Libellennieuws 04:03 Zaterdag 17 april 2004 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Dag allemaal, Mijn excuses dat deze LN zo lang op zich heeft laten wachten – ik heb een nieuwe computer waarbij de installatie van internet en mijn oude Outlook wat problematisch verloopt. Vandaar ook deze gastverzending – dit meeladres a.u.b. niet gebruiken om kopij aan te versturen. Deze aflevering van LN is ook niet compleet: een bijdrage over de vondst van een aantal libellenlarven is helaas onderdeel van een meeltje dat in mijn oude Outlook staat, waar ik de afgelopen week niet bijkon. Deze bijdrage wordt vanzelfsprekend zo spoedig mogelijk nagestuurd. Voor iedereen die kopij instuurt het verzoek om het stuk zo op te stellen als ware het gericht aan alle lezers. Verder verzoek ik u om zowel de Nederlandse naam als de shortname (bestaand uit de eerste vier letters van de twee woorden die de wetenschappelijke naam vormen) van de waargenomen soorten te vermelden. Ook een zo duidelijk mogelijke geografische plaatsaanduiding (bijv. Amersfoortcoordinaten, gemeente en provincie) wordt op prijs gesteld. Nieuwe aanmeldingen voor LN alsmede kopij voor de nieuwsbrief kunnen als altijd naar remcohofland_at_hetnet.nl. Hartelijke groeten, Remco Hofland Oegstgeest remcohofland_at_hetnet.nl ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Speuren naar Sierlijke witsnuitlibel Leucorrhinia caudalis Beste allemaal, Vorig jaar stuurde Tim Faasen via de e-mail groep een mailtje rond met de melding dat hij een verdachte witsnuitlibel bij het Belversven had gezien (Libellennieuws 03:16, zie de tekst hieronder). Nu zag ik Tim op de Vlinderdag en we hebben besloten om gezamenlijk dit gegeven te checken. Daarbij hebben we besloten: hoe meer mensen er parallel in het gebied aanwezig zijn, hoe meer kans dat die caudalis zich eindelijk op heterdaad laat betrappen! Vandaar dat we zaterdag 15 mei hebben geprikt om bij de Oisterwijkse vennen de omgeving van het Belversven uit te kammen naar de aanwezigheid van de Sierlijke witsnuitlibel LEUCCAUD. De datum is aan de vroege kant, maar is de enige die we op dit moment gezamenlijk kunnen vinden. Verder zullen we ook bij slecht weer de mogelijkheid hebben om uitgebreid naar larven en/of larvenhuidjes te gaan zoeken. We zullen dan in groepjes uiteen gaan (mobieltjes mee). Minstens één van die groepen zal zonder netten het veld ingaan. Sommigen denken dat het Belversven “biologisch dood is” door al het bijvoederen door de vissers. Doch uit onderzoek van Tim Termaat blijkt dat de zuidwesthoek van het Belversven best redelijk is met libellensoorten als de Smaragdlibel, Glassnijder en Maanwaterjuffer. Tim Faasen had er overigens ook een eiafzettend vrouwtje Plasrombout gezien. Dus interessant genoeg om deze plek en vennen in de omgeving eens uitgebreid te gaan bekijken. Voor diegene die per trein of auto komen: we spreken af om 10.00 op station Oisterwijk (aankomst trein uit Den Bosch om 9.59, uit Tilburg om 10.01). Voor diegene die per fiets komen: om 10.30 bij de spoorwegovergang aan de noordkant / noordwestkant van de Kampina (coördinaten: 145.3-399.7). Ben je later ga daar ergens ten zuiden van op zoek naar een van de excursies. We zijn onder het mobiele nummer 06 18291237 te bereiken. Met vriendelijke groet, Marcel Wasscher ++++++++++++++ Het artikeltje zoals gepubliceerd in LN 03:16 Mogelijke Sierlijke witsnuitlibel LEUCCAUD op de Kampina, NB Tijdens Hemelvaart ben ik met de NJN op excursie geweest in de Kampina, bij Oisterwijk. Voor deze excursie had ik mij met name tot doel gesteld mijn verzameling zweefvliegdia's aan te vullen (wat uiteindelijk met soorten als Brachypalpoides lentus, Parhelophilus frutetorum, Temnostoma bombylans en Epistrophe flava ook vrij aardig is gelukt). Ondanks het feit dat mijn aandacht met name uitging naar zweefvliegen werd ik op een bepaald moment afgeleid door een voor mijn gevoel ongewone libel. Normaal gesproken ben ik zeer terughoudend in het naar buiten brengen van onzekere waarnemingen maar aangezien ik de komende tijd niet in de gelegenheid ben om te proberen mijn waarneming zelf te verifiëren (i.v.m. een vakantie in Griekenland) meld ik mijn waarneming deze keer toch maar via de mailinglist in de hoop dat het anderen stimuleert om extra op te letten tijdens bezoeken aan de Kampina of wellicht zelfs een keer gericht te gaan zoeken... Wat wil het geval? Toen onze excursie aan het einde van vrijdagmiddag, 30 mei, nog even zat bij te komen op de zuidwestoever van het Belversven vloog er plotseling een Witsnuitlibel Leucorrhinia voorbij. Ik kon de libel kortstondig schuin van achteren bekijken waarbij het me als eerste opviel dat de (helder)gele vlekken op het achterlijf meer op het basale deel geconcentreerd zaten dan ik gewend ben van Venwitsnuitlibel Leucorrhinia dubia, Noordse witsnuitlibel L. rubicunda en Gevlekte Venwitsnuitlibel L. pectoralis. Qua omvang waren de vlekken ook kleiner dan gebruikelijk is bij pectoralis maar iets groter (of in ieder geval opvallender) dan bij de gemiddelde dubia. Het tweede wat mij opviel was de aanwezigheid van een kleine witte vlek aan het einde van het achterlijf, ter hoogte van en ter omvang van de achterlijfsaanhangselen. De aan- of afwezigheid van insnoeringen in het achterlijf was vanuit mijn perspectief niet zichtbaar. Ik heb geen pterostigma's waargenomen en ook geen al of niet verdonkerde vleugeltoppen. Conclusie? * Het feit dat voor mijn gevoel het geel op S8 ontbrak zou veroorzaakt kunnen worden door een donkerkleuring van het geel zoals bij dubia, rubicunda en pectoralis wel vaker gebeurt. Bij deze soorten is het echter gebruikelijker dat alle vlekken onduidelijk worden of juist met name de basale achterlijfsvlekken. In dit geval waren de vlekken op het basale deel van het achterlijf juist erg duidelijk en ook helder van kleur hetgeen duidt op een nog relatief jong exemplaar (waarbij verdonkering zowieso nauwelijks voorkomt). * De witte vlek aan de achterlijfspunt zou veroorzaakt kunnen zijn door de aanwezigheid van een vuiltje, restanten van een eiafzetting o.i.d. Het wit had echter verdacht veel de vorm en grootte van de achterlijfsaanhangsels. Er van uitgaande dat S8 inderdaad echt zwart was en dus niet verdonkerd en de achterlijfsaanhangselen echt wit, zonder invloed van vuil, zou het hier moeten gaan om Sierlijke witsnuitlibel L. caudalis of Oostelijke Sierlijke witsnuitlibel L. albifrons. Helaas moet ik bekennen dat ik beide soorten alleen ken van foto's. Ik durf mede om die reden ook niet met zekerheid te zeggen om welke soort het hier ging. Qua algemeen voorkomen was de libel voor mijn gevoel een exacte kopie van het vrouwtje caudalis zoals te zien in de Duitse veldgids van Heiko Bellmann. Gezien de status van deze soort durf ik echter geen garantie te geven op deze determinatie. Ik hoop daarom vooral dat iemand anders de komende tijd een gedetailleerdere waarneming weet te doen die mijn vermoedens bevestigen! grtjs, Tim Faasen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Bruine winterjuffer op Vliegbasis Woensdrecht In het kader van (broedvogel)inventarisaties op defensieterreinen bezochten wij op 24 maart j.l. Vliegbasis Woensdrecht. 's Middags om een uur of twee zagen we bij de zogenaamde 'Paddenpoel' in het noorddeel van het terrein (81.7 / 385.1) een juffer die, niet verrassend voor de tijd van jaar, een Bruine Winterjuffer (SYMPFUSC) bleek te zijn. Het betreft, zover we weten, een van de eerste waarnemingen van deze soort op de Brabantse Wal. De meldingen van vorig jaar (april; libellenieuws 3.7) van Matthijs Courbois vlakbij deze plek waren, voor zover bekend, de eerste voor deze hoek van Nederland. In het najaar zal met extra aandacht worden gezocht naar het voorkomen van deze soort bij de poelen op de vliegbasis en net daarbuiten (Paardenven). Menno Hornman & Niels Gilissen ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Hallo allemaal, Donderdag 1 april, ondanks het prachtige weer geen bruine winterjuffers (SYMPFUSC) kunnen vinden in de droge, dode vegetatie in Lentevreugd bij Wassenaar. Het gebiedje waar ze op 17 maart wel aanwezig waren. Misschien omdat ze al last hadden van hun hormoontjes....want later op die dag bleken er zich op de IJsbaan van Bakkum in Noord-Holland 3 mannetjes SYMPFUSC bij/boven het water te bevinden. Groet, Harm ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ PS Vandaag, 17 april 2004, werden er ook op diverse plaatsen nog bruine winterjuffers SYMPFUSC gezien, onder meer op Lentevreugd bij Wassenaar, ZH en in Alphen aan den Rijn (ei-afzettend). Waarnemingen van Eus vd Burg en Bertus de Lange, RH ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws (LN) wordt gecompileerd in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (NVL) De NVL heeft als doel: het stimuleren van de studie naar en de bescherming van libellen. Vier maal per jaar geeft de NVL een Nieuwsbrief uit. Daarnaast verschijnt er tweemaal per jaar het blad Brachytron met artikelen over ecologie, gedrag en levenswijze van libellen, wetenschappelijke mededelingen en boekbesprekingen. Wilt u lid worden van de NVL? Dat kost slechts € 13,-- per jaar en voor jongeren tot 25 jaar € 7,--. Ieder nieuw lid ontvangt een speciale editie (in kleur) van de Brachytron met daarin artikelen over goede libellengebieden in Nederland. Voor meer info of een folder meel naar nvl_at_vlinderstichting.nl . ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Libellennieuws 04:03 Zaterdag 17 april 2004