juffer. Andere juffers hier waren Watersnuffels ENALCYAT,
Houtpantserjuffer LESTVIRI, Lantaarntje ISCHELEG, Kleine roodoogjuffers
ERYTVIRI. De algemeenste soort was natuurlijk de Paardenbijter AESHMIXT.

Pers. med. Eus vd Burg aan RH

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gisteren, 17 september, aan het eind van het libellenseizoen, toch nog een
verrassing. Op de roemruchte en maar vrijwel uitgedroogde ijsbaan van Bakkum
in Noord Holland. Maar liefst zes Tengere pantserjuffers ( LESTVIRE ),
waaronder een eiafzettende tandem. Alleen uit de jaren '97-'99 is een
drietal waarnemingen bekend, ook uit deze omgeving. Daarna is de soort boven
het Noordzeekanaal niet meer waargenomen.

Met vriendelijke groet,
Harm Niesen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Als aanvulling op wat Rene Manger in de nieuwsbrief schrijft:
Op 14 juli in de oostelijke steengroeve van Winterswijk een territoriaal
mannetje vuurlibel CROCERYT. Dat is ook in de Achterhoek dus.
Op 23 juli zag ik een verse noordse winterjuffer SYMPPAED bij de
Kuinderplas. Geen zwerver dus.

Weia Reinboud

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:37
Donderdag 18 september 2003

Libellennieuws 03:38
Zaterdag 1 november 2003

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

HERDETERMINATIE Oostelijke witsnuitlibel Leucorrhinia albifrons
Beste mensen,

Vandaag (1 november 2001) was ik op bezoek in Leiden bij Vincent Kalkman op
het EIS/Naturalis. Ik besloot de larve van de Oostelijke witsnuitlibel
Leucorrhinia albifrons (verzameld op het Bloempjesven bij Woensdrecht) nog
eens aan een check te onderwerpen. Eén van de twee verzamelde larven was
door het Hoogheemraadschap van West-Brabant naar Naturalis opgestuurd en via
Jan van Tol bij Vincent op de kamer beland. Gezien de geringe grootte van de
eerstejaars larve leek me het geen overbodige luxe de larve nogmaals te
bekijken.
Door een foto van een larve van de Smaragdlibel Cordulia aenea die ik pas
gezien had, besloot ik te checken of het misschien die soort zou kunnen
zijn. Nu bleek dat tot mijn schrik (en schaamte) zo te zijn: de larve is een
Smaragdlibel Cordulia aenea! De onderscheidende kenmerken tussen de families
van de glanslibellen Corduliidae en de korenbouten Libellulidae (de
relatieve lengte van de cerci en de paraprocten en de tanding van de distale
rand van de labiale palpen), zijn bij dit individu niet erg duidelijk te
zien. Wel vielen mij nu pas de extreem lange poten van de larve op. Shame on
me, alhoewel ik blij ben dat ik de fout uiteindelijk zelf ontdekt heb.
De laatste waarneming van de Oostelijke witsnuitlibel in Nederland is
hiermee weer gedaan op 21 mei 1994. Het was uiteindelijk geen wonder dat bij
de zoektochten van de zomer op het Bloempjesven adulten van de soort niet
opdoken.

Groet,

Marcel

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Noordse glazenmaker in Dwingelderveld

Op woensdagmiddag 17 sept.jl werd in het NP Dwingelderveld (Dr.) een
mannetje Noordse glazenmaker (AESHSUBA) gevangen en gefotografeerd. Boven
het half drooggevallen ven (Stapelveen, 221.094-535.629) vlogen nog twee
grote glazenmakers die echter beide ten prooi vielen aan een professionele
libellenvanger: een boomvalk deed vijf minuten over twee vangsten, ik deed
drie kwartier over het bemachtigen van één exemplaar, maar die heeft het wel
overleefd.
Plezierig was de kort daarvoor binnengekomen informatie m.b.t. aanvullende
determinatiekenmerken in nr. 3 van de nieuwsbrief NVL. Met dank aan Rene
Manger! (frontstreep en schuine vlekken onderzijde borststuk).

Tevens is een larvehuidje gevonden van een Aeshna, waarvan helaas het
vangmasker ontbrak. Een uitdaging voor de gevorderde exuvia specialist? Het
huidje is te bevragen bij ondergetekende.

Op vrijdagmiddag 19 sept. werden in het NP Dwingelderveld minimaal zes
Noordse winterjuffers (SYMPBRAU) waargenomen, waarvan twee mannetjes en een
vrouwtje. Deze drie zijn door mij gevangen ter determinatie en weer
losgelaten. De dieren vlogen in een heideveld met hier en daar wat pijpestro
en opslag van berk, vuilboom en grove den. Het betreft een strook (slag) van
plm. 200m. breed en 2 km. lang, omzoomd door grove dennenbos (dichtgegroeid
heideveld) in de Veldslagen.

Rob van der Es
Natuurmonumenten
0655 127566 of 0522 472731
RvdEs_email_hetnet.nl

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Bruine winterjuffer Sympfusc

Donderdag 18 september 2003 kwam tijdens een bijeenkomst van de
insectenwerkgroep KNNV Waterweg Noord, ons lid Aat Rozendaal met enkele dia'
s waarvan hij vermoedde dat er een Bruine winterjuffer (vrouwtje) op stond.
Deze dia's heeft hij 14-9-2003 gemaakt in Vlaardingen (X84,6 Y437,5) in een
parkje vlak bij de Beneluxtunnel . Bij het zien van de dia,s moesten we hem
gelijk geven.

Hij had ons van het voorjaar ook verteld dat hij dacht daar de Bruine
winterjuffer te zien, maar zonder bewijs hebben wij dit niet aangenomen, het
leek ons bijna onmogelijk zover van de dichtstbijzijnde populatie's. De
volgende morgen ben ik met Aat Rozendaal, Ben van As naar de plek toegegaan.
Ook wij hebben hier op vrijdag 19 september een vrouwtje Bruine winterjuffer
aangetroffen ± 100 m voorbij de plek waar Aat zondag 14 september zijn
waarneming heeft gedaan. Wij zijn erg blij met deze vondst in de randstad,
waar we het over het algemeen met de algemene soorten moeten doen.

Vriendelijke groeten,

Aart van den Berg

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Hallo allemaal,

Op zondag, 21 september zag ik bij Fort a/d Drecht nog een vrouwtje
Variabele Waterjuffer COENPULC, zo laat had ik die nog nooit gezien. Anderen
blijkbaar wel, want volgens de libellengids is 28 sept de laatste
waarnemingsdag. Zaterdag 27 september kon ook ik vaststellen dat er Bruine
Winterjuffers SYMPFUSC (ongeveer 30) en Zwervende Heidelibellen SYMPFONS
(ongeveer vijf) zitten bij Lentevreugd, Wassenaar. Daar ook een Oranje
Luzernevlinder COLICROC.

Bizar was de Kleine Vuurvlinder LYCAPHLA die verwoede pogingen deed om te
paren met een Bruin Blauwtje ARICAGES. Daar kwam ie een heel eind mee, maar
uiteindelijk bleken ze toch niet zo goed bij elkaar te passen......

Vier Bruine Winterjuffers SYMPFUSC vond ik langs de paadjes van de Ganzehoek
bij de Wassenaarse Slag, in de omgeving van het restaurant. Zijn ze hier al
eens gezien door anderen??

Rob van Bemmelen

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Libellennieuws 03:38
Zaterdag 1 november
2003